Bijeen­komst Tweede Kamer over beheer dieren in het wild


10 april 2014

Wetenschappers en natuurbeheerders hebben woensdag hun visie gegeven op het beheer van dieren in het wild tijdens een bijeenkomst georganiseerd door de Partij voor de Dieren, naar aanleiding van de Groot Wild Enquête van Natuurmonumenten. Natuurlijke populaties in plaats van bejaging van dieren: dat is wat de meerderheid van de mensen wil en wat volgens wetenschappers en natuurbeheerders het beste is voor de natuur.

Natuurlijke populaties vergroten de zichtbaarheid van dieren en hebben positieve effecten op de natuur. “Mensen vinden het fantastisch om grote dieren te zien in de natuur. Het is zelfs een reden voor natuurbezoek”, aldus Teo Wams van Natuurmonumenten. Populaties passen zich aan aan hun omgeving”, zegt Hans Breeveld van Staatsbosbeheer. Natuurfilosoof aan de Wageningen Universiteit en Radboud Universiteit Jozef Keulartz legt uit: “Afschieten en bijvoeren zet natuurlijke mechanismen buiten spel. Door bejaging wordt de ontwikkeling van de natuur volledig om zeep geholpen”, aldus Keulartz. “Bij afschieten weet je niet of je de juiste selectie maakt. Er wordt ook op gezonde dieren geschoten”, geeft Femmie Kraaijveld van de Dierenbescherming nog een argument tegen bejaging.

Er is brede steun voor het vergroten en verbinden van natuurgebieden om zo meer leefruimte te creëren voor grote hoefdieren. Voor overlast zijn volgens Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de wetenschappers goede oplossingen, zoals wallen, hekken en roosters om akkers te beschermen.

De bijeenkomst werd gehouden om Kamerleden te infomeren over de mogelijkheden voor natuurlijk populatiebeheer, met het oog op het debat over wildbeheer op 16 april. Kamerleden werden geïnformeerd over beheer van dieren in het wild en stelden ook vragen aan de zeven aanwezige deskundigen.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief