Nota­overlag Mijnbouw/Groningen


27 mei 2020

Voorzitter, vandaag bespreken we het “hand aan de kraan” principe voor gaswinning onder de Waddenzee, terwijl we ook de immateriële schade door gaswinning in Groningen bespreken. Voorzitter, daar zit volgens ons precies het probleem.

Het is een voorbeeld van op hetzelfde moment in twee werelden willen leven.

Aan de ene kant zijn we ervaringsdeskundigen op het gebied van de materiële en immateriële schade door gaswinning, maar aan de andere kant blijven we overtuigd dat we conservatief met gaswinning kunnen blijven doorgaan. Voorzitter, kan de minister aangeven of we deze tegenstelling kunnen veroorloven, aangezien we roulette spelen met het voortbestaan van een Unesco Werelderfgoed en een Natura-2000 gebied dat van globaal en nationaal belang is voor de ecologie en economie?

Voorzitter, zoals eerder opgemerkt, winnen we gas onder de Waddenzee, omdat we menen dat door het toepassen van de meest conservatieve benadering deze winning verantwoord is. Bovendien schrijft de minister dat er op hét moment zelf geen aantasting van de natuurwaarden of overschrijving van de gebruiksruimte plaatsvindt. Hierbij willen we een paar kanttekeningen plaatsen.

Ten eerste, voorzitter, is de meeste conservatieve benadering natuurlijk om te stoppen met gaswinning. Omdat de de wetenschap ons vertelt dat het verstandiger is om geen fossiele brandstoffen meer te winnen en te gebruiken, wanneer we als gevolg van het winnen en het gebruik klimaatverandering veroorzaken en wanneer we om die reden over stappen op duurzame energie.

We vallen hierbij ook over het woord, op hét moment.

De gedachte dat iets op het moment nog in orde is, omdat het in orde lijkt, is een schijnveiligheid. Kijk maar naar de coronacrisis. Daarom is het geloof dat de gevolgen beperkt blijven, wanneer we eventuele schadelijke effecten van gaswinning tijdig signaleren, te riskant.

Zeker wanneer we bedenken dat de Waddenzee een zeer gevoelig systeem is dat we juist moeten beschermen in plaats van uitbuiten. Bovendien overzien we de gevaren van onze acties niet eens. Het is nu al duidelijk dat de bodem in de oostelijke Waddenzee nog minstens met 0,5 mm per jaar blijft zakken voor onbekende tijd, wanneer we stoppen met gaswinning, het zogenaamde na-ijleffect. Daarom, voorzitter, vinden we het onverstandig om gaswinning van het gasveld Ameland door te zetten, omdat bekend is dat eventuele drukdaling van het naastgelegen watergebied niet beïnvloedt kan worden en het na-ijleffect niet controleerbaar is. We menen dat het hier wachten is op de dag dat een worst-case-scenario zich manifesteert. Hiervoor zullen we een motie indienen.

Ten tweede, voorzitter, merken we op dat Staatsopzicht op de Mijnen aangeeft dat al 50% van de natuurlijke sedimentatie afzetting nodig is om zeespiegelstijging te compenseren. Dit is exclusief bodemdaling door gaswinning.

Daarbij maken we terloops uit de brief op, dat er operators zijn die de bodemdaling die ze veroorzaken kunnen compenseren door extra suppletievolume. Deze ontwikkeling baart ons zorgen, voorzitter. We vinden het onwenselijk en onverantwoordelijk om zandsuppletie in te zetten als een pleister tegen bodemdaling.

Wij zijn bang dat dit als een vrijbrief gebruikt kan worden voor ongebreidelde gaswinning met alle gevaren van dien. Daarom zullen wij een motie hierover indienen, maar, voorzitter, we hebben ook nog enkele vragen aan de minister.

Kan de minister aangeven hoe de zandsuppletie ingezet wordt? Wordt dit bovenop het zand gestort of in de bodem gespoten? Kan de minister aangeven of het na-ijleffect bij bodemdaling doorgang kan vinden bij zandsuppletie? Kan de minister ook verduidelijken over hoeveel bodemdaling we het hebben? Wat de effecten van zandsuppletie zijn op de natuur en dan voornamelijk met betrekking tot voedselbeschikbaarheid voor icoonsoorten? Waar het zand vandaan komt en wat de effecten op de natuur op de plek van herkomst waren?

Ten derde, lijkt het er zelfs op dat de minister verruiming van gaswinning onder de Waddenzee voor ogen heeft in plaats van zorgvuldiger met de Waddenzee om te gaan. Nieuwe zeespiegelscenario’s zullen bepalend zijn voor het opstellen van een nieuwe meegroeiruimte.

Dit vinden wij een grote fout. Zelfs in het geval dat zeespiegelstijgingsscenario’s eventueel ruimte bieden aan gebruiksruimte, moeten we deze niet benutten, vanwege de vele onzekerheden en na-ijleffecten.

Integendeel, wij vinden dat we de natuur kunnen gebruiken om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen in plaats van in te zetten voor gaswinning. Onderzoek van het Culemborgse Bureau Waardenburg heeft aangetoond dat kwelders zeespiegelstijging kunnen temperen, omdat ze zowel de golfslag van de oprukkende zee breken als ook Co2 opslaan. Hiervoor zullen wij een motie indienen.

Tot slot, willen we u wijzen op de volgende tegenstrijdigheid. In 2018 heeft u besloten om stapsgewijs over te gaan tot een volledige beëindiging van de gaswinning in Groningen, onder druk van de maatschappij. Echter, nu blijft u inzetten op gaswinning onder de Waddenzee, terwijl pleidooien van eilandbestuurders niet worden gehonoreerd. Dit beleid wringt om sociaal en eerdergenoemde ecologische redenen. Daarom dienen we een motie in die oproept om te onderzoeken hoe we zo snel mogelijk stapsgewijs kunnen overgaan tot een volledige beëindiging van de gaswinning onder de Waddenzee.