Inbreng Schrif­telijk Overleg Ontwerp­be­sluit houdende wijziging Besluit algemene regels voor inrich­tingen Wet mili­eu­beheer


27 januari 2011

De leden van fractie van de Partij voor de Dieren zijn zeer ontstemd over het voornemen van de regering om bijna alle intensieve veehouderijen vrij te stellen van de vergunningsplicht, en tevens over de specifieke uitwerking daarvan in het ontwerpbesluit. Op deze wijze krijgt deze sector alle ruimte om verder uit te breiden, terwijl zij maatschappelijk juist zwaar onder druk ligt, en de bevolking om maatregelen roept. Steeds meer mensen keren zich af van de intensieve veehouderij, zij vinden dat dieren op een beschaafde manier behandeld moeten worden, dat milieubescherming meer aandacht behoeft, dat we de natuur in ons land moeten beschermen tegen de hoge ammoniakuitstoot van de veehouderijen. Zij zien dat de intensieve veehouderij grote risico’s voor de volksgezondheid met zich meebrengt, en dat we ons in moeten zetten voor een landbouwsector die zorg draagt voor mens, dier en milieu. De schadelijke gevolgen die de intensieve veehouderij met zich meebrengt worden steeds manifester. En juist in deze tijden, heft de regering de vergunningsplicht voor deze bedrijven op, en geeft zij deze bedrijven alle ruimte.
De leden van fractie van de Partij voor de Dieren vinden dit onbegrijpelijk en krijgen hier graag een toelichting op van de regering. Waarom is hiervoor gekozen? Hoe houdt deze drastische wijziging verband met de Brede Maatschappelijke Discussie die binnenkort georganiseerd zal worden over megastallen, en in die zin ook over de intensieve veehouderij in het algemeen? Hoe verhoudt zich dit besluit tot de toenemende bezorgdheid over de gezondheidseffecten van de intensieve veehouderij, en de aangenomen motie om minimale afstanden tussen woonkernen en veehouderijen in te stellen?En hoe verhoudt dit besluit zich tot de bezuinigingsopgave die het kabinet zichzelf heeft gesteld, gelet op de enorme maatschappelijke kosten die de intensieve veehouderij veroorzaakt en die moeten worden opgehoest door de belastingbetaler?

Het laten vervallen van de vergunningsplicht heeft tot gevolg dat burgers, omwonenden, geen bezwaar meer aan kunnen tekenen tegen de komst of de uitbreiding van bijvoorbeeld een varkensstal in hun buurt. Dit is naar mening van de leden van fractie van de Partij voor de Dieren onacceptabel en een schending van de rechten van de burgers van ons land. Tegen een bedrijfstak die zoveel negatieve effecten met zich meebrengt voor de directe leefomgeving moet een burger zijn zienswijzen kenbaar kunnen maken. Deelt de regering die mening niet? Waarom worden omwonenden deze rechten afgenomen? Het verminderen van administratieve lasten van een economische activiteit mag naar mening van de leden van fractie van de Partij voor de Dieren niet met zich meebrengen dat burgers monddood worden gemaakt, deelt de regering die mening? Zo ja, is zij bereid het opheffen van de vergunningsplicht voor intensieve veehouderijen ongedaan te maken, door dit ontwerpbesluit in te trekken? Zo neen, waarom niet, waarom worden de economische belangen boven de belangen van de gewone burger gesteld?

Hoeveel vergunningen voor intensieve veehouderijen zijn de afgelopen 5 jaar met succes aangevochten en vervolgens vernietigd? De leden van fractie van de Partij voor de Dieren kennen de exacte aantallen hiervan niet, maar weten wel dat dit er niet weinig zijn geweest. Dat betekent naar mening van de leden van fractie van de Partij voor de Dieren dat, zelfs als het traject voor vergunningverlening doorlopen wordt, er door het bevoegd gezag veel fouten worden gemaakt bij het beoordelen van de effecten van uitbreiding of nieuwvestiging van veehouderijen. Deze fouten konden tot nu toe met succes worden blootgelegd en gecorrigeerd door de samenleving en belanghebbenden, door bezwaar en beroep aan te tekenen tegen de afgegeven vergunning. Deze mogelijkheid vervalt bij inwerkingtreding van het ontwerpbesluit. De veel lichtere toets die nu zal worden toegepast bij een melding, zal naar mening van de leden van fractie van de Partij voor de Dieren leiden tot nog meer en grotere beoordelingsfouten van het bevoegd gezag, met bijzonder schadelijke effecten tot gevolg. Zonder een correctiemogelijkheid van buitenaf. Deelt de regering die zorg? Zo nee, waarop is dit vertrouwen gebaseerd, ook gezien het grote aantal gevallen waarin afgegeven vergunningen in het verleden vernietigd zijn? Zo ja, waarom dan de keuze om de vergunningplicht af te schaffen?

