Kamer­meer­derheid stemt voor meewegen belangen proef­dieren bij onder­zoeks­sub­sidies


24 november 2009

Den Haag, 24 november 2009 - De Tweede Kamer heeft dinsdag een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen om bij overheidssubsidies voor wetenschappelijk onderzoek vooraf te bekijken of daarbij sprake zal zijn van dierproeven. Op dit moment is het gebruik van proefdieren geen onderdeel van de beoordeling van subsidieaanvragen.

De Partij voor de Dieren vindt dat de overheid de ethische toelaatbaarheid van een bepaald onderzoek zou moeten toetsen voordat zij besluit het onderzoek te financieren. Esther Ouwehand heeft het kabinet daarom verzocht de mogelijkheden te onderzoeken de ethische afweging rondom proefdieronderzoek een prominente plaats te geven bij de toekenning van overheidssubsidies. Een Kamermeerderheid schaarde zich achter dat verzoek.

In het debat met minister Klink wees Esther er vorige week op dat de ethische afweging van een dierproef in veel gevallen pas in een zeer laat stadium plaatsvindt. Zo kan een onderzoeksprogramma al jaren lopen voordat wordt beoordeeld of voor het betreffende onderzoek het gebruik van proefdieren wel gerechtvaardigd is. Op die manier is er te weinig ruimte voor een eerlijke beoordeling, vindt de Partij voor de Dieren.

Esther Ouwehand: “De vraag of een dierproef ethisch toelaatbaar is komt soms pas aan de orde als er al vijf jaar of langer aan het onderzoeksprogramma is gewerkt en de wetenschapper alleen nog dierexperimenten wil uitvoeren om zijn onderzoek af te ronden. De druk om het proefdieronderzoek –als het laatste onderdeel- dan maar goed te keuren is zo wel erg hoog: ‘nee’ zeggen is eigenlijk geen reële optie meer.”

De ethische toetsing van proefdieronderzoek wordt uitgevoerd door zogenaamde Dierexperimentencommissies. Ook zij maken zich zorgen over het late stadium waarin zij betrokken worden, zo bleek uit de verschillende werkbezoeken die Esther heeft afgelegd. Maar nog steeds wordt vrijwel iedere aanvraag voor proefdieronderzoek uiteindelijk goedgekeurd. De Partij voor de Dieren wil dit veranderen door eerder en kritischer te kijken naar onderzoek met proefdieren en is blij dat een Kamermeerderheid zich daarbij heeft aangesloten.

Naast moties voor de verbetering van het proefdierbeleid heeft de Partij voor de Dieren amendementen ingediend voor alternatieven voor dierproeven. Zo heeft Esther voorgesteld om een deel van het budget dat vanuit het ministerie van Economische Zaken wordt uitgegeven aan regionale programma's op het gebied van Life Sciences en medische technologie te oormerken voor de ontwikkeling van een kennisinfrastructuur voor proefdiervrije technieken.

Dankzij de inzet van de Partij voor de Dieren is het budget voor alternatieven voor dierproeven de afgelopen jaren verdubbeld: van 900.000 euro naar ruim 2 miljoen per jaar. De Partij voor de Dieren is daar blij mee, maar wijst erop dat verreweg het grootste deel van het Nederlandse onderzoekspotentieel op het gebied van proefdiervrije technieken nog altijd onbenut blijft. Een gemiste kans, omdat proefdiervrije technieken betere resultaten opleveren voor mensen, veel dierenleed besparen en veel kunnen opleveren voor de Nederlandse kenniseconomie. Het amendement dat Esther Ouwehand heeft ingediend zou dan ook 4,5 miljoen euro extra vrijmaken voor de ontwikkeling en toepassing van deze technieken, bovenop het bestaande budget.

Over de amendementen wordt op 17 december gestemd.

Wij staan voor:

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief