Inbreng SO Convenant Onver­doofd Ritueel Slachten


30 maart 2016

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van de evaluatie van het convenant ‘onbedwelmd slachten volgens religieuze riten’ en de aanvullende maatregelen die de staatssecretaris van Economische Zaken voornemens is te treffen. Uit de evaluatie blijkt dat het convenant is mislukt en uit de brief van de staatssecretaris maken de leden op dat de staatssecretaris nu een aantal onderdelen uit het convenant via een Algemene Maatregel van Bestuur wil regelen. De leden willen de staatssecretaris hierover enkele vragen stellen.

De staatssecretaris heeft in december 2011 toegezegd dat er op korte termijn een convenant zou komen met de religieuze organisaties. Kan de staatssecretaris verklaren waarom het proces rondom het convenant meer dan vier jaar geduurd heeft? Klopt het dat er twee Wetenschappelijke Advies Commissies (hierna:WAC) zijn geweest? Wie zaten er in de eerste WAC en wie in de tweede? Wat was de reden voor het ontbinden van de eerste WAC onder leiding van Professor Ludo Hellebrekers (oud-voorzitter van de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde)? Hoe lang heeft het geduurd voordat er een nieuwe WAC onder leiding van Professor Frouke Ohl werd geïnstalleerd? Klopt het dat er minstens een jaar tussen de twee WAC’s heeft gezeten? Waarom heeft het zo lang geduurd voordat er een nieuwe WAC werd geïnstalleerd? Wat is er in de tussenliggende periode gebeurd met het convenant? De WAC concludeerde op basis van de aan haar voorgelegde rapporten dat onder de huidige uitvoeringspraktijk het convenant niet haalbaar bleek. Kan de staatssecretaris uitvoeriger ingaan op de redenen achter het feit dat het convenant mislukt is?

Door oud-minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (Van Aartsen) is met de religieuze partijen al eerder gepoogd tot een convenant te komen[1]. Dat overleg vond plaats tussen 1995 en 1999. Toen werd afgesproken dat men zich zou inspannen om het aantal onbedwelmde slachtingen te verminderen waarbij er onder andere naar gestreefd zou worden om de acceptatie te bevorderen van reversibele bedwelmingen. Is het streven naar acceptatie van bedwelming voorafgaand aan de slacht een doelstelling geweest in het convenant. En zo ja, wat is de uitkomst. Zo nee, waarom niet?

De leden van de PvdD-fractie constateren dat de staatssecretaris een einde wil maken aan de export van vlees afkomstig van onverdoofd geslachte dieren. Goed dat de export eindelijk aan banden wordt gelegd. De leden vragen de staatssecretaris of hij de Kamer de cijfers van de afgelopen vier jaren over het aantal onverdoofd geslachte dieren naar de Kamer kan sturen. De staatssecretaris heeft namelijk toegezegd tijdens het debat in de Eerste Kamer in 2012 om het aantal onverdoofd geslachte dieren te gaan registreren. Hij zei: “Ik vind het wel zaak om de komende tijd de registratie van het totale aantal ritueel geslachte dieren, ook naar diersoort, beter op orde te krijgen. Mevrouw Thieme refereerde daaraan in het debat in de Tweede Kamer, ik ook. Wij hebben die registratie nu niet goed op orde. Met de erkenning kan de registratie worden verbeterd. Dan weten wij waar het gebeurt; dan is er toezicht. Daarmee kunnen wij de registratie van de aantallen aanmerkelijk verbeteren. Die toezegging wil ik absoluut doen” (Kamerstuknr. T01556).

