Opinie: De kippen moeten op de blaren zitten


11 mei 2007

Opinieartikel over EU besluit vleeskippen

Europa heeft een nieuwe grondwet voor vleeskuikens. Beter iets dan niets wordt er gezegd, maar kippen blijven heel erg krap zitten. Volgens de richtlijn mogen 21 kippen (de richtlijn spreekt over maximaal 42 kilo) hun korte en ellendige leven op 1 vierkante meter slijten. Zelfs met een ruime fantasie is het beeld van 21 kippen op een vierkante meter nauwelijks te bevatten.

De totstandkoming en het langzaam maar zeker kaalplukken van een richtlijn voor het meest gekooide dier in Europa tekent de besluiteloosheid en het gebrek aan inspanning vanuit Brussel als het om dierenwelzijn gaat. Kansen voor een beter dierenwelzijn liggen daar dus niet. We zullen in de eerste plaats moeten zorgen dat we in Nederland vleeskippen een beter leven gunnen. Met een sector die kiest voor kwaliteit in plaats van massaproductie en die zich inzet voor verbeterde leefomstandigheden in plaats van nog meer kippen op een meter. Consumenten die tot het besef gebracht worden dat niet meteen de goedkoopste kipfilet uit het koelvak getrokken moet worden en die bereid zijn te investeren in een dierwaardiger kippenleven. En die niet worden weggelokt van fatsoenlijke producten door onethisch laag geprijsde martelkippen.

Voor zowel producenten en consumenten, beiden decennialang gefixeerd op het goedkoopst mogelijke lapje vlees, is dit een moeilijke opgave die verder gaat dan de individuele portemonnee reikt. En daarom is de inzet van een voorwaardenscheppende, kaderstellende en stimulerende overheid nodig. Helaas ontrekt die zich maar al te vaak aan haar rol onder het mom van ‘de markt moet haar werk doen’. Alsof de markt enig ethisch besef zou hebben van zichzelf. Het is niet de markt die slaven, vrouwen en kinderen bevrijdde, het waren vrouwen en mannen die bereid waren ondanks het dictaat van de markt hun gezonde verstand te gebruiken en dat te delen met anderen.

Per jaar worden 5 miljard vleeskuikens in Europa gehouden waaronder 400 miljoen in Nederland. Niet alleen de huisvesting is dramatisch, ook de rassenkeuze en de ver doorgevoerde genetische selectie heeft geleid tot grote welzijns- en gezondheidsproblemen. Pootproblemen, plotseling doodvallen, ademhalingsmoeilijkheden, slijmvliesproblemen en een groeispurt om van enkele grammen naar bijna 2 kilo opgepompt te worden, vullen de 6 levensweken van een vleeskuiken. Nederland is koploper wat betreft de dichtheid van het aantal kilo vleeskuikens per vierkante meter. Hier worden soms bezettingsgraden van 55kg per m2 aangetroffen. In zuidelijke landen is dat beduidend minder.

Na jarenlang onderhandelen en het naar beneden bijstellen van de normen lijkt er nu eindelijk een akkoord te komen voor een welzijnsrichtlijn voor vleeskuikens. Het belangrijkste element uit het voorstel bestaat uit het voorschrijven van een maximale bezettingsgraad voor vleeskuikens van 33 kg/m2. Pluimveehouders kunnen een uitzondering aanvragen om een dichtheid tot 42 kg/m2 te bereiken als zij aantonen te beschikken over betere stalinrichting en beter management. Dit moet dan blijken uit een lagere sterfte van vleeskuikens op hun bedrijf gedurende een aantal jaren.

Deze eisen lijken een verbetering voor de situatie in Nederland omdat hier de dichtheden doorgaans een stuk hoger liggen. Het is echter een verslechtering vergeleken met het vorige voorstel onder Fins voorzitterschap dat uitging van 30 kg per vierkante meter. Bovendien stelde een wetenschappelijk onderzoeksrapport over het welzijn van vleeskuikens van de Europese Commissie dat bij een bezettingdichtheid tot maximaal 25 kg/m2 het welzijn van vleeskuikens redelijk is en dat bij een bezetting boven de 30 kg/m2 er een sterke stijging is van ernstige welzijns- en gezondheidsproblemen.

Het is wrang dat er een richtlijn is aangenomen die bijna het dubbele aantal kippen per vierkante meter toestaat en het is onbegrijpelijk dat geen van de traditionele partijen of de zich diervriendelijk noemende minister op geen enkele wijze protest aantekent. Bovendien stond in een eerder voorstel nog een richtlijn voor het maximale percentage voetzoolaandoeningen zoals zweren en blaren. Juist het registreren van voetzoolaandoeningen is een goede indicator voor het welzijn van vleeskippen en het aanpakken van voetzoolproblemen levert veel welzijnswinst op. Ook die indicator is in de onderhandelingen gesneuveld en dus moeten kippen ook in het nieuwe voorstel op de blaren zitten om mensen een goedkope ‘drumstick’ op te leveren.

Ondanks de geplukte normen en een totaal gebrek aan overige dierenwelzijnseisen plengen de pluimveehouders nu krokodillentranen. De twee extra kippen per vierkante meter die vanaf 2010 niet meer mogen worden gehouden maakten volgens een kippenvoorman het verschil tussen een winstgevend en verliesgevend bedrijf. In plaats van bij zichzelf te rade te gaan of deze tak überhaupt bestaansrecht heeft als een groeiend kippenleed noodzakelijk is om winstgevend te zijn, wordt de beschuldigende vinger gericht op de andere kant van de wereld waar kippen het nog veel slechter zouden hebben dan hier.

En dat blijkt niet eens waar te zijn. In Brazilië worden, zo blijkt uit onderzoek van het Landbouw Economisch Instituut, 14-16 kippen per vierkante meter gehouden. Ook blijkt uit dit onderzoek dat het met het dierenwelzijn niet slechter is gesteld dan in Nederland. In plaats van kansen te zien in een echte omslag naar een diervriendelijker houderijsysteem voor kwaliteitskippen om zich te onderscheiden, koestert de sector zich in zelfmedelijden. En de minister vindt het Europese gelijk speelveld principe goed genoeg om zich verder op nationaal niveau, noch internationaal in te spannen voor betere leefomstandigheden voor kippen. De schandvlek van het leed van honderden miljoenen kippen wordt herbevestigd door een EU die dieren hooguit ziet als goedkope en makkelijk af te schrijven productiemiddelen.

Het is hoog tijd dat we ophouden met het verzinnen van uitwegen, het stapelen van excuses op excuses. We mogen onze ogen niet langer sluiten voor wat er zich afspeelt achter de muren van onze bio-industrie. In Nederland lijden en sterven per jaar 400 miljoen kippen onder omstandigheden die letterlijk het daglicht niet kunnen verdragen. En in 2010 wordt dat niet beter als het aan de Europese politiek, met steun van onze minister van landbouw ligt. Gerda Verburg is nu eenmaal ambassadrice van één van de meest kipdichte landen ter wereld. En kennelijk wil ze dat graag zo houden, met een flinterdun alibi van ogenschijnlijke verbetering, die in werkelijkheid de detentie van vleeskippen onder helse omstandigheden weer voor vele jaren zal bestendigen.

Marianne Thieme, Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief