Toege­nomen Neder­landse invoer van palmolie


Monde­lingen vragen Ouwehand

5 april 2018

De voorzitter:
Dan gaan we nu naar de vraag van mevrouw Ouwehand aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die ik van harte welkom heet, over het bericht dat de Nederlandse invoer van palmolie na jaren weer is toegenomen. Het woord is aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. De Nederlandse invoer van palmolie is na jaren weer toegenomen. Dat is positief voor de economische cijfers waarvoor het kabinet zich volop op de borst kan kloppen. Nederland is zo'n beetje de grootste handelaar in palmolie. Het is wel heel erg slecht nieuws voor de leefbaarheid van de aarde. De productie van palmolie gaat gepaard met grootschalige verwoesting van gebieden, regenwouden, veenmoerasgebieden, die wij nodig hebben om onze ecosystemen intact te houden en om de klimaatverandering te stoppen. Voor palmolie worden een miljoen voetbalvelden per jaar aan regenwoud gekapt.

De inzet van het kabinet is sinds 2004 om een rondetafel voor zogenaamde duurzame palmolie te ondersteunen. De bedoeling is dat de productie van palmolie daardoor wel voldoet aan milieu-, klimaat- en mensenrechtennormen. Sinds die tafels in 2004 heeft deze Kamer heel regelmatig mensenrechtenorganisaties, dierenbeschermingsorganisaties en milieuorganisaties over de vloer gehad. Die afspraken zijn een lachertje. Niet voor de mensen die worden weggejaagd van hun land en vervolgens als schuldslaven mogen terugkomen. Niet voor de mensen die leven in die gebieden die grootschalig worden vervuild. En dan ook al niet voor de dieren die hun laatste leefgebied verliezen. Vanochtend kwam het bericht dat de laatste mannelijke witte neushoorn in het Noorden is uitgestorven. Datzelfde lot staat de orang-oetan en de Sumatraanse tijger te wachten.

Wij willen van het zelfbenoemde groenste kabinet ooit heel graag horen dat het gaat inzetten op een vermindering van de import van palmolie. Dat is, naast die zogenaamde verduurzaming, absoluut nodig. Dat kan door bijvoorbeeld te komen met een heffing. Palmolie is een ontzettend goedkope vulstof die overal in zit, in koekjes, snoepjes, chocola, crackers en noem maar op, omdat het zo goedkoop is. Dat is volstrekt onnodig en in het licht van klimaat ongelooflijk onverantwoord.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister.

Minister Kaag:
Dank u en goedemiddag, mevrouw de voorzitter. Dank ook voor de vraag. Ik heb het artikel ook zojuist gelezen en ervan kennisgenomen. Op dit moment kan ik het alleen maar interessant noemen dat de invoer van palmolie in Europa na vier jaar daling weer is toegenomen. Inderdaad, het tekent een hogere vraag vanwege het goedkope gebruik van palmolie in hele reeksen producten, en natuurlijk ook de vraag. Wij zijn inderdaad een relatief grote importeur van ruwe palmolie in Europa, zoals in het artikel wordt gesteld. Veel wordt verwerkt voor export naar andere landen. De haven van Rotterdam heeft daar natuurlijk in het bijzonder baat bij. Dat moeten wij onderkennen.

Ik deel de zorgen en het kabinet deelt de zorgen over de ontbossing waartoe de productie van palmolie leidt, en over het bredere duurzame plaatje en de toekomst van de aarde. Ook bij kwesties zoals arbeidsomstandigheden, een leefbaar loon en gelijke kansen zie ik helemaal geen verschil. Ik denk wel dat de benadering anders is. Ik ondersteun een heffing niet. Ik denk dat wij dan heel snel in de problemen raken bij de WTO. Zoals door vorige kabinetten is afgesproken, zetten wij ook nu aan tot verduurzaming van de productie met tegelijkertijd inzet van ontwikkelingssamenwerkingsmiddelen voor een aanpak gericht op arbeid, eerlijk loon en ontwikkelingssamenwerkingsprogramma's. Ik weet dat er een meningsverschil is over de organisatie die u noemde, de rondetafel voor duurzame palmolie. Wij denken dat die organisatie effectief is. Er is inderdaad kritiek van ngo-zijde, met name op de RSPO, de Roundtable on Sustainable Palm Oil. Ik kan het niet helpen, mevrouw de voorzitter, de club noemt zichzelf bij een Engelse naam. Als de standaard wordt overtreden, wordt er wel actie ondernomen. Het is een van de hoogste standaarden in de industrie in de sector.

Tegelijkertijd weten wij ook van ngo's zoals Solidaridad en IDH die juist werken aan verduurzaming, ook in het terrein, dat met de doelen die gesteld zijn voor 2020 bijvoorbeeld, voor de Nederlandse markt al 90% is bereikt. Kunnen wij meer doen? Dan is de vraag hoe. Een heffing is niet het antwoord. Wij zullen het ook samen moeten doen in Europees verband en daarin samen moeten optrekken. Ik denk dat daarom juist de Amsterdamverklaring voor duurzame palmolie goed is en een goed doel blijft stellen. Bij alle bezoeken, zoals onlangs in Maleisië en Vietnam, heb ik zelf ook het belang van actie en versnelling op weg naar totale verduurzaming van de palmolie-industrie opgebracht. We gaan dat ook weer bekijken met het bedrijfsleven en organisaties die daar zijn. Zoals ik meldde, zijn er OS-middelen om, waar dat relevant is, te kijken hoe we dat effectief kunnen aanpakken.


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
We kennen de inzet van de vorige kabinetten en het stelt mij wel teleur dat deze minister, die nota bene staat voor de mensenrechten, wereldwijd, want dat is haar missie, zo makkelijk wegkijkt bij de grote, zware kritiek die er geleverd wordt op die verduurzaming. In 2014, dus tien jaar nadat die tafels de ruimte hadden gehad om zich te bewijzen, moest CLM concluderen dat een substantieel deel van de geïmporteerde palmolieproducten in Nederland afkomstig is van productiewijzen die in strijd zijn met de wet. De Kamer krijgt voortdurend signalen van mensenrechtenorganisaties en natuurbeschermingsorganisaties dat de afspraken van die tafels onvoldoende zijn.

Een ander punt: die palmolie is in veel gevallen helemaal niet nodig. Wat is er goed en duurzaam aan om in gebieden ver weg palmolieplantages neer te zetten, om vervolgens die olie naar Nederland te slepen en in producten te stoppen die we niet nodig hebben? Het vorige kabinet wilde nog doen alsof de klimaat- en milieuschade nog veel groter zou zijn als we dat zouden vervangen, maar we kunnen ook wat minder vlees gaan eten met z'n allen. We hebben in Nederland te maken met overgewicht. Het is niet zo dat we omkomen van de honger als we ietsje minder palmolie gebruiken. Ik zou graag zien dat de minister op die twee punten serieus ingaat.

Minister Kaag:
Het laatste punt is natuurlijk een kwestie van filosofie en persoonlijke levenswijze, als het gaat om meer of minder vlees eten. Ik kan me daar persoonlijk in vinden, maar ik zie dat niet per se als iets wat ik ga uitdragen als minister. Het is de keuze aan eenieder om een bijdrage te leveren, maar dat is een andere afweging.

Veel belangrijker is, denk ik, een punt waarover ik wel met u van mening verschil, zeer helder, namelijk over een vrijwillige aanpak in veel van deze zaken. Zoals ook gebleken is bij de convenanten tot nu toe is er samenwerking met de private sector en met steun van de overheid, ngo's en anderen. Dat zien we ook in andere sectoren; met inzet van andere middelen, zoals OS, handelssteun en technologische steun. Je kunt een scala van maatregelen daarbij bedenken. Op dit moment is dat de beste manier van werken. Dat wordt ook bevestigd door vele van de ngo's waarmee wij samenwerken.

