Schrif­te­lijke inbreng over subsidie voor de vrij­willige sluiting van een kolen­cen­trale


17 januari 2022

Inbreng SO Subsidie vrijwillige sluiting kolencentrale

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen van de miljoenensubsidie die het kabinet gaat verstrekken aan kolencentrale Onyx om vrijwillig te sluiten.

De leden zijn groot voorstander van het sluiten van kolencentrales. Zij beschouwen de manier waarop dit nu gaat echter wel als een voorbeeld van de manier waarop de achtereenvolgende kabinetten Rutte publiek geld omzetten in private winsten. Zij vinden het bovendien moreel verwerpelijk dat grote vervuilende bedrijven alleen met heel veel belastinggeld te porren zijn om te stoppen met het schaden van het algemeen belang. Wat de leden betreft hebben zulke grote bedrijven, die een maatschappelijke taak naar zich toe hebben getrokken, ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid, die in beginsel niet afgekocht zou hoeven worden. In beginsel begrijpen de leden dat vergunde bedrijfsactiviteiten die op verzoek van de regering moeten stoppen geld kosten. Hoe kijkt de nieuwe minister terug op het verstrekken van de vergunningen voor deze bedrijfsactiviteiten waarvan destijds al bekend had kunnen zijn dat die niet duurzaam zijn? En is de minister het ermee eens dat zeker grote bedrijven die bijvoorbeeld ook werkgelegenheid claimen – en daar geregeld ook bestaansrecht aan zeggen te ontlenen – een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben die ze uit zichzelf zouden moeten nemen? Wat vindt de minister ervan dat de overheid tekortschiet als hoeder van het algemeen belang en nu vooral optreedt als geldschieter voor specifieke belangen?

De leden zijn bezorgd over de precedentwerking hiervan. Tot nu toe voerden de achtereenvolgende kabinetten Rutte onvoorspelbaar, zwabberend en ontoereikend klimaatbeleid. De problemen van nu zijn hier het gevolg van. De leden zien een patroon: als onderdeel van een korte termijnoplossing verstrekt de overheid ongeclausuleerd vergunningen voor bedrijfsactiviteiten waarvan bekend is of had kunnen zijn dat ze niet duurzaam zijn. Als blijkt dat de klimaatdoelen niet gehaald worden – wat volgens de leden overigens vooraf logischerwijs ingezien had kunnen worden – maakt het kabinet als een kat in nood rare sprongen, waar miljarden mee gemoeid kunnen gaan. Grote vervuilende bedrijven weten vervolgens hun claims op belastinggeld wel te rechtvaardigen. Zij kunnen veinzen dat zij niet wisten waar ze aan toe waren. Herkent de minister dit patroon? Zo nee, welk patroon ziet de minister? Is de minister overtuigd van de manier waarop grote vervuilende bedrijven hun claims rechtvaardigen? De leden zijn dat namelijk niet. De klimaatcrisis is volop zichtbaar. Grote vervuilende bedrijven weten al lang dat zij hieraan bijdragen en dat zij dus eigenlijk geen recht van bestaan meer hebben. Is de minister het ermee eens dat zo veel mogelijk voorkomen moet worden dat in de toekomst nog meer belastinggeld omgezet gaat worden in private winsten? Welke lessen trekt de minister uit eerdere ervaringen met claims en compensatie uit belastinggeld? Hoe kijkt de minister aan tegen het opnemen van clausules die toekomstige claims op belastinggeld kunnen helpen voorkomen? En is de minister bereid om dit soort lessen toe te passen op nieuwe en lopende vergunningsprocedures voor bijvoorbeeld gaswinning en afvallozingen? Zo nee, waarom niet? Hoe kijkt de minister aan tegen het ultimatum van Milieudefensie aan 29 grote vervuilers om binnen drie maanden met hun klimaatplan te komen? Is de minister het ermee eens dat het ontbreken van een klimaatplan erop wijst dat grote vervuilende bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid niet nemen en daar ook geen moeite voor hebben gedaan? Zo ja, hoe kan de minister dit bevorderen met wet- en regelgeving in plaats van belastinggeld? Zo nee, waarom is het volgens de minister logisch dat grote vervuilers midden in de klimaatcrisis nog steeds geen klimaatplannen hebben?