Bijdrage Wassenberg debat gaswinning Groningen


7 februari 2018

Wij spreken vandaag over de gaswinning, over aardbevingen en over schadeprotocollen. Maar de Partij voor de Dieren wil ook specifiek aandacht vragen voor de impact van aardbevingsschade op de bewoners. Die aardbevingsschade en de manier waarop de problemen lang zijn gebagatelliseerd, onder het tapijt zijn geveegd en soms botweg zijn ontkend, de onzekerheid en de angst: dit alles heeft in Groningen geleid tot frustratie, tot woede, tot machteloosheid en vooral: tot een diepgeworteld gevoel van onveiligheid.

Gaswinning brengt dus ook schade toe aan mensen. Uit recent onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat van de 85.000 mensen met meervoudige schade minder dan de helft zich veilig voelt. Minder dan de helft ... Dat gevoel van onveiligheid kan resulteren in slecht slapen, psychische problemen, depressies en hart- en vaatziekten. De impact van de aardbevingsschade op de psychische en lichamelijke gezondheid van bewoners is echt enorm. Dat blijkt uit dit Groningse onderzoek.

Aardbevingen zijn onvoorspelbaar. Het enige wat we weten is: er volgen nieuwe. Misschien in Zeerijp, misschien in Loppersum, misschien dadelijk ook in Siddeburen. Er blijft onzekerheid en een gevoel van onveiligheid bestaan. Die onzekerheid, die angst, die zorgen over je gezondheid, over je kinderen, over je toekomst in het gebied — is er wel een toekomst in het gebied? — die onzekerheid sloopt mensen. Ik had er graag over willen spreken met de minister van VWS. Er stond aanvankelijk een debat met hem in de boeken, maar een meerderheid van de Kamer koos ervoor om alle Groningendebatten bij elkaar te schrapen en op één grote hoop te leggen. Ik had aan de minister van VWS willen vragen wat hij gaat doen om mensen te helpen. Wat gaat hij doen om die psychische nood te lenigen? Wat gaat hij doen om mensen te helpen die in de negatieve spiraal zitten van klachten, zorgen over de schade aan hun huis, slapeloosheid, medicijngebruik en lichamelijke klachten?

De minister van EZK kan maar een deel van de problemen oplossen. Ja, een goed functionerend schadeprotocol helpt de gedupeerden. Een flinke afname van de gaswinning helpt om het aardbevingsrisico te beperken. Het toekomstbestendig maken van woningen helpt voor een deel om de psychische nood te lenigen. Maar het is niet het hele verhaal. Er moet meer gebeuren. Niet alleen gebouwen moeten worden hersteld, ook het vertrouwen moet worden hersteld. Ook menselijk leed moet veel meer aandacht krijgen dan nu het geval is.

Helaas is dit dossier inmiddels zo omvangrijk dat het de expertise en inzetbaarheid van het ministerie van EZK ver te boven gaat. Mij baserend op het advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid heb ik eerder via een aangenomen motie verzocht om de verschillende belangen rond de gaswinning bij verschillende ministeries te beleggen. De Kamer was daar dus voor. Hoe vordert de uitvoering van die motie? Kan de minister vandaag uiteenzetten hoe hij hier samenwerkt met de minister van VWS? Is er een plan, gericht op het voorkomen, signaleren en behandelen van gezondheidsproblemen van inwoners? Zo ja, wie coördineert en financiert dat? Hoe wordt het dagelijkse gevoel van onveiligheid aangepakt?