U doelt eigenlijk al meteen op wetgeving of een verbod. We hebben al in een ander AO over handelsgesprekken namens het kabinet besproken dat als het gaat om wetgeving in een markt om misstanden tegen te gaan, op dit moment nog niet bewezen is dat dit de juiste weg is. Er is samenwerking met de ILO. We steunen dat. Het kinderarbeidfonds is al een middel. Ik meldde andere ontwikkelingssamenwerkingsmiddelen. Twee jaar na evaluatie van een aantal convenanten in topsectoren kunnen we bekijken of en onder welke omstandigheden welke vorm van wetgeving doeltreffend zal zijn. Ik denk niet dat je zo hard kunt stellen dat wetgeving het middel is. Ik denk dat veel van de armsten dan juist in een nog kwetsbaardere positie zullen geraken. Ik denk dat we ook niet door marktverschuiving de verduurzamingsagenda kunnen uitdragen. We zullen ook de politieke steun verliezen die nodig is in landen waar palmolie wordt geproduceerd. Ik denk dat we dan het algemene doel van verduurzaming op een manier die houdbaar is op de lange termijn niet zullen bereiken, en dat is een grote zorg.

Mensenrechten, ja. U zult dat ook terugzien in de nota over buitenlandse handel en OS, maar er zijn vele keuzes bij het nastreven en realiseren van mensenrechten. Wetgeving is niet de enige. Uiteraard zullen wij de stem horen van ngo's. Hebben wij berichten dat er mensenrechten worden geschonden, dan zullen wij ook actie nemen en de betreffende organisaties of autoriteiten op de juiste wijze daarop aanspreken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil niet lelijk doen tegen de minister, maar we kunnen toch niet anders dan concluderen dat de voorgestelde aanpak na veertien jaar nog steeds niet werkt, dat we hier nu tien minuten hebben staan praten, dat er weer twintig voetbalvelden aan regenwoud zijn gekapt en dat het groenste kabinet ooit het prima vindt om daar grof aan te verdienen?

De voorzitter:
Dank u wel. U mag daar kort op reageren, maar dat hoeft niet. Dan ga ik naar mevrouw Van den Hul namens de PvdA.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Dank aan mevrouw Ouwehand voor het agenderen van dit belangrijke thema. We hebben onlangs een algemeen overleg gehad over imvo, internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een van de thema's die we daar bespraken, was ketenverantwoordelijkheid. Ik heb de volgende vraag aan de minister: hoe weten we op dit moment of de importeurs van palmolie die ketenverantwoordelijkheid ook daadwerkelijk nemen, en daar invulling aan geven?

Minister Kaag:
De verduurzaming vindt inderdaad met name plaats in samenwerking met de voedingsmiddelensector, middels de Dutch Alliance for Sustainable Palm Oil. Volgens dat genootschap, waaraan het merendeel van de ketenmedewerkers deelneemt, dus ook aan de Nederlandse kant, is 90% van de verduurzaming al bereikt wat betreft de Nederlandse markt. Een punt van zorg blijft natuurlijk het transport via Rotterdam naar andere landen. Hoe we daar beter naar kunnen kijken, is natuurlijk een vraag. Ik gaf al aan dat we dat niet uitsluiten, maar daar is de Amsterdamse verklaring weer voor, want we trekken daar in Europees verband in op. Dan moet ik even teruggaan en kijken naar het marktsegment, naar wat er van Rotterdam verder naar Europa gaat — dat is waarschijnlijk het merendeel — en naar wat er naar buiten gaat, en wat we daaraan kunnen doen vanuit een ketenverantwoordelijkheid.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Bouali, namens D66. Nee, Mevrouw Van den Hul, u kunt geen vragen meer stellen. De heer Gijs van Dijk heeft al een vraag gesteld.

De heer Bouali (D66):
Wat er nu op tafel ligt, is een belangrijk thema. En het is in ieder geval goed om te zien dat de minister dit bij haar recente bezoek aan Maleisië uitvoerig heeft besproken met de minister die daar verantwoordelijk is voor palmolie en de handel daarin. We hebben bij het vorige AO ook uitgebreid stilgestaan bij internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daar is dit ook een belangrijk thema. Mijn vraag aan de minister is: hoe zorgen we ervoor dat we in Europees verband samen optrekken met andere EU-lidstaten om dit thema een duw in de goede richting te geven? En kan de minister misschien zeggen of ze dit ook opneemt in de brief die ze toegezegd heeft aan Commissaris Timmermans, om dit onderwerp als voorbeeld te stellen?

Minister Kaag:
Ja, dit zal ook een onderdeel vormen van de brief naar Eurocommissaris Timmermans. Ook trekken we met elkaar op, zowel binnen Europees Commissieverband — we spreken de Commissie erop aan — als bij de Europese Handelsraden, waar we dit ook naar voren brengen wanneer dat gepast is. En het is natuurlijk ook een kans voor het Europees Parlement, voor de betreffende partijen die daar vertegenwoordigd zijn.

De heer Amhaouch (CDA):
De Partij voor de Dieren maakte net denk ik een karikatuur van de inspanningen die Nederlandse bedrijven leveren om duurzame palmolie te importeren. 90% van de palmolie die Nederlandse bedrijven importeren is duurzaam, dus dan wordt er echt een karikatuur van gemaakt. De vraag aan de minister is: heeft zij er bezwaar tegen of ziet zij bezwaren als Nederland meer duurzame palmolie gaat importeren? Of ziet ze dat juist als een stimulans voor de kleine boeren in Maleisië en Indonesië voor extra inkomsten? Volgens mij doen heel veel Nederlandse bedrijven al aan duurzaamheid en zijn ze transparant. Zien we daar dan nog een probleem in?

Minister Kaag:
Dank voor deze vraag. Dit komt terug op een heel fundamentele vraag die mevrouw Ouwehand heeft gesteld. Of het duurzaam is, is in dit geval aan de consument om te bepalen. We weten dat de consument meer en meer zekerheid wil hebben dat een en ander duurzaam geproduceerd is. De regeringen van bijvoorbeeld Maleisië en Indonesië hebben in heldere termen te kennen gegeven dat de verduurzaming op korte termijn zal stoppen als we ophouden te importeren. Dat zal dan het gevolg zijn. Tegelijkertijd zie ik ook geen bezwaar tegen het gebruik van palmolie in producten als dat relevant is. Het is aan bedrijven om een actieve rol te spelen en te bekijken of er op termijn vervanging, substitutie, mogelijk is. Consumenten kunnen er ook om vragen. Bedrijven kunnen ook het voorbeeld volgen van Unilever, dat laat zien bij welke producten in de productie ervan duurzame palmolie is gebruikt. Dat zijn allemaal keuzemomenten, maar ik zie persoonlijk ten principale geen bezwaar tegen het gebruik van duurzame palmolie in de productie.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
We weten natuurlijk allemaal dat de productie van palmolie gepaard gaat met grove schendingen van mensenrechten en natuur. U geeft dat zelf ook aan. We zien dat er ook in Nederland steeds meer import is van palmolie. Tegelijkertijd verscheen er vandaag of gisteren — dat ben ik even kwijt — een bericht dat Nederlandse bedrijven eigenlijk nauwelijks transparant zijn over waar ze hun palmolie vandaan halen. Dan kunnen we wel mooie keurmerken hebben, maar als bedrijven niet willen zeggen hoe ze handelen, dan hebben we ook te weinig informatie. Ik vroeg me af of de minister ook samenwerkt met de staatssecretaris van IenW als het gaat om het bijmengen van palmolie als biobrandstof.

Minister Kaag:
Dank voor deze vraag. De bijmenging van biobrandstof is een andere kwestie. Er zijn nieuwe richtlijnen. Er is ook een motie aangenomen. Er is een inzet van het kabinet om dat op een effectieve manier tegen te gaan. Daar wordt ook in het Europees Parlement over gesproken. We hebben nog geen informatie als het gaat om de bijmenging van biobrandstoffen dit jaar. Die informatie wordt pas in april van dit jaar beschikbaar gesteld door de Nederlandse Emissieautoriteit. Dan kunnen we bekijken of er ook op dat gebied sprake is van een toename. Maar het is een andere vorm. Het is een ander patroon. We kennen ondertussen de gevaarlijke gevolgen van de directe bijdrage van de bijmenging van biobrandstoffen. Nogmaals, beide punten, het gevaar of het risico van ontbossing en de verduurzamingsagenda, worden integraal opgepakt. We hebben daar doelstellingen bij. De Nederlandse bedrijven werken daaraan mee. Wij zetten ook de ontwikkelingssamenwerkingsmiddelen in. Maar we kunnen niet vooral in landen gaan werken en verwachten dat regeringen zelf een groot aantal kleine boertjes van hun land afhalen en dat ze tegen hen zeggen dat ze geen werk meer hebben, omdat er een verduurzamingsagenda is. Dat zal namelijk uiteindelijk tot ontwijkend gedrag leiden. Dan zullen we niet tegemoetkomen aan de doelstelling van verduurzaming op lange termijn.

De heer Alkaya (SP):
Wij weten natuurlijk al jaren hoe dier- en milieuonvriendelijk het gebruik van palmolie in onze voedingsmiddelen is. Ik sluit me aan bij de vraag van GroenLinks. Alle goede bedoelingen ten spijt, kwam Greenpeace met een rapport waarin staat dat de helft van de bedrijven niet wil of kan aangeven waar ze hun palmolie vandaan halen. Transparantie is dus nog heel ver te zoeken. Als mensen voor het schap staan in de supermarkt, kunnen ze er nog steeds niet van uitgaan dat ze door bepaalde producten te kopen niet bijdragen aan ontbossing, en uitbuiting van boeren over de hele wereld. Dat moet toch anders kunnen. Is de minister het met mij eens dat in ieder geval de bedrijven in Nederland moeten kunnen garanderen dat zij alleen maar gebruikmaken van verantwoord gewonnen grondstoffen? Dat geldt dan vooral voor palmolie, als we nu zien dat de import weer toeneemt.

Minister Kaag:
Dank u. Dat is inderdaad wenselijk. Ik denk dat het merendeel van de bedrijven tegenwoordig vanwege de reactie van de consument en vanwege het publieke debat, vandaag maar ook in de krant, steeds meer zal willen aangeven waar het de palmolie vandaan haalt. Ik denk voorts dat een effectieve samenwerking met het instituut, dat die keurmerkwaarde zal geven, ook heel belangrijk is. Verloopt alles altijd volgens plan? Nee, maar er is een enorme voortgang geboekt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik zou toch willen weten of de minister ten minste erkent dat de goedkope grondstof palmolie als ingrediënt in levensmiddelen een enorme vlucht heeft genomen, waar dat heel vaak niet nodig is. Erkent zij dat consumenten er tegenwoordig mee geconfronteerd worden dat in de helft van de producten in de supermarkt palmolie zit en dat het vrij lastig is om naar je idealen te leven en dat helemaal te mijden als fabrikanten, omdat het zo goedkoop is, dat overal in stoppen?

Minister Kaag:
Ja, maar ik ben, eerlijk gezegd, niet in staat om van elk product aan te geven of er een alternatief is waarmee je datzelfde product zou kunnen produceren. Dat vergt kennis van product tot product. Ik ben het met mevrouw Ouwehand eens dat de consument nog meer informatie zou moeten hebben. Ik wijs ook op de opmerking van de heer Alkaya daarover. We hadden daar in het laatste AO over buitenlandse handel ook een interessante discussie over. Er was een vraag van de heer Amhaouch om in een volgend overleg te spreken over de stormloop op keurmerken, zowel over de kosten die dat met zich brengt voor de kleinere bedrijven en de importeurs als over de verwarring die dat kan veroorzaken voor de consument. Het zou goed zijn als er een stroomlijning komt, een verduidelijking van waar welk keurmerk voor staat. Dat zou beter behapbaar zijn voor alle bedrijven die eraan mee willen werken. Dan heeft ook de consument meer duidelijkheid. Dan kan de consument zeggen: ik kies product A of product B. Maar ik ben noch zal in staat zijn om van product tot product een zakelijk waardeoordeel te geven of het wel of niet mogelijk is om palmolie-ingrediënten eruit te halen. Dan ga ik echt op de stoel van de producent zitten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, tot slot. Dit is zo'n groot maatschappelijk probleem. Ik maak er bezwaar tegen dat het kabinet naar de rol van consumenten wijst. Geloof mij: ik ben een hoog gemotiveerde burger en ik probeer palmolievrij te leven. Dat lukt heel moeilijk, terwijl ik zeer gemotiveerd ben om al die etiketten te lezen. En dat geldt dus ook voor andere mensen die niet willen bijdragen aan klimaatverandering. Die mensen voelen zich in de kou gezet door een overheid die niet eens haar best wil doen om de import van die palmolie ten minste ietsje te verminderen. Als consumenten hun best moeten doen, dan moet het kabinet dat ook.

Minister Kaag:
Mevrouw de voorzitter. Er is een vraag gekomen. Het debat verschuift. Dat is goed. Maar we hebben het eerst over een verbod, dan hebben we het over een uitleg, dan over een consument en nu hebben we het over de overheid die moet gaan bepalen voor producenten of palmolie wel of niet terecht gebruikt wordt. Dan verschuift het debat. Ik denk dat ik heel goed erken dat als je palmolievrij wilt leven — wat ik waardeer — het heel lastig is dat er nog niet voldoende alternatief aanbod is om die keuze te maken en om er door middel van een marktmechanisme voor te zorgen dat palmolie een verschuivende en verminderende werking op de markt krijgt. Dat erken ik zo, dat geloof ik meteen van mevrouw Ouwehand. Ik volg haar ook op Twitter. Ik zie dus welke inzet daarachter zit.

Tegelijkertijd is dit niet het moment om zo'n gesprek aan te gaan. We hebben ons gecommitteerd aan de verduurzamingsagenda. We hebben daar afspraken over, nationaal en internationaal. En we hebben ook een verwachting te managen voor wat betreft de Nederlandse kant van het verhaal. Er is nu 90% inzet op verduurzaamde palmolie. Dat waren de afspraken. Dat is nog steeds de afspraak bij 2020 en ook via de Amsterdamse verklaring. Moet er een verschuiving plaatsvinden? Ik denk dat we daar eerst in een ander kader een goed gesprek over moeten hebben, met een goede inschatting van wat dat zou betekenen en of dat ook daadwerkelijk een verschil gaat maken. Individuele keuzes in deze fase blijven wat mij betreft echt individuele keuzes.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik vraag me oprecht af wat een Indonesische boer of het regenwoud in Indonesië eraan heeft als we gaan doen wat de Partij voor de Dieren wil, namelijk in Nederland geen koekjes meer eten met palmolie en geen vlees meer consumeren. Volgens mij zet het Nederlandse bedrijfsleven zich volop in voor duurzame palmolie. Het CDA heeft dat net ook al terecht gezegd. De VVD sluit zich daarbij aan. Juist het opleggen van importheffingen van palmolie naar Nederland werkt misschien wel averechts voor die verduurzaming. Kan de minister iets zeggen over de mogelijkheid om de importheffingen voor duurzame palmolie laag te laten zijn en voor niet-duurzame palmolie wat hoger te laten zijn? Zouden we dan misschien de gewenste ontwikkeling kunnen stimuleren?

Minister Kaag:
Dit soort gesprekken zijn inderdaad gevoerd. Dat levert in het kader van de verduurzamingsafspraken met landen zoals Maleisië en Indonesië nog steeds zorgen en ook verwarring op, want zij zeggen: wij hebben die afspraken gemaakt; dwing ons niet nog sneller te gaan dan nu al in de afspraken is vastgelegd. Dan is er het risico van het weglopen van de andere kant. Dat is ook niet gewenst, want we werken natuurlijk samen. Tegelijkertijd kunnen we wel gaan kijken — dat is misschien ook waar mevrouw Becker op doelt — of we een soort "meer voor meer" kunnen geven, naarmate er meer verduurzaamde palmolie is en er een versnelling plaatsvindt. Daar heb ik op ingezet in mijn gesprekken in Maleisië en Indonesië. We hebben de verduurzamingsafspraken. Kunnen we gaan versnellen? Wat wordt er verwacht van alle partijen? Laten we dat op een positieve manier gaan belonen. Ik ben bereid om daarnaar te kijken, want dat heb ik ook al aangestipt en afgesproken met die landen. Maar het vergt een beetje tijd en een beetje studie.

De voorzitter:
Dank u wel.

Minister Kaag:
Dank u wel.