Inbreng Wijziging van de Wet verbod op kolen bij elek­tri­ci­teits­pro­ductie in verband met beperking van de CO2-emissie


14 januari 2021

35 668 Wijziging van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie in verband met beperking van de CO2-emissie

  1. I. ALGEMEEN

De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben kennisgenomen van de ‘Wijziging van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie in verband met beperking van de CO2-emissie’ en hebben hierbij nog enkele vragen en opmerkingen.

  1. 1. Aanleiding
  2. 2. Achtergrond
    1. 2.1. Reductieopgave

De leden merken op dat het doel van het wetsvoorstel is om tijdelijk (van 2021 tot 2024) de uitstoot van CO2 door kolencentrales zodanig te reduceren dat de totale CO2-uitstoot in de jaren na 2020 minimaal 25% minder bedraagt dan in 1990. Dit voorstel volgt hiermee het Urgenda-vonnis. De reden is dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft berekend dat de Staat in de jaren 2021, 2022 en 2023 zonder aanvullend beleid niet aan het Urgenda-vonnis zal kunnen voldoen. De leden merken op dat, terwijl de CO2-uitstoot structureel naar beneden moet, de begrenzing van de CO2-uitstoot van de kolencentrales tijdelijk is. Dit betekent dat in 2025 drie van de vier kolencentrales weer volledig in productie gaan. De leden menen dat het zeer onwenselijk is dat in 2025 drie kolencentrales weer volledig in productie gaan. Het voorstel van de Partij voor de Dieren is om onmiddellijk alle kolencentrales te sluiten. Hoeveel CO2-uitstoot zal er worden vermeden wanneer alle kolencentrales in Nederland vanaf 2021 gesloten worden en welk deel van de CO2-reductie-opgave representeert dit?

  1. 2.2. Maatregelen kolencentrales

Volledig of tijdelijk sluiten van alle kolencentrales wordt niet als optie gezien door de regering, omdat dit per direct problemen oplevert met leveringszekerheid en het Nederland importafhankelijk maakt. De leden van de Partij voor de Dierenfractie merken op dat een recente studie van CE Delft[1] concludeert dat de sluiting van drie van de vier kolencentrales in 2020 geen problemen oplevert voor de leveringszekerheid. Er zullen kosten gekoppeld zijn aan het eerder sluiten van kolencentrales, maar een bijkomend voordeel is dat de SDE+ subsidie voor biomassa komt te vervallen. Dit leidt tot een besparing van gedisconteerd €1,2 miljard in 2020 en de jaren daarna, aldus CE Delft. De leden willen weten hoeveel elektriciteit Nederland momenteel importeert en hoeveel er geïmporteerd zal worden bij reductie van de productie van kolencentrales, zoals deze nu voorligt en hoeveel zal er in Nederland door andere elektriciteitsproducenten worden geproduceerd in het huidige voorstel? Hoeveel meer groene elektriciteit zal er moeten worden geïmporteerd bij het onmiddellijk sluiten van alle kolencentrales en wat is hierop het grondbezwaar? Zal de regering een virtual power purchase aangaan om te garanderen dat Nederland van 2021 tot 2024 groene stroom ontvangt uit het buitenland? Zo ja, voor hoeveel jaar gaat de regering zo’n purchase aan en hoe wordt gegarandeerd dat de garantie van oorsprong (GVO) niet meegerekend wordt in het land van herkomst?

Het verhogen van de minimum CO2-prijs zou daarnaast geen optie zijn, omdat het niet alleen de kolencentrales raakt, maar ook alle andere elektriciteitsproducenten. De leden vinden het onbegrijpelijk dat het verhogen van de minimum CO2-prijs niet als deel van de oplossing wordt gezien. De opgave om CO2-uitstoot te reduceren is onevenredig hoog. Een hogere CO2-prijs kan op meerdere vlakken soelaas bieden. Heeft de regering een hogere CO2-prijs meegenomen als onderdeel van het voorliggende wetsvoorstel naast de CO2-prijs als een op zichzelf staande oplossing? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe draagt een hogere CO2-prijs bij aan CO2-reductie wanneer het voorliggende wetsvoorstel ten uitvoering wordt gebracht?

