Inbreng Schrif­telijk Overleg Anti­bi­o­ti­ca­ge­bruik in de veehou­derij en dier­ziekten


27 oktober 2011

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn zeer ontstemd over de gang van zaken rond het antibioticagebruik in de veehouderij. De vee-industrie gebruikt al jaren een gigantische en onverantwoorde hoeveelheid antibiotica, waardoor grote problemen met resistente bacteriën zijn ontstaan, die mensenlevens in groot gevaar brengen. De regering beaamt dit eindelijk, na jaren van ontkenning. Dat is een eerste stap, maar het gevoel van urgentie dat de regering uitspreekt wordt onmiddellijk ontkracht door het maatregelenpakket dat ze neer hebben gelegd. De oplossing van het probleem wordt daarin geheel overgelaten aan de sector. Dit is in de ogen van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren onacceptabel. Er dienen per direct dwingende maatregelen genomen te worden om dit probleem in te dammen. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen ook hier uitspreken dat zij het onbegrijpelijk vinden dat volgens de fracties van PVV, SGP, CDA en VVD dit belangrijke onderwerp kan worden afgedaan in een Schriftelijk Overleg.

Tijdens het Algemeen Overleg over dierziekten en antibioticagebruik in mei van dit jaar hebben de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren, samen met andere partijen, aangedrongen op snelle actie van de regering om nu werkelijk met maatregelen te komen om het antibioticagebruik in de vee-industrie daadwerkelijk fors te verminderen. De twee magere brieven die de Kamer sindsdien heeft ontvangen van de regering hierover geven geen vertrouwen dat die adequate maatregelen genomen worden. Zij hebben een groot aantal vragen over het uitblijven van dwingende maatregelen en verwachten een gedegen antwoord op deze vragen en een wijziging van het beleid, voor het Algemeen Overleg op 1 december over dit onderwerp.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben meerdere malen erop aangedrongen dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de regie neemt in het borgen van de volksgezondheid, en dus ook het drastisch terugdringen van het antibioticagebruik in de vee-industrie. De minister heeft de leden steeds verzekerd dat het niet nodig is om formeel de regie te nemen, omdat de samenwerking met het ministerie van ELI vlekkeloos zou verlopen. Het oplossen van de resistentieproblematiek noopt tot daadkrachtig beleid. De grote hoeveelheid brieven die de Kamer worden toegezegd en de lange tijd die er voor nodig is om deze daadwerkelijk op te stellen, vaak in verband met interdepartementale afstemming, geven aan hoe bureaucratisch en stroperig de regering hier echter in de praktijk mee omgaat. Hoe kan de regering dan beweren dat doorzettingsmacht van het ministerie van VWS hierbij niet nodig is? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dringen er nogmaals op aan dat het ministerie van VWS de regie neemt op dit dossier, zoals ook in een aangenomen motie in de Eerste Kamer is verzocht. Is de regering hiertoe bereid? Zo nee, waarom niet?

De brieven van de regering over antibioticagebruik in de vee-industrie van 22 september en 24 oktober schetsen naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren een zorgelijk beeld van een overheid die doet alsof zij controle voert op een proces wat zij in werkelijkheid helemaal uit handen heeft gegeven aan de sector en waar zij geen enkele sturing over heeft. Zo is er geen gehoor gegeven aan de oproep van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren tijdens het vorige Algemeen Overleg over dit onderwerp om de SDa te dwingen volledige inzage van het geregistreerde antibioticagebruik te geven aan de nVWA. De regering schrijft nu dat de SDa zelf kan bepalen wat ‘overmatig voorschrijfgedrag’ is, en wanneer zij hier melding van maakt bij de nVWA. De nVWA mag de gegevens in de database van het voorschrijfgedrag van dierenartsen niet inzien, maar is afhankelijk van een melding van de SDa, die zelf weer bestaat uit mensen uit de sector. Dit is uiteraard naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren onaanvaardbaar. De nVWA moet te allen tijde inzicht hebben in het voorschrijfgedrag van alle dierenartsen, en het gebruikgedrag van alle veehouders. Temeer daar de regering ook zelf aangeeft dat de registratie van de gegevens op dit moment zeker niet correct gebeurt, zoals bleek uit een onderzoek van KPMG. Als de regering zelf erkent dat de registratie niet goed wordt uitgevoerd, hoe kan zij dan haar hele beleid baseren op dit particuliere registratiesysteem? Graag een reactie.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering om voor 1 december 2011 te komen tot een systeem waar registratie van al het antibioticagebruik in de vee-industrie op een correcte manier gebeurt, en waartoe de nVWA volledige toegang heeft. Als dit niet mogelijk is via het private VetCis-systeem, dan zal de regering zelf in korte tijd een systeem moeten opzetten waarin dit wel mogelijk is. Is de regering hiertoe bereid? Zo nee, waarom niet? De regering heeft momenteel geen enkel inzicht in het werkelijke voorschrijfgedrag van dierenartsen, en weet dat zij niet eens kan vertrouwen op de gegevens die haar eventueel worden aangereikt door de sector. Hoe voorkomt de regering dat zij onvolledige of onbetrouwbare gegevens krijgt? Welke garanties zijn er hiervoor?

