Monde­linge vragen Ouwehand over verwaar­loosde en onder­voede honden door brood­fokkers in Brabant


11 februari 2014

Bekijk deze vragen via debatgemist.nl

Mondelinge vragen van het lid Ouwehand aan de staatssecretaris van Economische Zaken over verwaarloosde en ondervoede honden door broodfokkers in Brabant

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. De Kamer is het niet altijd met de Partij voor de Dieren eens, maar wel als het gaat over broodfok en malafide handel in honden. We vinden vrijwel unaniem dat dit zo streng mogelijk moet worden aangepakt. Ik meen dat alleen het CDA en de ChristenUnie onze motie daarover destijds niet steunden. Ook het kabinet zegt dat deze zaken zijn aandacht hebben. Daar zijn we blij om.

De vraag is wel of het kabinet genoeg doet. Na eerdere berichten heeft een nieuw onderzoek, in dit geval van Omroep Brabant, opnieuw aangetoond dat het in elk geval in die provincie stikt van de schuren waarin ondervoede puppy's in hun eigen ontlasting zitten. Ze worden voor een paar honderd euro op Marktplaats verkocht. Er wordt gesjoemeld met de hondenpaspoorten en met de inentingen. Het lijkt er dus op dat de inspanningen tot nu toe nog niet het resultaat hebben dat we willen, namelijk dat er een einde komt aan de broodfok en de malafide handel in honden.

Wat gaat de staatssecretaris doen? Er zijn een paar dingen in gang gezet. Sinds 1 april vorig jaar hebben we de identificatie en registratie van honden. Er is een motie aangenomen in de Kamer waarin staat dat de regels voor fokkers in het Besluit gezelschapsdieren voor alle fokkers moeten gelden. Denkt de staatssecretaris hier volgend jaar of het jaar daarna te kunnen zeggen dat het probleem is opgelost? Of moet er meer gebeuren? De Partij van de Dieren denkt dat het laatste het geval is en hoort graag van de staatssecretaris of ze bereid is een alomvattend plan van aanpak, met ambitie en duidelijk afrekenbare doelen, naar de Kamer te sturen.

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Het is heel goed dat mevrouw Ouwehand dit onderwerp opnieuw op de politieke agenda zet. Ik ben het zeer met haar eens dat het probleem van malafide hondenfokkers niet alleen bekend is, maar dat we er ook alles aan moeten doen om dat aan te pakken. Zij zei zelf al terecht dat er in de afgelopen periode het een en ander in gang is gezet om dat voor elkaar te krijgen. De NVWA heeft een actieve handhavingsstrategie, gericht op uitwassen van illegale handel. Zij werkt ook samen met de LID (Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming) en met de politie. Sinds april 2013 hebben we de identificatie en registratie van pups wettelijk verplicht. Ook daarmee worden de controle en het toezicht op hondenfokkerij en hondenhandel verbeterd.

In de berichtgeving waar mevrouw Ouwehand op wijst, wordt gesproken over lage boetes. Dat maakt het wel lastig, gezien de mogelijkheden in de wet. Misschien is het goed om hier te zeggen dat overtreding van het verbod op mishandeling of verwaarlozing maximaal drie jaar hechtenis of een geldboete van €20.250 kan opleveren. Ook is het mogelijk om mensen een houdverbod van maar liefst tien jaar op te leggen.

Doen we hiermee dan genoeg? Nee, dat is niet het geval. Het is ook belangrijk om kopers bewust te maken. We zijn aan de slag gegaan met organisaties als Marktplaats, de Dierenbescherming en het Platform Verantwoord Huisdierenbezit om bijvoorbeeld impulsaankopen te voorkomen. Daarmee kun je ook aan de koperskant bewustwording creëren. Het is heel belangrijk — de heer Graus zal er blij mee zijn dat we dat nog eens hardop zeggen — dat mensen bij een vermoeden van mishandeling of verwaarlozing 144 bellen. Dan wordt er altijd actie ondernomen, door de politie of door andere instanties.

Ik denk niet dat ik hier volgend jaar kan zeggen dat alle problemen zijn opgelost, want dit is een heel hardnekkig probleem. Dit probleem verschuilt zich ook achter voordeuren. Als burgers echter meehelpen met onze organisaties en als er sprake is van een effectieve handhavingsstrategie, kunnen we wel een stap zetten. Ik ben het met mevrouw Ouwehand eens dat dit nodig is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank voor de antwoorden. Dank voor de positie die de staatssecretaris inneemt. Ze vindt het een serieus probleem en wil het graag aanpakken. Daar ben ik blij om. Ik zeg haar wel dat we eerder een plan van aanpak hebben gezien. Dat was onder het kabinet waarin minister Verburg de verantwoordelijk minister was. Dat was in 2008. Het is nu 2014 en we zien dat het onvoldoende heeft gewerkt. We zijn op zichzelf blij met de extra stappen die de staatssecretaris zet ten opzichte van de eerdere kabinetten, maar we zouden wel alvast een inschatting moeten kunnen maken van de effectiviteit van die stappen. We weten dat het erg gemakkelijk is om te frauderen met de paspoorten van pups. Is het niet een idee om ervoor te zorgen dat de identificatie en registratie alleen maar mogen plaatsvinden als een erkend dierenarts dat doet in het bijzijn van het moederdier, zodat je dus niet een pup uit Oost-Europa of de Nederlandse broodfokkerij van een goedgekeurde chip kunt voorzien en je vervolgens het zicht op de malafide achtergrond verliest? Zou het niet een goed idee zijn om in overleg met de minister van Veiligheid en Justitie te bekijken of er een landelijk officier dierenwelzijn kan worden aangesteld, zodat de opsporing die we weten te realiseren ook echt tot een goede bestraffing leidt? Moeten we niet af van de verkoop van dieren op veilingsites als Marktplaats omdat het wel heel erg wensdenken is om te denken dat je daar impulsaankopen kunt tegengaan door er een buttontje bij te zetten van "denk wel even na voordat je eraan begint"? Een pup is erg aantrekkelijk. Ik heb zelf geen kinderen maar ik kan me zomaar voorstellen dat als je dochter van 8 jaar zegt "maar ik wil hem zo graag, mama" dat het toch heel moeilijk is om nee te zeggen. Ik denk dat de staatssecretaris net een paar stapjes harder moet zetten, willen we dit probleem echt oplossen.

Staatssecretaris Dijksma:
Volgens mij is de kern van de discussie niet de vraag of we gezamenlijk vinden dat we met een probleem te maken hebben, maar de vraag wat je effectief kunt doen om het probleem aan te pakken. Een aantal van de suggesties van mevrouw Ouwehand zijn niet nieuw, maar zijn om begrijpelijke redenen eerder niet uitgevoerd. Waar zij bijvoorbeeld spreekt over het verbieden van de verkoop op internet, dan is dat, of het nu gaat om de verkoop van dieren dan wel om producten, ongelofelijk lastig. Het betekent niet dat we het onderwerp maar laten liggen. Juist om die reden zijn we ook in gesprek met Martplaats, de Dierenbescherming en het Platform Verantwoord Huisdierenbezit, om ervoor te zorgen dat zijzelf verantwoordelijkheid nemen. En ze willen het ook. Dus misschien is het goed om ten aanzien van zo'n onderwerp hun die kans te geven.

Waar het gaat om het optreden van Justitie geldt dat minister Opstelten en ondergetekende nog niet zo lang geleden ten aanzien van de stroperij hebben vastgesteld dat het heel goed is om organisaties zoals de Dierenbescherming, politie, Justitie en de NVWA, beter bij elkaar te brengen in de keten. Dat is echter iets anders dan op voorhand binnen het verhaal van het Openbaar Ministerie mensen aanwijzen met een specifieke taak. Dat is mijn bevoegdheid niet en dat is ook een debat dat mevrouw Ouwehand dan met de minister van Justitie zou moeten voeren.

Dus ik vind het fijn dat mevrouw Ouwehand erkent dat er ook in deze periode weer een aantal stappen zijn gezet. Laten we die stappen nu een kans geven en laten we ervoor zorgen dat we burgers zo alert mogelijk maken om ook hun bijdrage te leveren. Die ouder die geconfronteerd wordt met een kind dat heel graag een dier wil, moet ook het bewustzijn hebben dat dit consequenties heeft. Uit een recente rechtszaak is gebleken dat als er dieren worden verkocht die later bijvoorbeeld doodziek blijken te zijn en mensen overtredingen op dit vlak hebben begaan, dit gewoon strafbaar is. Dat is tegen de wet. Dus daar kunnen we mensen ook voor aanpakken. Dat kan ook tot schadevergoeding leiden. Ook op dat punt zien we dat het net zich sluit.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank. We delen de zorg maar niet de inschatting van wat er nodig is. De staatssecretaris wil niet bewegen, anders dan de stappen die ze nu al zet. Dat kan, maar dan vind ik dat ze de Kamer iets moet toegeven, in de zin dat we over een jaar of anderhalf jaar — net wat ze wil — gaan kijken wat de resultaten zijn geweest van de stappen die ze nu zet. Kan de staatssecretaris toezeggen dat zij een concrete actielijst maakt, zodat wij kunnen bekijken in hoeverre het broodfokken is verminderd en wat de effecten daarvan zijn geweest? Dan kunnen we met elkaar discussiëren of haar aanpak effectief is geweest of dat er toch nog een stap extra nodig is.

Staatssecretaris Dijksma:
Het lijkt mij heel goed om over anderhalf jaar met elkaar de balans op te maken en na te gaan waar we nu staan. Dat is iets anders dan nu weer een nieuw plan van aanpak maken. Ik heb net een hele reeks stappen gezet die in mijn ogen al een voortreffelijk plan van aanpak kunnen zijn. Ik vind het echter fair om ook aan de Kamer te laten zien wat deze inzet oplevert. Als het niet genoeg is geweest, kan er altijd een nieuwe stap worden gezet. Maar die stappen worden wel steeds weerbarstiger, want we zijn nu in het stadium waarin we heel veel van de dingen die we kunnen doen, in werking hebben gezet. Ik hoop dat mevrouw Ouwehand dat ook wil erkennen.

De heer Graus (PVV):
Ik ben heel dankbaar dat de staatssecretaris heeft gerefereerd aan 144 red een dier, want de gratis filmpjes die waren beloofd, worden veel te weinig uitgezonden door de regering. Ik heb nog een aanvullende vraag. Wij hebben niet alleen gevraagd om 144 en om 500 mensen voor de dierenpolitie, maar wij hebben er destijds ook voor gezorgd dat de aanpak van malafide hondenhandelaren in het regeer- en gedoogakkoord werd opgenomen. Daar is inderdaad weinig mee gebeurd. Wij willen dat de pakkans wordt verhoogd. Er moet een aparte dierenofficier van justitie komen, die verstand van zaken heeft en die ervoor zorgt dat die gasten allemaal in de gevangenis belanden. Het liefste willen wij dat ze op water en brood worden gezet. Ze moeten een levenslang verbod krijgen op het houden van dieren. Tot slot hebben we gevraagd om vliegende brigades in te zetten tegen Oost-Europese karpatenkoppen die allemaal zieke puppy's ons land binnenbrengen. Die vliegende brigades zijn er ook nooit gekomen. Het is allemaal toegezegd. Ik hoop dat daar iets aan gaat gebeuren.

De voorzitter:
Voordat ik het woord geef aan de staatssecretaris, wil ik voor de Handelingen hebben opgemerkt dat scheldwoorden hier niet thuishoren in het debat.

Staatssecretaris Dijksma:
Daar wil ik mij graag bij aansluiten. Ik denk dat het goed is om vast te stellen dat mevrouw Ouwehand de vragen heeft gesteld naar aanleiding van een situatie waarbij vooral veel Brabantse broodfokkers zijn betrokken, die er natuurlijk ook af en toe een puinhoop van maken. Dat gezegd hebbende, ga ik in op de inhoud van de vragen van de heer Graus.

Het gratis filmpje 114 red een dier krijgt men ook vandaag weer te zien. Het is gratis. Er wordt gesproken namens de regering. Ik wil dat onderwerp en dat nummer heel graag onder de aandacht brengen, want het is een heel effectieve manier om ervoor te zorgen dat ook mensen op straat waarschuwen als ze misstanden zien. Dat was het eerste punt.

Het tweede punt betreft het strafrecht. Ik heb net geschetst dat er ook in het strafrecht wel degelijk kan worden ingegrepen. Als er bijvoorbeeld sprake is van mishandeling, kan de dader in hechtenis worden genomen of een hoge geldboete krijgen. Het is niet zo dat dit altijd wordt uitgesproken, maar het is aan de rechter om binnen de wet te bepalen wat proportioneel is. Dat is lastig voor politici, maar daar gaan wij niet over. Wettelijk hebben we het mogelijk gemaakt.

Het derde punt is het houdverbod. Dat is er. Het is alleen niet levenslang, omdat in ons recht altijd weer een tweede kans wordt geboden. Dat weet de heer Graus ook. Daar hebben we eerder een discussie over gevoerd. We kennen echter wel een houdverbod van tien jaar. Dat is letterlijk geen kattenpis.

Het laatste punt is de inzet van de diensten. Ik verwijs de heer Graus naar het debat met de minister van Veiligheid en Justitie. Hij heeft toegezegd dat er binnen de politie ook taakaccenthouders zijn met het onderwerp dierenwelzijn op de agenda. De heer Graus weet dat we de samenwerking tussen de verschillende organisaties willen versterken. Ook op dat punt moet de keten beter functioneren. Ik denk dat de heer Graus ook hierbij een heel eind tegemoetgekomen wordt. Hij krijgt niet alles wat hij vraagt, maar dat is nou eenmaal het leven.

De heer Graus (PVV):
Ik kom even terug op uw opmerking, voorzitter. U had het over een scheldwoord. Ik bedoelde het helemaal niet als scheldwoord. Het is een feitelijke constatering dat er mensen zijn die puppy's meer dood dan levend over de grens brengen. Ik had het over de harde karpatenkoppen die die gasten hebben. Ik bedoelde het dus niet als scheldwoord, maar puur als iets wat ik heb geconstateerd.

De voorzitter:
Mijnheer Graus, u bent specifiek, dan ben ik het ook. Ik heb geconstateerd dat ik het een scheldwoord vind. Ik vind dat dat niet thuishoort in het debat. U hebt daar een andere mening over; dat mag. Gaat uw gang met uw vraag.

De heer Graus (PVV):
Zeker, voorzitter. Wij respecteren dat van elkaar. Het gaat mij erom dat de pakkans wordt vergroot. Wij hebben gevraagd om 500 dierenpolitieagenten, maar ze zijn op 180 blijven steken. Die mensen kunnen niet eens de bijna 200.000 meldingen van 144 red een dier aan, laat staan dat ze kunnen opsporen, dat ze recherchewerk kunnen verrichten. Het zijn er gewoon te weinig. Een boa is niet opgewassen tegen de harde mentaliteit, het onfatsoen, de hufterigheid en de vaak zware bewapening van die gasten. Daar moet je echt politiemensen op inzetten. Zorg nu toch alstublieft samen met de minister van Justitie, met wie u iedere vrijdag in de ministerraad zit, dat die gasten een jarenlange gevangenisstraf krijgen. Er is een aangenomen motie-Graus/Helder. Die mensen moeten een levenslang verbod krijgen op het houden en fokken van dieren. Zorg dat er een dierenofficier van justitie komt. Die is in ons land hard nodig.

Staatssecretaris Dijksma:
Wij vervallen nu echt in een herhaling van zetten. Ik begrijp dat de heer Graus bij zijn mening blijft. Dat respecteer ik, maar ik heb zijn vragen zojuist beantwoord.