Monde­linge Vragen over de noodzaak om omwo­nenden van bollen­velden beter te beschermen tegen bestrij­dings­mid­delen.


26 november 2013

Bekijk deze bijdrage via debatgemist.nl

Mondelinge Vragen van het lid Ouwehand aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de noodzaak om omwonenden van bollenvelden beter te beschermen tegen bestrijdingsmiddelen.

De voorzitter:
Ik heet de staatssecretaris van Economische Zaken van harte welkom.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Stel. Je woont naar volle tevredenheid in het buitengebied van Beerze. Tot er ineens lelies worden geteeld op de akker pal naast je tuin, waar twee keer per week de gifspuit over gaat. Afgelopen donderdag zei de betreffende inwoner in ZEMBLA: "We hebben een baby van zes maanden oud. Als je dan leest dat er verhoogd risico is op parkinson, alzheimer, leukemie, vooral bij kinderen, dan word ik daar niet vrolijk van." We hebben gezien in ZEMBLA hoe groot de gevaren van landbouwgif zijn voor mensen die de pech hebben in de buurt te wonen van een bollenveld. Mensen worden ziek, krijgen ademhalingsproblemen, huiduitslag en ernstige luchtweginfecties. Ook bij het meldpunt Gifklikker, dat de Partij voor de Dieren samen met de Stichting Bollenboos eerder dit jaar oprichtte, krijgen we de ene schrijnende mail na de andere. De mensen zeggen: ik wil niet ziek of dood voor een ander zijn brood. Dat lijkt mij een redelijk uitgangspunt.

Ik wil van de staatssecretaris weten wat zij gaat doen om omwonenden van akkers te beschermen tegen landbouwgif. Ik noem bijvoorbeeld Monam. Dat spul is verboden, maar Nederland heeft onder voormalig CDA-minister Verburg vrijstelling verleend. Voormalig staatssecretaris Bleker wilde die vrijstelling niet intrekken. De Partij voor de Dieren, Stichting Bollenboos en de omwonenden van lelievelden rekenen op staatssecretaris Dijksma dat zij wel een einde maakt aan het gedoogbeleid voor gevaarlijk landbouwgif. De Partij voor de Dieren wil dat de staatssecretaris toezegt dat zij de aanbevelingen van de Gezondheidsraad integraal overneemt en uitvoert.

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Ik dank mevrouw Ouwehand voor de vragen. Het uitgangspunt voor het kabinet is dat gezondheid van mensen altijd voorop moet staan. Dat is ook de wijze waarop het kabinet al deze dossiers zal beoordelen. Het onderzoek van de Gezondheidsraad waar mevrouw Ouwehand naar verwijst, is in concept gereed. Dat onderzoek is overigens door het kabinet gevraagd, door de staatssecretaris van I en M en ondergetekende. Het advies komt begin volgend jaar naar ons toe. De eerste vraag die ik wil beantwoorden, is of we de aanbevelingen serieus nemen en ermee aan de slag gaan. Het antwoord aan mevrouw Ouwehand is: ja, dat doen we. In het concept wordt onder andere voorgesteld om een blootstellingsonderzoek in te stellen om te bekijken welke effecten middelen op omwonenden hebben. Wij zullen dat serieus oppakken. Intussen blijven we ook niet stilzitten. We zullen het CTBG om advies vragen, vooruitlopend op het verschijnen van de EU-beoordelingsmethodiek: wat is de beste manier om ook in de toekomst de effecten van bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen op de gezondheid van mensen te kunnen meewegen? Die aanbevelingen, die eraan zitten te komen, nemen wij vanzelfsprekend serieus. Het is wel zo dat het conceptrapport nu naar allerlei betrokkenen wordt gestuurd. Zij kunnen daar hun visie op geven. Dit betekent dat de Kamer de echte kabinetsreactie pas krijgt wanneer het rapport in totaliteit aan mij en aan staatssecretaris Mansveld wordt aangeboden. Dat zal in januari gebeuren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit valt mij wel wat tegen. We wachten al een jaar of drie op dat rapport. Het landbouwgif is in Europa al verboden maar wij maken daarvoor in Nederland nog een uitzondering. In Zembla hebben we kunnen zien hoe ziek mensen ervan worden als de akker toevallig een stormpje ondergaat en het zand waarmee dit gif is vermengd, in de huizen komt en dat kinderen die in dat zand hebben gespeeld, ziek worden en onder de huiduitslag komen te zitten. Dan verwacht ik dat de staatssecretaris zegt dat dat middel, dat toch al verboden is, vanaf nu van de markt gaat en nooit meer terugkomt. Ik verwacht dat de staatssecretaris, als die gifstoffen opnieuw moeten worden beoordeeld op de gezondheidseffecten voor omwonenden, zegt dat we in de tussentijd een stuk terughoudender zullen zijn met die gifstoffen. Ik wil dat de staatssecretaris zegt dat we stoppen met teelten waar iedere week de gifspuit overheen gaat. We kunnen kinderen in afwachting van dat blootstellingsonderzoek toch niet blootstellen aan die gevaren? Ik verwacht meer actie. Of vindt deze staatssecretaris net als de boeren dat mensen die ziek worden van gif, maar moeten verhuizen? Dat kan ik mij eigenlijk niet voorstellen.

Staatssecretaris Dijksma:
Nee, dat laatste vind ik zeker niet, maar de samenvatting die mevrouw Ouwehand gaf, doet geen recht aan het kabinetsstandpunt. Mevrouw Ouwehand vroeg of ik de aanbevelingen van de Gezondheidsraad serieus neem. Het antwoord daarop is een volmondig ja. Nog voordat het rapport aan ons wordt aangeboden, zijn wij al begonnen met de voorbereidingen voor het uitvoeren van de aanbevelingen. Het is dus niet zo dat wij achteroverleunen; integendeel. Als je wilt komen tot het beëindigen van bijvoorbeeld het gebruik van middelen of tot het anders gebruiken van middelen, moet je dat echter wel zorgvuldig doen. Daar heb je gegevens voor nodig. Dat zijn precies de gegevens die de Gezondheidsraad op ons verzoek aanlevert. Ik kan het helaas niet helpen dat het conceptrapport nu al uitgebreid wordt bediscussieerd wordt in de media, maar dat het kabinet pas in januari kan beschikken over de ultieme conclusies. Ik heb zojuist echter al toegezegd dat wij vooruitlopend daarop een aantal dingen gaan doen, namelijk het blootstellingsonderzoek starten en intussen aan het CTBG vragen wat dit betekent voor het huidige gebruik en hoe wij hiermee moeten omgaan. Mevrouw Ouwehand krijgt dus wat zij vraagt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik concludeer dat de staatssecretaris geen concrete actie wil toezeggen, zolang het rapport van de Gezondheidsraad nog niet van een kabinetsreactie is voorzien. Dan vraag ik haar toch waarom zij dit jaar nog een vrijstelling heeft verleend voor het gebruik van metam-natrium, dat in Europa is verboden en waarvan het CTBG zegt dat je dat niet moet toelaten omdat de normen voor onder andere vogels en zoogdieren ver worden overschreden. Kan de staatssecretaris toezeggen dat zij dat nooit meer gaat doen? Als zij, zoals zij zegt, in de tussentijd nog niet kan ingrijpen omdat die stoffen opnieuw moeten worden beoordeeld, kan zij dan in elk geval zorgen voor spuitvrije zones, zodat de gifkar niet pal langs een school, een woonhuis of een camping mag omdat daar mensen wonen, leven en recreëren en omdat kinderen daar ziek van kunnen worden?