Op het gebeid van de gaswinning, de omvang daarvan, de hulp aan Groningen en het herstellen en betalen van de mijnbouwgerelateerde schade is er de afgelopen jaren ongelooflijk veel misgegaan. De minister noemde dat onlangs overheidsfalen van on-Nederlandse proporties. Dat de minister dit zo omschrijft, zonder om de hete brij heen te draaien, siert hem. Ik wil weten waarom zaken zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Ik wil weten waarom de gaswinning zo onverantwoord hoog is gebleven. Het Staatstoezicht op de Mijnen adviseerde al in januari 2013 om niet meer dan 12 miljard kuub gas per jaar te winnen. Ook dan blijft de kans op aardbevingen sowieso aanwezig, maar bij gaswinning van die 12 miljard kuub worden de problemen in ieder geval niet groter. In een uitzending van EenVandaag begin 2015 — 13 februari 2015 was het geloof ik — stelde de minister-president dat je altijd moet doen wat het Staatstoezicht op de Mijnen adviseert om te doen. Maar dat is dus niet wat het kabinet deed. Het kabinet liet zich adviseren door het SodM; het SodM stelde de maximaal veilige winning vast op 12 miljard kuub gas per jaar en de minister stelde vervolgens de gaswinningsniveaus twee keer zo hoog in. Het kabinet-Rutte II stelde de gaswinningsniveaus voor 2015 en 2016 op respectievelijk 30 miljard kuub en 27 miljard kuub. Daarvoor zaten de getallen op ruim 40, maar voor 2015 en 2016 werd het 30 en 27 miljard kuub gas. Die cijfers waren ruim twee keer zo hoog als de geadviseerde 12 miljard kuub. En, mevrouw Beckerman refereerde er al aan, de oud-inspecteur generaal van het Staatstoezicht op de Mijnen noemde dat vorige week "een meedogenloos besluit". Een meedogenloos besluit. Overheidsfalen van on-Nederlandse proporties. Voorzitter, er is wel om minder een parlementaire enquête gehouden. Ik vraag de minister: waarom zei de minister-president A, "je moet doen wat de toezichthouder adviseert", maar deed het kabinet B, "wij doen lekker wat we zelf willen"? Waarom is besloten om het advies van het SodM niet onverkort uit te voeren? Welke belangen speelden mee? Welke rol speelde de veiligheid van de Groningers? Welke rol speelde de geheime overeenkomst uit 1963 die nu op tafel ligt? Alle reden voor een parlementaire enquête, denk ik. Drie weken geleden heb ik daartoe een motie ingediend, samen met mevrouw Beckerman. Die motie was identiek aan de motie die mevrouw Dik-Faber op 16 mei 2016 samen met mij indiende. Ik hoop eigenlijk opnieuw op de steun van de ChristenUnie in dezen, want de vragen die er bestaan over de gaswinning in Groningen zijn alleen maar gegroeid sinds 2016. Volgens mij moet iedereen willen weten waarom zaken zijn gebeurd zoals ze zijn gebeurd, dus ik hoop echt op steun van een groot deel van de coalitie. Ik zal de motie die vraagt om een parlementaire enquête dinsdag in ieder geval in stemming laten brengen.

Voorzitter. Al ruim vijf jaar is bij kabinet, ministerie en Tweede Kamer bekend dat het gaswinningsniveau verlaagd zou moeten worden naar 12 miljard kuub. Toen ik drie weken geleden 12 miljard kubieke meter gas noemde als maximaal winningsniveau en samen met mevrouw Beckerman een motie daartoe indiende, verweet de minister mij nog heiligverklaring van het getal van 12 miljard. De coalitie stemde de motie weg. De coalitie zelf dacht tot afgelopen maand nog te kunnen volstaan met een vermindering van een armzalige 1,5 miljard kuub gas over een periode van vier jaar. Inmiddels heeft de minister zelf aangegeven, zo snel mogelijk terug te willen naar 12 miljard kuub, indachtig het advies van het SodM. Daarmee geeft hij toch invulling aan de motie-Wassenberg/Beckerman en daarvoor dank ik hem.

Voorzitter, ik wil hoopvol eindigen. Ik vind het te prijzen dat de minister daadkracht toont. Het schadeprotocol is er een eerder verzocht hij 200 grootgebruikers om snel af te stappen van het Gronings gas. Ze moeten echter niet naar verkeerde alternatieven grijpen. Er zijn meer redenen om snel van het gas af te moeten. Klimaatverandering is een belangrijke reden. Russisch of Noors gas is niet klimaatvriendelijk en het ombouwen van fabrieken voor dit buitenlands gas is verspilling van geld en houdt ons afhankelijk van fossiel gas. Vanochtend of gisteren lazen we het bericht dat in Frankrijk een groot aantal bedrijven meer Gronings gas krijgen dan zij kunnen gebruiken. Het overschot wordt omgezet van laagcalorisch naar hoogcalorisch gas. Dat lijkt ons onacceptabel. Mijn allerlaatste vraag aan de minister is, binnen de tijd: klopt dat bericht en zo ja, wat kan en wat gaat de minister doen om die omzetting van laagcalorisch naar hoogcalorisch gas in Frankrijk en bij andere bedrijven direct te stoppen?

Dank u wel, voorzitter. Ik had nog één seconde over.

Interrupties andere partijen

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik heb één vraag aan mevrouw Van Tongeren. Zij zegt dat GroenLinks een aantal vragen heeft die waarschijnlijk pas zullen worden beantwoord door een parlementaire enquête. In 2016 heb ik met mevrouw Dik-Faber een motie ingediend. Die is toen niet gesteund door GroenLinks. Ik heb drie weken geleden, op 16 januari, opnieuw een motie ingediend. Die heb ik toen aangehouden. Ik ben van plan om die snel in stemming te brengen. Kan GroenLinks de motie dit keer wel steunen?

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):
Ik heb in de wandelgangen al gezegd dat die parlementaire enquêtecommissie er moet komen, maar ik wil heel graag dat deze minister eerst vaart maakt met het klemzetten van Shell en Exxon, de eenloketfunctie en het oplossen van de problematiek en dat niet alle aandacht nu naar die parlementaire enquêtecommissie gaat. Een motie om het presidium te vragen om dit voor te bereiden, zal dus kunnen rekenen op een positief advies van mij en onze fractie.

(…)

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik wil mevrouw Dik-Faber dezelfde vraag stellen als die ik aan mevrouw Van Tongeren heb gesteld. Ik heb in mei 2015 samen met mevrouw Dik-Faber een motie ingediend over een parlementaire enquête. Zij was toen de eerste indiener en ik heb die motie meegetekend. Als ik de motie die ik met mevrouw Sandra Beckerman heb opgesteld en die tekstueel exact hetzelfde is als de motie die wij samen een kleine twee jaar geleden hebben ingediend, opnieuw in stemming laat brengen, hoe staat de ChristenUnie hier dan tegenover?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
We zijn op het moment hard aan het werk om het voor de Groningers beter te organiseren. Er is een schadeprotocol en het moet nu allemaal op de rit gezet worden. We gaan de gaswinning omlaag brengen. 12 miljard kuub is het advies van Staatstoezicht. Dat is een grote opgave. Dat is de focus die we met elkaar moeten hebben. Ik zou niet willen dat we ons van deze focus laten afleiden door een parlementaire enquête.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik ben het er helemaal mee eens dat het schadeprotocol, de afhandeling, de betaling van de schade en ook de psychische schade op dit moment prioriteit één zijn, maar het een hoeft het ander natuurlijk niet uit te sluiten. We moeten nu al alles op alles zetten om die parlementaire enquête dadelijk van de grond te krijgen. In de motie die we toen samen hebben opgesteld en waar u ook goed naar gekeken hebt, staat ook: "van mening dat een parlementaire enquête niet mag leiden tot vertraging in schadeherstel of vertraging in het tegengaan van risico's op aardbevingen en mijnbouwschade". Dus dat voorbehoud staat al in die motie. Kan de ChristenUnie met die kennis toch voor die motie stemmen?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik denk dat ik in mijn woorden heel duidelijk ben geweest. Er werken heel veel mensen aan het Groningendossier: de minister voorop, met het hele team dat daarachter zit, de mensen die er in Groningen aan werken, de burgemeesters, de wethouders en de Nationaal Coördinator met zijn team; zo veel mensen zijn hiermee bezig. Ik wil dat hun focus is gericht op het oplossen van de problemen. Daar hebben we echt alle inzet en menskracht voor nodig. Een parlementaire enquête is daarbij niet behulpzaam. Die gaat de focus veranderen. Laten we ons niet daardoor laten afleiden. Nu eerst maximale inzet op het oplossen van de problemen. Dan zien we nog wel eens een keer of die parlementaire enquête ervan komt.

(…)

Mevrouw Beckerman (SP):
Tijdens het vorige Kamerdebat hebben de heer Wassenberg en ik een voorstel gedaan om de gaswinning te verlagen naar 12 miljard kuub, wat precies het advies is dat SodM geeft. U zei toen: "Volgens mij moeten we als Kamer even af van die 12 miljard, omdat dat ook tot veel verwarring leidt." Heeft u nu spijt van die uitspraak?

De heer Jetten (D66):
Tijdens het vorige debat werd verwezen naar een advies van het Staatstoezicht van een aantal jaren geleden. Ik heb toen ook het advies geciteerd. Ik heb het nu niet bij me, maar daarin stond dat de voorlopige voorzichtige conclusie was dat terug naar 12 miljard goed zou kunnen zijn. Maar het SodM heeft zelf die conclusies later weer weerlegt, of het heeft in ieder geval gezegd dat het daar toch niet helemaal achter kon staan. Mijn fractie heeft nooit willen meedoen aan die getallenbingo. Wij zijn hier met 150 Kamerleden niet de experts die kunnen bepalen wat de juiste hoogte van de gaswinning is. Tijdens het vorige debat heb ik daarom gezegd: ik kan die motie nu nog niet steunen omdat ik het nieuwe advies van het Staatstoezicht wil afwachten. Dat lag er nog niet tijdens het vorige debat. Ik heb toen ook gezegd: zodra het advies er is, dan is het voor D66 geen vraag of we dat advies gaan opvolgen, ja of nee; dat advies gaan we opvolgen. Dat doet de minister nu ook. Er is nu ook 12 miljard uitgekozen. Maar als het Staatstoezicht vorige week of twee weken terug had gezegd "het moet 10 miljard zijn voor de veiligheid van Groningen", dan had ik niet vast willen zitten aan de motie die tijdens het vorige debat is ingediend.

Mevrouw Beckerman (SP):
Daarmee is natuurlijk vijf jaar verloren gegaan, wat door de ex-inspecteur-generaal "meedogenloos" is genoemd. U heeft bijgedragen aan die vertraging. Zou u nu ook willen bijdragen aan een versnelling? De minister zegt dat hij in maart, eind maart, met de eerste plannen wil komen en in mei en juni misschien nog met wat voorstellen. We weten nog niet wanneer we dan echt iets gaan doen. Bent u, ook gezien uw berichten van gisteren, met mij van mening dat nu versnelling mogelijk is en dat binnen enkele weken — wat mij betreft twee weken — de eerste plannen er moeten liggen?

De heer Jetten (D66):
Ik ben het helemaal met mevrouw Beckerman eens dat we zo snel mogelijk naar die 12 miljard moeten. Ik heb daarover ook een aantal vragen aan de minister gesteld. Hoe eerder hoe beter, maar u weet ook hoe lang de doorlooptijd is als we bijvoorbeeld kiezen voor een oplossing zoals een stikstoffabriek. Ik wil hier dus ook niet aan mensen in Groningen gaan beloven dat het volgende week op 12 miljard zit, want dat kan niemand waarmaken. We moeten ervoor zorgen dat we zo snel mogelijk naar die 12 miljard gaan. Dat kan wellicht door met Frankrijk afspraken te maken, dat kan door met bedrijven afspraken te maken en dat kan door huishoudens van het gas af te krijgen, maar dat zijn allemaal inspanningen waar deze minister mee bezig is. Als we hem kunnen aansporen of aanmoedigen om dat zo snel mogelijk te doen, vindt u mij op uw pad, mevrouw Beckerman.

(…)

De heer Wassenberg (PvdD):
Ook aan de heer Jetten stel ik de vraag die ik al twee keer heb gesteld.

De voorzitter:
Drie keer.

De heer Wassenberg (PvdD):
De minister sprak van "overheidsfalen van on-Nederlandse proporties". De heer Jetten had het over tienduizenden gevallen en mensen die psychisch in de put zitten en grote problemen hebben. We hebben het ook over miljarden euro's schade. Als dit geen goed moment zou zijn voor een parlementaire enquête, wat is dan wel een goed moment?

De heer Jetten (D66):
Wat mij betreft is de focus de komende tijd gericht op het echt goed uitrollen van het schadeprotocol. We hebben dat nu, maar het zal echt nog een hele uitdaging worden om het ook goed te laten landen. Die gaswinning moet naar beneden en we moeten die afspraken met Shell en Exxon maken over betaling, mocht de NAM onvoldoende geld hebben. Mijn focus is verder gericht op de versterking van Groningen op dit moment. Als we nu kiezen voor het houden van een parlementaire enquête, ben ik bang dat al die mensen die bezig moeten zijn met schadeafwikkeling, gasverlaging en versterking, heel erg druk zouden zijn met de voorbereiding op die parlementaire enquête. Daar is Groningen volgens mij niet mee geholpen. Ik zou dus zeggen: voorlopig nog even niet. Ik zou u eigenlijk willen vragen om even met die motie te wachten, totdat de minister over een paar maanden verder is en weer een aantal stappen heeft gezet.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dat was mijn vraag: hoelang moeten we dan wachten? Want dit lijkt mij hét moment voor die parlementaire enquête. Dat die de andere processen niet in de weg moet zitten, is evident, maar mijn vraag is: als dit, met dat overheidsfalen van on-Nederlandse proporties en alle door u genoemde problemen, niet het moment is om die parlementaire enquête zo snel mogelijk uit te rollen, wat dan wel? U zegt dat het allemaal belangrijk is. Daar ben ik het helemaal mee eens, maar wat is dan het moment?

De heer Jetten (D66):
Ik denk dat deze minister en deze coalitie in de eerste drie maanden behoorlijk wat voor elkaar hebben gekregen op dit dossier. We gaan daar, ook met de steun van alle fracties in deze Kamer, keihard mee door. Als we nu zouden zeggen dat we een parlementaire enquête gaan houden, ben ik echt van mening dat bijvoorbeeld bij de NAM, bij Shell en bij Exxon al die mensen die bezig moeten zijn met andere zaken, zich volledig zouden storten op het helemaal dichtregelen van die parlementaire enquête. Daar is Groningen echt niet mee geholpen. De focus moet gericht zijn op het afhandelen van schades en het versterken van Groningen.

De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Wassenberg, uw laatste opmerking; dan weet u dat ook alvast.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dus over drie maanden steunt D66 die motie?

De heer Jetten (D66):
Ik kan dat nu gewoon niet zeggen. Ik heb in mijn bijdrage aangegeven waarmee de minister de komende maanden volgens mij aan de slag moet. Ik geef hem daar graag eerst even de tijd voor. Daarna zien we weer verder.

(….)

