Inbreng Schrif­telijk Overleg Landbouw- en Visse­rijraad


14 september 2012

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van de geannoteerde agenda en van de overige brieven en fiches, en willen graag nog enkele vragen stellen.

Geannoteerde agenda – Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn teleurgesteld in het gebrek aan ambitie van de staatssecretaris om de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid echt aan te grijpen als kans om de visserijsector daadwerkelijk te verduurzamen. Hoewel de staatssecretaris zegt dat de subsidieverlening op termijn geheel moet verdwijnen zien zij dat er nog steeds 6,567 miljard euro gereserveerd staat voor visserijbeleid in de periode 2014-2020 en dat de subsidies ingezet zullen worden voor doelen die alles behalve duurzaam zijn. De leden van de fractie van Partij voor de Dieren wijzen op de noodzaak het behoud en herstel van ecosystemen voorop te stellen bij de hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB). En dus niet het uitputten van de levende natuurlijke hulpbronnen in zee, terwijl ‘damage control’ ingezet wordt om de gevolgen enigszins te minimaliseren.
De Europese viswateren waren ooit de meest productieve ter wereld, maar dertig jaar gemeenschappelijk visserijbeleid en de miljarden subsidies die hieruit jaarlijks rijkelijk vloeien hebben geresulteerd in overbevissing van 88% procent van de vispopulaties, het zelfs verdwijnen van gehele populaties en ernstige schade aan het mariene ecosysteem. De Europese Commissie heeft in 2008 geconcludeerd dat de overcapaciteit in de visserijvloot een van hoofdoorzaken is van de gigantische overbevissing. De capaciteit van de vloot is in sommige visserijen zelfs drie keer zo groot dan wat de populatie aankan. Kan de staatssecretaris dit bevestigen? Op internationaal is op grote schaal erkend dat visserijsubsidies hebben bijgedragen aan de enorme overcapaciteit van de visserijvloot. Kan de staatssecretaris ook dit bevestigen? De staatssecretaris zegt in het BNC-fiche inzake het – Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) (kamerstuk 22112, nr 1320) dat verleende subsidies overcapaciteit moeten tegengaan. Kan de staatssecretaris gedetailleerd en concreet uitleggen hoe verlening van subsidies de overcapaciteit in de toekomst tegen zal gaan als er niet wordt ingezet op het saneren van de vloot, en er uit de analyse van de Europese Rekenkamer juist is gebleken dat de subsidieverlening in het verleden de overcapaciteit in de visserijsector heeft gecreëerd? Kan de staatssecretaris uiteenzetten of er duidelijke definities en doelen zijn gesteld om de overcapaciteit aan te pakken en hoe zich dit verhoudt tot de subsidieverlening? En waarom mogen de subsidies volgens de staatssecretaris niet discrimineren tussen de enerzijds grootschalige en anderzijds kleinschalige, artisanale kustvisserij? Waarom stelt de staatssecretaris niet voor juist de discrimineren op ecologische impact van de visserij?
Het fonds zou als doel hebben het bevorderen van een duurzame en concurrerende visserij. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren snappen niet hoe dit samengaat met het investeren in vistuigen en in marketing van de toch al schaarse vis. Graag krijgen zij hierop een toelichting van de staatssecretaris. Een concurrerende visserij bereik je bovendien niet door te streven naar de maximaal duurzame vangst (MSY), maar door te streven naar maximaal economische vangst (MEY). Terwijl de maximaal economische vangst lager ligt dan de maximaal duurzame vangst en daardoor een veel betere voorzorgsbenadering hanteert, levert het wel de maximale economische opbrengt op. Met de maximaal economische vangst wordt gevist op het niveau waarbij het verschil tussen kosten van visserij en de opbrengst van visserij maximaal is. De winsten voor de visserijsector worden gemaximaliseerd, terwijl de visbestanden de visserijsterfte gemakkelijker kunnen compenseren met nieuwe aanwas. In Australië heeft de MEY-benadering geleid tot hogere winsten, gezonde visbestanden en veel minder getouwtrek over quota. Kan de staatssecretaris uitleggen waarom de MEY-benadering niet wordt gehanteerd in het EFMZV? En kan de staatssecretaris daarnaast uitleggen waarom het EFMZV het doel nastreeft bij te dragen aan het vergroten van de werkgelegenheid in de visserijsector, terwijl er een enorme overcapaciteit is die verantwoordelijk is voor de gigantische overbevissing en er juist ingezet zou moeten worden op het afbouwen van de vloot en het tegengaan van de overcapaciteit?
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren kunnen niet accepteren dat de staatssecretaris het investeren in aquacultuur ondersteunt omdat het vergrote van de aquacultuursector alles behalve duurzaam is. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen aquacultuur stellig af: duurzaamheid, dierenwelzijn en aquacultuur zijn niet verenigbaar.
Veel kweekvis wordt gevoerd met vismeel van in het wild gevangen vis. Deze methode is niet duurzaam en het zal ook erg lastig zijn deze te verduurzamen. Daarnaast worden steeds meer stukken zee langs kustzones gebruikt als 'vijvers' voor kweekvissen, waardoor afvalstoffen en toegediende middelen in zee terecht komen, met grote veranderingen in het lokale ecosysteem als gevolg. Kan de staatssecretaris toelichten hoe hij in bovengenoemde gevallen verduurzaming ziet? Wat wordt er over deze zaken gezegd in de verlening van subsidies uit het Fonds? Kan de staatssecretaris toelichten wat er precies wordt verstaan onder 'duurzaamheid' in het fonds?
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren maken zich daarnaast ernstig zorgen over het welzijn van dieren gehouden in aquacultuur en achten derhalve een preventieve dierenwelzijnstoets noodzakelijk: vissen zouden pas in kweekomstandigheden gehouden kunnen worden als eerst is aangetoond dat dit mogelijk is binnen de definitie van dierenwelzijn die het kabinet zelf hanteert, namelijk de vijf vrijheden van Brambell. Kan de staatssecretaris toelichten of dierenwelzijn en diergezondheid criteria vormen bij het verlenen van subsidies uit het fonds, wat er precies onder wordt verstaan en hoe dit zich verhoudt tot de vijf vrijheden van Brambell?

