Opinie: Dier­proef­sector durft discussie niet aan


25 april 2007

Op Wereldproefdierendag (24 april), een dag die in 1979 door de Verenigde Naties is ingesteld, stelde Frans van den Mosselaar in deze krant dat burgers te weinig informatie hebben om zich een goed oordeel te vormen over dierproeven. Het is verheugend te lezen dat de Stichting Informatie Dierproeven, een belangenclub van medische fondsen, farmaceuten en patiëntenorganisaties, pleit voor meer openbaarheid over dierproeven. In 2005 schreeuwden deze organisaties immers nog moord en brand toen een onafhankelijke evaluatie van de Wet op de dierproeven uitwees dat de wetgeving die proefdieren moet beschermen op de meest essentiële punten niet blijkt te functioneren, en dat openheid over dierproeven dringend gewenst is.

Van den Mosselaar verwijt critici van dierproeven dat zij maar weinig informatie geven over onderzoeken die met dieren wordt verricht. Maar daar zit precies de pijn: wetenschap en industrie geven geen inzage in de precieze onderzoeksdoelen van dierexperimenten. Alles wat we weten over dierproeven, is wat onderzoekers ons wensen te vertellen. Dat maakt de beschikbare informatie per definitie eenzijdig en onvolledig. Om niet te zeggen: propagandistisch.

Gesuggereerd wordt dat dierproeven louter zwaarwegende maatschappelijke belangen zouden dienen. Als dat inderdaad het geval is, zou het geen enkel probleem moeten zijn om deze belangen openlijk te delen met het publiek. Maar de sector durft niet. Want dan zal blijken dat ook minder hoogdravende belangen als commercieel gewin en prestigestrijd in het geding zijn. Wie herinnert zich niet het kamerdebat rond Stier Herman, waarbij kanker, aids en reuma werden opgevoerd als legitimaties om de ethische commissie over de streep te trekken? Kosten noch moeite werden gespaard om een bus vol ingezwachtelde reumapatiënten naar de publieke tribune van de Tweede kamer te brengen om de discussie in de kamer te beïnvloeden. Een pr-bureau ingehuurd door Gene Pharming deelde persberichten uit namens patiëntenorganisaties -onder toeziend oog van Cees Smit, voorman van de Stichting Informatie Dierproeven. Later bleek dat het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Nutricia. De bedoeling was om “moedermelk uit koeien” te produceren om daaraan een smak geld te kunnen verdienen anders dan kanker, aids en reuma te genezen. Pharming en Nutricia waren daar opener over tegen hun aandeelhouders dan tegenover de ethische commissie.

Ik moet toegeven: de proefdierlobby heeft lef. Een grote mediacampagne starten vóór dierproeven. Volledig voorbijgaan aan de bezwaren die bij veel mensen leven ten aanzien van experimenten op dieren. Beschuldigend wijzen naar maatschappelijke organisaties die slechts die informatie over dierproeven kunnen geven die onderzoekers ze wensen te verstrekken. Je moet maar durven, op die ene dag per jaar waarop we stilstaan bij de miljarden dieren die lijden en sterven voor onze ‘maatschappelijke belangen’ in suggestieve radiospotjes pleiten voor het “van de menselijke kant bekijken" van dierproeven. In de wijze waarop proefdieren worden gemarteld, gemanipuleerd en gekoeioneerd tot de dood erop volgt valt weinig menselijks te ontdekken. Ontwikkeling van diervriendelijke alternatieven voor dierproeven, dat is de enige humane variant. Helaas hebben we er als samenleving vooralsnog niet meer dan een grijpstuiver voor over.

Esther Ouwehand
Tweede Kamerlid Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief