Opinie: Extra betalen voor vlees is niks nieuws


4 oktober 2007

De doorrekening door CPB en NMP van het burgerinitiatief lijkt van elastiek. Zowel voor- als tegenstanders van biefstukbelasting menen er hun gelijk mee te kunnen staven. Het CDA probeert de maatschappelijke noodzaak van een andere omgang met dierlijke producten te downplayen door een karikatuur van de door die partij zelfgevraagde doorrekening : "Boeren moeten voor niks werken, een kipfiletje wordt duurder en er is 20 miljard euro nodig om dit te realiseren. Dank voor dit onderzoek". En de veehouderij focust vooral op de ‘maatschappelijke onwenselijkheid’ van het plan.

Waar weinig aandacht voor lijkt te zijn, is dat we allang extra betalen voor ons vlees. Alleen niet bij de slager.

Vlees is het meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket. Dat was het standpunt van de regering in 2004, verwoord door staatssecretaris van Geel van VROM.

Die niet mis te verstane kwalificatie, zou logischerwijs ook consequenties moeten hebben voor het “de vervuiler-betaalt-beleid” waarvoor het kabinet kiest. Zeker nu van Geel de grootste regeringsfractie aanvoert en dus alle kans heeft invloed uit te oefenen op het beprijzen van de grootste milieuvervuiler die op het bord van de consument ligt.

Er kan geen misverstand over bestaan dat dierlijke producten, vlees voorop, meer broeikasgassen uitstoten dan bijvoorbeeld verkeer en vervoer. De veehouderij zorgt wereldwijd voor 18% van de broeikasgassen, verkeer en vervoer zorgen ‘slechts’ voor 13%. Mensen die geconfronteerd worden met de milieubelasting van vlees en zuivel, kunnen de cijfers maar nauwelijks geloven.

Zo berekende CLM dat een koe jaarlijks net zoveel broeikasgas uitstoot als een middenklasse auto die 70.000 km rijdt. Wetenschappers van de Universiteit van Chicago berekenden dat een gemiddelde vleeseter in een Prius het milieu meer belast dan een vegetariër in een Hummer. Japanse wetenschappers berekenden dat de productie van een kilo vlees een CO2 uitstoot van ruim 36 kg veroorzaakt. Dat is net zoveel als drie uur autorijden met thuis alle lichten aan.

Ook blijkt uit onderzoek van het World Watch Institute dat de productie van een kilo rundvlees 100.000 liter water kost. Dat is net zoveel als twee jaar lang elke dag douchen. En het Nederlandse Voedingscentrum rekende uit dat de productie van 1 kilo kaas ruim 3000 liter water kost.

Oud-minister Veerman stelde aan het einde van z’n ambtstermijn dat het systeem vastgelopen is: ‘we importeren voer, we exporteren varkens en de rommel houden we hier’. En die rommel is 70 miljard kilo mest. Dat is 4.000 kg per Nederlander oftewel 33 ligbaden vol per persoon.

Het CPB en het MNP hebben zich gebogen over de verkeerde vragen, namelijk wat een vleestax voor gevolgen zou hebben en hoe maatschappelijk acceptabel dat zou zijn.

Interessanter zou zijn de maatschappelijke kosten van onze overproductie en overconsumptie van dierlijke eiwitten te berekenen en toe te rekenen naar eindgebruikers. Alleen wanneer de werkelijke kosten van onze vlees, kaas en melkconsumptie zichtbaar worden in de prijzen van de consument, kan die tot een verantwoorde keuze komen.

Een halvering van de veestapel kost niet alleen banen, maar leidt ook tot minder grote maatschappelijke kosten zoals vervuiling van bodem, water en lucht. In Nederland wordt jaarlijks 1,75 miljard Euro overheidsgeld uitgegeven om de vervuiling veroorzaakt door de veehouderij aan te pakken. Het LEI berekende dat de maatschappelijke kosten die verbonden zijn aan de productie van varkensvlees 21 eurocent per kilo bedragen. Ongeveer de helft is voor de milieuvervuiling, de andere helft zijn de kosten als gevolg van een uitbraak van dierziekten. Kosten waar elke burger nu via de belasting aan meebetaald. Het is ronduit teleurstellend dat beide instituten verzuimd hebben die calculatie te maken.

Wanneer we gezamenlijk de versluierde maatschappelijke kosten blijven dragen van mest, bodem- en oppervlaktewatervervuiling, verzuring, hart-en vaatziekten, dierziektencrises, dierziekten die besmettelijk zijn voor mensen, klimaatproblemen, verwoesting van het tropisch regenwoud zonder dat er enige link gelegd wordt naar het “de vervuiler betaalt principe”, zal de consument niet op een eerlijke manier kunnen kiezen.

De overheid kan en mag niet volstaan met kilometerheffingen en tickettax, omdat daarmee één van de grootste mogelijkheden om daadwerkelijk het klimaatprobleem aan te pakken onbenut blijft.

De veeteelt zal drastisch gesaneerd moeten worden, de productie geregionaliseerd en er is een grootscheepse paradigma verandering noodzakelijk. Een verschuiving van de zeer ineffiënte productie van dierlijke eiwitten naar de tot 10 maal zo efficiënte productie van plantaardig voedsel. We kunnen onze milieudruk niet afwentelen op hongerende mensen in andere landen. Niet door hun emissierechten te kopen, niet door hun akkers en regenwouden te gebruiken voor ons veevoer, niet door hun zoetwatervoorraden weg te hozen voor onze lekkere trek.

Het gaat er niet om of we ons de door Milieudefensie en anderen gewenste drastische maatregelen kunnen veroorloven. De vraag is of we het ons kunnen veroorloven de koppen nog langer in het zand te steken voor de rampspoed die we over onszelf, de natuur, het milieu en de dieren afroepen.

Marianne Thieme
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief