Inbreng verslag regels ter imple­men­tatie van het Nagoya Protocol


5 maart 2015

Inbreng Partij voor de Dieren verslag regels ter implementatie van het Nagoya Protocol

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennis genomen van het wetsvoorstel dat de internationaal overeengekomen regels over toegang tot genetische rijkdommen en een eerlijke verdeling van de voordelen daarvan implementeert. Zij hechten groot belang aan het stoppen en voorkomen van diefstal van de genetische rijkdommen door enkele grote bedrijven. Zij willen graag nog enkele vragen stellen.

2. achtergrond van het protocol

De genetische diversiteit op aarde is de sleutel van onze voedselzekerheid en van een gezonde en weerbare samenleving. De leden van de PvdD-fractie vinden het van groot belang dat de gehele wereldbevolking toegang blijft behouden tot deze genetische diversiteit. De toenemende invloed van patenten op deze genetische bronnen baart deze leden grote zorgen. Zij zijn dan ook blij dat er in internationaal verband is afgesproken om de toegang tot deze bronnen te verzekeren, en om de voordelen die voortvloeien uit het gebruik van deze bronnen eerlijker te verdelen dan tot nu toe het geval is.

Het valt de leden van de PvdD-fractie op dat de Verenigde Staten het Nagoya-protocol niet hebben geratificeerd. Dat vinden deze leden zeer problematisch, aangezien de grootste diefstal van genetische bronnen wereldwijd plaatsvindt door Amerikaanse bedrijven zoals Monsanto. Kan de regering vertellen of de VS plannen hebben om Nagoya te ratificeren, of dat zij dat helemaal niet van plan zijn? En als zij dit niet van plan zijn, wat vindt de regering daar van? Heeft de regering in haar contacten met de VS dit onderwerp aan de orde gesteld? Is zij bereid om de druk op de VS op te voeren om dit belangrijke verdrag te ratificeren?

Ook zijn deze leden benieuwd hoe de nieuwe regels met betrekking tot toegang tot genetische rijkdom uitpakken voor multinationals. Neem bijvoorbeeld Monsanto. Dat is een Amerikaans bedrijf, en valt dus niet onder deze regels. Maar Monsanto heeft ook in Europa onderdelen van het bedrijf gevestigd, waar zij veredelingsactiviteiten uitvoeren. De leden van de PvdD-fractie gaan ervan uit dat de activiteiten van dit bedrijf die plaatsvinden in Europa wel onder het Nagoya-protocol vallen, klopt dat? En hoe werkt dat dan precies? Stel, een Amerikaanse afdeling van Monsanto verwerft genetische bronnen uit India, en wil die gebruiken voor verdere veredeling van een gewas in hun afdeling in Bergschenhoek. Aan welke regels moet dan voldaan worden?

De regering stelt dat het voor Nederland, dat een grote veredelingssector heeft en waar dus veel genetische bronnen worden gebruikt, cruciaal is dat internationale uitwisseling van genetische rijkdommering zonder belemmeringen plaats van vinden. Dat belang erkennen de leden van de PvdD-fractie. Zij hadden echter ook graag gezien dat de regering hierbij het belang van de landen en de bevolkingsgroepen waar de bronnen vandaan komen hier zou erkennen. Dat de regering zou toegeven dat er in het verleden veel genetische rijkdommen, en de traditionele kennis van hoe die bronnen te gebruiken zijn door de mens, oneigenlijk zijn verkregen uit landen die vaak, en dat dat hen in grote mate heeft benadeeld. Graag krijgen deze leden nog een reactie hierop.

De regering schrijft dat in de beleidsnota ‘Bronnen van ons bestaan’ uit 2002 – ver voor overeenkomst van het Nagoya-protocol - een oproep is gedaan aan het Nederlandse bedrijfsleven en onderzoekers om een zo groot mogelijke openheid van zaken te geven over de genetische rijkdommen die door hen worden gebruikt en beheerd. Hebben bedrijfsleven en onderzoekers aan deze oproep gehoord gegeven, naar mening van de regering? Voorts vragen de leden van de fractie van de PvdD zich af of de regering het met hen eens is dat ook voor de genetische bronnen die momenteel in Nederlands bezit zijn een billijke vergoeding zou moeten worden afgegeven aan de landen en bevolkingsgroepen waar deze bronnen vandaan zij gekomen. Welke taak ziet de regering voor de Nederlandse overheid, het Nederlandse bedrijfsleven, onderzoeksinstellingen en collecties van genetische bronnen in het erkennen van de door hen gepleegde bio-piraterij in het verleden?