De staatssecretaris voert de behoefteverklaring opnieuw in. Het Expertisecentrum LNV concludeerde in 2002[2] (toen er nog behoefteverklaringen moesten worden afgegeven) dat slachterijen zelf het initiatief konden nemen om een behoefteverklaring te verkrijgen. Dat vond het Expertisecentrum ongewenst omdat slachterijen een economisch belang hebben om een hoog aantal dieren ritueel te slachten. De leden van de PvdD-fractie willen weten of de staatssecretaris gaat voorkomen dat deze economisch-betrokkenen (de slachthuizen) een actieve rol spelen in het realiseren van behoefteverklaringen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

De leden van de PvdD-fractie willen van de staatssecretaris weten op welke criteria de behoefteverklaring gebaseerd gaat worden en hoe er met deze behoefteverklaring in de praktijk wordt omgegaan. Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze deze behoefteverklaring gecontroleerd wordt? Wat gebeurt er met het vlees van dieren als blijkt dat er meer dieren onverdoofd zijn geslacht dan de daadwerkelijke vraag is? En wat als blijkt dat de binnenlandse vraag te laag is ingeschat? Is de staatssecretaris bereid om bij de etikettering van vlees van onverdoofd geslachte dieren ook te vermelden dat de wijze van slachten gepaard gaat met wetenschappelijk vastgesteld ernstig dierenleed?

De leden moeten constateren dat met de maatregelen van de staatssecretaris geen einde komt aan het onverdoofd ritueel slachten. Het slachten zonder bedwelming vooraf zal in alle gevallen mogelijk blijven. Deelt de staatssecretaris deze conclusie?
De leden van de fractie van de PvdD willen van de staatssecretaris weten hoe hij het ernstige dierenleed, dat met het onbedwelmd slachten gepaard gaat, kan rechtvaardigen gezien het feit dat wetenschappers, en ook recent nog het BuRo van de NVWA, concluderen dat bij onverdoofd slachten er sprake is van een ernstige aantasting van het dierenwelzijn. En dat veterinaire organisaties de onverdoofde slacht onaanvaardbaar vinden (zie onder meer FAWC, 2003; EFSA, 2004; KNMvD, 2008; Dialrel, 2010; NVWA, 2015). De NVWA heeft in oktober 2015 gepleit voor een verbod op onverdoofd slachten. Graag een reactie van de staatssecretaris.

De leden van de PvdD-fractie constateren dat in het convenant afspraken zijn gemaakt die het dierenwelzijn zouden moeten verbeteren tijdens de fixatie en het uitvoeren van de halssnede. Uit de onderzoeken van Wageningen Universiteit (2014, hierna WUR) waarop de evaluatie van het convenant mede is gebaseerd, blijkt dat slachthuizen in de periode van 2012-2016 niet in staat zijn geweest om deze verbeteringen door te voeren.

De WUR heeft geconcludeerd dat de wijze van fixeren in een groot deel van de gevallen niet voldeed aan de gestelde eisen van het convenant. Het verminderen van de duur van het verlies van bewustzijn is ook niet gelukt; de meeste runderen verloren hun bewustzijn na 40 seconden en in sommige gevallen liep dit zelfs op tot twee minuten. Schapen en geiten waren ook niet meteen buiten bewustzijn na de halssnede, de meeste schapen en geiten verloren hun bewustzijn binnen 40 seconden. De fixatie van het dier door middel van de kantelbox wordt nog steeds toegepast. Ondanks de motie over het verbieden van de kantelbox (Kamerstuk 31 571, nr. 13) die in 2011 is aangenomen, wordt deze vijf jaar later nog steeds gebruikt.

Uit nieuw onderzoek van de WUR uit 2014 blijkt dat bij de geobserveerde runderen de halssnede werd uitgevoerd in één tot zes snijbewegingen. Het convenant spreekt over de eis van 1 ononderbroken halssnede. De leden merken op dat deze eis al zo oud is als de traditie zelf. Kan de staatssecretaris aangeven waarom slachthuizen in de periode na het afsluiten van het convenant niet in staat zijn geweest om verbeteringen door te voeren op het gebied van het dierenwelzijn? Zo nee, waarom niet?

