Schrif­­te­­lijke inbreng over Wijziging van de Wet finan­ciering politieke partijen


21 januari 2021

Inbreng over Wijziging van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp)

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). Zij kunnen zich vinden in veel van de voorgestelde wijzigingen, waaronder die voor het bevorderen van transparantie. Zij constateren echter wel dat de wijzigingen in deze wet voor wat betreft de buitenlandse activiteiten een ernstige aantasting zouden kunnen vormen van een zorgvuldig opgebouwd samenwerkingsnetwerk van politieke instellingen, waarbij vormings- en scholingsactiviteiten worden ingezet die democratische processen versterken en stabiliteit en veiligheid wereldwijd bevorderen. Zij hebben daarover een aantal vragen.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren lezen dat de minister het advies van de commissie-Veling overneemt om de subsidiëring van instellingen voor buitenlandse activiteiten over te hevelen naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een van de gegeven redenen om de subsidie naar het ministerie van Buitenlandse Zaken over te hevelen is dat de instellingen voor buitenlandse activiteiten door de aard van hun werk nauwe contacten met het ministerie houden en dat het laten verstrekken van de subsidie door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een onnodige tussenstap zou zijn in het systeem. Dit impliceert dat de wetswijziging op dat vlak slechts minimale (administratieve) gevolgen zal hebben voor de buitenlandstichtingen van de politieke partijen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen zich echter af of de minister ervan op de hoogte is dat deze wijziging voor buitenlandstichtingen vergaande gevolgen heeft voor wat betreft de continuïteit en uitvoering van hun werkzaamheden.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken hanteert namelijk andere voorwaarden en bestedingsnormen dan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Daar stelt men in principe geen geografische begrenzingen aan subsidiebestedingen, terwijl Buitenlandse Zaken op dit moment alleen de mogelijkheid biedt om subsidies te besteden aan de regio Noord-Afrika/Midden-Oosten (Shiraka-programma) en aan een deel van regio Oost-Europa en de landen van het Oostelijk Partnerschap (Matra-programma).

Met het Wfpp-budget dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in de afgelopen jaren heeft vrijgemaakt voor vormings- en scholingsactiviteiten van zusterpartijen en -organisaties, hebben veel buitenlandstichtingen van Nederlandse politieke partijen een waardevol en stabiel netwerk opgebouwd buiten de Shiraka- en Matra-doellanden (in Europa, Zuid-Amerika, Australië, etc.). Dit draagt wereldwijd bij aan samenwerking, versterking van democratische processen en democratische vernieuwing. Zulke netwerken en activiteiten in bijvoorbeeld Zuid-Amerika, dragen ook bij aan stappen richting een meer stabiele, democratische regio rond het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Bovendien versterken de verschillende netwerken in verschillende regio’s elkaar en leren zij van elkaar.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de minister of ze ziet dat de stabiliteit van de subsidies belangrijk is voor het werk en continuïteit van de buitenlandstichtingen. Kan de minister concreet maken wat de huidige wijzigingen van de wet gaan betekenen voor activiteiten buiten de doellanden zoals het ministerie van Buitenlandse Zaken die hanteert voor de Shiraka- en Matra- programma’s?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren maken zich dus zorgen dat de subsidie voor buitenlandse activiteiten, welke voortkomt uit de voormalige Wfpp, bij overdracht naar Buitenlandse Zaken plotseling niet meer in de tot nu toe opgebouwde, waardevolle samenwerkingsnetwerken buiten de zogenaamde Shiraka- en Matra-regio’s zal kunnen worden ingezet. Hierdoor dreigen zorgvuldig opgebouwde netwerken te verdwijnen en kunnen bijvoorbeeld nuttige activiteiten in landen waar de democratische waarden onder druk staan – in Azië, Zuid-Amerika, maar ook binnen EU - niet meer worden ontplooid.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de minister of zij ook erkent dat zulke waardevolle activiteiten en netwerken niet in gevaar mogen komen door de huidige wetswijziging. Het lijkt erop of de minister voornemens is met deze wetswijziging verdergaande sturing te geven aan de activiteiten van buitenlandstichtingen. Is dat zo? En zo ja, waarom?

De subsidie voor buitenlandse activiteiten kan zoals gezegd onder het ministerie van Buitenlandse Zaken slechts in een selectief aantal landen gebruikt worden. De leden vragen de minister om in te gaan op de vraag of het ministerie door de voorgestelde wijzigingen niet een nog grotere invloed op de buitenlandse activiteiten van de politieke partijen zal hebben. Wat volgens de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren een ongewenste ontwikkeling zou zijn.

Gezien het hierboven geschetste: Is de minister bereid te overwegen om de subsidiering van instellingen van buitenlandse activiteiten onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en dus ook in de nieuwe Wet financiering politieke partijen te houden?

Ziet de minister het anders als een mogelijkheid om bij overheveling van de subsidie naar Buitenlandse Zaken tenminste de mogelijkheid van subsidiering van activiteiten buiten de zogenaamde Shiraka- en Matra-regio’s te behouden?