Verzet kabinet tegen palmolie als brandstof moet zichtbaarder

DEN HAAG | Het kabinet moet dankzij een breed gesteunde motie van de Partij voor de Dieren laten zien hoe het zich inspant tegen palmolie als brandstof. Momenteel is het onduidelijk hoe de regering invulling geeft aan meerdere opdrachten van de Tweede Kamer.

Er ligt momentel een reeks aangenomen moties die het kabinet verzoeken in Europa actief te strijden tegen het gebruik van voedselgewassen zoals palmolie en soja als biobrandstof. De Tweede Kamer kreeg bj navraag te horen dat hier werk van werd gemaakt. Desondanks melden bronnen binnen de EU dat Nederland, de grootste importeur van palmolie in Europa, niet voorop loopt in de strijd tegen deze biobrandstof. Opmerkelijk, want  er wordt op dit moment stevig onderhandeld over het aandeel voedselgewassen in de brandstoftank Dit aandeel moet naar nul, maar het tegenovergestelde gebeurt; het gebruik van palmolie in Europa stijgt. Ook in Nederland steeg het gebruik van palmolie in biobrandstoffen afgelopen jaar met 11 procent, zo schreef het Nederlands Dagblad gisteren.

Met de aangenomen motie wil de Partij voor de Dieren voorkomen dat het kabinet zijn opdracht in Europa ter zijde schuift en zich juist extra inspant tegen palmolie als biobrandstof. Voedsel zou geen onderdeel van brandstof moeten zijn. De productie van palmolie gaat immers gepaard met grootschalige verwoesting van gebieden, regenwouden, veenmoerasgebieden. Voor palmolie worden een miljoen voetbalvelden per jaar aan regenwoud gekapt. Daardoor worden de orang-oetang en Sumatraanse tijger ernstig met uitsterven bedreigd.

De tekst van de motie:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering inzichtelijk te maken welke acties Nederland heeft ondernomen in de Raad om de meest schadelijke gewassen (op het gebied van CO2 en ILUC), zoals palmolie, zoveel mogelijk uit te sluiten als biobrandstof en de kamer daarover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag,

Wassenberg