Het valt de leden van fractie van de Partij voor de Dieren op dat er, blijkens de nota van toelichting, ‘intensief overleg’ is gevoerd met vertegenwoordigers van zowel het bedrijfsleven en bevoegd gezag over de voorschriften en de uitvoerbaarheid van het wijzigingsbesluit. Kennelijk is er niet gesproken met vertegenwoordigers van milieu- en natuurorganisaties over dit besluit, kan de regering dit bevestigen? En als dit inderdaad zo is, waarom is dat het geval geweest? We hebben het hier over het beschermen van het milieu en de kwaliteit van onze leefomgeving, tegen schadelijke gevolgen van agrarische activiteiten, kan de regering dat dan bevestigen? Is het dan niet zaak om de organisaties die zich juist daarvoor in te zetten, te vragen mee te helpen denken over de wijze waarop dit het beste en effectief gedaan kan worden? Het bevreemd de leden van fractie van de Partij voor de Dieren zeer dat hier kennelijk aan voorbij gegaan is, en zij vragen de regering alsnog in overleg te treden met belanghebbenden bij een goede toestand van ons milieu over de effecten van dit ontwerpbesluit daarop, alvorens deze in werking treedt. Is de regering hiertoe bereid? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en termijn?

En kunnen we nu eindelijk eens inzicht krijgen in de manier waarop de Natuurbeschermingswet de afgelopen 10 jaar is gehandhaafd, zowel voor als na de overdracht van het bevoegd gezag naar de provincies? Hoeveel veehouderijbedrijven zijn onderworpen aan een vergunningsprocedure, hoeveel procent was dat van het totaal en hoe vaak was een dergelijke actie van het bevoegd gezag een gevolg van een verzoek tot handhaving? Met andere woorden: hoe vaak is het bevoegd gezag zelf tot handhaving over gegaan en hoe vaak pas na een verzoek daartoe? En hoeveel veehouderijen zijn nooit onderworpen aan een natuurtoets via de Natuurbeschermingswetvergunningsplicht?

Dan willen de leden van fractie van de Partij voor de Dieren een aantal specifieke vragen stellen over de uitwerking van het vrijstellen van de vergunningsplicht voor agrarische inrichtingen. Deze vragen zijn maar enkele voorbeelden van zaken die de leden van fractie van de Partij voor de Dieren opvallen in dit ontwerpbesluit, de onduidelijkheden en zorgen die zij hierin aanstippen gelden echter het gehele besluit.

De oprichting en de uitbreiding van intensieve veehouderijen en andere agrarische inrichtingen kan vanaf inwerkingtreding van dit besluit afgedaan worden met een melding. De leden van fractie van de Partij voor de Dieren krijgen graag inzicht in hoe er met dit soort meldingen omgegaan wordt. Welke gegevens moet een ondernemer aanleveren bij het doen van zo’n melding, en wat wordt er vervolgens met deze gegevens gedaan? Hoe en in hoeverre wordt getoetst door het bevoegd gezag in hoeverre deze gegevens kloppen met de werkelijkheid, en hoe wordt bezien of de milieudruk die deze vestiging of uitbreiding met zich meebrengt niet een overschrijding van de geldende normen zal betekenen? Hoe wordt een agrarische inrichting beoordeeld die wil uitbreiden, maar waarbij de afstand tot een naastgelegen burgerwoning al te kort is ingevolge bijvoorbeeld de Wet geurhinder en geluidnormering? Hoe wordt beoordeeld of een bedrijf binnen de geluidnormen van het Activiteitenbesluit blijft? Moet de ondernemer hiertoe een geluidrapport aan het bevoegd gezag overhandigen, net als bij de vergunningprocedure? Zo nee, hoe beoordeelt het bevoegd gezag dan dat de inrichting binnen de geluidgrenswaarden blijft? En hoe kan het bevoegd gezag dan effectief controleren of het bedrijf aan de geluidnormen voldoet? Kan de regering uitleggen hoe de zogenaamde 50%-regeling bij geurhinder rijmt met het oplossen van knelsituaties? Kan de regering percentueel aangeven in hoeveel gevallen niet volstaan kan worden met de algemene regels, en specifieke voorschriften nodig zijn? In welk soort gevallen zijn specifieke voorschriften nodig? Waarom vindt bij algemene regels voor inrichtingen de beoordeling van regels voor ammoniak “derhalve niet vooraf plaats door het bevoegd gezag”? Hoe kan het bevoegd gezag een melding accepteren zonder deze te hebben getoetst aan alle toetsingskaders? Kom je dan niet in de situatie dat inrichtingen rechten krijgen zonder daar recht op te hebben? En wat voor consequenties heeft dat dan weer? Ook voor de rechtspositie van deze ondernemers is deze situatie naar mening van de leden van fractie van de Partij voor de Dieren niet acceptabel, zeker niet omdat de rechtszekerheid van ondernemers die dichtbij Natura2000 gebieden gesitueerd zijn al zeer onzeker is geworden met de geplande invoeren van de Programmatische Aanpak Stikstok (PAS). Deelt de regering? Zo nee, op basis waarvan komt zij tot een ander oordeel? Zo ja, op welke wijze wil zij de rechtspositie van zowel burgers als ondernemers beter borgen dan thans het geval is?

