Schrif­te­lijke inbreng over de Mili­euraad van 20 en 21 januari


14 januari 2022

Inbreng Partij voor de Dieren SO Milieuraad d.d. 24-25 januari

Bossen

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen van de stukken en merken op dat deze raad onder andere gaat over de EU-bossenstrategie, het voorstel van de Commissie over Ontbossingsvrije producten en mogelijk de herziening van de LULUCF verordening. Bij veel van deze onderwerpen bestaat onduidelijkheid over belangrijke punten. Zo moeten de EU-lidstaten nog beslissen over de gezamenlijke definitie van primaire bossen en oerbossen, welke onder het strikte beschermingsregime zouden moeten vallen.

Uit antwoorden op eerdere vragen van de Partij voor de Dieren maken de leden op dat “de inzet van Nederland, maar ook Europa, is om de meest monotone productiebossen naar een hoger niveau te tillen door meer met natuurlijke processen te werken, meer boomsoorten aan te planten en voor meer structuurverschil te zorgen. Deze ingrepen zijn van belang voor de biodiversiteit, maar op lange termijn zijn ze ook cruciaal om de houtproductie te waarborgen in een veranderend klimaat”, aldus voormalig minister Schouten.[1] Hierbij meldde de minister dat “Het beschermen van Europese bossen en het vergroten van de koolstofput, zeker op de korte termijn, ten koste zal gaan van de houtproductie. Het ontbreekt echter nog aan concrete voorstellen om te voorkomen dat deze productie zal verschuiven naar derde landen”.

Bovendien liet de minister weten dat: “Duurzaam bosbeheer gebaseerd is op de drie pijlers van duurzaamheid, namelijk biodiversiteit/milieu, een sociale component en de economie. Er moet steeds een afweging tussen die pijlers gemaakt worden”.[2] Voor deze afweging ziet het kabinet graag dat de Commissie een afwegingskader ontwikkelt, gebaseerd op een impact assessment, voor het gebruik van bossen voor biodiversiteit, klimaat en bio-grondstoffengebruik in een circulaire economie op EU-niveau. Tegelijkertijd moet via LULUCF (Land Use, Land-Use Change and Forestry - Landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw) koolstof worden opgeslagen en wordt in de Landbouw & Visserij raad gesproken over de mogelijkheden van koolstoflandbouw.

Het lijkt de leden van de Partij voor de Dieren-fractie dan ook tegenstrijdig om monotone productiebossen om te zetten naar biodiverse bossen, om ze vervolgens te kappen, terwijl ook ingezet wordt op koolstoflandbouw ten behoeve van koolstofopslag, waar nota bene ook bebossing en herbebossing onder valt. Deelt de minister het inzicht dat er geen bosbouw voor houtproductie kan plaatsvinden in bossen die CO2 opvangen en bijdragen aan biodiversiteit? Zo nee, waarom niet? De voormalig minister van LNV gaf aan dat het vergroten van de koolstofput, zeker op de korte termijn, ten koste zal gaan van de houtproductie in Europa, welke mogelijk dan verschuift naar andere landen. Is de minister het ermee eens dat natuurbehoud en –herstel het hoofddoel zou moeten zijn in bestaand (monotoon) bos? En deelt de minister de mening dat houtproductiebossen niet gerekend zouden moeten worden als ‘natuur’, maar als ‘bosbouw’ zolang die omschakeling niet heeft plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet? Bovendien merken de leden van de Partij voor de Dieren-fractie op dat een risico van het afwegingskader is dat economische belangen zwaarder gewogen kunnen worden dan de belangen van natuur. Is de minister het met de Partij voor de Dieren eens dat het herstel van de biodiversiteit en natuur van levensbelang is? Zo nee, waarom niet?

De leden lezen dat voor zover er gesproken wordt over de inzet van biomassa voor energie, de minister naar de inzet verwijst uiteengezet in de geannoteerde agenda voor de informele Energieraad. Hierin is aangegeven dat er uitvoering gaat worden gegeven aan de aangenomen motie Teunissen/Van Raan (32813-784). Klopt het dan ook dat de minister ook in de informele Milieuraad ervoor zal pleiten dat er gerekend moet worden met de daadwerkelijke CO2-uitstoot van de inzet van biomassa? Dit zou in de geest van de motie zijn.

Ook lezen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie dat voormalig minister van LNV aangaf dat “Afschaffing van subsidie op de verbranding van hout een positief effect heeft op het gebruik van hout voor hoogwaardiger toepassingen dan het verbranden”.[3] Deelt de minister het inzicht dat het tegenstrijdig beleid is om aan de ene kant het gebruik van biomassa onder voorwaarden te stimuleren terwijl aan de andere kant wordt opgemerkt dat afschaffing van subsidies op verbranding van hout een positief effect heeft op gebruik van hout? Is de minister het ermee eens dat er zo snel mogelijk werk dient gemaakt te worden van de afschaffing van subsidies op verbranding van hout, ook gewenst vanuit de Eerste Kamer en vanwege het feit dat het nationale draagvlak voor de inzet van biomassa afneemt? Zo nee, waarom niet?

Landbouwgif

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren merken op dat in 2022 een nieuwe Europees besluit genomen moet worden over de toelating van glyfosaat (Roundup), het meest gebruikte landbouwgif ter wereld. Niet alleen heeft de Wereldgezondheidsorganisatie in 2015 al geconcludeerd dat het onkruidbestrijdingsmiddel ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ is, glyfosaat is ook een groot probleem omdat het ons (drink)water vervuilt[4] en omdat het ‘perfecte’ monoculturen creëert, waar geen insecten (en dus ook vogels) meer kunnen leven.[5] Een relatief nieuw punt van zorg is het effect van glyfosaat op de hersenen: verschillende onderzoeken wijzen op het verband tussen dit landbouwgif en de ziekte van Parkinson.[6]

In het Rondetafelgesprek dat de Tweede Kamercommissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 12 januari jl. voerde over pesticiden, waarschuwde neuroloog Bas Bloem voor het gevaar van glyfosaat voor Parkinson. Hij uitte zijn zorgen over het feit dat er in de huidige Europese toelatingsprocedure voor landbouwgif onvoldoende getest wordt op de neurologische effecten. Hij stelde dat een nieuwe toelating van glyfosaat in 2022 onacceptabel zou zijn zonder dat hier scherper op getoetst wordt. De directeur van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beaamde dat deze toetsen nog niet meegenomen zijn in de meest recente risicobeoordeling van glyfosaat (uit 2021), maar stelde ook dat het praktisch gezien onmogelijk zou zijn nieuwe toetsen te implementeren en uit te voeren vóór de stemming over de verlenging van de toelating van glyfosaat later dit jaar. Heeft de staatssecretaris kennisgenomen van deze ontwikkelingen?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie vragen de staatssecretaris hoe zij deze situatie beoordeelt. Deelt zij de mening dat, ook gezien de Europese Unie het voorzorgsprincipe hanteert, er voldoende reden is om dit jaar tegen de vernieuwing van de goedkeuring van glyfosaat te stemmen? Zo ja, gaat zij dit met haar collega van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bespreken? Zo nee, kan zij uitleggen waarom niet?


[1] Verslag Landbouw & Visserij raad 6 oktober 2021 - DGA / 21249172
[2] Verslag Landbouw & Visserij raad 20 september 2021 - DGA-EIA / 21228410
[3] Verslag Landbouw & Visserij raad 20 september 2021 - DGA-EIA / 21228410
[4] PBL, 2019, Tussenevaluatie Gezonde Groei, Duurzame Oogst, p. 32
[5] Oranje velden funest voor biodiversiteit | Vogelbescherming
[6] Glyfosaat | Parkinson Vereniging