Staatssecretaris Dijksma:
Dat laatste punt maakt nu juist onderdeel uit van het verzoek dat wij bij het Ctgb neerleggen. Dat nemen wij zeer serieus en daar willen wij ook aan werken, maar wel op basis van een advies dat naar ons toe komt. Het middel waarover mevrouw Ouwehand spreekt, mag in Nederland gebruikt worden tot eind 2014, omdat er geen alternatieven voorhanden waren om bepaalde beestjes die bestrijdingsplichtig zijn, ook daadwerkelijk te kunnen bestrijden. Dat betekent dat de sector op zoek moet gaan naar alternatieven. Wij roepen ze daartoe op en wij jagen ze aan. Ondertussen zullen wij dit debat in januari uitgebreid voeren op basis van het kabinetsadvies. Dan zal men zien dat wij het voorstel van de Gezondheidsraad serieus zullen oppakken. Volgens mij verschillen wij niet van mening over de urgentie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Er zijn een aantal vragen blijven liggen. Ik zal zo direct in de regeling van werkzaamheden een apart debat aanvragen over de gevolgen van landbouwgif voor omwonenden. Het lijkt mij goed als de staatssecretaris die vrijstelling alsnog intrekt.

Staatssecretaris Dijksma:
In antwoord op dat verzoek zeg ik dat ik hoop dat we dat debat kunnen hebben op basis van het rapport van de Gezondheidsraad dat in januari verschijnt. Dat is al heel snel. Dan krijgt de Kamer een volledig kabinetsadvies. Wat mij betreft kunnen we het debat dan in volle omvang voeren. Ik zie ernaar uit om dat te doen, want ik denk dat dit heel belangrijk is. Dan kunnen we ook precies vaststellen wat ons te doen staat.

Mevrouw Jacobi (PvdA):
Voorzitter. Ik heb nog twee vragen aan de staatssecretaris over Netam natrium, een schimmeldoder. Zou de staatssecretaris kunnen nagaan hoeveel mensen in het ziekenhuis zijn opgenomen of overlijden door resistentie voor deze schimmeldoder? Ik weet dat ik haast moet maken, maar dit is een vraag die even wat concentratie en tijd vraagt. Je hebt mensen die overlijden door antibioticaresistentie, maar er zijn ook mensen die door die schimmeldoder overlijden. Kan de staatssecretaris nagaan hoe groot dit probleem is? Dan kom ik bij mijn tweede vraag …

De voorzitter:
Uw tijd is op. U hebt een halve minuut voor het stellen van een vraag. Ik stel voor dat de staatssecretaris deze vraag gaat beantwoorden.

Staatssecretaris Dijksma:
Ik denk dat ik daarover in overleg zou moeten treden met mijn collega van VWS. Los daarvan is het misschien goed om te zeggen dat het beestje dat wij bestrijden, een aaltje is en geen schimmel. Het middel dat mevrouw Jacobi noemt, bestrijdt aaltjes en geen schimmels. Er is geen een-op-eenrelatie te leggen met de vraag die beantwoord moet worden.

De voorzitter:
Dank u wel. De Partij van de Arbeid heeft haar vragen al opgebruikt, maar de heer Klaver heeft ook nog een vraag. Gaat uw gang.

De heer Klaver (GroenLinks):
De staatssecretaris schetst een heel duidelijk proces dat wij langs moeten lopen, maar de mensen die in het buitengebied wonen, hebben nu te maken met de risico's van het gebruik van landbouwgif. Mijn vraag is wat de staatssecretaris de mensen in het buitengebied, die zich toch al opgejaagd voelen, kan bieden, nog komende week, aan zekerheid over hun gezondheid. Welke voorzorgsmaatregelen kan de staatssecretaris nemen voordat de adviezen er zijn, in januari?

