Inbreng Schrif­telijk Overleg Water­kracht­cen­trale Borgharen


14 september 2010

De leden van de Partij voor de Dierenfractie zijn zeer bezorgd over de plannen voor een waterkrachtcentrale in de Maas bij Borgharen. Allereerst is het nog de vraag of deze centrale een echte bijdrage kan leveren aan de energievoorziening, gezien de Maas maar weinig hoogteverschillen kent en in de zomer herhaaldelijk droog valt. Wat wel zeker is, is dat de komst van deze centrale veel vissen de dood zal injagen. En dat terwijl het voor veel vissoorten al heel moeilijk is om te migreren en Nederland nota bene gebonden is aan meerdere internationale verdragen inzake het verbeteren van de migratiemogelijkheden voor vissen. Ook worden met Europees geld allerlei projecten uitgevoerd die als doel hebben om soorten, zoals de zalm en aal, te herintroduceren en te beschermen. Een centrale in Borgharen zal migratie echter alleen maar moeilijker maken en de kans vergroten dat vissen worden vermalen. De leden van de Partij voor de Dierenfractie zijn dan ook verbaasd over de brief die de minister op 19 juli 2010 naar de Kamer heeft gestuurd inzake de ontwerpbeschikking voor de waterkrachtcentrale bij Borgharen. Graag brengen zij de minister in herinnering dat in een eerdere brief naar de Kamer de conclusie werd getrokken dat de bouw van de waterkrachtcentrale niet mogelijk is zolang er geen alternatief is voor de reeds aanwezige bekkenvistrap. Het verbaasde de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dan ook dat er in de nieuwe brief niets staat vermeld over de mogelijkheden voor vismigratie. Zeker gezien de internationale verplichtingen die de Nederlandse regering is aangegaan om migratie van trekvissen te bevorderen. Een voorbeeld hiervan is de Benelux-beschikking die op 16 juni 2009 is aangegaan, deze beschikking beoogt vrij migratie van vissoorten zowel stroomopwaarts als afwaarts. De vraag is of de plannen van een waterkrachtcentrale met deze beschikking in overeenstemming zijn. De Waalse regering heeft reeds haar bezorgdheid over het mogelijk conflict van deze plannen met de beschikking via een brief laten weten aan minister Verburg. Is de minister op de hoogte van de inhoud van deze brief? Heeft u reeds contact gehad met de betrokken ambtspersonen in België aangaande de inhoud van deze brief? Hoe beoordeelt u de zorgen van de Waalse minister ten aanzien van de mogelijke strijdigheid van de waterkrachtcentrale met bovengenoemde Benelux-beschikking? Wordt deze brief nog betrokken bij het verdere vergunningsverleningsproces? Acht u het wenselijk dat terwijl de Waalse overheid 15 miljoen in herstelprogramma’s voor de zalm in de Maas investeert, terwijl Nederland de passage voor de zalm in de Maas alleen maar moeilijker maakt?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie willen de minister ook op de verplichtingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) wijzen. Artikel 25 van deze richtlijn stelt dat verslechtering van de watertoestand moet worden voorkomen. Dit betekent ook dat er geen verslechtering mag optreden van de ecologische toestand van het water. Is het waar dat volgens de KRW alleen projecten gerealiseerd kunnen worden als er zekerheid bestaan dat er geen verslechtering op treed? Geldt, in het geval van de waterkrachtcentrale, dat er zekerheid moet bestaan dat de mogelijkheden voor vismigratie ten minste even goed als nu moeten worden eer dat er een vergunning kan worden afgegeven? Op welke manier wordt er nu in die zekerheid voorzien?
Naast de Benelux-beschikking en de KRW, heeft Nederland ook verplichtingen die voortvloeien uit het Nederlandse Aalbeheerplan. Een van de opgenomen maatregelen hierin is de reductie van aalsterfte bij waterkrachtcentrales. Kan de minister toelichten hoe de bouw van een nieuwe centrale bijdraagt aan een afname van aalsterfte door waterkrachtcentrales? De huidige bekkenvistrap bij de stuw van Borgharen is er pas sinds 2008 en heeft 3,1 miljoen gekost. Acht de minister het wenselijk dat een recente investering van die omvang zomaar teniet wordt gedaan? Klopt het dat voor stroomafwaartse migratie van vissen een visgeleidingssysteem door Rijkswaterstaat is geëist? Is de minister ervan op de hoogte dat er echter momenteel geen effectief geleidingssysteem bestaan? Weet u ook dat het voorgestelde systeem nu bij Linne wordt getest en dat de resultaten teleurstellend zijn? Verwacht u dat bij Borgharen dit systeem wel gaat werken? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo neen, bent u bereid de vergunningsaanvraag af te wijzen? Door de vergunningaanvragen wordt nu een visgeleidingssysteem voorgesteld. Klopt het dat er een back-up plan is, dat stelt dat wanneer het visgeleidingssysteem niet werkt, aanvullende maatregelen moeten worden genomen zoals aanpassing van het turbinebeheer? Op welke manier wordt de werking van het visgeleidingssysteem gemonitord? Onder welke omstandigheden wordt er overgegaan op aanvullende maatregelen? Op welke wijze worden deze aanvullende maatregelen gecontroleerd en gemonitord? Als blijkt dat de aanvullende maatregelen ook niet werken, wat gebeurt er dan? Wat betekent aangepast turbinebeheer voor het rendement van de centrale? Is bij deze berekening gehouden dat de verschillende vissoorten tijdens verschillende periodes in het jaar migreren? Wordt er in de vergunningsaanvraag rekening gehouden met de zogenoemde uitgestelde vissterfte die ontstaat doordat vissen bij de doorgang van de turbines gewond of verzwakt raken? Zo ja , op welke wijze? Zo neen, waarom niet? Bent u ervan op de hoogte dat de uitgestelde sterfte volgens meerdere onderzoeken van een vergelijkbare orde van grootte is als de direct waarneembare sterfte? Bent u van plan hier in de verdere vergunningsprocedure rekening mee te houden?

Deze centrale zou de derde centrale in de Maas zijn, hoe denkt u dan nog onder de 10% norm van sterfte onder trekvissen te blijven? Kunt u dit onderbouwen met onafhankelijke wetenschappelijke inzichten? Wordt deze 10% norm gemonitord? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet en hoe weten we dan of Nederland voldoet aan haar internationale verplichtingen? Is het waar dat er voor stoomopwaartse migratie een kleinere vistrap komt? Waarom verwacht men dat vissen deze passage zullen gebruiken gezien er ook nog een uitstroom van de turbines is en verval over de stuw? Wordt er bijgehouden of de vissen de passage gebruiken? Zo ja, op welke wijze en wat gebeurt er als de resultaten tegenvallen? Zo neen, waarom niet en hoe is dit in overeenstemming met de internationale verdragen waar Nederland zich aan heeft gecommitteerd?
De vraag blijft of waterkrachtcentrales in Nederland een goede optie zijn om energie te winnen. Kan de minister aangeven wat het verwachte rendement van de centrale is en hoe dat zich verhoudt tot andere vormen van energieopwekking? Komt deze waterkrachtcentrale nog in aanmerking voor subsidies? Zo ja, welke en aan welke voorwaarden zijn deze gebonden?
Alles in ogenschouw genomen te hebben zijn de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zeer kritisch over voorliggende ontwerpbeschikking. De verschillende internationale vastgelegde verdragen eisen dat de situatie voor trekvissen niet achteruitgaat. Voorgestelde bouw van de waterkrachtcentrale lijkt hier lijnrecht tegenover te staan. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren, vernemen dan ook graag van de minister dat oftewel de vergunningsaanvraag verworpen wordt of dat de vergunning alleen verleend wordt als men absolute zekerheid heeft dat de condities die migratie voor vissen mogelijk maken niet verslechteren.