Schrif­te­lijke inbreng over vogel­griep bij vossen


24 juni 2021

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren maken zich al jaren grote zorgen over het vogelgriepvirus en de wijze waarop wordt omgesprongen met de risico’s hiervan. Nederland heeft dit jaar te maken met een ‘vogelgriepepidemie’, zoals de minister de huidige situatie in haar brief terecht noemt. Wederom zijn er honderdduizenden zieke en gezonde kippen, eenden en kalkoenen massaal vergast. En wederom worden de lege stallen daarna weer vol gezet met honderdduizenden andere dieren. Deze epidemie duurt nu al acht maanden. Waar de minister het in oktober zorgelijk noemde dat al zo vroeg in het ‘vogelgriepseizoen’ zoveel vogels met vogelgriep werden gevonden in Nederland, schreef de Boerderij onlangs dat hier nog niet eerder zo laat in het voorjaar nog vogelgriep was. En nou bleek het virus half mei ook nog te zijn overgesprongen van dode wilde vogels naar vossen in een natuurgebied in Groningen. De hoogpathogene, ofwel zeer gevaarlijke en besmettelijke vogelgriepvariant H5N1 is daarmee van de ene diersoort op de ander overgesprongen. Wat betekent dit voor de gevaren van virusmutaties, vragen de leden. En hoe wordt dit gemonitord en door wie? Welke andere wilde dieren lopen een risico om besmet te raken met vogelgriepvariant H5N1? De minister schrijft dat ook honden en katten gevoelig kunnen zijn voor vogelgriep. Bestaat er een risico dat huisdieren besmet raken met H5N1? Hoe wordt dit gemonitord? En zo ja, wat betekent dit voor het risico dat het virus kan overspringen van (huis)dier naar mens?

Virologen waarschuwen al jaren voor de immense risico’s van het vogelgriepvirus. Eerder al bleken vogelgriepvarianten H5N1, H7N9, H9N2 en H7N7 voor mensen gevaarlijk te zijn en dit jaar bleken in Rusland ook voor het eerst mensen te zijn besmet met H5N8. Is het mogelijk dat het vogelgriepvirus in de toekomst jaarrond aanwezig blijft in Nederland, vragen de leden. En wat betekent dit voor de gezondheidsrisico’s voor mens en dier?

Wat de leden van de Partij voor de Dierenfractie betreft is het dan ook hoog tijd voor een nieuwe, effectieve aanpak.

Het vogelgriepvirus kwam dit najaar vermoedelijk uit Rusland naar Nederland, schreef de minister dit najaar. Over Rusland was al langer bekend dat het vogelgriepvirus daar niet onder controle was. Nederlandse pluimveebedrijven sprongen gretig in het gat dat ontstond doordat grote Russische bedrijven met (vleeskuiken)ouderdieren werden getroffen door vogelgriep. Kan de minister bevestigen dat Nederlandse bedrijven in 2019 305,3 miljoen broedeieren met ouderdieren en in 2020 240,1 miljoen broedeieren naar Rusland hebben geëxporteerd? Daarmee hebben deze bedrijven bijgedragen aan het in de benen houden van de Russische pluimveehouderij. Ook Polen verloor de controle over de vele uitbraken van vogelgriep. In de afgelopen maanden zijn daar minstens tien miljoen dieren vergast. Kan de minister bevestigen dat Nederlandse bedrijven in 2019 7,4 miljoen broedeieren en in 2020 3,6 miljoen broedeieren naar Polen hebben geëxporteerd? Hoe ziet de minister de rol van deze Nederlandse bedrijven in het ontstaan en de verspreiding van het vogelgriepvirus?

Kan de minister bevestigen dat zij de ophokplicht recent heeft opgeheven in vijf van de twintig Nederlandse regio’s, omdat in die regio’s de kans op een uitbraak van vogelgriep matig is, in plaats van hoog? Kan de minister bevestigen dat zij de ophokplicht in de regio waar de Gelderse Vallei onder valt juist in stand laat vanwege de hoge pluimveedichtheid in die regio? Erkent de minister daarmee dat het houden van zoveel dieren op zo’n kleine oppervlakte een zeer grote risicofactor is voor de verspreiding van dierziekten?

Kan de minister bevestigen dat de aanwezigheid van open water in de omgeving de kans op de uitbraak van vogelgriep aanzienlijk vergroot? Om die reden roept de Nederlandse Pluimveehouders Vakbond op om bij de ontwikkeling van natte natuur rekening te houden met pluimveehouders. Dit is de wereld op zijn kop. Deelt de minister het inzicht dat de ontwikkeling van natte natuur essentieel is voor waterberging (klimaatadaptatie) en het vasthouden van CO2 (klimaatmitigatie)? Kan de minister de leden duidelijk maken dat de belangen van de pluimveesector niet worden meegewogen in de besluitvorming rond de ontwikkeling van natte natuur?

Tot nu toe hebben bijna acht maanden ophokplicht niet geleid tot een einde aan de vogelgriepepidemie. Ook het vergassen van 812.000 kippen, eenden en kalkoenen heeft er niet toe geleid dat het virus succesvol is bestreden. Erkent de minister dat een andere aanpak dus nodig is, om te voorkomen dat dit zich blijft herhalen? Kan de minister uiteenzetten welke nieuwe oplossingsrichtingen op tafel liggen bij de gesprekken die nu worden gevoerd over de aanpak van de vogelgriep? Wordt een krimp van het aantal dieren in de pluimveehouderij besproken? Zo nee, waarom niet? Wordt er gesproken over het maximeren van het aantal dieren per bedrijf? Zo nee, waarom niet? Wordt de handel in broedeieren naar landen waar jaarlijks vogelgriep heerst hierbij besproken? Zo nee, waarom niet? Wordt de toekomst van de eendenhouderij in Nederland hierbij besproken, aangezien eenden ten opzichte van kippen 23 maal zoveel kans hebben op besmetting met vogelgriep, terwijl deze dieren altijd al binnen worden gehouden?

Wat de Partij voor de Dieren betreft is het goed dat het wordt gesproken over de vaccinatie van kippen. Maar dit moet wel onderdeel zijn van een breder plan.

Erkent de minister dat vaccinatie slechts symptoombestrijding is zolang we niets doen aan de schaal waarop kippen, eenden en kalkoenen worden houden in de pluimvee-industrie en zolang Nederland de pluimvee-industrie in beruchte vogelgrieplanden in de benen blijft houden?