Inbreng SO Onder­han­de­laars­ak­koord voor de Noordzee


10 juni 2020

Inbreng SO Onderhandelaarsakkoord voor de Noordzee - 2020A02526 - namens de Partij voor de Dieren

De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben kennisgenomen van de tussenstand van het Noordzee onderhandelingsakkoord en hebben hierover nog enkele vragen. De leden merken op dat in februari het Noordzee-akkoord werd gepresenteerd. Maandenlang hebben overheid, olie- en gasindustrie, windmolenbouwers, vissers en natuurorganisaties met elkaar om tafel gezeten om de Noordzee onderling te verdelen. Ieder wil zijn deel van dit grootste natuurgebied van Nederland opeisen, want er valt veel geld te verdienen aan de Noordzee. Inmiddels is het juni en gaan de onderhandelingen moeizaam. Zo is één van de onderhandelingspartijen uit het overleg gestapt en zijn er andere partijen bij gezocht.

Kan de minister een actueel beeld schetsen van de staat van de onderhandelingen? Welke groepen zitten nog aan tafel, welke niet meer en welke groepen zijn alleen online geconsulteerd? Kan de minister specifiek aangeven wat de stand van zaken is met betrekking tot garnalenvisserij, kreeftenvisserij- en mosselvisserij?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie menen dat polderen niet is wat de Noordzee nodig heeft. De Noordzeenatuur is te belangrijk om het op een akkoordje te gooien, want het gaat slecht met de onderwaternatuur. Tot het einde van de 19e eeuw was de bodem van de Noordzee bezaaid met riffen vol zeeleven. Tegenwoordig is de bodem grotendeels een kale zandvlakte. Die bodemvisserij brengt grote schade toe aan de bodem van de Noordzee, schade die vele jaren kost om te herstellen. Bodemdieren als kreeften, zee-egels en schelpdieren zijn met één derde afgenomen. Haaien en roggen zijn grotendeels verdwenen omdat ze in de netten terecht komen als bijvangst. Ook voor zeevogels is de situatie zorgelijk. Kortom, het gaat niet goed met de natuur in en rond de Noordzee.

De “goede milieutoestand”, die in 2020 bereikt zou moeten zijn (vanuit de Kaderrichtlijn Mariene Strategie), is niet bereikt, onder andere omdat bescherming van habitats nog niet is geïmplementeerd. De leden van de Partij voor de Dierenfractie vinden dit zorgelijk. Zij merken hierbij op dat voor de minister de belangen van de visserijsector keer op keer zwaarder weegt dan de bescherming van de natuur. Dat vormt de achilleshiel van het Noordzee-akkoord. Natuurbescherming doet het kabinet erbij, als eerst voldoende ruimte is gecreëerd voor alle economische belangen in onze zeeën.

Kan de minister aangeven waarom bescherming van habitats nog niet is geïmplementeerd? En hoe de onderhandelingen met betrekking tot het Noordzee-akkoord invloed kunnen hebben op het implementeren van beschermde habitats? Waarom is er geen nieuw streefjaar gesteld?

Waarom kunnen visserijactiviteiten op de Noordzee ongehinderd doorgang vinden, terwijl duidelijk is dat die het bereiken van een goede milieutoestand in de weg staan? Is dit niet in strijd met het voorzorgsbeginsel of de Kaderrichtlijn Mariene Strategie? Beschikt de minister over de mogelijkheid om vergeven visvergunningen in te trekken?

De leden Partij voor de Dierenfractie merken op dat in het Akkoord slechts 12,5% van de meest kwetsbare gebieden in de Noordzee vanaf 2025 gesloten worden voor bodemberoerende visserij. Dit betekent dat andere vormen van visserij – met fuiken en manden bijvoorbeeld – gewoon door kunnen gaan. Helaas betekent het dat er in 87,5% van de Noordzee, ook in op papier beschermde natuurgebieden, geen beperkingen voor de bodemberoerende visserij zullen gelden om de natuur te beschermen.

De leden van de Partij voor de Dierenfractie vinden het schrijnend dat het kabinet nota bene al in 2012 toegezegd had om 10 tot 15% van de Noordzee af te sluiten voor de sleepnetten[1]. Daarbovenop komt dat dat de bescherming van de Noordzee en Waddenzee vandaag vooral op papier bestaat. In de praktijk kunnen vissers hun gang gaan door een gebrek aan capaciteit voor controle en toezicht. Kortom, de leden van de Partij voor de Dierenfractie vinden dat de onderwaternatuur niet voldoende wordt beschermd.

De leden vragen de minister waarom bodemberoerende visserij niet volledig wordt geweerd uit Natura2000 gebieden. Tenslotte wordt het beperken van bodemberoerende visserij in de ecologisch meest waardevolle gebieden gezien als een noodzakelijke maatregel in het kader van het voorzorgsbeginsel, waarbij jarenlange monitoring zal moeten uitwijzen of er goed herstel is van de milieutoestand.

Kan de minister aangeven welke delen van Noordzee volledig onberoerd worden gelaten voor alle vormen van visserij? Welk percentage van het Nederlandse deel van de Noordzee is dat? Is de minister bereid om het gedeelte dat afgesloten zal worden voor sleepnetten (12,5%), volledig onberoerd (no-take zones) te laten voor alle vormen van visserij, in lijn met de doelstelling van het EU biodiversiteitsstrategie (10% strikt natuurbescherming op zee in 2030)? Hoe hangt het opstellen van no-take zones samen met het opstellen van het Noordzee-akkoord?

Is de minister bereid om de €14 miljoen die in de eerste plaats wordt ingezet voor doeleinden gerelateerd aan het Noordzeeakkoord, sowieso in te zetten, ongeacht het resultaat van de onderhandelingen rond het Noordzee-akkoord, gezien het huidige tekort aan handhaving?

De leden van Partij voor de Dierenfractie merken op dat de innovatieve maatregelen, zoals het vergroten en vernieuwen van vloten, pulsvisserij, rendementsverbetering en marktafzet, ervoor zorgen dat de Noordzee met zeer grote efficiëntie wordt leeggevist. Daarbij komt dat minister aangeeft, in antwoord op feitelijk vragen[2], dat de quota niet zullen worden ingenomen, omdat de minister meent dat de quota niet worden opgevist en dat de visserijdruk af kan nemen door andere voorwaarden te stellen, zoals het intrekken van visvergunningen en een verbod om gedurende vijf jaar visserijactiviteiten te ontplooien. De leden van de Partij voor de Dierenfractie menen dat, zolang er geen visrechten worden ingenomen, er evenveel gevist zal blijven worden door de overgebleven schepen.

Hoe zorgt de minister ervoor dat de €45 miljoen voor verduurzaming en innovaties in de visserijsector, zoals het vergroten en vernieuwen van vloten, er niet toe zal leiden dat de zee nog sneller en effectiever leeggevist zal worden?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie pleiten voor een sanering van de vissersvloot en een betere bescherming van natuurgebieden. De leden menen dat er een sterke overheid nodig is die duidelijke grenzen stelt aan de vernietiging van de natuur. Echter, als er geen Akkoord komt, komt er ook geen transitiefonds voor het warm saneren van de kottervisserij, stelt de minister in antwoord op vragen[3]. Toch vinden de leden dat de minister sowieso in moet zetten op het saneren van de kottervloot om de onderwaternatuur en de visstanden veilig te stellen. Is de minister bereid om de €74 miljoen voor het saneren van de kottervloot te reserveren, ongeacht het onderhandelingsresultaat rond het Noordzee-akkoord?


[1] “Van de bodem van het Nederlands deel van de Noordzee wordt 10 tot 15 procent niet noemenswaardig beroerd door menselijke activiteiten.” Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee 2012 – 2020, Deel 1.

[2] Antwoord op vraag 210 uit Kamerstuk 33450 nr. 66

[3] Antwoord op vraag 8 uit Kamerstuk 33450 nr. 66.