3. inhoud van het Nagoya-protocol

Hoe gaan de overeenkomsten tussen herkomstlanden van genetische bronnen en het bedrijfsleven in de EU die van deze bronnen gebruik gaan maken er nou echt uitzien? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zouden hier graag meer grip op krijgen. Kan de regering een voorbeeld schetsen van hoe een dergelijke overeenkomst op basis van de implementatie van het Nagoya-protocol eruit zou kunnen zien? In welke mate verwacht de regering dat de landen en bevolkingsgroepen waar de genetische rijkdom en de kennis daarover vandaan komen zullen meeprofiteren van de (financiële) opbrengsten van het gebruik daarvan door bijvoorbeeld Nederlandse bedrijven? Kan de regering hier wat concreter in worden?

Op welke wijze gaat Nederland de vereiste geschillenbeslechtingclause vormgeven?

4. verhouding tot andere verdragen

De leden van de PvdD-fractie vragen de regering de verschillen tussen de SMTA’s onder ITPGRFA en de overeenkomsten die uit het Nagoya-protocol voort zullen vloeien te beschrijven en duiden?

5. Europese access- and benefit sharing – verordening

Het grootste deel van het Nagoya-protocol wordt via de ABS-verordening in de hele EU geïmplementeerd. De leden van de PvdD-fractie zijn benieuwd of bij het opstellen van deze verordening ook instellingen en experts uit herkomstlanden van genetische rijkdommen zijn geconsulteerd? Dat zou een goede indruk geven van of de huidige implementatie tegemoet komt aan de terechte wens vanuit deze landen om op een eerlijke manier mee te delen in de vercommercialisering van hun genetische rijkdommen. Indien dit niet gebeurd is, is de regering bereid om dat alsnog te doen, bijvoorbeeld door de ABS-verordening en de Nederlandse implementatie van Nagoya voor te leggen aan Dr. Vandana Shiva, expert op het gebied van genetische bronnen en een invloedrijk strijdster tegen bio-priaterij? Zo nee, waarom niet?

7. verhouding tot andere wetgeving

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zijn fel gekant tegen patenten op leven. Zij zijn er dan ook blij mee dat de regering zich inzet voor de brede veredelingsvrijstelling. Het is erg belangrijk om de vrije veredeling van gewassen te bevorderen en te voorkomen dat een handjevol bedrijven de controle over ons voedsel krijgt. Dat is een Kamerbrede wens. Graag horen de leden van de PvdD-fractie of er relevante nieuwe ontwikkelingen te melden zijn op het punt van het invoeren van de brede veredelingsvrijstelling op Europees niveau.

Maar het grote belang van de voedselzekerheid vereist naar mening van deze leden verdergaande stappen om vrije veredeling mogelijk te maken. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren maken zich grote zorgen over de invloed die octrooien hebben op de voedselzekerheid. Octrooien op planten en dieren beperken de innovatie in de veredeling en daarmee de diversiteit van rassen voor voedselveredeling. Maar hoewel de regering deze mening deelt, deelt zij niet het standpunt dat alle octrooien op (delen van) het leven onmogelijk moeten worden gemaakt, maar zet zij zich vooralsnog alleen in voor het versterken van het kwekersrecht en het verbreden van de kwekersvrijstelling. De leden van de PvdD-fractie delen de mening dat dit heel belangrijk is, maar dit is nog steeds geen oplossing voor de dreigende monopolisering van onze voedselvoorziening. Kan de regering nader ingaan op dit verschil van inzicht? Juist vanuit het uitgangspunt van het Nagoya-protocol, dat de genetische rijkdom op aarde aan iedereen behoort en niet het eigendom mag en kan zijn van een bedrijf, zonder dat de voordelen ervan worden gedeeld met de landen van herkomst, is het onverteerbaar dat er octrooien worden afgegeven op deze genetische rijkdom. Graag een reactie.

Het kwekersrecht ziet bovendien alleen op plantenrassen. Kan de regering inzicht verschaffen in in hoeverre de octrooiering van dierlijk genetisch materiaal en foktechnieken nu speelt? En in welke ontwikkelingen de regering daarin verwacht in de nabije toekomst? Welke oplossing stelt de regering voor, als ook in deze sector patenten steeds vaker zullen voorkomen?