Inbreng Schrif­telijk Overleg Landbouw- en Visse­rijraad


8 mei 2012

Wetgevingsvoorstellen voor het GLB 2014-2020 - vergroening
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen erop dat de zogenaamde vergroening van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid nauwelijks iets om het lijf heeft. Dat is zeer ernstig, niet in de laatste plaats met het oog op de voedselzekerheid die verder in gevaar komt als de (agro)biodiversiteit afneemt. De Partij voor de Dieren-fractie vindt het onvoorstelbaar dat de staatssecretaris de ecologische crisis glashard ontkent en nu voorstelt om de toch al zeer minimale vergroening van het GLB in te vullen via een keuzemenu. Heeft de staatssecretaris zijn plannen laten beoordelen op (agro)ecologische effecten en de gevolgen voor verstandige boeren die de onbetaalbare waarde zien van (gratis!) ecosysteemdiensten op lange termijn, nu het demissionaire kabinet doorgaat met de koers van de korte termijn ten koste van toekomstbestendige landbouw?

Hervorming GVB - Maximaal Duurzame Vangst en Milieuaspecten
De leden van de fractie van Partij voor de Dieren wijzen op de noodzaak het behoud en herstel van ecosystemen voorop te stellen bij de hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB). En dus niet het uitnutten van de levende natuurlijke hulpbronnen in zee, terwijl ‘damage control’ ingezet wordt om de gevolgen te minimaliseren. Dit geldt ook voor het vaststellen van MSY-niveaus en de milieuaspecten van het GVB. Onafhankelijke wetenschappelijke adviezen zouden leidend moeten zijn bij de bepaling van MSY-niveaus, in plaats van de korte termijnbelangen van de stakeholders. De Partij voor de Dieren-fractie wil dat de staatssecretaris zich rekenschap geeft van het algemene belang van behoud van de ecosystemen in zee dat hij moet verdedigen, en dat hij zich tijdens de Raad inzet voor onafhankelijke, wetenschappelijke gefundeerde besluitvorming over de vangstniveaus en milieuaspecten van het GVB. Kan de staatssecretaris tevens aangeven wat de specifieke insteek van het geplande stakeholder overleg is?

Ook maken de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zich zorgen over de niet nader gespecificeerde ‘praktische oplossingen’ die zullen worden toegepast bij het ontbreken van MSY-niveaus in bepaalde bestanden. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren benadrukken dat het voorzorgsprincipe gehandhaafd moet blijven. Als er weinig over een visbestand bekend is, is de meest passende benadering om simpelweg niet te vissen. Graag een toezegging van de staatssecretaris. Om welke 'oplossingen' gaat het hier precies, en kan de staatssecretaris garanderen dat hierbij het principe van “het zekere voor het onzekere nemen” wordt gehanteerd?

Ook vragen de leden van de fractie van de Partij voor de dieren de staatssecretaris zich in te zetten voor harde sancties indien vastgestelde MSY-niveaus overschreden worden. Wat verstaat het kabinet precies onder ‘uitgangspunt’ als het gaat om het opnemen van MSY in beheerplannen? Hoe strikt zullen deze uitgangspunten worden nageleefd?

De staatssecretaris stelt dat het GVB een bijdrage dient te leveren aan het bereiken en behouden van de goede milieutoestand (KRM) en een gunstige staat van instandhouding (VHR). Kan de staatssecretaris gedetailleerder en concreter toelichten hoe het GVB gaat bijdragen aan het behoud en de instandhouding van een goede mileutoestand? Hoe zit het met de integratie van de Vogel- en Habitatrichtlijn in het GVB; zorgt de staatssecretaris ervoor dat de noodzakelijke beschermingsmaatregelen voor Natura2000-gebieden op zee zelfstandig getroffen kunnen worden, dwz zonder doorkruising van het GVB?

Conferentie van Salzburg over aquacultuur
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen aquacultuur stellig af: duurzaamheid, dierenwelzijn en aquacultuur zijn niet verenigbaar.