Graag krijgen de leden van fractie van de Partij voor de Dieren ook meer inzicht in wat dit besluit concreet voor consequenties zal hebben op het nieuwbouwtraject en op de handhaving van de milieunormen. Kan de regering voor een beter begrip van de procedures nu, een voorbeeld uitwerken waarbij uiteengezet wordt hoe het traject verloop bij nieuwvestiging van een varkenshouderij van 1800 vleesvarkens, met bijbehorende mestopslag en een stal die aan de wettelijke eisen voldoet van dit moment, maar geen bovenwettelijke maatregelen neemt? Welke meldingen moet deze ondernemers doen, hoe worden deze meldingen onderzocht, hoe wordt bepaald of er aanvullende eisen gesteld worden en hoe wordt in de jaren daarop erop toegezien dat deze ondernemer zich aan de algemene regels houdt, en welke effecten dit heeft op de leefomgeving? Heeft hij naast het Activiteitenbesluit dan nog met andere wettelijke kaders te maken, en zo ja met welke dan?

Hebben de leden van fractie van de Partij voor de Dieren het goed begrepen dat ondernemers zelf in het pakket van regels moeten gaan zoeken waar zij melding van moeten maken, en waarvan niet? Komt de bureaucratische last als gevolg van deze deregulering bij de ondernemer te liggen, en wat betekent dit voor deze ondernemers? Krijgen ondernemers maatwerk in welke regels voor hen gelden, en welke niet? Krijgen zij ook een toelichting op deze regels, aangezien veel van deze regels vaak technisch geformuleerd zijn?

Uniformering heeft als doel om tot afstemming te komen van de diverse regels voor een zelfde activiteit. Dit vinden wij prima, mits deze exercitie niet leidt tot een lager beschermingsniveau van het milieu, de natuur of het dierenwelzijn. In de Nota van Toelichting behorende bij de wijziging van het Activiteitenbesluit is dit trouwens ook als uitgangspunt vermeld (blz. 4): “de regels mogen niet leiden tot een lager beschermingsniveau”. Welke garantie is hiervoor te geven, nu de meeste toetsen die het milieu moeten beschermen, afgeschaft worden? Kan de regering aangeven hoe gegarandeerd is dat deze vrijstelling van de vergunningplicht niet leidt tot een lager beschermingsniveau van het milieu? Ofwel, kan zij expliciet aangeven wat het toetsingskader voor vergunningsplichtige agrarische activiteiten nu is (op het gebied van geluid, geur, ammoniakemissie en -depositie, fijn stof, lozen etc., welke normering op basis van welke wetten) en wat straks het toetsingskader is voor deze activiteiten onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit? Hoeveel en welke regels worden geschrapt of versoepeld? Graag een uitgebreide toelichting, aangezien dit niet op te maken valt uit de nota’s van toelichting.

Wat in de nota’s van toelichting ook ontbreekt is een heldere uiteenzetting van de gevolgen van dit opwerpbesluit voor inspraak van de burger. Er wordt op pagina 30 van de nota van toelichting van het Activiteitenbesluit verwezen naar het algemene deel van de toelichting, voor een verdere toelichting voor de gevolgen van dit besluit voor beroepsmogelijkheden, maar dit is echter niet opgenomen, of dermate summier dat het niet te vinden is. De leden van fractie van de Partij voor de Dieren menen dat de burger er recht op heeft om actief geïnformeerd te worden over een dermate drastische wijziging van hun rechten, en vragen hoe hier alsnog invulling aan wordt gegeven. Welke mogelijkheden heeft een burger om inspraak te leveren op nieuwbouw- of uitbreidingsplannen als gevolg van deze wijziging? Welke mogelijkheden heeft een burger wanneer deze van mening is dat een naastgelegen bedrijf niet past binnen de algemene regels, maar het bevoegd gezag de melding zonder meer accepteert, en publiceert? Welke mogelijkheden heeft een burger wanneer deze van mening is dat het bevoegd gezag aanvullend op de algemene regels specifieke voorschriften zou moeten stellen, maar het bevoegd gezag is deze mening niet toegedaan? Welke mogelijkheden heeft een burger als het bevoegd gezag besluit dat afwijking van de gestelde norm door maatwerk nodig is?