Mevrouw Beckerman (SP):
Inderdaad mooi dat u dat ook zo zegt: ik heb daar nooit een goed antwoord op gekregen. De heer Wassenberg mag geen vragen meer stellen, maar misschien kan ik de volgende vraag dan een beetje namens hem stellen. U heeft daar nooit een goed antwoord op gekregen. We hebben op zo veel belangrijke vragen nooit antwoord gekregen. Als u ook vindt dat meedogenloos met mensen is omgesprongen — we weten niet precies waarom dat is gebeurd — is het volgens u dan niet tijd voor een parlementaire enquête? En als dat niet nu is, wanneer vindt u het dan tijd voor een parlementaire enquête?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Dat wij een keer een parlementaire enquête over dit onderwerp gaan krijgen is klip-en-klaar. Dat staat als een paal boven water. Ik denk dat iedereen zich dat realiseert. Alleen, het is even de vraag wanneer je die houdt. Mevrouw Van Tongeren zei het ook al: is dit dan de juiste timing? Ook andere collega's vroegen het: is dat nu handig? We horen van de minister dat we nu op het ministerie met negen mensen sterk alle hens aan dek hebben om alles in goede banen te leiden opdat we weer perspectief krijgen voor Groningen. Ik vind dat dat eerst moet gebeuren. Dat is eigenlijk ook wat de heer Wassenberg in zijn motie wel aangeeft. Hij zegt alleen: hoe kunnen het dan zo doen dat we de enquête houden maar tegelijkertijd geen vertraging hebben? Ik zie dat niet gebeuren. En dat maakt het voor mij ook zo moeilijk om op dit moment met deze motie in te stemmen. Want als het zo zou kunnen als de heer Wassenberg het voorstelt, dan zou ik daar onmiddellijk voor zijn, maar zo werkt het in de praktijk niet. En ik denk dat we ook met die praktijk wel rekening moeten houden. Dus ik zou graag zien dat we de komende tijd echt die stappen gaan maken met dat schadeprotocol. Gelukkig ziet dat er goed uit, maar daarmee zijn we er nog lang niet, ook gelet op al mijn vragen die ik daar net over heb gesteld. Ik noem ook het terugbrengen van die gaswinning en wat daar allemaal voor nodig is en de versterkingsopgaven. Ga er maar aan staan. Dat zijn heel pittige opgaven waarbij wij allemaal niet de verwachting moeten wekken dat dit maar zo even te doen is. We zullen vast nog wel een paar keer met ons hoofd tegen de muur aanlopen, omdat dingen toch weer anders gaan dan we hadden verwacht of gehoopt. Ik wil hier geen valse verwachtingen wekken. Tegelijkertijd heeft ook mijn fractie de motie van de heer Wassenberg van een paar jaar geleden gewoon gesteund. Dat het CDA dat een keer wil, is dus volstrekt helder.

De voorzitter:
De heer Wassenberg voelt zich aangesproken. Hij mocht geen interrupties meer plegen en dacht: dit is de gelegenheid om toch iets te zeggen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Dat vind ik wel mooi, voorzitter.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik heb een vraag aan mevrouw Mulder. Ik begrijp haar overwegingen, maar als die motie misschien iets anders moet worden verwoord, dan wil daar graag even met haar over nadenken. De motie is nu aangehouden. Als ik de motie iets anders formuleer en daardoor de stem van het CDA krijg als ik haar in stemming breng, dan is mij dat natuurlijk een lief ding waard. Dus ik wil graag even met mevrouw Mulder rond de tafel gaan zitten om hierover te praten.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Voorzitter, mag ik nog een tegenvraag stellen aan de heer Wassenberg?

De voorzitter:
Ja.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Het is natuurlijk wel een beetje een rare vorm. Dank dat u zo coulant bent.

Hoe zien de Partij voor de Dieren en de heer Wassenberg die spagaat dan? Daar ben ik wel benieuwd naar. Hij schrijft het op in zijn motie, maar hij schrijft niet hoe hij het wil doen. En daar zit voor mij de moeilijkheid. Hoe ziet de heer Wassenberg dat dan?

De voorzitter:
Daar mag u kort op reageren.

De heer Wassenberg (PvdD):
In die motie staat dat het een het ander niet in de weg mag zitten. De motie geeft natuurlijk geen precieze details over de hele uitvoering ervan, maar in die motie staat wel heel erg duidelijk dat al die afhandelingen van schade door die enquête niet gefrustreerd of vertraagd mogen worden. En dat hoeft volgens mij ook helemaal niet.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Dat geeft mij nog niet de helderheid op dit moment, maar ik dank de heer Wassenberg voor zijn uitgestoken hand om verder door te praten over de vraag hoe dat dan eventueel zou kunnen. Voor mij gaat het niet alleen om de schadeafhandeling, maar ook om de versterkingsopgaven en het teruggaan van het gas. Het zijn dus wel even wat meer dingen bij elkaar. Misschien is de capaciteit die de minister heeft, die negen mensen, ook niet genoeg. Dit is nog een vraag tussendoor; ik smokkel even, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, dat is mij opgevallen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Misschien heeft de minister nog wel meer mensen nodig, de beste mensen die we in ons Koninkrijk hebben, die hem daar verder bij kunnen ondersteunen. Want dit is zo'n belangrijke opgave en dit mag nu niet misgaan.

