Inbreng Schrif­telijk Overleg Wijziging van de Regeling dierlijke producten in verband met de aanduiding van bijzondere slacht­pluim­vee­hou­de­r­ij­sys­temen


11 september 2014

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van Ontwerpregeling houdende wijziging van de Regeling dierlijke producten in verband met de aanduiding van bijzondere slachtpluimveehouderijsystemen en willen de minister van Economische Zaken nog enkele vragen stellen.

De leden van de PvdD-fractie hebben vernomen dat op basis van artikel 4.2b de vrijstellingen en ontheffingen die door het productschap zijn verleend, overgenomen worden door de minister. Deze vrijstellingen en ontheffingen geven de ondernemers de mogelijkheid producten op de markt te brengen, met een verondersteld beter dierenwelzijn, terwijl dit in de praktijk (nog) niet zo blijkt te zijn. De leden van de PvdD-fractie vinden dit een onwenselijke situatie die, als het zich voordoet, zo kort mogelijk mag voortduren. Immers de consument betaalt een hogere prijs voor een product met extra welzijnsclaims. Is de minister het op dit punt met de leden van de PvdD-fractie eens? Zo nee, waarom niet? Op welke wijze gaat de minister ervoor zorgen dat de consument geïnformeerd wordt dat binnen een bepaald “welzijnsvriendelijker” houderijsysteem vrijstellingen zijn verleend ten aanzien van bepaalde beloofde welzijnsnormen? Kan de minister een overzicht aan de Kamer sturen over van het aantal vrijstellingen en ontheffingen die er op dit moment zijn afgegeven en ten aanzien van welke welzijnsnormen? Zo nee, waarom niet? Gaat de minister toetsen of de ontheffingen en vrijstellingen terecht zijn verleend? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, welk belang verzet zich daartegen? Op basis van welke criteria en binnen welke termijn gaat de minister besluiten of de ontheffingen en vrijstellingen kunnen ofwel moeten worden ingetrokken? Graag een reactie.