De registratie van het antibioticagebruik is momenteel beperkt tot de deelnemers aan kwaliteitssystemen. Dit geeft ruim baan aan freeride-gedrag. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering wanneer zij dit gaat aanpakken. Wanneer kan de Kamer wetsvoorstellen verwachten die voor zowel alle veehouders als voor alle dierenartsen het onmogelijk maken nog antibiotica te gebruiken dan wel voor te schrijven zonder dat dit geregistreerd wordt bij een onafhankelijke overheidsinstantie?

De regering noemt in haar brief een rapport van de nVWA (Rapport Poortwachter) waaruit zou blijken dat dierenartsen regelmatig afwijken van de formularia bij het voorschrijven. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen weten of dat betekent dat er dus ondermeer veel meer derde en vierde generatie antibiotica voorgeschreven werden dan op grond van deze beroepsstandaarden zou mogen? Is de regering bereid om het rapport zo spoedig mogelijk naar de Kamer te sturen? Zo ja, op welke termijn, zo nee, waarom niet?

Welke consequenties heeft dit onderzoek gehad voor de betreffende dierenartsen? Is hen sancties opgelegd, en zo ja, hoe hoog waren deze sancties? Deelt de regering de mening dat dit soort gedrag door dierenartsen onaanvaardbaar is, en wederom aantoont dat de verantwoordelijkheid voor het oplossen van de antibioticaproblematiek niet bij de sector zelf gelegd kan worden? Deelt de regering de mening dat dit onverantwoordelijke gedrag door dierenartsen tevens wederom aantoont dat er een ontkoppeling moet komen tussen de functies van dierenarts en apotheker? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is de regering bereid deze knip onmiddellijk te realiseren voor de veeartsen?

De regering schrijft dat het aannemelijk is dat de eerste voorgeschreven reductiedoelstelling, -20% in 2011, behaald zal worden. Tevens geeft zij aan dat de exacte gegevens over het eerste halfjaar van 2011 pas eind dit jaar bekend worden. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen weten op basis van welke gegevens de regering het aannemelijk acht dat de reductiedoelstelling bereikt wordt? Als er nu al 80% van het gebruik geregistreerd wordt, moet het toch met een druk op de knop mogelijk zijn ook inzicht in deze gegevens te krijgen? Waarom is dat niet het geval, en welk nut heeft een registratiesysteem als er maanden gewacht moet worden op inzage in het voorschrijfgedrag? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen een tussenstand van deze gegevens ontvangen, is de regering hiertoe bereid? De 12% reductie over 2010 die de regering aanhaalt in haar brief is afkomstig van cijfers van FIDIN, kan de regering dat bevestigen?

Vindt de regering FIDIN een betrouwbare verstrekker van gegevens, gezien het belang dat zij vertegenwoordigen? Ook menen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dat de momenteel behaalde reductie in het gebruik van antibiotica slechts een kwantitatieve reductie betreft, waarbij er een verschuiving is te zien van eerste en tweede generatiemiddelen naar derde en vierde generatie antibiotica, waardoor de resistentieproblematiek groter in plaats van kleiner wordt. Kan de regering inzicht verschaffen in de mate van verschuivingen van het gebruik van eerste en tweede naar derde en vierde generatie middelen? Hoe beoordeelt zij deze verschuivingen?