Beantwoording minister
Er is nog één vraag van de heer Wassenberg. Hij vroeg naar de spreiding over het kabinet. Dat is ook een belangrijke. Die vraag biedt mij de gelegenheid om hier nog even iets te zeggen over de ook grote inspanningen van mijn collega's. VWS is net genoemd, zeer uitdrukkelijk. Onderschat de minister van BZK niet. Niet alleen gaat zij langs in het gebied, maar er is ook een hele equipe van BZK, inclusief de Rijksbouwmeester enzovoort, om te zorgen dat er op een nette manier, maar ook op een leuke, enthousiasmerende manier, duurzame wijken kunnen worden gebouwd. Ik hoop ook dat er een voor Nederland uniek proefproject zal kunnen komen met een duurzame wijk. OCW doet, zoals gezegd, niet alleen de scholen maar ook het erfgoed en bekommert zich daar ook om. En als er een demonstratie is met trekkers, vind ik de minister van LNV naast mij, die ook op die trekker gaat zitten. Het is echt breed in het kabinet gespreid. De minister voor Rechtsbescherming voelt zich ook betrokken, omdat hij de onafhankelijkheid van dat loket moet borgen. Er zijn dus een heleboel leden van het kabinet bij betrokken.

De heer Wassenberg (PvdD):
Die motie van mij, die ik, geloof ik, in mei 2017 indiende, ging niet over wat de minister nu zegt. De minister zegt dat er verschillende ministeries betrokken zijn bij het schadeherstel. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft gezegd dat als het gaat om de afweging rond de gaswinning en het gaswinningsniveau, de belangen moeten worden ondergebracht bij verschillende ministeries. Niet alleen bij één ministerie, niet alle ballen in één hand. De minister heeft het over schadeherstel, de OVV en de motie spreken over een afweging van belangen. Dat is één.

Het tweede gaat over de vragen die ik had willen stellen aan de minister van VWS. De minister van EZK zegt dat VWS erbij betrokken is. Het is een heel complex probleem. Het gevoel van onveiligheid, de psychosociale stress en de problemen die daaruit voortkomen, vormen een heel complex vraagstuk. De veiligheidsregio Groningen is daarbij betrokken en op die manier ook indirect het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het ministerie van EZK is erbij betrokken. Het ministerie van VWS is erbij betrokken of zou erbij betrokken moeten zijn.

De voorzitter:
En de vraag is, meneer Wassenberg?

De heer Wassenberg (PvdD):
Alleen de coördinatie ontbreekt daar. En dat is mijn vraag: moet er niet een duidelijke coördinatie zijn tussen al die rollen, al die overheidsorganen, zodat er echt één duidelijk sturende rol is?

Minister Wiebes:
Ik heb helemaal niet op het netvlies staan dat de coördinatie zou ontbreken. Laten we dat dan eerst even vaststellen. Er zijn een heleboel partijen bij betrokken, lokale overheden, maar ook VWS. Ik zou helemaal niet voor mijn rekening durven nemen dat de coördinatie daar op dit moment tekortschiet. Als de heer Wassenberg daar andere signalen over heeft, hoor ik die graag. Maar nemen we nu zomaar aan dat daar een coördinatievraagstuk is?

De heer Wassenberg (PvdD):
Dat is een van de conclusies van het rapport dat de heer …

Minister Wiebes:
Maar op dit moment? We zij bezig met de uitvoering van de aanbevelingen. Daar wordt op dit moment aan gewerkt. Is daar een coördinatieprobleem?

De heer Wassenberg (PvdD):
Dat is een van de punten uit dat rapport, ja.

Minister Wiebes:
Jawel, maar het is een van de zes aanbevelingen om daar iets aan te doen. Op dit moment wordt daaraan gewerkt. Heeft de heer Wassenberg indicaties dat dat niet goed zou lopen?

De heer Wassenberg (PvdD):
Dat is inderdaad een van de problemen. Dan wacht ik dat nog even af. Maar die regierol moet er echt komen. Prima.

Dan nog de vraag die ik had over de verschillende ballen in één hand, over de afweging, en niet het schadeherstel, waar de verschillende ministeries bij betrokken zijn.

Minister Wiebes:
Ik snap het. Tot mijn verdriet en schaamte heb ik die motie niet op het netvlies. Ik heb mijn antwoord niet paraat. Ik begin er nu over na te denken, maar dat is later dan misschien gewenst. Ik kom hier in de tweede termijn even op terug.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik heb de motie op mijn tafeltje liggen.

De voorzitter:
De minister komt erop terug.

Minister Wiebes:
Met alle plezier. Ik kom er in tweede termijn even op terug. Ik zal de motie doornemen.

Tweede termijn

Mevrouw Beckerman (SP):
De motie over de parlementaire enquête (33529, nr. 408), die al eerder door de heer Wassenberg samen met mij is ingediend, willen we graag in stemming laten komen. Het lijkt me heel belangrijk dat we dat nu doen.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik heb één vraag aan de heer Nijboer. Ik heb in eerste termijn een aantal fracties gevraagd hoe zij tegen die parlementaire enquête aankijken. Ik zou dat ook graag van de PvdA willen horen.

De heer Nijboer (PvdA):
Dat begrijp ik goed. Ik heb een beetje dezelfde aarzeling als mevrouw Mulder en mevrouw Van Tongeren over het moment. Gelet op hoeveel impact het heeft en hoe het de afgelopen decennia is gegaan, is er geen twijfel over, ook voor mijzelf als Groninger, dat het gewenst is om een zwaar parlementair instrument in te zetten. Maar als je dat nu doet, wordt het hele departement daarvoor ingezet. Iedereen die er bij Shell en NAM bij betrokken was, iedereen in de regio, burgemeesters en wethouders, iedereen die er ook maar een rol in heeft gespeeld, gaat daar de komende jaren volledig mee bezig zijn. Dat is een. Twee, als je zo'n parlementaire-enquêtecommissie hebt ingesteld, dan is die twee, drie jaar bezig en zullen wij bijna geen debat meer kunnen voeren. Dan zeggen we: ja, ze zijn bezig met onderzoeken; we gaan ze niet voor de voeten lopen. Maar er zijn nog zo veel zaken die de komende tijd geregeld moeten worden …

De voorzitter:
Helder.

De heer Nijboer (PvdA):
… dat ik het op dit moment niet zo verstandig vind om die in te stellen, maar niet omdat de inhoud het niet rechtvaardigt.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb net wederrechterlijk een eerder aangenomen motie aan de minister gegeven. Ik ben blij dat u dat niet heeft gezien. Het dient een goed doel, want die motie is voor de minister nodig om antwoord te geven in de tweede termijn. Het gaat over de belangenafwegingen en de verschillende ministeries die daarbij betrokken zouden moeten worden volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Voorzitter. Ik dien één enkele motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek door Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat aardbevingsschade een enorme impact heeft op het gevoel van veiligheid en op de gezondheid van bewoners;

overwegende dat verschillende ministeries een rol zouden moeten spelen om het gevoel van onveiligheid en de complexe psychosociale problematiek die daarvan het gevolg is aan te pakken;

verzoekt de regering om, in een samenwerkingsverband tussen de ministeries van EZK en VWS en de veiligheidsregio Groningen, de regie te nemen in het opstellen van een plan gericht op het signaleren, behandelen en zo mogelijk voorkomen van psychosociale problemen en gezondheidsproblemen als gevolg van de gaswinning,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 441 (33529).

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Wassenberg. Dan ga ik naar mevrouw …

Meneer Wassenberg, komt u nog even terug — wat loopt u toch snel! — want de heer Bisschop heeft nog een vraag. Het kan ook zijn dat de heer Bisschop zo langzaam loopt.

De heer Bisschop (SGP):
Ik ben al wat ouder, voorzitter. Dan krijg je dat. Dank dat u daar zo veel rekening mee houdt.

Ik heb een vraag aan de heer Wassenberg. Ik heb het allemaal aangehoord: ettelijke malen werd indringend doorgevraagd op zijn motie om een parlementaire enquête te starten. Mijn eerste vraag is eigenlijk: vanwaar die haast om dat op korte termijn te doen?

De heer Wassenberg (PvdD):
Twee jaar geleden vond ik het al heel erg belangrijk dat er een parlementaire enquête zou komen. Dat vond ik op 16 januari ook. Toen heb ik de motie ingediend, samen met mevrouw Beckerman. Wat er allemaal gebeurd is in de laatste weken sinds 16 januari, is zo aangrijpend belangrijk dat wat mij betreft het belang van zo'n parlementaire enquête alleen maar groter is geworden. Ik heb de motie aangehouden. Misschien in de komende weken, maanden had ik inderdaad gehoopt op meer steun van de coalitie. Uiteindelijk kun je zo'n motie aanhouden tot sint-juttemis, maar deze zal op een gegeven moment in stemming moeten worden gebracht. Het momentum is wat mij betreft nu daar. Er is zo veel gebeurd. Als dit geen aanleiding is voor een parlementaire enquête, wat dan wel?

De heer Bisschop (SGP):
Dit gaat niet zozeer om de vraag of de hele gang van zaken aanleiding zou kunnen zijn voor een parlementaire enquête, maar het gaat mij ook om de reikwijdte van de enquête. Ik wil collega Wassenberg toch vragen of dat voldoende doordacht is. Als nu een parlementaire enquête wordt gehouden, dan behoort de uitwerking van de maatregelen zoals die nu beoogd zijn en in de steigers zijn gezet, niet meer tot het onderzoeksveld van de enquête. Dan krijgt u dus een geamputeerde enquête. Het staat u natuurlijk vrij om deze motie in te dienen, maar ik zou mij kunnen voorstellen dat het misschien wel winst is als de start van de enquête juist een jaar, anderhalf jaar, twee jaar wordt uitgesteld.

De heer Wassenberg (PvdD):
Alles tot het moment dat de enquête begint moet worden onderzocht. Er is erg veel gebeurd. Zoals ik zei, je kunt eindeloos blijven uitstellen. Ik weet niet of de heer Bisschop ook doelt op het vertragende effect. Ik ben daar trouwens niet bang voor, want een van de overwegingen in de motie is dat dit niet zal en niet mag gebeuren. Maar zoals ik zei, je kunt eindeloos blijven uitstellen, maar er moet een moment zijn dat die motie in stemming wordt gebracht. Wat mij betreft kan er geen beter moment zijn dan nu, gegeven de ontwikkelingen van de laatste weken.

De voorzitter:
Dat was niet helemaal de vraag volgens mij.

De heer Bisschop (SGP):
Nee. Afrondend. Voor de argumenten die zijn genoemd ben ik wel enigszins gevoelig, maar het gaat mij vooral om het instrument, de kwaliteit en de reikwijdte van het instrument. Door het nu te initiëren, sluit u het betrekken van de effecten van maatregelen die nu in de steigers zijn gezet, uit. Ik zou u willen adviseren om nog eens te overwegen of dat niet van dermate groot belang is dat die enquête beter op een later moment geïnitieerd moet worden. Ik ben het eens met de collega die zegt — volgens mij was dit mevrouw Mulder, meen ik mij te herinneren — dat er een moment komt waarop je dit gaat onderzoeken omdat je het wilt weten als parlement. Maar dan wil ik ook weten het effect is. Is de aanpak van de huidige minister van EZK effectief geweest? Hebben we de goede keuzes gemaakt? Daar heb je de echte leermomenten. Vandaar mijn vraag om het nog eens in overweging te nemen.

De voorzitter:
U heeft het volgens mij genoeg uitgelegd.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik zal nog eventjes overleggen met de mede-indiener, mevrouw Beckerman. Dan kijken we of we de motie dinsdag inderdaad in stemming brengen — dat is op dit moment wel mijn intentie — of dat we haar nog even aanhouden. Dat zal ik met mevrouw Beckerman bespreken.

Tweede termijn

Minister Wiebes:
Dan hebben we mevrouw Ye?ilgöz, die vraagt wanneer ik terugkom op die clausule. Wordt die waardesprong wel serieus meegenomen? Ik heb het van haar heel pregnant gehoord. Ik ken haar bezwaren en ik heb het breder gehoord. Ik zeg haar bij dezen toe dat we ernaar gaan kijken, dat we het in de beraadslagingen gaan opnemen. We komen daaraan toe. Voor de zomer moeten we met een uitkomst komen.

De heer Wassenberg heeft mij gevraagd wat er met zijn motie is gebeurd. Hij heeft mij zelfs de stemverhouding aangeleverd. Ja, zeker wel. Ik heb mij inmiddels in de motie kunnen verdiepen. Het was een motie van voor de formatie. Het vorige kabinet werd geadviseerd om het SodM een meer onafhankelijke positie te geven en de verantwoordelijkheden voor het Groningendossier te verdelen. Eerlijk gezegd: deze motie gaan wij niet uitvoeren. De besluitvorming vindt plaats in het breedst mogelijke gremium van het kabinet, namelijk de ministerraad. Daarmee zijn de checks-and-balances geborgd en daarom hebben we ook besloten om dit niet te veranderen. Overigens zijn de verantwoordelijkheden ten aanzien van Groningen en de gaswinning op dit moment breder gedeeld dan ooit. Er is meer en diepgaander in de ministerraad over gesproken dan in allerlei jaren in het verleden. Er gaat zeer veel aandacht van alle bewindslieden en in samenhang naar Groningen uit, maar niet op deze manier. Dus ik moet dit onsympathieke antwoord aan de heer Wassenberg geven.

De heer Wassenberg (PvdD):
De weergave van de minister is niet helemaal correct, want de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft een aantal jaren geleden al gezegd dat die belangen over de ministeries gespreid moesten worden. Toen heeft de voorganger van de minister, minister Kamp, gezegd: het is al onder verschillende ministeries, want de ministerraad … In het latere advies heeft de Onderzoeksraad gezegd: "Nee, dat gaat niet ver genoeg, want wij bedoelen dat van tevoren die afweging van de belangen bij verschillende ministeries moet liggen. Dat het allemaal terugkomt bij de ministerraad: ja, dat is logisch." Maar de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft dus gezegd: die afweging in de ministerraad is onvoldoende.

Minister Wiebes:
Ja, nou, dat is een advies dat wij niet overnemen.

(…)

Minister Wiebes:
In die motie wordt de veiligheidsregio er ineens bij gehaald. Kijk, ik wil het zo doen. Er wordt gewerkt aan een integraal plan. Ik heb geprobeerd om de heer Wassenberg daarin gerust te stellen: er wordt aan gewerkt. Maar dat gebeurt niet op deze manier en ook niet in relatie tot het veiligheidsrisico. Het heeft niks met gezondheid te maken. Dus ik moet de motie in deze vorm ontraden, waarbij ik ook hier stiekem denk dat we qua bedoelingen niet ver uiteenlopen.