Bleker en Dijksma hollen de bescherming van de natuur uit


8 oktober 2014

De Wet Natuurbescherming, die nu in de Tweede Kamer behandeld wordt, maakt het nog moeilijker om de kwetsbare natuur in Nederland effectief te beschermen. De wet geeft jagers vrij spel om zelf te bepalen hoeveel dieren er afgeschoten mogen worden, en laat de plezierjacht, waar jaarlijks duizenden dieren het slachtoffer van worden, ongemoeid. De Partij voor de Dieren verzet zich tegen deze nieuwe natuurwet, die een samenvoeging is van de Natuurbeschermingswet 1989, de Boswet en de Flora- en Faunawet.

De Partij voor de Dieren heeft schriftelijk vragen gesteld over de nieuwe Natuurwet ter voorbereiding op het grote debat dat waarschijnlijk begin 2015 gehouden wordt over de nieuwe wet. De vragen zijn vrij technisch van aard maar vragen de regering ook om een nadere motivering bij het verminderen van de bescherming van flora en fauna en natuurgebieden. Deze vragen zijn hier te lezen.

Algemeen
De Partij voor de Dieren stelt vast dat de regering de bescherming van natuur en dieren verder verslechtert met deze nieuwe wet. De noodzakelijke maatregelen om de natuur en de biodiversiteit te herstellen zijn niet in het voorstel voor de nieuwe Natuurbeschermingswet te vinden. De regering specificeert in het wetsvoorstel de intrinsieke waarde van natuur als doelbepaling, maar die intrinsieke waarde van natuur ontbreekt vervolgens volledig in de tekst, de doelen en de geest van het wetsvoorstel. De regering verbiedt de plezierjacht niet terwijl er groot maatschappelijk en politiek draagvlak (gezien de verkiezingsbeloftes van de politieke partijen in de Kamer) voor een verbod is.

Ten opzichte van 300 jaar geleden heeft Nederland nog maar 15% van haar biodiversiteit weten te bewaren, veel minder dan andere Europese landen. Ondanks wetten en beleid om de natuur beter te beschermen en –waar die bescherming daadwerkelijk is toegepast- voorzichtige tekenen van herstel hier en daar, is het Nederland nog steeds niet gelukt de totale afname plant- en diersoorten te stoppen. De versnippering gaat nog altijd door, evenals de aantasting van natuur door veefabrieken en snelwegen. Betere handhaving van bestaande natuurwetgeving en op punten aanscherping van natuurbescherming is daarom noodzakelijk.

De regering kiest echter voor het tegenovergestelde. Zij neemt het absolute minimum van de internationale afspraken voor de bescherming van natuur als uitgangspunt en weigert zelfs voor deze minimale doelen voldoende waarborgen op te nemen in de wet en haar natuurbeleid. Staatssecretaris Dijksma laat met dit wetsvoorstel zien dat ze geen eigen intrinsieke motivatie heeft om de natuur te beschermen. Bovendien maakt de minimalisering van natuurbescherming - aan de hand van verschillende richtlijnen en verdragen - de wet ingewikkelder. Elke richtlijn en elk verdrag kent verschillende beschermingsregimes. Het overnemen van al die beschermingsregimes maakt wetgeving onnodig complex. Een keuze voor één eigen beschermingsregime zou veel beter zijn, maar de regering ziet daarvan af. Opvallend, aangezien de regering juist zegt de Natuurbeschermingswet te willen vereenvoudigen.

Staat schuift verantwoordelijkheid af naar provincies: decentralisatie
De regering schuift veel verantwoordelijkheden af op provincies. Zo moeten provincies zorg dragen voor bescherming, instandhouding of herstel van biotopen en leefgebieden, en voor het behoud of herstel van een gunstige staat van instandhouding van de van nature in Nederland voorkomende soorten dieren en planten en hun habitats, genoemd in de Habitatrichtlijn. De regering zegt dat de provincies nu verantwoordelijk zijn voor het realiseren van een natuurnetwerk en het halen van de natuurdoelen. Tegelijkertijd wordt er fors bezuinigd op het natuurbudget. De provincies hebben daarom al laten weten geen resultaatsverplichting te accepteren. Ook in de wet is het daadwerkelijke resultaat van een robuuste en goed beschermde natuur niet geborgd. Terwijl de natuur er slecht aan toe is geldt er slechts een inspanningsverplichting voor provincies. De PvdD wil weten hoe deze onduidelijke inspanningsverplichting per provincie zich verhoudt tot de resultaten die Nederland landelijk moet boeken om aan internationale afspraken te voldoen.

Economische belangen boven natuurwaarden
Met het wetsvoorstel wordt de deur verder opengezet om te morrelen aan natuurbescherming ten behoeve van economische activiteiten. Vooral in veedichte gebieden is de natuur er slecht aan toe, omdat de stikstof uit de stallen funest is voor kwetsbare natuur. In plaats van een rem te zetten op de veestapel om natuur te beschermen, introduceert de regering een zogenaamde ‘programmatische aanpak stikstof’ (PAS) die de problemen zou moeten oplossen. De aanpak gaat echter niet uit van bescherming van natuur, maar van het creëren van zogenaamde ontwikkelingsruimte. Het plan is om overtollige stikstof uit natuurgebieden te verwijderen, zodat er weer vervuilingsruimte vrij komt en er nieuwe vergunningen kunnen worden afgegeven voor uitbreiding van de vee-industrie. De Partij voor de Dieren verzet zich tegen deze “programmatische aanpak” en vindt het onbehoorlijk dat de PAS wordt verkocht als een natuurbeschermingsinstrument, terwijl het is bedoeld om verdere vervuiling mogelijk te maken. Ook natuurbeschermingsjuristen wijzen erop dat de PAS op deze manier weinig voorstelt omdat natuurherstel niet is gegarandeerd alvorens economische ontwikkelingsruimte beschikbaar komt.