Geannoteerde agenda – Hervorming Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn teleurgesteld door de insteek van het Europees Parlement wat betreft de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De redelijke ambitie van de Europese Commissie met betrekking tot de vergroening van het landbouwbeleid lijkt nu definitief verloren, deelt de staatssecretaris die mening? Is hij het met deze leden eens dat de ‘vergroeningspremie’ en de basispremie gekoppeld moeten zijn, zoals de Europese Commissie ook voorstelde? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden het niet gerechtvaardigd om boeren zonder voorwaarden te blijven subsidiëren, is de staatssecretaris dat met deze leden eens? Op welke wijze wil hij omgaan met de amendementen van het Europees Parlement die deze koppeling willen verbreken?

Geannoteerde agenda – Steun aan verwerkers van vezelvlas en vezelhennep
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn groot voorstander van de Europese en Nederlandse teelt van vezel- en eiwitgewassen. Lokale teelt kan de milieubelasting van vezels, die het gevolg zijn van het hoge gebruik van landbouwgif en kunstmest in de katoenteelt, fors verlagen en een rol spelen in het regionaliseren van de landbouweconomie. Deze leden vinden kunnen de uitgaven aan de vezelverwerkers dan ook steunen. Wel hebben zij vragen over de bestendigheid van deze steun. Dit is immers maar een eenmalige regeling, die weinig zekerheid biedt. Op welke wijze wil de staatssecretaris ook in de komende jaren steun en duidelijkheid bieden aan de vezelverwerkers?

Geannoteerde agenda – Aanpassingen inzet artikel 68
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren lezen dat er nog andere veranderingen zijn opgetreden in de verdeling van de artikel 68 gelden. De staatssecretaris noem kort dat de ‘Stimulering managementmaatregelen dierenwelzijn’ vanwege ‘technische uitvoeringsproblemen’ worden stopgezet. Wat bedoelt de staatssecretaris daar precies mee, wat zijn deze uitvoeringsproblemen ? Welke managementmaatregelen hadden met deze regeling stimuleert moeten worden? Nu worden met deze gelden de investeringsregeling duurzame stallen en de subsidieregeling diervriendelijk produceren opgehoogd. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden deze regelingen beiden verkapte steun voor de vee-industrie, omdat de maatregelen en investeringen die op grond van deze regelingen met belastinggeld worden gefinancierd, op geen enkele wijze de zo noodzakelijke systeemwijzigingen binnen de vee-industrie bewerkstelligen, integendeel. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen dan ook of de staatssecretaris bereid is de vrijvallende gelden in plaats daarvan in te zetten voor een regeling die veehouders die willen overschakelen naar biologische landbouw te ondersteunen. Zo nee, waarom niet?

Alternatieven voor oormerken
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren steunen de gewetensbezwaarden in hun argumenten om alternatieven toe te staan voor het oormerken van dieren en vinden het van groot belang dat er een alternatief komt voor het oormerken dat geen negatieve gevolgen voor het dierenwelzijn met zich mee brengt.
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren begrijpen uit de brief van de staatssecretaris van 18 juli 2012 (Kamerstuk 21 501-32, Nr. 628) dat hij een concreet uitgewerkt voorstel zal indienen bij de Europese Commissie en dat hij in dit voorstel zal inzetten op het toestaan van een maagbolus met chip als alternatieve identificatie bij runderen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag inzicht in het concrete voorstel van de staatssecretaris. Is de staatssecretaris bereid het concrete voorstel naar de Kamer te sturen of de Kamer op andere wijze meer inzicht te geven in de inhoud van het voorstel? Zo nee, waarom niet?