Veel kweekvis wordt gevoerd met vismeel van in het wild gevangen vis. Deze methode is niet duurzaam en het zal ook erg lastig zijn deze te verduurzamen. Daarnaast worden steeds meer stukken zee langs kustzones gebruikt als 'vijvers' voor kweekvissen, waardoor afvalstoffen en toegediende middelen in zee terecht komen, met grote veranderingen in het lokale ecosysteem als gevolg. Kan de staatssecretaris toelichten hoe hij in bovengenoemde gevallen verduurzaming ziet? Wat wordt er over deze zaken gezegd in de te tekenen verklaring? Kan de staatssecretaris toelichten wat er precies wordt verstaan onder 'duurzaamheid' in de verklaring?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren maken zich daarnaast ernstig zorgen over het welzijn van dieren gehouden in aquacultuur en achten derhalve een preventieve dierenwelzijnstoets noodzakelijk: vissen zouden pas in kweekomstandigheden gehouden kunnen worden als eerst is aangetoond dat dit mogelijk is binnen de definitie van dierenwelzijn die het kabinet zelf hanteert, namelijk de vijf vrijheden van Brambell. Kan de staatssecretaris toelichten wat er precies wordt verstaan onder dierenwelzijn en diergezondheid in de te tekenen verklaring, en hoe dit zich verhoudt tot de vijf vrijheden van Brambell? Daarnaast willen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren een toezegging van de staatssecretaris dat hij zich hard gaat maken voor een preventieve toets bij aquacultuur volgens het 'nee, tenzij'-principe dat in de Nederlandse Gezondheid- en welzijnswet voor dieren is vastgelegd.

Handhaving verdoving van dieren voor de slacht
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn verheugd te horen dat de Zweedse delegatie heeft aangekondigd in de Raad aandacht te vragen voor de verdoving van dieren voor de slacht. Zij zijn benieuwd wat dit verzoek in zal houden en vragen de staatssecretaris de Kamer hierover gedetailleerd te informeren. Daarnaast verzoeken zij de staatssecretaris om bij aankomende Raad het Initiatiefvoorstel-Thieme over het invoeren van een verplichte voorafgaande bedwelming bij ritueel slachten als voorbeeld te noemen, en de noodzaak te benoemen van voorafgaande bedwelming gezien de wetenschappelijke consensus over het extra leed dat dieren bij de slacht wordt toegebracht als bedwelming achterwege blijft. Graag een toezegging op deze punten.

Ontwerp-Raadsconclusies EU-strategie Dierenwelzijn en Transportverordening 1/2005
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn het met de staatssecretaris eens dat de Ontwerp-Raadsconclusies voor EU-strategie Dierenwelzijn en Transportverordening te mager zijn. Maar de Partij voor de Dieren-fractie vraagt de staatssecretaris wel hoe hij het zover heeft laten komen, gezien haar voortdurende verzoek om tijdig en met ambitie de agenda voor Europees dierenwelzijnsbeleid te bepalen en in te zetten op resultaat. De Partij voor de Dieren-fractie is niet onder de indruk van de inzet van de Nederlandse regering voor meer dierenwelzijn in Europees verband en duidt de afwijzing van de ontwerp-raadsconclusies nu als 'too little and too late'. Wat gaat de staatssecretaris doen om de gemiste kansen goed te maken? Komt hij alsnog met een ambitieuze inzet, zowel inhoudelijk als qua proces waarin hij coalities zoekt met gelijkgestemde landen en een serieuze poging doet om tegenstribbelende lidstaten mee te krijgen? Kan hij uiteenzetten wat de Nederlandse regering hier de afgelopen jaren precies aan heeft gedaan en welke extra inspanningen zij gaat leveren nu ze zelf ook teleurgesteld zegt te zijn over de voorliggende EU-strategie Dierenwelzijn en Transportverordening?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren verzoeken de staatssecretaris gedetailleerder de scope, het nut en de waarde toe te lichten van de opgesomde ontwerpconclusies waarmee het kabinet wél instemt. Welke inspanningen verricht het kabinet om de Raadsconclusies conform haar wens aan te passen? Welke Lidstaten kunnen de Nederlandse positie steunen? Kan de staatssecretaris garanderen voet bij stuk te houden en het voorbehouden te handhaven totdat alle genoemde bezwaren worden weggenomen?

De staatssecretaris stelt dat de ontwerpconclusie die wijst op de onmisbaarheid van specifieke voorschriften voor bepaalde diersoorten krachtiger en specifieker kan worden geformuleerd. Hoe wordt dit in het huidige ontwerp benoemd? Hoe worden de diercategorieën konijnen, kalkoenen, vleeskuikenouderdieren, melkvee, nertsen en circusdieren in het huidige ontwerp omschreven?