Inbreng SO Fiche: Herziening Richtlijn stedelijk afval­water


19 januari 2023

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van de Herziening Richtlijn stedelijk afvalwater. Zij lezen interessante punten in het voorstel van de Europese Commissie en de reactie hierop van de regering.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn te spreken over het feit dat er een verplicht systeem voor Uitgebreide producentenverantwoordelijk (UPV) voor humane geneesmiddelen en cosmeticaproducten komt. Deze leden vragen zich af of het mogelijk is om geneesmiddelen voor dieren ook mee te nemen, aangezien deze ook in het milieu terechtkomen. Kan de regering hier op reageren, en aangeven op welke manier dit meegenomen kan gaan worden? Daarnaast willen deze leden weten hoe de regering er op toe gaat zien dat de UPV niet afgezwakt wordt door bedrijfsbelangen.

Het kabinet geeft aan dat uit de nationale analyse waterkwaliteit blijkt dat er bij rwzi’s (rioolwaterzuiveringen) nog een opgave is om de KRW-doelen te halen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren onderschrijven deze analyse. Daarom vinden deze leden het onbegrijpelijk dat de regering er voor kiest om in Europa te pleiten voor een lager verwijderingsrendement van 70% in plaats van de 80% die de Commissie nu voorstelt, en een latere implementatiedatum van de 4e trap zuivering dan 2035. Deze leden willen weten of de regering bereidt is af te zien van dit standpunt, omdat we juist zouden moeten inzetten op een zo hoog mogelijk verwijderingsrendement. Is de minister bereid om te kijken wat maximaal haalbaar is, waarbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan een trapsgewijs systeem van een verwijderingsrendement van 70% in 2030 en 90% in 2035? Hierdoor kan ook zo goed mogelijk aangesloten worden bij de KRW-doelen. Het huidige kabinetsstandpunt gaat volgens deze leden uit van uitstel. Welke nadelige effecten voor de waterkwaliteit en de Kaderrichtlijn Water heeft het uitstel dat het kabinet beoogt? Waarom kiest het kabinet er voor om niet alles op alles te zetten om de problemen die zullen ontstaan bij het niet voldoen aan de KRW-doelen te voorkomen? Dit zal namelijk grote maatschappelijke effecten hebben.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren lezen dat de regering kritisch is op het voorstel van de Commissie om influent (afvalwater) en effluent (gezuiverd afvalwater) van rwzi’s te monitoren om bronnen van verontreiniging op te sporen en gerichte maatregelen te nemen. Daarnaast lezen ze dat de regering ook kritisch is op het daarbij horende plan om iedere zes jaar verplichte vergunningen voor indirecte lozingen te bezien en zo nodig te herzien. Het argument dat de vergunningsplicht voor indirecte lozingen volgens het kabinet niet in lijn is met de omgevingswet en dat dit gepaard gaat met een uitbreiding van de administratieve lasten is volgens deze leden niet steekhoudend ten opzichte van de milieuproblematiek en waterverontreiniging. Het beleid, en de evaluatie hiervan, rond Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) heeft duidelijk gemaakt dat er geen zicht is op lozingen onder algemene regels en de huidige aanpak veel te wensen overlaat. Berenschot en Arcadis hebben dan ook duidelijk gemaakt dat er “momenteel bijvoorbeeld geen (integraal) monitoringsysteem gericht op verspreiding van ZZS in de leefomgeving” is.[1] Een vergunningsplicht voor indirecte lozingen, zoals de Commissie voorstelt, zou dan ook een oplossing kunnen zijn. Het is dan ook merkwaardig dat het kabinet aangeeft de verplichtingen met betrekking tot monitoring en het herzien van vergunningen niet aan wil gaan omdat dit voor extra administratieve lasten zou zorgen. Dit terwijl duidelijk is dat er al amper zicht is op alle lozingen. Op welke manier zou het kabinet dan wel zicht willen krijgen op lozingen van alle ZZS die onze wateren vervuilen? Kan de regering dit toelichten? Wat deze leden betreft zou dit hele traject eigenlijk aan de voorkant voorkomen moeten worden. De leden van de Partij voor de Dierenfractie begrijpen namelijk niet waarom we het toestaan dat er geloosd mag worden in het milieu. Is het niet logischer om milieuschade te voorkomen door deze lozingen niet langer toe te staan? En zolang dit nog wel toegestaan is, ten minste elke twee jaar alle lozingsvergunningen tegen het licht te houden. Bent u bereidt uw visie te wijzigen en te pleiten voor een lozingsverbod, en tot die tijd elke 2 jaar de lozingsvergunningen tegen het licht te laten houden?

[1] Evaluatie ZZS-emissiebeleid 2016-2021, pagina 42