Haaienbrief
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren stellen de uitgebreide opheldering over de beschermde status van enkele haaiensoorten middels de haaienbrief op prijs. Helaas is hun vermoeden wel waarheid gebleken; zoals de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren eerder in diverse debatten hebben opgemerkt worden de blauwe haai, kortvinmakreelhaai, gladde haaien, kathaaien en draakvissen totaal niet beschermd tegen de intensieve visserij waar zij door worden bedreigd in hun voortbestaan. Dit baart de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren ernstige zorgen.
Kan de staatssecretaris bevestigen dat het uitblijven van beschermingsmaatregelen op korte termijn een zeer ernstige bedreiging vormt voor het voortbestaan van deze soorten? Deelt de staatssecretaris de mening dat we ten allen tijde moeten voorkomen dat soorten zo overbevist raken dat ze op de rand van uitsterven balanceren en dat dit alleen te voorkomen is door gerichte beschermingsmaatregelen te treffen voor deze soorten? Zo nee, waarom niet?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden het door de Commissie geïntroduceerde EU haaienactieplan in 2009 een goed initiatief, maar zien dat de maatregelen die hieruit voortvloeien te langzaam gaan en niet voor voldoende soorten worden genomen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn blij met de toezegging van de staatssecretaris om de Commissie te verzoeken het actieplan te evalueren. Kan de staatssecretaris de Kamer informeren over wanneer ze deze evaluatie tegemoet kan zien? Wel willen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren de staatssecretaris er op wijzen dat er in de tussentijd volop ingezet moet worden op het instellen van meer maatregelen om soorten te behoeden voor uitsterven en dat het verzoek om een evaluatie het werk niet mag stilleggen. Deelt de staatssecretaris de mening dat initiatieven niet stilgelegd mogen worden totdat de evaluatie gereed is in het belang van het voortbestaan van veel bedreigde haaien- en roggensoorten? Zo nee, waarom niet?
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren horen graag waarom er in Europees verband geen Total Allowable Catches (TACs) afgesproken zijn voor gladde haaien, kathaaien en draakvissen? Is de Europese Commissie voornemens dit op zeer korte termijn wel te doen? Zo nee, waarom niet en is de staatssecretaris bereid hierop aan te dringen in Brussel? Waarom verwacht de Europese Commissie dat vangstafspraken in International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas ( ICCAT)-verband er voor de blauwe haai en kortvinmakreelhaai er op korte termijn niet inzitten? Welke concrete voorstellen voor betere bescherming van deze soorten zijn in ICCAT-verband gestrand en door welke landen werden deze voorstellen gedwarsboomd? Welke concrete stappen neemt de Europese Commissie in ICCAT-verband om de dwarsliggende landen te overtuigen van de noodzaak van maatregelen? De Partij voor de Dieren is blij dat de staatssecretaris aangeeft in ICCAT-verband aan te blijven dringen op beschermingsmaatregelen, maar kan de staatssecretaris uiteenzetten of hijzelf een actieve rol heeft gespeeld in het oproepen van zijn buitenlandse collega’s om beschermingsmaatregelen voor deze zwaar beviste soorten te ondersteunen? Zo nee, waarom niet? Is de staatssecretaris voornemens in Europees verband dit onderwerp zelf dan aan te kaarten en voorstellen te doen voor het instellen van TACs gebaseerd op wetenschappelijk advies of anderszins de (bij)vangst van deze soorten te beperken? Zo ja, kan de staatssecretaris zijn concrete plannen toelichten inclusief een tijdsplanning? Zo nee, waarom niet en in welk licht moeten de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn toezegging om op beschermingsmaatregelen te blijven aandringen dan zien?

Uitvoering verbod aanbinden van koeien
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren maken zich zorgen over de uitvoering van het verbod op het aanbinden van runderen. Zij hebben vernomen (bron: http://boerderij.nl/Rundveehouderij/Nieuws/2012/9/Nieuwe-hoop-voor-veehouders-met-grupstal-1063236W/) dat de regelgeving omtrent het verbod op het aanbinden van runderen mogelijk zal worden verzwakt, waardoor deze niet zal gelden voor dierhouders met minder dan vijftig dieren. Kan de staatssecretaris dat bevestigen?
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden dat het verbod op het aanbinden van runderen gerealiseerd moet worden, omdat het aanbinden van koeien een negatieve impact heeft op het dierenwelzijn doordat de dieren ernstig worden beperkt in het uitvoeren van hun soort specifieke gedrag en dierenwelzijn dus niet kan worden gewaarborgd wanneer dieren staan aangebonden. Kan de staatssecretaris aangeven of hij die mening deelt en zo ja, is hij bereid zich sterk in te zetten op een totaalverbod voor het aanbinden van runderen, ongeacht het aantal dieren dat aanwezig is op een bedrijf? Zo nee, waarom niet?
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen ook graag weten op hoeveel en wat voor bedrijven in Nederland runderen nog worden aangebonden. Zij willen verder weten wanneer een verbod voor het aanbinden van runderen in zal gaan en of het hierbij gaat om een totaalverbod of enkel een beperking van het aantal uren per dag dat een dier mag worden aangebonden. Kan de staatssecretaris hier duidelijkheid over geven?