Opinie: De vos: onschuldig ter dood veroor­deeld


12 maart 2006

Na jarenlang onderzoek, mogelijk gemaakt door minister Veerman om feiten aan te dragen voor een goede maatschappelijke discussie over wat er wel en niet moest gebeuren met vermeende schadelijke diersoorten, kwam afgelopen weekend eindelijk duidelijkheid over de relatie tussen het aantal vossen en kraaien en de weidevogelstand. De resultaten liegen er niet om: de vos en de kraai blijken geen rol van betekenis te spelen in de bedreiging van de weidevogelstand. Een domper voor de jagerslobby en de aan haar gelieerde ‘weidevogelbeschermers’ en eierrapers. Minister Veerman heeft de resultaten van het onderzoek echter niet afgewacht. Vóórdat de resultaten van het onderzoek gepresenteerd werden, publiceerde hij schielijk een nieuwe lijst van dieren die vrij bejaagd mogen worden. Volgens Veerman is bij de vos “voldoende aangetoond” dat sprake is van een landelijk probleem. Lijnrecht in strijd met de uitkomsten van het door hem gefinancierde onderzoek én in strijd met advies van het Faunafonds stelt Veerman dat de vos de toch al slechte weidevogelstand verder achteruit helpt. Het gaat de minister dan vooral om de grutto. "De huidige mogelijkheden in de Flora- en faunawet ter bestrijding van de vos hebben tot nu toe onvoldoende effect op de terugloop van het aantal weidevogels", schrijft hij –volkomen uit de lucht gegrepen- in zijn toelichting.

Deskundigen zetten grote vraagtekens bij het overhaaste besluit van de minister. Nu al is duidelijk dat plaatsing van de vos op de landelijke vrijstellingslijst nauwelijks of zelfs negatief effect zou kunnen hebben op de weidevogelstand. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Alterra en Landschapsbeheer Nederland concluderen na meerjarig onderzoek in zeventien weidevogelgebieden juist dat de vos niet de hoofdschuldige is .
De landbouw bedrijvende mens blijkt veruit de grootste oorzaak van de teruggang van de weidevogelstand, door vroeg maaien, manipulatie van de grondwaterstand, mestinjectie etc.

Wolf Teunissen, projectleider van het onderzoek, is ronduit verbaasd over de premature landelijke vogelvrijverklaring van de vos. "Het hele idee achter dit onderzoek is dat er altijd al indianenverhalen bestonden over predatie. Het is jammer dat het ministerie zoveel geld uitgeeft en het resultaat vervolgens niet afwacht".

Weidevogelexpert drs. Hans Schekkerman van Alterra, noemt het besluit van de minister om vossen vogelvrij te verklaren "voorbarig". Gruttonesten werden in het onderzoek onder meer met camera’s bewaakt (…). Daaruit werd duidelijk dat er een groot aantal verschillende diersoorten betrokken is bij het opeten van eieren en kuikens van weidevogels, óók diersoorten die vooral de vos als natuurlijke vijand kennen, zoals marterachtigen. Deze soorten vormen een grotere bedreiging voor weidevogels dan vossen maar Veerman laat het natuurlijk evenwicht aan flarden schieten.

In totaal werden ten minste 15 diersoorten geïdentificeerd als predator van weidevogelkuikens: 11 soorten vogels en vier soorten zoogdieren. Predatie door vogels komt twee tot vier maal zo vaak voor als predatie door zoogdieren. Geen enkele predatorsoort is verantwoordelijk voor meer dan ca. 20% van de kuikenverliezen. Wel maken drie soorten een groter aandeel uit dan de overige: Buizerd (12%), Blauwe Reiger (8-18%) en Hermelijn (incl. Wezel/Bunzing, 15%). Zwarte Kraai volgt op enige afstand met 6%. De overige soorten (Torenvalk, Havik, Sperwer, Bruine Kiekendief,Kauw, Kleine Mantelmeeuw, Stormmeeuw, Ooievaar, Rat, Vos en Kat) maken niet meer dan hooguit enkele procenten van het totaal uit.

Schekkerman. "Het lijkt mij niet logisch om één soort te bestrijden. Er zijn ook gebieden waar wel vossen zitten, maar waar geen problemen zijn." Schekkerman betwijfelt of de jacht op vossen effectief is voor de weidevogels en is benieuwd wat er nu nog met de resultaten van het onderzoek gaat gebeuren. "Ons onderzoek was bedoeld om feiten aan te dragen voor een goede maatschappelijke discussie over wat er moet gebeuren." Het besluit van Veerman doorkruist dat.

De vos wordt nu -ondanks grote vraagtekens onder experts- op basis van vermeend schadelijk gedrag landelijk vrij bejaagbaar verklaard door de minister. Houtduif, konijn, kauw en zwarte kraai waren eerder al vogelvrij verklaard op basis van net zulke ondeugdelijke argumenten onder druk van de CDA fractie. Het is onbegrijpelijk dat minister Veerman, die nu al de geschiedenis in gaat als de meest dieronvriendelijke minister, ongehinderd kan doorgaan met z’n voor dieren genadeloze vervolgingspolitiek. De steun van de boeren- en jagerslobby in CDA, VVD en LPF en het vrijwel totaal ontbreken van een diervriendelijke oppositie, hebben hem er zelfs toe geïnspireerd om nog dit jaar de in het verleden zwaar bevochten Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren af te schaffen. En de evaluatie van de uitgeklede en aan flarden geschoten Flora- en Faunawet die pas volgend jaar in de - geheel anders samengestelde -Kamer zou plaatsvinden, is onder dreiging van de vorming van een diervriendelijke kamermeerderheid een jaar vervroegd, zodat de boeren en jagers die nu de kamer domineren daar nog zelf een finaal oordeel over kunnen geven.
Schelmenstreken zonder mededogen zoals ze eeuwenlang ten onrechte zijn toegeschreven aan Reinaerd de Vos!

Mr. Marianne Thieme, voorzitter Partij voor de Dieren.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief