Monde­linge Vragen Ouwehand n.a.v. de uitzending van Zembla d.d. 8 januari jl. over gif in de Bollen­streek


11 januari 2011

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Als het Guinness Book of Records lijstjes bij zou houden over de landen die het meeste gif over hun akkers laten stromen, zou NL bovenaan staan. Met stip. Het is maar waar je trots op bent. De uitzending van Zembla afgelopen zaterdag toont aan waar de Partij voor de Dieren al veel langer voor waarschuwt, namelijk dat landbouwgif gevaarlijk is, dat er veel te veel van gebruikt wordt en dat er middelen worden toegelaten waarvan we weten dat deze ernstige gevolgen hebben voor natuur, voor milieu en voor de volksgezondheid. De regering, onze overheid, zegt al twintig jaar: er is niks aan de hand. Wij wagen dat te betwijfelen en staan daar niet alleen in. Experts waarschuwen al jaren voor de blootstelling van omwonenden aan bestrijdingsmiddelen. We hebben het over niet-geboren kinderen en kleine kinderen in de groei, bij wie het zenuwstelsel zich minder goed kan ontwikkelen als gevolg van de blootstelling aan landbouwgif, van wie het afweersysteem minder goed kan functioneren of bij wie longproblemen kunnen optreden. Bij volwassenen kan het gaan om verminderde vruchtbaarheid bij mannen en meer spontane abortussen bij vrouwen. Op langere termijn zijn alzheimer en parkinson in verband gebracht met bestrijdingsmiddelen. De vraag is duidelijk. Geeft de staatssecretaris gehoor aan de oproep van experts dat het echt tijd is voor grootschalig gezondheidsonderzoek van omwonenden van landbouwgebieden? De Partij voor de Dieren vindt dat de middelen die nu zijn toegelaten, opnieuw zullen moeten worden getoetst aan veel strengere criteria. Graag een duidelijk en helder antwoord van deze staatssecretaris.

Staatssecretaris Bleker:Voorzitter. Wordt bij toelating van gewasbeschermingsmiddelen het effect op omwonenden nu beoordeeld? Het antwoord is "nee". Is dat goed? Het antwoord op die vraag is ook "nee". Zal het anders worden? Ja, in 2009 is er op Europees niveau besloten om bij de toelating van middelen ook de langdurige effecten op omwonenden te bezien. In 2010 heeft het Europese voedselagentschap geconcludeerd dat de toetsing moet worden aangevuld met het aspect van de wonenden. Dit zal ook gebeuren. In 2011 wordt gestart met de verwerking van dit aspect, het toetsingspunt, in de richtsnoer die voor de nationale toelatingsautoriteiten geldt. Is er reden tot grote zorg? De onderzoeken die tot nu toe zijn uitgevoerd in binnen- en buitenland wijzen uit dat ook langdurige blootstelling verwaarloosbare of geen effecten voor de omwonenden lijkt te hebben. Is dat een reden om dan toch maar af te zien van het advies van de EFSA en dat aspect niet mee te nemen in de beoordeling? Wij vinden dat het wel moet worden meegenomen. Wij zien echter op dit moment geen reden -- ook gelet op datgene wat nu al in gang is gezet -- om nu een grootschalig onderzoek in te stellen, mede gezien de uitkomsten van eerdere onderzoeken die in binnen- en buitenland zijn gedaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is toch wel bijzonder dat de staatssecretaris van Landbouw die gaat over de bloembollen, de akkers en de toelating van het landbouwgif, een heel andere mening is toegedaan dan de Nederlandse Vereniging voor Toxicologie. Je zou denken dat die mensen er verstand van hebben. Zij zeggen dat het toelatingsbeleid in Nederland tien jaar achterloopt op de wetenschappelijke kennis over verdamping en verneveling en over de stoffen die in de lucht terechtkomen en dus ingeademd kunnen worden door omwonenden. Het is prachtig dat de staatssecretaris verwijst naar Europese afspraken over het invoeren van een andere toets op termijn. Waarom laat het College voor de toelating van gewasbeschermings-middelen en biociden op dit moment nog middelen toe waarvan het onvoldoende weet wat de effecten daarvan zijn op de volksgezondheid? Wat hebben de omwonenden daaraan? Wat hebben de kinderen daaraan die daar opgroeien? Ik wil graag duidelijkere toezeggingen van de staatssecretaris over de volgende punten, namelijk dat hij geen risico's neemt met de volksgezondheid, dat hij experts serieus neemt en de nu toegestane middelen opnieuw laat toetsen en dat hij een moratorium afkondigt op de toelating van nieuwe middelen totdat wij meer weten.

Staatssecretaris Bleker: Ik ben het met mevrouw Ouwehand eens dat er zo snel mogelijk een einde moet komen aan de situatie waarin er niet getoetst wordt op het aspect "effect omwonenden". Wij zullen ook in Europa aandringen op snelheid bij de verwerking van dit punt in de richtsnoer voor de toelating van stoffen. Er is in dit verband onderzoek gedaan in Duitsland en in Nederland. Er zijn 300 evaluaties van de Duitse toelatingsautoriteiten over de effecten op omwonenden. Steeds weer komt daar de conclusie uit dat er geen toxicologische grenswaarden overschreden worden en dat er dus geen reden tot zorg is, hoewel die door sommigen anderen wel wordt geuit. Dit jaar zal er een onderzoek worden gedaan door de Gezondheidsraad. Wij stellen vast dat wij ten eerste dit aspect volop gaan meewegen bij de beoordeling en er ten tweede een aantal onderzoeken lopen. Dit jaar zal er bovendien een onderzoek door de Gezondheidsraad gestart worden. Wij doen dit dus verantwoord. Het is misschien niet helemaal naar de zin van mevrouw Ouwehand, maar het komt wel een heel eind in de buurt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Graag ontvang ik van de staatssecretaris schriftelijk de opzet van het onderzoek van de Gezondheidsraad. Het valt op dat de staatssecretaris verwijst naar toelatingsautoriteiten. Daar gaat het nu juist om. De toelatingsautoriteiten werken immers niet volgens de meest recente inzichten van de toxicologen. Ik wil dus een duidelijke opzet van dat onderzoek. De Gezondheidsraad heeft al gezegd dat er gevaren zijn. Daarom vind ik dat de staatssecretaris in dit kader een moratorium moet toezeggen zodat er in de tussentijd niet op basis van de huidige richtsnoeren middelen worden toegelaten.

Staatssecretaris Bleker: Als de tot nu toe uitgevoerde onderzoeken -- en dat zijn er veel -- aanleiding zouden geven tot de zorg waarover mevrouw Ouwehand spreekt, zou er reden zijn om de toelating van bepaalde stoffen te beƫindigen. Die aanleiding is er nu niet. Ik zeg toe dat mevrouw Ouwehand alle informatie krijgt over de onderzoeken die uitgevoerd zijn en de onderzoeken die op stapel staan en over de manier waarop die in de Europese richtsnoer zullen worden verwerkt. Nadat mevrouw Ouwehand die informatie heeft gekregen, kunnen wij opnieuw de discussie voeren.