Schrif­­­­­te­­­­­lijke inbreng over de voortgang van het inter­na­ti­onaal cultuur­beleid


13 januari 2021

Inbreng schriftelijk overleg over de voortgang van het internationaal cultuurbeleid

De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben kennisgenomen van de voortgang van het internationaal cultuurbeleid. De leden erkennen het belang van internationaal cultuurbeleid en dat cultuur kansen biedt om anders te kijken, te denken en te verbinden. De leden beamen ook dat cultuur kansen biedt voor samenwerking met het buitenland op andere beleidsterreinen, waarmee Nederland zich internationaal onderscheidt. Daarnaast merken de leden op dat er geen vergelijking gegeven wordt van de cijfers en aantallen van 2019 ten opzichte van voorgaande jaren. Kan er als nog een overzichtstabel over 2017 -2020 gegeven worden en kan in de volgende voortgangsrapportages standaard een overzichtstabel gegeven worden?

Het internationaal cultuurbeleid richtte zich van 2017 tot 2020 op drie doelen: 1) een sterke cultuursector, 2) meer ruimte voor een bijdrage van cultuur aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld en 3) cultuur als middel van moderne diplomatie. De leden van de Partij voor de Dierenfractie merken op dat het internationale culturele export en samenwerking vooral gericht lijkt te zijn op het goed over het voetlicht brengen van de Nederlandse cultuur in plaats van de kansrijke samenwerkingen aan te gaan, zoals beoogd. De leden willen weten hoe houdbaar de 3 doelstellingen zijn en wie deze doelen bepaalt en welke doelen zijn opgesteld voor na 2020? Ook vragen de leden zich af wat het verschil is tussen internationale culturele export (verdienmodel) en internationale import en samenwerking (investering). Dat onderscheid wordt niet duidelijk uit de rapportage. Kan dit verschil worden aangegeven en kan worden aangegeven hoe duurzaam de samenwerkingsverbanden zijn?

Als gekeken wordt naar de resultaten van doel 1 (een sterke cultuursector) blijkt dat meeste type projecten gaat om lezingen, presentaties of manifestaties. In de voortgang valt te lezen dat onder andere Nederlandse films en boeken in de prijzen vielen in het buitenland en dat is natuurlijk mooi. De leden van de Partij voor de Dierenfractie merken echter op dat hierbij meer sprake is van overdragen van onze cultuur dan van samenwerking. De vraag is hierbij of er geen andere manieren moeten gezocht worden om internationale culturele samenwerking vorm te geven. De leden van de Partij voor de Dierenfractie denken hierbij aan het stimuleren van kleinschaliger, minder institutioneel en vooral ook gericht op vragen/wensen die leven in het buitenland met betrekking tot Nederland, het Nederlandse beleid en/of geschiedenis.

Als gekeken wordt naar doel 2 (cultuur en een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld) merken de leden van de Partij voor de Dierenfractie op dat het beleid bij draagt aan “internationale uitwisseling en aan het internationale profiel van Nederland door cultuur te verbinden aan maatschappelijke opgaven en diplomatie, buitenlandbeleid en mensenrechten”. Vooral doelstelling 2 roept de vraag op: wie bepaalt wat een rechtvaardige en toekomstbestendige wereld is. Daarnaast vragen de leden zich af in hoeverre de doelstelling 2 niet alleen gericht is op cultuuruitwisseling, maar ook inzet op de bescherming van al bestaande cultuur. Cultuuruitwisseling is van groot belang, maar wanneer het gaat over een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld, is het behoud van cultuur cruciaal. Al in 1948 introduceerde de jurist Raphael Lemkin de term ‘culturele genocide’: de ondermijning van de manier van leven van een groep. Culturele kenmerken en erfgoed zijn voor bepaalde groepen en volkeren nauw verweven met hun identiteit en levensonderhoud, en de bedreiging ervan kan de overleving van deze groepen in gevaar brengen. Hoe zet het kabinet in op behoud, bescherming en restoratie van cultureel erfgoed in landen waar die bedreigd wordt?

Als gekeken wordt de naar de doel 3 (de inzet van culturele diplomatie) zetten “ambassades en consulaten-generaal cultuur vooral in voor internationale rechtsorde en mensenrechten, (duurzame) handel en investeringen en Europese samenwerking”. De leden van Partij voor de Dierenfractie vinden dat de sommige van de genoemde projecten meer lijken te gaan over het overbrengen van de Nederlandse cultuur. Zo lijkt het project van WCSCD – een drie maanden durende curatorcursus in Belgrado (Servië) - meer gericht op promotie, aangezien veel van deze cursussen al online en gratis worden aangeboden door bijvoorbeeld Tate[1], met als extra voordeel dat verschillende culturen online samenkomen om samen te werken. Kortom de leden willen weten hoe lokaal gestuurde initiatieven door ambassade gefinancierd kunnen worden?

Als er gekeken wordt naar het beleid voor internationale erfgoedsamenwerking, waarderen de leden van de Partij voor de Dierenfractie projecten waarbij de rol van de Nederlandse kolonisatie over het voetlicht wordt gebracht, zoals de documentaire van Sandra Beerends, die verteld wordt vanuit het perspectief van een Indonesische kindermeisje. Echter merken de leden op dat “ruim een kwart van het budget voor erfgoedprojecten ging naar workshops of trainingen, bijvoorbeeld over museum- en collectiemanagement en dat 23% ging naar (verkennend) onderzoek of advies, bijvoorbeeld bij digitalisering van archieven of herbestemming van monumenten”. Kan aangegeven worden vanuit wie het verzoek kwam om bijvoorbeeld te archieven te digitaliseren en hoe dit onder andere bijdraagt aan “een beter en genuanceerder beeld van Nederland in het buitenland” en hoe dit “de dialoog op tal van onderwerpen” stimuleert? De leden van de Partij voor de Dierenfractie denken dat internationaal erfgoedsamenwerking bij uitstek een kans biedt om in te zetten voor activiteiten op het gebied van “vrede, veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling” en om tot betere samenwerking te komen met landen waar Nederland een stempel op heeft gedrukt door haar koloniale verleden. De leden van de Partij voor de Dierenfractie menen dat het bijvoorbeeld goed idee is om te beginnen met te onderzoeken hoe geroofd erfgoed terug gegeven kan worden. Is de regering het eens met dat internationaal cultuurbeleid ingezet zou kunnen worden om in het reine te komen met het Nederlandse verleden? Zo ja, is de regering bereid om dit tot een onderdeel te maken van het internationaal cultuurbeleid?

Tot slot, volgens de leden van de Partij voor de Dierenfractie liggen er kansen om het internationaal cultuurbeleid beter aan te laten sluiten bij internationale maatschappelijke uitdagingen, zoals de biodiversiteits- en klimaatcrisis. Cultuur heeft namelijk ook te maken met hoe we de samenleving vormgeven, de verhouding van de mens tot het klimaat en de biodiversiteit, de intrinsieke waarde van andere soorten en hoe wij omgaan met toekomstige en voorgaande generaties. De huidige cultuur van het “eeuwige nu”, die een duurzame toekomst in de weg staat vanwege overconsumptie, is wat de leden van de Partij voor de Dierenfractie betreft aan herziening toe. Internationaal cultuurbeleid waarbij kennis en inzicht tussen culturen wordt uitgewisseld en waarbij kennis en inspiratie uit de diversiteit van soorten gevonden kan worden, speelt hierbij een rol. De leden menen dat in het huidige internationale cultuurbeleid meer oog zou moeten zijn voor (de toekomstige) mens, dier en natuur, waarbij via échte samenwerking aan twee kanten geleerd kan worden. Hierin liggen hoopvolle uitdagingen. Is de regering het eens met deze suggestie en bereid om dit tot een onderdeel te maken van het internationaal cultuurbeleid?


[1] https://www.tate.org.uk/whats-...