Inbreng PvdD bij wijziging mest­stof­fenwet


15 oktober 2019

Wijziging van de Meststoffenwet in verband met de implementatie van het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn

Al bijna een halfjaar houdt de stikstofcrisis Nederland in zijn greep. Sinds de uitspraak van de Raad van State van eind mei die de PAS onwettig verklaarde, ligt ook het bemesten onder vuur. Het uitrijden van mest kan niet meer categoraal uitgesloten worden van de natuurvergunningsplicht, en valt onder de vereisten van art. 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn (zoals uitgelegd in het artikel 2019D39516 van Dhr. Backes, Universiteit Utrecht). Dat betekent dat wanneer significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten zijn, ook bemesten als project moet worden aangemerkt. De leden van de Partij voor de Dierenfractie zien in de voorliggende wijziging van de Meststoffenwet geen enkele reflectie op of koppeling met deze inzichten.

In heel Nederland is het de afgelopen maanden pijnlijk duidelijk geworden dat onze stikstofuitstoot drastisch verminderd moet worden om aan de Habitatrichtlijn te voldoen. Maar de emissieplafonds die bij deze wijziging van de Meststoffenwet worden voorgesteld, komen uit 2002. De recente praktijk leert ons dat zelfs als Nederland onder het nationale plafond voor stikstof blijft, de kritische depositiewaardes van maar liefst 70% van onze Natura 2000-gebieden overschreden worden. Deze doelen zijn dus duidelijk niet op elkaar afgestemd. Kan de regering bevestigen dat bij de productieplafonds zoals deze met de voorliggende wijziging wettelijk worden vastgelegd geen rekening is gehouden met de recente ontwikkelingen op het stikstofdossier? Waarom worden de oude productieplafonds vastgehouden, terwijl de nood voor uitstootreductie zo hoog is? Zullen deze productieplafonds wettelijk standhouden als zij worden getoetst aan de Habitatrichtlijn?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie maken zich ook zorgen om de onrust onder boeren, die zelf aangeven dat de coherentie in het landbouwbeleid volledig ontbreekt. Wat heeft een boer eraan als hij met dezelfde hoop mest wel aan de Nitraatrichtlijn voldoet, maar nietaan de Habitatrichtlijn? Zowel de agrarische sector als de natuur zijn erbij gebaat als verschillende beleidsdoelen voor mest geïntegreerd worden. Is de regering het met de leden van de Partij voor de Dierenfractie eens dat boeren niet gebaat zijn met ad hocwetswijzigingen zoals de voorliggende? Welk signaal denkt de regering met deze wetswijziging af te geven aan boeren, zeker als op korte termijn kan blijken dat de productieplafonds toch omlaag moeten? Ziet de regering mogelijkheid om de productieplafonds jaarlijks met een vast percentage te verlagen – dat vooraf duidelijk aan boeren wordt gecommuniceerd – om op termijn uit te komen op stikstof-niveaus die de natuur welkan verdragen?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie vinden het bovendien zeer zorgelijk dat de stikstof- en fosfaatplafonds voor de categorie ‘overige diersoorten’ nog steeds niet wettelijk vastgelegd worden. Kan de regering uitleggen waarom hiervoor gekozen is? Is zij met de leden van de Partij voor de Dierenfractie van mening dat dit in de hand werkt dat wanneer er mest-ruimte ontstaat bij één van de andere diersoorten, dit gebruikt wordt om een overschrijding bij ‘overige diersoorten’ te tolereren? De leden vragen de regering met klem om dit te voorkomen door ook de plafonds voor de ‘overige diersoorten’ wettelijk vast te leggen.

Indien de productieplafonds overschreden worden, krijgt de regering de mogelijkheid om een generieke korting toe te passen. Kan de regering uitleggen in welke gevallen en onder welke voorwaarden zij zal overgaan tot het toepassen van die generieke korting? Is de regering het met de leden van de Partij voor de Dierenfractie eens dat de inzet te allen tijden moet zijn om de totale mestproductie te reduceren, en niet om te ‘wachten’ tot een plafond wordt overschreden voordat maatregelen worden genomen? Zo ja, hoe gaat de regering dit waarborgen? Indien een generieke korting toch toegepast wordt, kan de regering toezeggen dat dit op een diervriendelijke manier gebeurt, door tijdig een naderende overschrijding te signaleren en beperkingen te stellen aan de fok van een diersoort? De leden van de Partij voor de Dierenfractie stellen dat het van groot belang is dat het vroegtijdig slachten van dieren voorkomen wordt en gaat er van uit dat de regering deze mening nog altijd deelt.

RVO.nl en de NVWA is gevraagd hun beoordeling te geven op de handhaafbaarheid van het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn. Kan de regering inzage geven in deze beoordeling? Kan de regering aangeven op welke wijze RVO.nl en NVWA de naleving van de mestwetgeving gaan versterken, gezien de grote schaal waarop gefraudeerd wordt met mest? Is de regering overtuigd dat deze versterkte aanpak fraude gaat voorkomen, en waarom?