Wetge­vings­overleg jaar­verslag LNV


10 juni 2008

Algemeen
Voorzitter. Voordat ik inga op de specifieke aandachtspunten in het jaarverslag wil ik eerst wat algemene indrukken kwijt.

Het Jaarverslag 2007 illustreert het lage ambitieniveau van dit Kabinet als het gaat om de inzet op dierenwelzijn en duurzaamheid. Een minister die claimt dat het schrijven van een nota dierenwelzijn en de Wet dieren een geboekte dierenwelzijnsprestatie is, neemt een beter leven voor productiedieren, gezelschapsdieren, dieren in de vermaakindustrie en in het wild levende dieren niet serieus. De Algemene Rekenkamer merkte terecht op dat ‘veel doelstellingen niet zijn uitgewerkt in instrumenten’ en dat het geheel onduidelijk is op welke wijze gemeten kan worden welke voortgang is bereikt wat betreft de kabinetsdoelstelling: ‘het waarborgen en verbeteren van het welzijn van landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren’.

Het blijkt dat de minister haar verantwoordelijkheden afschuift. Een werkelijke verbetering van het dierenwelzijn is voor dieren in Nederland een lot uit de loterij gebleven. De sector en markt mogen vrijelijk bepalen of en wanneer een dier het beter krijgt. Ook mag de markt en de sector zelf bepalen wat ‘beter’ inhoudt. Immers verduurzaming en dierenwelzijn zijn niet gedefinieerde begrippen.

Mijn vraag is: waar kunnen we de minister volgend jaar eigenlijk op afrekenen nu zij voor het tweede jaar verzaakt effectindicatoren en concrete resultaten te benoemen?

Dierenwelzijn
Voorzitter, dan ga ik nu in op specifieke thema’s die ook aan bod komen in het jaarverslag en de feitelijke vragen en antwoorden. Ik moet zeggen dat de vage antwoorden van de minister mij zeer gestoord hebben. Neemt de minister de Kamer wel serieus met haar controlerende taak?

  • De minister zegt dat het lastig is meetbare indicatoren te formuleren omdat het vooral de sector is die zaken initieert. Moeten we de minister en de sector maar op hun blauwe ogen geloven dat de middelen zo effectief en efficiënt ingezet worden, voor het behalen van de kabinetsdoelstellingen. Graag een reactie.
  • De minister heeft sinds 2007 moties uitgevoerd die een beter dierenwelzijn weer op de lange termijn schuiven en dus indruisen tegen haar eigen nota. Ik noem er een paar:
    - kleingruppenhaltung wel toestaan terwijl het ook vorm is van een verrijkte kooi welke via mijn motie afgeschaft moest worden,
    - het uitstellen van de verplichting tot rubberen kalvermatten,
    - het voortduren van het vriesbranden van koeien,
    maar daartegenover staan geen nieuwe ambities geplaatst, die verder gaan dan wat sectorstimulansen. Diervriendelijke moties worden nog steeds niet uitgevoerd of worden uitgesteld
    - zoals cameratoezicht op veemarkten,
    - het ratificeren van het Europees verdrag ter bescherming van huisdieren en
    - het aanpakken van de fraudegevoeligheid van het vergunningensysteem van de handel in exoten.

Dus het lijkt erop dat de minister zeer selectief omgaat met wat de Kamer haar vraagt. Graag een reactie.

Duurzame veehouderij
Voorzitter. Dan de veronderstelde bereikte resultaten ten aanzien van de ontwikkeling van een duurzame veehouderij. Kan de minister mij vertellen wanneer een stal integraal duurzaam en diervriendelijk is? De Algemene Rekenkamer vroeg zich dat namelijk ook af en zou voor volgend jaar een verduidelijkende passage willen zien. Gaat die er ook komen? Ik heb hierover al een motie ingediend. Graag een reactie.

Verder ontbreken in het jaarverslag en in de schriftelijke reactie van de minister duidelijke mijlpalen die ons vertellen welk aandeel de duurzame veehouderij heeft over 15 jaar. Het schrijven van een mooie toekomstdroom over een duurzame en diervriendelijke veehouderij in 2023 is natuurlijk niet zo moeilijk. Het realiseren wel. Een convenant, zoals de minister voorstelt, is een intentie die net zo makkelijk weer gebroken kan worden, als dat het is ondertekend. Bovendien laat dat weer het initiatief bij de markt liggen. Waar kunnen we de minister volgend jaar op afrekenen, om vertrouwen te krijgen dat al een stukje van die droom is gerealiseerd?

Overheveling dierenwelzijnsbudget naar kennis
Voorzitter. Het schamele LNV budget voor dierenwelzijn is verder uitgekleed door een overheveling van 600.000 euro naar de post kennis. Geld dat besteed wordt aan onderzoek naar verdoofd castreren, welzijn circusdieren en groepshuisvesting van zeugen. Ik vind het onbegrijpelijk dat nog geld wordt ingezet voor dit soort onderzoek, terwijl al is gebleken dat biggencastratie onnodig is, circusdieren hun natuurlijk gedrag nooit kunnen uiten en zeugen natuurlijk liever in groepen zitten, dan alleen. Wat valt er nog te onderzoeken? De minister geeft als reactie dat de onderzoeken op deze wijze nog in 2007 konden starten. Dat roept bij mij grote vragen op:

  • Waarom wordt onnodig onderzoek uitgevoerd anders dan uitstel te bewerkstelligen in plaats van het ondernemen van echte actie?;
  • Waarom maakt de post ‘aandacht voor het dier’ slechts 13% uit van het budget aan het totale onderzoek in de veehouderij? Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Duurzame productie en consumptie
Voorzitter. Dan wil ik als laatste ingaan op de beleidsdoelstelling om duurzame consumptie en productie te bevorderen. De minister is trekker van dit punt op de duurzaamheidsagenda van het Kabinet. De fractie van de Partij voor de Dieren was verheugd te zien dat het Kabinet streeft naar een meer duurzame consumptie en productie van eiwitten. Maar we juichen niet te vroeg. Want het is nog onduidelijk welke ambities daaraan worden gekoppeld en welke concrete resultaten worden beoogd. En… hoe zullen de prestaties inzichtelijk worden gemaakt? Is het kabinet bijvoorbeeld enthousiast als alle Nederlanders gemiddeld twee dagen minder vlees eten in de week of gaan zij voor een nog uitdagender ambitie? Graag een doorkijkje over wat we mogen verwachten in de Nota Voedsel en Consument en in hoeverre daar wel afrekenbare doelstellingen worden opgenomen? Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Voorzitter. 70% van de productie uit de veehouderij wordt geëxporteerd. Ik maak mij grote zorgen dat de marktgerichte focus van de minister en zij over het hoofd ziet dat de Nederlandse consument via zijn aankoopgedrag maar een zeer beperkte invloed kan uitoefenen op de sector hier. Hoe kijkt de minister daar tegenaan?
Dank u wel!