Staatssecretaris Dijksma:
Misschien is het dan toch goed om hier te laten weten dat het middel waar we het over hebben, alleen mag worden toegepast onder heel strikte gebruiksvoorschriften. Dat mag slechts een keer per vijf jaar op een perceel worden toegepast, nadat er melding van is gemaakt bij de Dienst Regelingen en de NVWA. Daarmee wordt geprobeerd te voorkomen dat er heel veel mensen en dieren risico's lopen. Ik denk dat het belangrijk is om vast te stellen dat de telers die deze middelen gebruiken, een heel grote verantwoordelijkheid hebben om dat volgens de regels te doen. Ik denk dat het belangrijk is om in dit debat dat signaal klip-en-klaar te geven, bijna over uw hoofd heen, aan het veld. Ik geloof dat dit ook goed wordt verstaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
We hebben in de ZEMBLA-uitzending gezien dat de boer bij wie dit incident heeft plaatsgevonden, alle regels had gevolgd. Hij heeft grond geïnjecteerd met gif, waardoor het giftige grond werd. Toen is het gaan stormen en is het giftige zand bij mensen in huis terechtgekomen. Kinderen hebben erin gespeeld, mensen worden er ziek van. Tenzij de staatssecretaris kan garanderen dat er geen voorjaarsstormen meer plaatsvinden waardoor het vergiftigde zand wegwaait, kan zij hier niet volhouden dat met een verantwoordelijkheid die bij de boeren ligt en met het goed naleven van de regels, de gezondheidseffecten voor omwonenden zijn afgedekt.

Staatssecretaris Dijksma:
Mevrouw Ouwehand dwingt mij nu bijna om met de Kamer de techniek in te duiken. Als dat nodig is, dan doe ik dat. Dit middel mag alleen worden toegepast met speciaal daarvoor bestemde grondinjectieapparatuur. Het middel moet op minimaal 10 cm diepte worden ingebracht. Er moet dus wel sprake zijn van heel grote stormen, uitzonderlijk grote stormen, wil dat misgaan. Daarmee wil ik het geenszins bagatelliseren, maar ik wil wel vaststellen dat de gebruiksvoorschriften heel precies zijn. Desalniettemin hebben wij de Gezondheidsraad gevraagd om niet alleen voor dit middel, maar meer in algemene zin te kijken naar de effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de gezondheid van mensen. Wij nemen de aanbevelingen van de Gezondheidsraad zeer serieus. Wij zullen de Kamer een voorstel doen voor de vraag hoe wij daar vervolgens mee aan de slag gaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Alles goed en wel, al ben ik ook teleurgesteld over de middelen die door de toets zijn gekomen, maar dit middel is gewoon verboden. Het Ctgb heeft gezegd dat je het niet moet gebruiken. Minister Verburg heeft vrijstelling verleend, staatssecretaris Bleker heeft vrijstelling verleend en ook deze staatssecretaris gaat daarmee door, terwijl er alternatieven zijn en terwijl wij weten dat het gevaarlijk is. Dat stelt mij echt teleur. Bezin u nog eens, staatssecretaris. Trek die vrijstelling in, dan hebben wij het over de rest van de problemen in januari. Haal dat supergevaarlijke landbouwgif nu van de markt.

Staatssecretaris Dijksma:
Ik vind het jammer dat mevrouw Ouwehand een soort patent op zorg lijkt te willen hebben. De een is niet bezorgder dan de ander. Het gaat over de vraag op welke manier je omgaat met de waarschuwingen die je krijgt. Waar gaan ze over? Hoe voer je een en ander uit? Mevrouw Ouwehand trekt allemaal conclusies. Ik zeg: laten wij het debat in januari met elkaar voeren. Als mevrouw Ouwehand dan nog niet tevreden is, kan zij een motie indienen. Dan weten wij vervolgens ook hoe de Kamer erover denkt. Ik zou het jammer vinden om nu, op voorhand, conclusies te trekken. Dat doet echt geen recht aan de grote mate van betrokkenheid bij en zorg over dit onderwerp die het kabinet heeft.

De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor haar komst naar de Kamer.