De staatssecretaris spreekt in zijn brief over het doorvoeren van “technische verfijningen” in het slachtproces. De WAC komt hierover nog met een advies voor 1 mei 2016. Kan de staatssecretaris dit advies daarna zo spoedig mogelijk naar de Kamer zenden? De leden van de PvdD-fractie zouden graag zien dat er in het adviesrapport een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de aanpassingen die de slachthuizen al in 2009 op grond van de verordening moesten doorvoeren ten aanzien van apparatuur, werkwijze en opleiding van het personeel en de door de WAC voor te stellen aanpassingen. De leden valt namelijk op dat veel voorgenomen maatregelen, geen nieuwe maatregelen betreffen.

Deelt de staatssecretaris met de leden van de fractie van de PvdD de mening dat de afspraken rondom opleidingen voor slachters, het gebruik van een scherp mes, optimalisatie van het reinigingsproces van het mes (wat overigens niets met dierenwelzijn te maken heeft), geen nieuwe maatregelen of beloftes zijn? Immers de religieuze organisaties hebben ten tijde van de behandeling van het wetsvoorstel voor een verbod op het onverdoofd ritueel slachten (Kamerstuk 31571,A) 2008-2012 al op deze handelwijze gewezen. Het slachten met goed opgeleid personeel, met een vlijmscherp, schoon mes wordt al sinds jaar en dag nagestreefd conform de eigen tradities. Blijkens de wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat dit streven in de praktijk niet werkt en ook bij optimale toepassing geen einde maakt aan het ernstig lijden van het dier omdat er geen bedwelming voorafgaand aan de slacht wordt toegepast. Graag een reactie van de staatssecretaris.

De staatssecretaris wil de 40 seconden regel in het Besluit Houders van Dieren vastleggen. Deze regel stelt dat dieren binnen 40 seconden het bewustzijn moeten verliezen. Indien dieren na 40 seconden nog steeds bij bewustzijn zijn, dient het dier bedwelmd te worden. Bij dieren waar bedwelming voorafgaan aan de slacht wordt toegepast, treedt het bewustzijnsverlies onmiddellijk op (WUR, 2014). Het wordt met de 40 seconden regel acceptabel geacht dat dieren die zonder verdoving worden geslacht, tot 40 seconden na de halssnede kunnen lijden. De Wetenschappelijke Adviescommissie (hierna WAC) adviseert de staatssecretaris deze 40 seconden regel niet over te nemen, omdat dit leidt tot een toename van het aantal dieren wat onverdoofd geslacht wordt. De WAC geeft aan dat “bedwelming na 40 seconden of een langere termijn zal immers leiden tot een verhoogd aantal (in eerste instantie) onbedwelmd geslachte dieren en heeft daarmee een averechts effect” (WAC, 2015).

Door desondanks deze regel toch te omarmen, gaat de staatssecretaris voorbij aan het feit dat het zal zorgen voor meer onverdoofd geslachte dieren. Hoe verhoudt dit zich met de doelstelling van de staatssecretaris om het aantal dieren dat onverdoofd geslacht wordt te verminderen? Hoe gaat de staatssecretaris registreren hoeveel extra dieren er onverdoofd geslacht worden na invoering van de 40 seconden regel? Kan de staatssecretaris aangeven wat er met het vlees van de dieren gebeurt als de dieren na 40 seconden alsnog verdoofd worden? De leden constateren dat dit vlees niet de reguliere keten in kan aangezien consumenten er vanuit moeten kunnen gaan dat vlees in de reguliere keten van dieren komt die verdoofd zijn geslacht.

[1] Inventarisatie ritueel slachten in Nederland, expertisecentrum LNV ( januari 2002) https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j4nvgs5kjg27kof_j9vvij5epmj1ey0/vi0w860xwuyw/f=/blg18273.pdf

[2]Inventarisatie ritueel slachten in Nederland, expertisecentrum LNV ( januari 2002) https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j4nvgs5kjg27kof_j9vvij5epmj1ey0/vi0w860xwuyw/f=/blg18273.pdf