Kan de regering aangeven hoe het laten vervallen van de vergunningplicht zich verhoudt tot artikel 6 en artikel 9 van het Verdrag van Aarhus? Volgens deze artikelen hebben burgers immers het recht om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen een besluit dat negatieve consequenties met zich mee kan brengen voor hun leefomgeving. De toelichting hierop is uiterst summier, en de leden van fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat het laten vervallen van de vergunningsplicht en dus de beroepsmogelijkheden van burgers in ieder geval tegen de geest van het Verdrag van Aarhus indruist, waarin wordt bepaald dat burgers recht hebben om geïnformeerd te worden over de milieugevolgen van (economische) activiteiten in hun omgeving, en waarin wordt bepaald dat zij hun zienswijzen daarover kenbaar mogen maken, ook voor de rechter. De leden van fractie van de Partij voor de Dieren zien dat de regering precies op de lijn is gaan zitten met de inrichtingen die wel en niet onder vrijstelling van vergunningsplicht vallen, en zij zien ook dat dit slechts is gedaan omdat Europese regels dat voorschrijven, niet omdat zij zelf vinden dat de burger daar kennelijk recht op heeft. Graag een reactie.

Niet alleen de afschaffing van de vergunningplicht voor intensieve veehouderijen heeft naar mening van de leden van fractie van de Partij voor de Dieren negatieve gevolgen voor het milieu, ook het afschaffen van het lozingsbesluit heeft grote gevolgen voor de waterkwaliteit. De leden van fractie van de Partij voor de Dieren maken zich hierbij vooral zorgen over een nog verdere toename van landbouwgif in het oppervlaktewater. Ook hier wordt de vergunningsplicht afgeschaft, terwijl de norm op heel veel plaatsen wordt overschreden. Als dan toch de vergunningsplicht op lozingen wordt aangeschaft, dan is het naar mening van de leden van fractie van de Partij voor de Dieren zaak om de algemene regels waar dit dan onder gaat vallen, flink aan te scherpen. De gegevens van het gebruik van landbouwgif moeten gekoppeld worden aan de waterkwaliteitsdoelstellingen. Er moet een monitoringverplichting ingevoerd worden (vanaf nulmeting) van drinkwaterrelevante stoffen zoals glyfosaat, bentazon en nitraat, in beschermingszones voor grond- en oppervlaktewater, om te bepalen in welke mate de inrichting schade aan de drinkwaterbronnen veroorzaakt, in de algemene regels opgenomen worden. Het eventueel opleggen van maatvoorschriften is niet afdoende naar mening van de leden van fractie van de Partij voor de Dieren. Graag een reactie op dit voorstel. Ook zijn de leden van fractie van de Partij voor de Dieren van mening dat in het Activiteitenbesluit een duidelijkere link gelegd moet worden dan thans in art. 1.3a met het Gewasbeschermingsbesluit waarin staat omschreven dat gebruikers landbouwgif moeten registeren. Nu lijkt het op grond van het Activiteitenbesluit, -regeling en –model alsof slechts de melding van stikstof- en fosforgebruik noodzakelijk is. De gegevens over het landbouwgifgebruik per perceel en de cumulatie-effecten moeten vervolgens gekoppeld worden aan de waterkwaliteitsdoelstellingen van de Kaderrichtlijn Water. Bij overschrijding dient het Ctgb de toelating te verbieden en bij dreigende overschrijding dienen waterplannen maatregelen te omvatten, zoals een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij innamepunten voor drinkwater. Bent u bereid bovenstaande verbeteringen op te nemen? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet en op welke manier kunt u dan de kwaliteit van het oppervlaktewater garanderen? Het vergunningenstelsel stelde de overheid in staat bepaalde activiteiten te verbieden indien de verlening van een vergunning niet verenigbaar is met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Ook activiteiten die algemeen geregeld worden, moeten naar mening van de leden van fractie van de Partij voor de Dieren verboden kunnen worden indien deze niet verenigbaar zijn met de bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. Het besluit moet daarin voorzien, anders is het in strijd met het behoud van het huidige beschermingsniveau. Deelt de regering deze conclusie? Zo nee, waarom niet en waar is dat op gestoeld? Is de regering bereid deze hiaten aan te vullen en in de algemene regels op te nemen dat activiteiten verboden kunnen worden? Zo neen, waarom niet en op welke wijze wordt dan bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen geborgd?

Afsluitend willen de leden van fractie van de Partij voor de Dieren nogmaals hun afkeuring uiten over de manier waarop agrarische activiteiten die het milieu zeer nadelig beïnvloeden, worden uitgezonderd van vergunningsplicht, en daarmee van een zorgvuldige toets op hun effecten en van inspraak van burgers op nieuwe plannen. Zij vragen de regering dit ontwerpbesluit in te trekken en de vergunningsplicht te handhaven. Graag een reactie.