Bijdrage Wassenberg Wijziging Mijn­bouwwet door Wet bewijs­ver­moeden gaswinning Groningen + Versterking veilig­heids­belang mijnbouw en regie opspo­rings-, winnings- en opslag­ver­gun­ningen


29 juni 2016

Wijziging Mijnbouwwet nummer 2 bijdrage Wassenberg

Voorzitter. “Welkom in het nieuwe klimaat”, zei NOS-weerman Gerrit Hiemstra begin deze maand, nadat heftig noodweer over Noord-Brabant en Limburg trok en ook Duitsland en Frankrijk te kampen hadden met extreem hoge waterstanden.

Het was niet voor het eerst dit jaar dat we te maken hadden met extreem weer, en niet voor het laatst. De staatssecretaris van Economische Zaken is op dit moment op weg naar de gebieden in Limburg, waar boeren de afgelopen dagen en zelfs weken, erg veel schade hebben geleden door extreme regen en hagel. Door die extreem natte junimaand – op sommige plaatsen in de provincie viel in enkele dagen 20 cm regen - vier keer zoveel als normaal in een maand – staan veel gewassen op ondergelopen akkers en gaan verloren voor de oogst. Een hard gelag voor deze boeren, een klein voorbeeld van wat klimaatverandering met zich meebrengt.

Ik woon zelf in Zuid-Limburg. Ook ik ben deze maand met emmers en dweilen in de weer geweest om mijn ondergelopen kelder weer watervrij te maken. De brandweer en hulpdiensten moesten elke dag tientallen keren uitrukken om mensen te helpen. Verkeer moest worden omgeleid vanwege ondergelopen straten. Welkom in het nieuwe klimaat!

Voorzitter, waarom begin ik mijn bijdrage in dit debat over mijnbouw en gaswinning met een verhaal over extreem weer en extreme regen? Omdat het illustreert waarom het zo belangrijk is om zo snel mogelijk van fossiele brandstoffen af te komen, omdat die in hoge mate bijdrage aan de opwarming van de aarde en aan de verandering van het klimaat. We hebben de ellende over onszelf afgeroepen en we moeten het probleem ook zelf oplossen.

De grootste uitdaging voor onze generatie is het leefbaar houden van de aarde. Dat wil zeggen: we moeten voorkomen dat onze aarde te ver opwarmt.

De noodzakelijke aanpassing van de economie is zo drastisch, dat die te vergelijken is met de ineenstorting van de Oost-Europese economieën na de val van de Muur in 1989, zegt onderzoeksbureau CE Delft terecht in een recent verschenen rapport.

Zoals het Oostblok zich moest aanpassen aan een andere vorm van economie en samenleven, zo zullen we dat met zijn allen wereldwijd ook moeten doen. We zullen onze levens zo vorm moeten geven dat deze veel minder drukken op het klimaat, op de natuur, op de mogelijkheden van toekomstige generaties. Er is geen planeet B, er is geen exit.

Het leefbaar houden van onze ene aarde, dat belang is alles overstijgend. Al het beleid, alle wetten, moeten dan ook in dit teken staan. We zullen alles wat we met elkaar ondernemen moeten toetsten aan dit belang.

Ook, of misschien wel juist, mijnbouw.

Immers. Niet alleen warmt het verbranden van fossiele brandstoffen onze aarde gevaarlijk op, de winning ervan zorgt voor grote problemen voor natuur, klimaat, mens en milieu.

We hebben helaas te lang niet gesproken over wat de winning van gas uit het Groningerveld eigenlijk voor de mensen daar betekend heeft. Nu hebben we er veel debatten over, en dat is niet meer dan terecht. We proberen de problemen die door gaswinning zijn veroorzaakt, op te lossen. Maar wat natuurlijk ieders doel is, is om ervoor te zorgen dat gaswinning, of zoutwinning of welke mijnbouwactiviteit dan ook, geen problemen veroorzaakt.

Daarvoor blijkt de Mijnbouwwet, zoals we die vandaag bespreken, nog niet een geschikt en volledig instrument te zijn. Daarvoor zullen we de wet moeten veranderen voorzitter.

De mijnbouwwet is namelijk alleen een marktordeningswet. Op grond van de mijnbouwwet worden vergunningen afgegeven om proefboringen te doen, om delfstoffen te winnen, of om de bodem te gebruiken om dingen in op te slaan. Als afvalputje zeg maar, zoals voor afvalwater dat in Twente zoveel problemen en zorgen veroorzaakt.

De mijnbouwwet is alleen maar bedoeld, zo benadrukt de minister steeds maar weer, om ervoor te zorgen dat een bedrijf het alleenrecht heeft op de winning van gas of olie in een bepaald gebied. De waarborgen voor mens en milieu, vanwege het gevaar van vervuiling van grondwater bijvoorbeeld, of om schade aan huizen door bodemdaling en aardbevingen te voorkomen, die komen helemaal niet in de mijnbouwwet voor. De toets van activiteiten op hun effect op milieu en gezondheid zit alleen in de omgevings- en milieuwetten. Daar is deze mijnbouwwet helemaal niet voor gemaakt. Het uitgangspunt van deze wet is doelmatige winning van onze bodemschatten. En dat is volgens de Partij voor de Dieren toch echt het verkeerde uitgangspunt.