Is de regering bereid zo snel mogelijk een verbod in te stellen voor het gebruik van derde en vierde generatie middelen in de vee-industrie? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren lezen in de brief dat de regering slechts in Europees verband wil pleiten voor een –geleidelijk- verbod op de inzet van deze derde en vierde generatie middelen, en tevens voor het verbod van het registreren van nieuwe soorten antibiotica voor gebruik in de vee-industrie. Naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren is dit onacceptabel. Nederland heeft de grootste veedichtheid ter wereld en in Europa het hoogste veterinaire antibioticagebruik. De verantwoordelijkheid voor het oplossen van dit probleem ligt dus bij Nederland zelf, en kan niet afgeschoven worden op Europa. De Gezondheidsraad adviseert de regering om op korte termijn een verbod in te stellen. Waarom neemt de regering dit advies niet over? Het nemen van maatregelen in Europees verband neemt ook in urgente situaties te veel tijd in beslag, zoals ook nu met de eurocrisis weer blijkt. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen weten welke belangen er volgens de regering in het geding komen als overgegaan wordt op een nationaal verbod? Kan de regering de mogelijkheden aan geven om nationaal een verbod op registratie van nieuwe middelen voor gebruik in de vee-industrie af te kondigen en het gebruik van derde en vierde generatie antibiotica in de vee-industrie te verbieden, los van de vraag of ze bereid is deze maatregelen te nemen?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren lezen in de brief dat de regering stelt dat zij ‘het preventief gebruik van antibiotica onmogelijk [heeft] gemaakt’. Daarbij wijst de regering erop dat zij dit al in december 2010 zou heeft geregeld. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren kunnen deze uitspraak niet goed rijmen.
In de eerste plaats zien de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren een verschuiving optreden. In de brief van december 2010 waarnaar de regering verwijst als zij zegt dat ze het gebruik van antibiotica onmogelijk heeft gemaakt, staat: “De toepassing van antibiotica in groepen dieren zonder dat sprake is van klinisch zieke dieren (zogenaamde preventieve behandelingen) zal in beginsel niet meer worden toegestaan.” Naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren betekent preventieve behandelingen ‘in beginsel niet meer toestaan’ iets heel anders dan ‘het onmogelijk maken’ ervan. Hoe ziet de regering dat? Kan de regering aangeven waar in de wet dit geregeld is, en hoe hierop gehandhaafd wordt? In antwoorden op mondelinge vragen van leden van de fractie van de Partij voor de Dieren in september van dit jaar heeft de minister ook niet aangegeven dat preventieve behandeling door de regering onmogelijk is gemaakt. Waarom heeft zij dat destijds niet gezegd en moet de Kamer dit voor het eerst lezen in een brief, 1 jaar nadat deze maatregel zou zijn genomen?
In de tweede plaats willen de leden weten hoe de regering preventief gebruik van antibiotica onmogelijk heeft gemaakt gezien de uitspraken van de minister van LNV uit 2007 dat je niet kunt komen tot het onmogelijk maken van preventief antibioticagebruik, omdat dit feitelijk ook zou betekenen dat je geen koppelbehandelingen meer zou kunnen toestaan? Kan de regering aangeven of koppelbehandelingen niet meer toegestaan zijn? Kan de regering toelichten waar in de wet dit geregeld is, en hoe hierop gehandhaafd wordt?


