Inbreng PvdD aan SO Rapport ‘Long­ont­steking in de nabijheid van geiten­hou­de­rijen in Gelderland, Over­ijssel en Utrecht’


27 mei 2020

Inbreng SO Rapport ‘Longontsteking in de nabijheid van geitenhouderijen in Gelderland, Overijssel en Utrecht’

De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het rapport ‘Longontsteking in de nabijheid van geitenhouderijen in Gelderland, Overijssel en Utrecht’ en zijn ontsteld over de begeleidende brief van de ministers voor Medische Zorg en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het onderzoek bevestigt opnieuw wat al sinds 2009 bekend is: de geitenhouderij vormt een gezondheidsrisico voor omwonenden. Helaas moeten deze leden constateren dat de regering te weinig heeft geleerd van de Q-koortsepidemie waarbij 95 mensen zijn overleden en minstens 500 mensen chronisch ziek zijn geworden, omdat dezelfde argumenten die toen voor een drama hebben gezorgd, nu opnieuw worden gebezigd om gebrek aan maatregelen te verbloemen. Gebrek aan sluitend wetenschappelijk bewijs wordt aangegrepen om onder het mom van meer onderzoek tijd te rekken; maatregelen uit voorzorg blijven uit om de belangen van de sector te beschermen en locaties van geitenhouderijen worden niet vrijgegeven waardoor omwonenden niet weten welk risico zij lopen. De commissie Van Dijk concludeerde tien jaar geleden al dat een combinatie van dergelijke argumenten tijdens de Q-koortsepidemie tot een gebrek aan daadkracht van de overheid leidde waardoor de volksgezondheid het onderspit moest delven. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren roepen de regering op niet opnieuw dezelfde fout te maken en het probleem bij de bron aan te pakken door het aantal geiten dat in Nederland wordt gefokt, gebruikt en gedood snel omlaag te brengen. Te beginnen door nu zo snel mogelijk een stelsel van productierechten in te voeren voor de geitenhouderij en de hoeveelheid rechten stapsgewijs naar beneden te brengen.

De leden van de Partij voor de Dierenfractie vinden het onacceptabel dat 11 jaar na de eerste bevestiging dat omwonenden binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij 40 tot 60% meer kans hebben op een longontsteking, de ministers voor Medische Zorg en Sport en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit nog steeds stellen dat meer onderzoek nodig zou zijn en ondertussen nalaten om maatregelen te nemen. De ministers stellen correct dat de specifieke mechanismen die longontsteking veroorzaken nog niet bekend zijn, maar dat het vaker voorkomt, is nu herhaaldelijk bewezen en beschreven in rapporten in 2009, 2011, 2016 en 2017.

En nog altijd is er geen landelijke stop op de groei van de geitenhouderij ingesteld. Niet eens tijdelijk, waardoor het aantal geiten sinds de Q-koortsepidemie enorm is toegenomen, van 396.725 in 2012 naar maar liefst in 614.645 in 2019. Zelfs in provincies met een provinciale geitenstop nam het aantal geiten in 2019 verder toe. De leden vragen de ministers hoe zij deze groei beoordelen. Erkennen de ministers dat zij door deze groei van het aantal geiten ook de gezondheidsrisico’s zijn vergroot? Voelen de ministers hier een verantwoordelijkheid voor?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie vragen de ministers waarom zij niet uit voorzorg actie ondernemen om het aantal geiten te beperken. Zijn de ministers het met deze leden eens dat de huidige stand van de wetenschap is dat geitenhouderijen een gezondheidsrisico vormen – ook al is de onderliggende oorzaak nog onbekend – en dat op basis daarvan maatregelen moeten worden genomen om omwonenden beter te beschermen? Zo nee, waarom niet?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie merken op dat het voorzorgsbeginsel (gelukkig) vaker wordt toegepast als het gaat om de volksgezondheid, zoals we momenteel meemaken bij de coronacrisis. Scholen, horeca en kappers gingen halsoverkop dicht om de volksgezondheid te beschermen, ook al was de precieze werking van (de verspreiding van) SARS-CoV-2 nog niet tot in detail onderzocht. Onder het motto ‘voorzorg’ zijn rigoureuze maatregelen genomen, en dat is maar goed ook. De leden van de Partij voor de Dierenfractie vragen de ministers waarom zij in het geval van de longontstekingen rond geitenhouderijen wel de precieze werking tot in detail willen laten onderzoeken alvorens eventueel maatregelen te treffen. Waarom geldt voor de bescherming van omwonenden van veehouderijen het voorzorgsbeginsel niet? Hoe leggen de ministers het uit aan omwonenden, die al wekenlang thuis moeten blijven om hun longen te beschermen tegen COVID-19, dat zij wel extra risico lopen op een longontsteking door de geitenhouderij, zonder dat de overheid daar iets tegen doet?

De ministers stellen dat zij de moratoria op de vestiging of uitbreiding van geitenhouderijen door een aantal provincies steunen. Kunnen de ministers bevestigen dat de zorg voor de volksgezondheid de grondwettelijke taak van het Rijk is? Waarom stellen de ministers (uit voorzorg, voor de volksgezondheid) geen landelijke stop in op de nieuwvestiging, omschakeling en uitbreiding van geitenhouderijen? Erkennen de ministers daarbij dat een moratorium slechts een eerste stap is, met als doel de gezondheidsrisico’s niet toe te laten nemen, maar dat de risico’s hierdoor ook niet afnemen?

Delen de ministers het inzicht van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dat de enige effectieve manier voor een verlaging van de ziektedruk rond geitenhouderijen het verminderen van het aantal geiten is? Zo nee, waarom niet? De leden van de Partij voor de Dierenfractie pleiten al langer voor een systeem van productierechten voor de geitenhouderij (in het kader van de fosfaat- en stikstofuitstoot), waardoor de fok gecontroleerd en beperkt kan worden. De sector heeft de laatste jaren laten zien dat de benodigde krimp van het aantal dieren en zelfs een stand still in de geitenhouderij niet vanzelf gaat worden bereikt, gelet op de eerder genoemde explosieve groei. Erkennen de ministers dat hiervoor ingrepen vanuit de overheid nodig zijn?

Niet alleen vanwege de volksgezondheid, maar ook voor het beperken van het enorme dierenleed dat speelt in de geitenhouderij. Om de productie van geitenmelk (o.a. voor geitenkaas) op gang te houden, moet de moedergeit een geitenlammetje krijgen dat direct na de geboorte bij haar haar wordt weggehaald en in een doos wordt gezet. (Een deel van de) vrouwelijke geitenlammetjes wordt aangehouden voor de melkproductie, maar de mannelijke geitenbokjes gelden steeds meer als ‘waardeloos bijproduct’. De sterfte onder pasgeboren geitenlammetjes is ongekend; ruim 30% van de lammetjes sterft voortijdig in de stallen, met uitschieters tot wel 61% op 1 bedrijf. Omdat in Nederland de afzetmarkt voor het vlees van geiten die als ‘bijproduct’ worden geboren beperkt is, worden de geitenbokjes veelal geëxporteerd naar Zuid-Europese landen en/of onverdoofd geslacht, zodat hun vlees als halal kan worden verkocht. Nu door de coronacrisis de exportmogelijkheden en afzetmogelijkheden in de horeca zijn beperkt, worden de pasgeboren geitenbokjes massaal zeer vroeg naar de slacht afgevoerd. De afgelopen maanden zijn tienduizenden pasgeboren geitenbokjes afgevoerd naar de destructie of verwerkt als hondenvoer. Zelfs vanaf een leeftijd van 3 dagen oud. De problematiek die al jaren speelt, is door de coronacrisis nog schrijnender en zichtbaarder geworden.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat omwonenden recht hebben op informatie over de locatie van geitenhouderijen en over (in het verleden) afgegeven vergunningen. Hiermee kunnen zij, in ieder geval zolang de landelijke overheid weigert het probleem bij de bron aan te pakken, een gedegen risico-inschatting voor hun gezondheid maken en nagaan welke mogelijkheden er zijn om in verweer te komen tegen besluiten van de (lokale) overheid wanneer zij van mening zijn dat hun gezondheid door beleid van de overheid wordt geschaad. Momenteel wordt omwonenden de informatie over de precieze locatie van geitenhouderijen, en daarmee het risico dat zij lopen, onthouden. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beschikt over informatie over de locatie van geitenhouderijen in Nederland, maar weigert die informatie vrij te geven. Bovendien zijn (in het verleden afgegeven) vergunningen lang niet altijd terug te vinden.

Zijn de ministers het met de Partij voor de Dieren eens dat omwonenden in staat moeten worden gesteld om zelf een verantwoordelijke keuze te maken of zij de in het rapport genoemde gezondheidsrisico’s willen lopen, en dat openbare informatie over de locaties van geitenhouderijen daarvoor onontbeerlijk is? De leden van de Partij voor de Dierenfractie vragen de ministers of zij met hen van mening zijn dat omwonenden recht hebben op dergelijke informatie, en of zij dientengevolge die informatie zullen delen? Erkennen deze ministers dat het een democratisch recht is om in verweer te komen tegen overheidsbeleid indien je van mening bent dat het jouw belang schaadt? Zo ja, erkennen deze ministers dat burgers die mogelijkheid wordt ontnomen doordat zij geen informatie krijgen over de locatie van geitenhouderijen en over (in het verleden afgegeven) vergunningen? Zijn deze ministers bereid daar iets aan te doen?

Ook rond schapenhouderijen zijn aanwijzingen gevonden voor een hogere incidentie van longontstekingen, die eerder niet gevonden werden. De leden van de Partij voor de Dierenfractie roepen de ministers ook in dit geval op om het voorzorgsbeginsel te hanteren. Totdat onomstotelijk bewezen is dat schapenhouderijen geen gezondheidsrisico’s vormen, dient een landelijk moratorium ingesteld te worden op de nieuwvestiging, omschakeling en uitbreiding van schapenhouderijen. Graag een reactie van beide ministers.

Wat betreft de pluimveehouderij stellen het rapport en de ministers dat fijnstofemissies een punt van zorg blijven, ook als het gaat om de volksgezondheid. Kan de minister van LNV de Kamer informeren hoe het staat met de uitvoeringsagenda van de pluimveesector om de fijnstofemissies voor 2029 te halveren? Worden de resultaten gemonitord? Wanneer zal overgegaan worden op bindende wetgeving om de fijnstofemissies te reduceren? Is eventuele wetgeving hiervoor al ontwikkeld door de staatssecretaris van I&W?

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer