Inbreng SO wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, achtste tranche (KNSF-terrein))


16 januari 2014

Inbreng Partij voor de Dieren Schriftelijk Overleg Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (achtste tranche)

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met teleurstelling kennisgenomen van alweer de achtste tranche van de crisis- en herstelwet. In de ogen van deze leden is het kabinet er met deze wet niet in geslaagd de economische crisis aan de ecologische crisis te verbinden, en is er ook nog niets gebleken van de grote voordelen die deze wet zou moeten hebben in het aanpakken van de economische crisis, wat toch steeds de verdediging is geweest van de ‘noodzaak’ om natuur- en milieuregels drastisch te versoepelen via de crisis- en herstelwet. Graag een reactie.

Artikel II onderdeel B

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie willen in dit overleg vooral hun verbazing uitspreken over het toevoegen van het KNSF terrein, de Bredius gronden en de buitenhaven van Muiden aan bijlage 2 van de Crisis en Herstelwet. In de Nota van Toelichting blijkt op geen enkele wijze de motivatie van het kabinet om de genoemde projecten op te nemen. Waarom worden genoemde gebieden toegevoegd aan bijlage 2? Kan de minister bevestigen dat er nog geen definitieve plannen zijn voor het KNSF terrein? Waarom wordt dit niet-uitgewerkte plan dan toch nu al toegevoegd? Graag een heldere uitleg.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden dat de beschrijving van de genoemde projecten eerder argumenten biedt om de gebieden juist niet aan te wijzen onder de CHW. De minister schrijft immers “vanwege de ligging in het Natura 2000-gebied dient de ontwikkeling zeer zorgvuldig te worden ingepast. Gezien de instandhoudingsopgave van het aangrenzende UNESCO werelderfgoed «Stelling van Amsterdam» ( o.a. deelgebied Westbatterij) dienen de voorstellen voor het KNSF-terrein en de Buitenhaven extra zorgvuldig te worden voorbereid.” De zorgvuldigheid wordt niet bevorderd door het verkorten van procedures en daarmee het beperken van de inspraak. Waarom neemt de minister niet de zorgvuldigheid in acht waar de belangen in de omgeving om vragen?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren verwijzen naar het onderzoek van Van der Goes en Groot naar de aanwezige flora en fauna in het Kruitbos op het KNSF terrein. Het ecologisch adviesbureau heeft in opdracht van de ontwikkelaar 80 beschermde soorten gevonden, waarvan meerdere rode lijst soorten. Het bos herbergt dus belangrijke natuurwaarden. Onder meer de meervleermuis is aangewezen voor het Natura 2000 gebied IJmeer Markermeer dat grenst aan het KNSF terrein zou voorkomen in het gebied en daarmee zal voor het vernietigen van het leefgebied van deze dieren een Natuurbeschermingswetvergunning noodzakelijk zijn. Is de minister het met deze leden eens dat deze natuurwaarden zo veel mogelijk beschermd moeten worden? Deelt de minister de mening dat het niet ontwikkelen van het kruitbos de beste bescherming biedt voor de natuurwaarden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom moet het gebied ontwikkeld worden en dan ook nog onder het regime van de Crisis- en Herstelwet?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren constateren dat over de kosten en het benodigd aantal woningen om sanering mogelijk te maken zeer uiteenlopende getallen de ronde doen. Deze leden zijn benieuwd naar het standpunt van de minister. Wat kost de sanering en op welk onderzoek is dat gebaseerd? Wat zijn de kosten van het opruimen van de explosieven en waar baseert u dat op? Is het volgens de minister nodig dat het hele bos gekapt moet worden en zo ja waar baseert zij dat op? Hoeveel woningen moeten er volgens de minister worden gebouwd op de sanering te kunnen uitvoeren?

Naast de inhoudelijke bezwaren tegen de ontwikkeling van het KNSF-terrein zijn de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren ook bezorgd over de dubieuze geschiedenis van het KNSF dossier. Hoe heeft de minister deze geschiedenis van het KNSF dossier meegewogen in haar besluit om het KNSF terrein toe te voegen aan de bijlage? In het rapport Ondernemend Bestuur van de commissie Schoon Schip, waarin de bestuurscultuur binnen de provincie Noord-Holland wordt onderzocht, wordt het KNSF terrein vaak genoemd. Verschillende zaken vallen de commissie op: de nogal dwingende houding van de inmiddels veroordeelde Noord-Hollandse oud-gedeputeerde ten gunste van de verkopende partij, een geheim gehouden deskundige rapport, op verzoek van de projectontwikkelaar, maar tegen ambtelijke adviezen in, de inhuur van een zakenrelatie van de gedeputeerde als bemiddelaar en een donatie van de projectontwikkelaar aan de stichting waar de gedeputeerde voorzitter van was. Volgens de commissie is het begrijpelijk dat op zijn minst een sfeer van een schijn van belangenverstrengeling ontstaat. Ook blijkt uit een brief aan de projectontwikkelaar de betrokkenheid van een persoon die in het kader van de bouwfraude is veroordeeld. Heeft de minister in een BIBOB advies gevraagd, of heeft de gemeente Muiden of de provincie Noord-Holland een BIBOB advies gevraagd om te voorkomen dat de integriteit van de overheid wordt gecompromitteerd? Zo nee, in de minister alsnog bereid om een BIBOB-advies in te winnen?

Afsluitend concluderen de leden van de PvdD-fractie dat het een vreemde en ongelukkige keuze lijkt om het KNSF terrein, de Bredius gronden en de buitenhaven van Muiden aan bijlage 2 van de Crisis en Herstelwet toe te voegen. Deze leden vragen de minister of zij bereid is deze toevoeging te heroverwegen en krijgen daarop graag een onderbouwde reactie mocht zij daar niet toe bereid zijn.