Ook het extra stimuleren van de bijstook van biomassa wordt niet gezien als oplossing, omdat het op korte termijn technisch niet mogelijk is. De leden van de Partij voor de Dierenfractie willen weten of er al plannen zijn om extra bijstook ter zijner tijd te stimuleren? Zo ja, hoe is dat verantwoord gezien onderzoek heeft aangetoond dat biomassa meer CO2-uitstoot dan kolen? Ondertussen merken de leden op dat centrales, zoals RWE in Eemshaven, in de startblokken staan om meer biomassa bij te stoken. Hoeveel PJ biomassa wordt er momenteel bijgestookt? Hoeveel centrales hebben een vergunning aangevraagd om meer biomassa te mogen bijstoken en om hoeveel meer PJ en ton houtige biomassa gaat het? Is het mogelijk om een nieuwe subsidie voor 100% verbranding van biomassa aan te vragen wanneer de oude subsidie voor bijstook is verlopen? Klopt het dat wanneer huidige kolencentrales meer biomassa bijstoken ze naar verhouding hun begrenzing van de CO2-uitstoot van de kolencentrales minder hoeven te reduceren, omdat grote centrales meer CO2-reductie moeten bewerkstelligen? Zo ja, stimuleert dit wetsvoorstel indirect de bijstook van meer biomassa en hoe acht de regering dit wenselijk gezien de huidige maatschappelijke discussie en de onwenselijkheid van het verbranden van bomen voor het klimaat en de biodiversiteit?

Ook het afschaffen van de vrijstelling op de kolenbelasting is volgens de regering geen optie, omdat deze niet onvoldoende sturend is. De leden van de Partij voor de Dierenfractie vragen zich af waarom deze vrijstelling überhaupt nog bestaat, aangezien het een fossiele brandstof subsidie is, die in 2020 al afgeschaft had moeten worden? Kan aangegeven worden hoeveel belastingvoordeel de kolencentrales met de vrijstelling op de kolenbelasting genieten en hoeveel belastinginkomsten de Staat misloopt? Waarom acht de regering het in stand houden van deze vrijstelling nog acceptabel? En beaamt de regering dat deze fiscale maatregel een verstoring van de elektriciteitsmarkt bewerkstelligt? Zo ja, wanneer wordt de vrijstelling afgeschaft? Zo nee, waarom niet?

  1. 4. Effecten van de voorgestelde maatregel
    1. 4.1. Leveringszekerheid
    2. 4.2. Gevolgen voor burgers en bedrijven
  2. 5. Verhouding met Europese regelgeving
  3. 6. Verhouding met EVRM en ECT
    1. 6.1. Artikel 1 EP EVRM

De leden merken op dat ook de mogelijkheid tot het vergoeden van de schade als gevolg van het voorliggende wetsvoorstel voor kolencentrales eigenlijk een fossiele brandstof subsidie is. Klopt het dat de centrales een compensatie ontvangen voor de elektriciteitsproductie die zij hadden kunnen realiseren zonder een CO2 bovengrens? Zo ja, is het mogelijk dat de nadeelcompensatie een marktverstorend effect heeft en dat hiermee sprake is van een fossiele brandstof subsidie? Bijvoorbeeld wanneer kolencentrales elektriciteit in piekuren produceren tegen een lagere vergoeding dan hun marginale kostprijs en/of om een mogelijke sluiting van de centrale te voorkomen wegens slechte marktomstandigheden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat deze verstoring voorkomen worden? Is er überhaupt wel een schadevergoeding nodig, aangezien de capaciteit van de kolencentrales naar alle waarschijnlijkheid door normale marktwerking al verminderd zou zijn? Is de regering bereid om een marktanalyse en een maatschappelijke en ecologische kosten en baten analyse te maken van een business as usual scenario, het voorliggende scenario, en een scenario met tijdelijke en volledige stillegging?

  1. 6.2. Verdrag inzake het Energiehandvest en andere investeringsbescher-mingsovereenkomsten

De reductie van de CO2-uitstoot kan in de meeste gevallen bepaald worden door deze te berekenen. Bijvoorbeeld op basis van de hoeveelheden en kenmerken van de verbruikte brandstof of materialen. Bedrijven kunnen hun emissies echter ook rechtstreeks meten in de schoorsteen. De leden van de Partij voor de Dierenfractie willen weten waarom beide methoden niet standaard toegepast worden en of de regering bereid is om beide methodes te verplichten ter verificatie dat de CO2-uitstoot daadwerkelijk naar beneden gaat. Zo nee, waarom niet? Zo ja, per wanneer?

Ook merken de leden van de Partij voor de Dierenfractie op dat in geen van de stukken iets staat over een evaluatie van het voorliggende voorstel, die aanleiding zou kunnen geven tot aanpassen van het beleid. Wat is de tijdslijn voor evaluatie van het beleid en wat zijn de mogelijkheden om dit voorstellen te verhogen of aan te passen wanneer blijkt dat de gewenste CO2-reductie niet gehaald wordt? Hoe zullen de Kamerleden worden geïnformeerd over de effectiviteit en efficiëntie van dit beleid?

  1. 9. Consultatie en toetsing
    1. 9.1. Internetconsultatie
    2. 9.2. ATR
    3. 9.3. Uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets
    4. 9.4. Notificatie
  2. II. ARTIKELGEWIJS

Artikel I

Onderdeel A

Onderdeel B

Onderdeel D

Onderdeel E

Onderdeel F


[1] https://www.ce.nl/publicaties/...