Mooie woorden en konink­lijke onder­scheiding voor Marianne Thieme bij afscheid Tweede Kamer


Arib: 'Nooit sprak het parlement zoveel over klimaat en dieren'

8 oktober 2019

Bij het afscheid van Marianne Thieme van de Tweede Kamer waren er niet alleen mooie woorden van voorzitter Khadija Arib, maar werd onze vertrekkend partijleider ook verrast met een Koninklijke onderscheiding: Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Arib noemde Marianne 'gedreven, vastberaden, gepassioneerd en vurig'. Dat het parlement 'nog nooit zo veel over klimaat en dieren heeft gepraat als tegenwoordig' en dat de Partij voor de Dieren daar een 'grote rol' in heeft gespeeld.

Bekijk hier de speech van Kamervoorzitter Arib:

Je moet eerst cookies accepteren voordat je deze video kunt bekijken


Voorafgaand aan haar speech las Arib de afscheidsbrief van Marianne voor. Lees die hier:

Geachte voorzitter, beste Khadija,

22 November 2006 was een historische dag; voor het eerst in de politieke geschiedenis werd er een partij voor de dieren verkozen in een nationaal parlement. Niemand had het verwacht, toch gebeurde het: de Partij voor de Dieren kwam met twee zetels de Kamer in. Esther Ouwehand en ik kregen bij de installatie te horen dat we zouden worden begeleid door griffier Linda Kipp. Dat verwachtten wij dan weer niet.

Onze beslissing om de Partij voor de Dieren op te richten was ingegeven door de verharding van het klimaat voor dieren onder Balkenende 1. Dat kabinet veegde in drie maanden tijd bijna alle dierenwelzijns- en milieumaatregelen waar de groene beweging zo hard voor had gestreden, van tafel. Zonder noemenswaardig protest van de zich diervriendelijk noemende partijen. Het was de spreekwoordelijke druppel.

Ik ben er trots op dat we de bescherming van dieren, natuur en milieu veel hoger op de politieke agenda hebben gekregen. Dat we in 2007 de eerste Nederlandse klimaatdocumentaire in première konden laten gaan: Meat the Truth. Dat de minister van Landbouw ons verweet dat de film één grote leugen was, onderzoek door Wageningen Universiteit naar onze beweringen gelastte en bakzeil moest halen omdat alles klopte. Dat het nu algemeen bekend is dat de veehouderij een van de grootste veroorzakers van klimaatverandering is. Dat we in 2013 de veiling van natuurgebieden door het kabinet hebben weten stil te leggen, door kiezers en leden op te roepen geld te storten om zo natuur vrij te kopen. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Na dertien jaar Kamerlidmaatschap kan ik zeggen dat vrijwel alle Kamerleden die ik heb leren kennen, hardwerkende en gedreven vrouwen en mannen zijn. Zonder betrokkenheid bij het publieke belang – hoe ook ingevuld – is het onmogelijk om de inzet op te brengen die het Kamerlidmaatschap vereist.

Wel hebben mensen gelijk als zij de Kamer verwijten zich te veel bezig te houden met technische detailkwesties en incidenten. Ook was het soms pijnlijk om de ideologische lenigheid te zien van partijen die van oppositie naar regering gingen en weer terug. In de oppositie pleiten voor minder megastallen en als regeringspartij het tegendeel doen. En dat gebeurde net zo makkelijk met referenda, vrijhandelsverdragen of het leenstelsel.

Maar ik heb de Kamer ook zeer inhoudelijk meegemaakt. Als een plaats waar politici de moed hebben om zich te laten overtuigen door het betere argument. Ik doel op de plenaire behandeling van ons initiatiewetsvoorstel over onverdoofd slachten. Toen we het in 2008 indienden, gaf niemand het een kans. In 2011 was er een meerderheid in de Kamer die vond dat de vrijheid van godsdienst niet absoluut is en begrensd moet worden als het ten koste gaat van dieren. Martijn van Dam, destijds PvdA-woordvoerder, zei dat hij zelden zo’n inhoudelijk Kamerdebat had meegemaakt. Ik kan dat alleen maar beamen; het was één van de hoogtepunten van mijn Kamerlidmaatschap.

Ook de afgelopen Algemene Politieke Beschouwingen hebben mij aangenaam verrast: zoveel fractievoorzitters die bereid waren buiten de smalle grenzen van het haalbare te denken. Ik hoop dat dertien jaar systeemkritiek van de Partij voor de Dieren daar mede aan bijgedragen heeft. Hoe mooi zou het zijn als volksvertegenwoordigers het juk van de technocratie afwerpen en zich vaker de vraag stellen waarom de dingen zijn zoals ze zijn, en of ze niet anders kunnen worden. Wij doen kiezers ernstig tekort als we mondialisering, economische groei en schaalvergroting als natuurverschijnselen zien en niet als uitkomsten van politieke keuzes die we kunnen veranderen.

Als fractievoorzitter heb ik politiek willen bedrijven die uitgaat van het mogelijke, in plaats van het haalbare. Politiek die zich niet neerlegt bij de bandbreedte die het Centraal Plan Bureau bepaalt en kabinet en pers te vaak klakkeloos overnemen. Politiek met een eigenagenda, met eigen probleemdefinities en oplossingen. Politiek die nietuit is op het binnenhalen van kortstondige succesjes, maar die vanuit een voldragen wereldbeschouwing alle politieke instrumenten gebruikt om de idealen te realiseren. En dan heb ik het niet over zetelaantallen, moties en kabinetsdeelname, maar over agenderen, overtuigen en mobiliseren. Politiek succes draait wat mij betreft niet zozeer om macht, maar vooral om invloed, om aandacht te vragen voor de misstanden die je bestrijdt en om een inspiratiebron te zijn voor anderen.

Dertien jaar heb ik dat vol overgave in de Kamer gedaan. Anderhalf jaar voor de volgende verkiezingen is het tijd om het stokje over te dragen. Aan mijn strijd tegen het grote onrecht dat dieren wordt aangedaan komt geen einde. Die ga ik elders voortzetten.

Ik sluit af. In het jaar dat we een eeuw vrouwenkiesrecht vieren, wil ik een dringend appel aan alle partijen doen om bij de volgende verkiezingen meer vrouwen hoog op de lijst te zetten.

Ik wil alle medewerkers van de Tweede Kamer die mij met raad en daad terzijde hebben gestaan hartelijk danken.

Tot slot wens ik alle Kamerleden veel verbeeldingskracht en mogelijkheidszin toe. De toekomst van onze planeet hangt af van de beslissingen die jullie nemen. Idealisme is het nieuwe realisme.

En voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Met hartelijke groet,

Marianne Thieme