Graag krijgen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren inzicht in de toezichtrol van de nVWA op het gebruik van antibiotica in de vee-industrie. Op welke wijze wordt dit momenteel vormgegeven? Waar wordt de 1 miljoen euro die hiervoor is uitgetrokken aan besteed, hoeveel fte is er beschikbaar voor handhaving, en hoe worden deze mensen ingezet?
Ook willen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren graag weten wat de stand van zaken is met betrekking tot het uitbannen van gemedicineerd veevoeder. Blijft het overigens wel toegestaan om antibiotica toe te dienen via het drinkwater, en hoe verhoudt zich dit tot het onmogelijk maken van het preventief toedienen van antibiotica?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren krijgen graag een reactie op het onderzoek van Ine van der Fels-Klerx van het Rikilt, waaruit blijkt dat varkenshouders met grote varkensbedrijven in een gebied met veel varkens meer antibiotica verbruiken dan gemiddeld. Ook bleek uit het onderzoek dat bedrijven met zowel varkens als andere dieren meer antibiotica gebruiken dan gespecialiseerde varkensbedrijven. Deze ‘gemengde bedrijven’ vormen, naast het risico op resistente bacteriën, ook een groot risico op het ontstaan van nieuwe virussen. Dit heeft het RIVM bevestigt. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen dan ook dat er een verbod op dit soort ‘gemengde bedrijven’ komt en vragen de regering dit snel in wetgeving om te zetten, is zij daartoe bereid? Zo nee, waarom niet en op welke manier acht zij het grote risico van het ontstaan van een nieuwe virusvariant aanvaardbaar?

Tot slot willen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren opmerken dat de door de regering vastgestelde reductiedoelen met betrekking tot antibiotica volstrekt onvoldoende zijn om te komen tot een aanpak van het enorme probleem van de resistentieontwikkeling. Zij bepleiten, samen met de GGD, voor een reductiedoelstelling van -90% in plaats van -50% in 2013. Is de regering bereid de doelstelling aan te scherpen? Zo nee, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot de enorme kosten die in de toekomst gemaakt zullen worden in de zorg als resultaat hiervan? Kan de regering aangeven hoeveel extra kosten er in de zorg zijn gemaakt sinds de veegerelateerde MRSA en ESBL bacteriën?

Naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren kan er alleen voor worden gezorgd dat de veehouderij in Nederland geen levensgroot risico meer vormt voor de volksgezondheid door haar drastisch te hervormen. Alle onderzoeksrapporten geven aan dat er een systeemverandering dient te komen in de intensieve veehouderij. Geen megastallen, geen snelgroeiende rassen die alleen met behulp van enorme hoeveelheden medicijnen op de been gehouden kunnen worden, maar robuuste dieren die in kleine aantallen bij elkaar gehouden worden, waardoor hun gezondheid en welzijn, en daarmee dat van de Nederlandse bevolking, kan worden gegarandeerd. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren krijgen graag een reactie van de regering op dit punt.

Q-koorts
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben geconstateerd dat de regering bijna alle maatregelen die zijn genomen heeft teruggedraaid, en doet alsof de epidemie die duizenden mensen ziek heeft gemaakt en het leven heeft gekost aan ten miste 19 mensen al ver in het verleden ligt. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden dit beleid volstrekt onverantwoord. Het opheffen van de maatregelen die zijn genomen bij een epidemie kan naar mening van leden van de fractie van de Partij voor de Dieren alleen als er een structurele oplossing is gekomen voor het voorkomen van een epidemie. Welke structurele maatregel is er volgens de regering genomen?

Het opheffen van de bouwstop en het uitbreidingsverbod is ook zeer tegen de wens van de patiëntenvereniging, bestuurlijke partners, de VNG en de GGD. Vindt de regering dat er voldoende geluisterd is naar deze belangrijke partners? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat er blind tegemoet wordt gekomen aan de wensen van de sector. Zij hebben vernomen dat de provincie Noord-Brabant de bouwstop wel in stand houdt en hebben hier grote waardering voor, en vragen de regering de afschaffing van het uitbreidingsverbod per direct weer terug te draaien. Ook krijgen zij graag inzicht in welke aanvragen er momenteel liggen voor nieuwvestiging en uitbreiding van geitenstallen, kan de regering daar inzicht in verschaffen? Zo nee, is de regering bereid dit te inventariseren bij de provincies en gemeenten en daar voor 1 december helderheid over te geven?

Naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn de effecten van de vaccinatiecampagne onvoldoende duidelijk om nu al bijna alle afzonderingsverplichtingen af te schaffen en vragen de regering om een wetenschappelijke onderbouwing van de versoepeling van de maatregelen. Leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat er een adequaat schadefonds in het leven geroepen moet worden om de slachtoffers van de Q-koorts te compenseren en gaan hier graag nader in debat over met de minister VWS, conform haar toezegging hierover.