Faunabeheer door het geweer
Het kabinet houdt de plezierjacht in stand. De Partij voor de Dieren betreurt het dat het wetsvoorstel zich primair focust op faunabeheer met het geweer. Wij missen een integrale afweging bij ontheffingen, vrijstellingen of aanwijzingen in het wetsvoorstel.

Het wetsvoorstel bepaalt, dat beheer en jacht plaatsvindt op basis van een faunabeheerplan, opgesteld door een faunabeheereenheid. Faunabeheerplannen, inclusief afschotplannen, worden hiermee opgesteld door jachthouders, ofwel door de uitvoerders zelf. Dit is niet objectief. Belangen van in het wild levende dieren worden volstrekt onvoldoende meegewogen door faunabeheereenheden. Het geweer wordt steevast gezien als het ultieme middel en alternatieve maatregelen worden niet serieus beoordeeld of direct als niet-effectief afgewezen.

De Partij voor de Dieren wil van de regering weten waarom er geen verbod op de plezierjacht op hazen, konijnen, eenden, houtduiven en fazanten wordt ingesteld (jacht zonder noodzaak). Als de regering het belangrijk vindt om de natuur duurzaam te beheren, waarom beëindigd ze dat niet de jacht zonder noodzaak en maakt zij, indien alle andere middelen uitgeput zijn ter voorkoming van ernstige schade of andere ernstige problemen, zoals die in de wet zijn opgesomd, geen gebruik van de al bestaande kaders van beheer en schadebestrijding? Welke doelen dient de jacht nog meer voor volgens de regering anders dan beheer en schadebestrijding?

Nachtjacht en jagen in natuurgebieden wordt mogelijk
De regering maakt het mogelijk om ook ‘s nachts met zwaar geschut te jagen met schijnwerpers. Het gevolg is verstoring, onveiligheid en meer aangeschoten dieren. Ook maakt het wetsvoorstel het mogelijk om in natuurgebieden te jagen. Alle natuurbeschermingsorganisaties zijn hier tegen. De Partij voor de Dieren is zeer gekant tegen deze beslissing van de regering en vraagt om nadere motivering.

Handhaving; geen onafhankelijke toezichthouders
Het valt de Partij voor de Dieren-fractie op dat in het wetsvoorstel de jachtopzichter twee volstrekt onverenigbare functies combineert. Volgens de definitie is de jachtopziener zowel beschermer van de jachtbelangen van de jachthouder als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Enkele vragen aan de regering:
Vindt de regering het in het algemeen gewenst dat een handhaver van de wet op de loonlijst staat van mogelijke overtreders waarvan hij de belangen dient te behartigen?
Kan de regering aangeven waarom ze dat in het bijzonder in het geval van de jacht een goed idee vindt?
Deelt de regering de opvatting van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie dat het veel gevraagd is van een jachtopzichter om zijn broodheer te verbaliseren in voorkomende gevallen van wetsovertreding en dat daarmee zijn onafhankelijkheid als toezichthouder in het geding is?
Hoe ziet de regering de belangenverstrengeling tussen de toezichthouder die tevens zelf jager is, zoals bleek in het geval van de door de brandweer geredde zwijnen, die vervolgens door een BOA / jager werden gedood op onreglementaire wijze?
Hoe wil de regering deze rolverwisseling voorkomen en is de regering met deze leden van mening dat het risico van wetsovertreding vergroot wordt wanneer er geen sprake is van sociale controle, doordat de activiteiten zich afspelen buiten het zicht van het publiek?
Is met name in dergelijke omstandigheden niet gewenst de rol van toezichthouder strikt gescheiden te houden van die van de jager, zowel voor wat betreft belangen als in termen van een afhankelijkheidsrelatie?
Is de regering bereid de jachtopziener anders te definiëren, zodanig dat die niet in dienst kan zijn van de jager of jachthouder, zodanig dat die niet zelf jager kan zijn en zodanig dat niet de belangen van de jachthouder leidend zijn, maar die van flora- en fauna? Zo nee, waarom niet?

Uitbreide mogelijkheden voor ontheffing of vrijstelling voor vangen, verstoren en doden van dieren in het wild
De regering schept een extra mogelijkheid voor provincies om vrijstelling of ontheffing te verlenen voor het vangen van vogels en andere dieren. Het wetsvoorstel maakt het zelfs mogelijk om de dieren uit het wild “verstandig” te houden. Ze maakt in het geheel niet duidelijk waarom ze dit wil toestaan en welk doel deze houderij van niet gedomesticeerde dieren dient.

Verstoring van vogels mag
De Partij voor de Dieren-fractie maakt zich zorgen over de insteek van de regering om niet elke verstoring van vogels, maar enkel verstoringen van vogels die een wezenlijke invloed hebben op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort te verbieden. De bescherming van dieren behorende tot een beschermde soort laat de regering hiermee los en daarmee creëert ze een onmogelijk handhaafbare eis. Hoe denkt de regering het verbod op verstoring te gaan handhaven? Hoe moeten handhavers onderscheid maken tussen verstoring en verstoringen die een wezenlijke invloed hebben op de staat van instandhouding?

Afsluiting
De Partij voor de Dieren maakt zich grote zorgen over de effecten van de nieuwe Natuurwet. Het is van groot belang iedereen die de natuur een warm hart toedraagt, aan de regering laat weten dat het onacceptabel is dat dieren en de natuur ondergeschikt worden gemaakt aan economische belangen en de hobby van een handjevol jagers.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief