Inbreng SO Nationale Grond­stof­fen­stra­tegie


19 januari 2023

De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben met interesse kennisgenomen van de Nationale Grondstoffenstrategie en hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De leden van de Partij voor de Dierenfractie constateren dat het belangrijk is om veel zuiniger met grondstoffen om te gaan. Zeker gezien de Nederlandse Overshoot Day, de dag waarop we net zoveel grondstoffen hebben gebruikt als de Aarde ons in een heel jaar kan bieden, dit jaar al valt op 12 april. Alles wat we de rest van het jaar consumeren doen we ten laste van komende generaties. Ook blijkt uit het recent gepubliceerde Circularity Gap Report 2023[1] dat de wereldeconomie de afgelopen jaren minder circulair is geworden, aangezien het hergebruik van materialen is gedaald van 9 naar 7 procent. Er is dus nog een hele lange weg te gaan, voordat we daadwerkelijk een circulaire economie hebben bereikt. Deze leden zijn ervan op de hoogte dat de staatssecretaris binnenkort komt met het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE), maar zijn van mening dat juist ook in de Nationale Grondstoffenstrategie moet worden uitgewerkt hoe circulariteit concreet wordt ingevuld. Deze leden zijn daarom teleurgesteld dat slechts heel summier wordt ingegaan op hoe circulariteit precies plaats krijgt in deze grondstoffenstrategie en zouden hier graag, vooruitlopend op het NPCE, inzicht in krijgen.

De leden van de Partij voor de Dierenfractie lezen dat er wordt ingezet op circulaire strategieën, zoals vermindering van grondstoffengebruik, substitutie van grondstoffen, levensduurverlenging en hoogwaardige verwerking. Maar vervolgens worden deze strategieën niet concreet uitgewerkt. Hoe worden bedrijven en instanties eraan gehouden dat het circulair omgaan met grondstoffen – en met name het verminderen van het grondstoffengebruik – als uitgangspunt worden genomen in de bedrijfsvoering? Is de staatssecretaris het met deze leden eens dat het ‘streven’ naar een circulaire strategie zo hoog mogelijk op de R-ladder niet vrijblijvend moet zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke regelgeving is er in de maak die ervoor zorgt dat bedrijven en andere instanties daadwerkelijk circulaire strategieën implementeren en zich altijd moeten inspannen om grondstoffen te gebruiken volgens strategieën zo hoog mogelijk op de R-ladder? Is de staatssecretaris bereid om ervoor te zorgen dat bedrijven en andere instanties zich moeten kunnen verantwoorden over welke strategie zij hebben gekozen en waarom er niet is gekozen voor een strategie hoger op de R-ladder (als dit van toepassing is)?

Ook valt het de leden van de Partij voor de Dierenfractie op dat er in de Nationale Grondstoffenstrategie geen doelstellingen worden verbonden aan circulair gebruik van grondstoffen. Is de staatssecretaris bereid om aparte doelstellingen te verbinden aan elk van de genoemde circulaire strategieën in de grondstoffenstrategie? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kan de staatssecretaris ingaan op hoe zij dan vervolgens wil borgen dat deze doelstellingen ook zullen worden behaald? Deelt de staatssecretaris de mening dat de grondstoffentransitie een belangrijke basis is voor de circulaire economie en dat integraliteit tussen de verschillende ministeries die met de grondstoffentransitie te maken hebben cruciaal is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom heeft de staatssecretaris dan niet van de gelegenheid gebruik gemaakt om, vooruitlopend op het Nationaal Programma Circulaire Economie, circulariteit een prominentere plek te geven in deze grondstoffenstrategie? Deelt de staatssecretaris de mening dat dit een gemiste kans is?

Voorts zien de leden van de Partij voor de Dierenfractie het nieuwe grondstoffenbeleid als kans om rechtvaardiger en eerlijk beleid te gaan voeren ten aanzien van het verkrijgen en beheren van grondstoffen uit het Mondiale Zuiden. Mens en milieu moeten centraal komen te staan in het nieuwe grondstoffenbeleid. Het belang hiervan werd recent weer onderstreept in een nieuw onderzoek over mijnen, waaruit blijkt dat meer dan de helft van de mijnen ter wereld zich in het leefgebied van inheemse volkeren bevindt.[2] Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat inheemse rechten, en specifiek het recht op vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (free, prior and informed consent, FPIC) en het ‘recht om nee te zeggen’, gerespecteerd worden bij grondstofwinning? De leden lezen dat het kabinet gelijkwaardige samenwerking een uitgangspunt maakt als het gaat om het verkrijgen van grondstoffen. Kan de minister toelichten hoe deze gelijkwaardige samenwerking, met name met landen in het Mondiale Zuiden, tot stand zal komen? Welke voorwaarden zullen de samenwerking gelijkwaardig maken? Hoe gaat de minister garanderen dat de waarborging van mensenrechten en milieu niet alleen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken blijft liggen maar door alle ministeries integraal wordt betrokken in het verkrijgen van grondstoffen? De leden lezen dat de ministeries van IenW, EZK en BuZa tijdens een stakeholdersessie ideeën en kennis hebben opgehaald bij bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties, die gebruikt zijn voor de ontwikkeling van de voorliggende strategie. Hoeveel lokale en grassroot-(vrouwen)organisaties, -netwerken en vertegenwoordigers van inheemse gemeenschappen uit landen waarin Nederlandse bedrijven actief zijn in grondstoffenwinning en -verwerking, waren er bij deze sessie aanwezig? Indien dit er geen of weinig waren, welke lessen trekt dit kabinet, dat beweert te hechten aan de stem van lokale gemeenschappen en in het bijzonder vrouwen in de mijnbouw en (politieke) besluitvorming, hierover? Op welke manier is het kabinet van plan hen beter bij de strategie te betrekken? Ook schrijft het kabinet in de strategie dat grondstoffenwinning en onwettige handel in instabiele gebieden vaak de oorzaak of katalysator zijn van ongebalanceerde economische ontwikkeling, conflict(financiering) en corruptie, en dat dit onder meer geldt voor kritieke grondstoffen zoals kobalt, wolfraam en tantaal. In het kader van conflictpreventie heeft het kabinet zich met het vierde Nationaal Actieplan 1325 gecommitteerd aan onder meer de ontwikkeling én het structurele gebruik van early warning-mechanismen, waarin het perspectief van lokale vrouwen en jongeren centraal staat en er samen wordt gewerkt met lokale vrouwenorganisaties om early warning signs op te vangen. Waarom ontbreekt het in de grondstoffenstrategie aan handvatten om geweld als gevolg van grondstofwinning en onwettige handel te voorkomen? Hoe gaat het kabinet hier alsnog proactief uitvoering aan geven, in samenwerking met onder andere lokale gemeenschappen en vrouwenorganisaties?

Voorts wordt er in de grondstoffenstrategie benoemt dat Nederland actieve betrokkenheid zal tonen bij de herziening van de conflictmineralen verordening. Is de minister het ermee eens dat de huidige situatie in Oost-Congo, waar hevig wordt gevochten, mensen overlijden en duizenden ontheemd raken door een conflict dat gelinkt wordt aan grondstoffen zoals kobalt, laat zien dat de conflictmineralenwet tot nu toe weinig tot geen impact heeft gehad? Is de minister bereid te pleiten voor de uitbreiding van de wet naar meer mineralen en metalen die essentieel zijn voor de energietransitie, waaronder kobalt, lithium, nickel en mangaan, omdat nu slechts Tin, Tantaal, Wolfraam en Goud (3TG) onder de wet vallen? Is de minister ook bereid te pleiten voor het verlagen van de invoerdrempel, omdat momenteel maar een beperkt aantal Nederlandse bedrijven aan deze wet hoeven te voldoen door de hoge invoerdrempel die gesteld is voor de 3TG grondstoffen?

De leden lezen dat het kabinet voornemens is een onderzoek te doen naar de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven en naar mogelijkheden om onder meer het exportkrediet instrumentarium van Atradius Dutch State Business, Invest International, Invest- NL en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in te zetten. Is de minister zich ervan bewust dat deze handelsinstrumenten primair de belangen van Nederlandse exporteurs dienen? Hoe de minister andere doelstellingen, zoals het vormgeven van een eerlijke transitie en feministisch buitenlandbeleid, mee in dit onderzoek?

[1] CGR 2023 (circularity-gap.world)
[2] Over Half the World's Energy Transition Minerals Are on Indigenous Lands (gizmodo.com)