Wat we in de praktijk namelijk zien, is dat het afgeven van vergunningen voor gaswinning, of voor zoutwinning, misschien wel schaliegaswinning in de toekomst, eigenlijk een automatisme is.

Vergunningen op grond van de mijnbouwwet worden eigenlijk altijd gegeven. Want de minister heeft geen grond om de vergunning te weigeren – laat staan om eenmaal afgegeven vergunningen te wijzigen of in te trekken. Het zijn immers marktordeningsvergunningen, geen vergunningen waarin rekening gehouden wordt met de risico’s voor mens en milieu van de proefboring of winning. De Kamer heeft getracht om dat aan te scherpen, op basis van de stevige adviezen van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid, daar zal ik later in mijn betoog op terugkomen.

Maar even terug naar de huidige vergunningverlening. De marktordeningsvergunningen op grond van de Mijnbouwwet worden dus vrijwel altijd gegeven. Ook de vergunningen die nodig zijn om ook daadwerkelijk te kunnen boren, namelijk een omgevingsvergunning (op grond van de Wabo op dit moment, later op grond van de Omgevingswet) en in sommige gevallen een Natuurbeschermingswetvergunning, worden eigenlijk ook altijd afgegeven, want keihard aantonen dat een voorgenomen boring onaanvaardbare risico’s met zich meebrengt is heel erg moeilijk[1].

En dan mag een bedrijf gewoon gaan boren naar de bodemschatten die van ons allemaal zijn. Naar de bodemschatten die, bij de winning en het gebruik ervan, ons klimaat nog verder opwarmen. Naar bodemschatten die zich onder onze huizen en naast onze drinkwatervoorraden bevinden. Met boringen die ongelofelijk veel schade met zich mee hebben gebracht in de afgelopen jaren.

Waarom, zo vraag ik de minister, is ons zó veel gelegen aan het bieden van investeringszekerheid aan bedrijven in ons land en zó weinig aan de veiligheid van mensen en de gezondheid van ons milieu en ons klimaat, dat de politieke afweging om Nee te zeggen tegen de aanvraag voor een mijnbouwvergunning nergens in dit proces mogelijk is[2]?

Wat de Partij voor de Dieren betreft, is het uitgangspunt van deze hele mijnbouwwet verkeerd. Dat is ook niet zo gek. Deze Mijnbouwwet uit 2002 vervangt onder meer de mijnwet uit 1810, die werd ingevoerd onder het bewind van Napoleon. En ook in deze mijnbouwwet draait het, net als bij de vroeg-negentiende eeuwse mijnwet vooral om een doelmatige winning van fossiele brandstoffen. De mijnbouwwet uit 2002 is nog steeds een conservatieve wet. Het grootste verschil met de mijnwet uit 1810 is nog wel dat die oude wet in het Frans was opgesteld en de mijnbouwwet in het Nederlands.

Voorzitter. Het is tijd voor een nieuwe wet. Een moderne, 21ste eeuwse wet, gericht op de toekomst. Gericht op het leefbaar houden van de aarde, in plaats van op doelmatige winning. Gericht op de transitie naar een duurzame energievoorziening, laten we het een transitiewet noemen. Zodat het wel of niet winnen van de Nederlandse bodemschatten daadwerkelijk een weloverwogen beslissing kan worden, in plaats van het automatisme. Graag een reactie van de minister op dit voorstel, ik overweeg een motie.

Totdat het zover is dat er een toekomstbestendige wet ligt, voorzitter, zullen we het echter met deze mijnbouwwet moeten doen. We bespreken twee wijzigingen van deze wet vandaag. Twee wijzigingen met een lange geschiedenis.

Al tientallen jaren worden miljarden kubieke meters gas per jaar in Groningen uit de grond gehaald. Om aan onze verslaving aan fossiele brandstoffen te voldoen én, minstens zo belangrijk, om de staatskas te vullen. Lange tijd is de veiligheid en het welzijn van de inwoners van Groningen geen factor van belang geweest. Het credo was ‘meer’, niet ‘veiliger’. Fysieke schade aan gebouwen, aantasting van het emotionele welzijn door constante stress en spanning. De gaswinning heeft diepe sporen achter gelaten. En dat doet het nog steeds.

Vorig jaar zag mijn fractie zich genoodzaakt om een wijziging van de mijnbouwwet, die was bedoeld om rampen zoals met de Deep Water Horizon in de golf van Mexico te voorkomen, aan te grijpen om te doen wat deze minister al jaren naliet: namelijk opkomen voor de Groningers die in de tang werden gehouden door de NAM. Groningers die opgezadeld werden met schade aan hun huis, en die jaren moesten leuren en vechten om die schade vergoed te krijgen.

Mijn collega Ouwehand diende samen met collega Jan Vos van de PvdA een amendement in, dat ervoor zorgde dat de slachtoffers van de schade niet meer zelf hoefden aan te tonen dat de schade aan hun huis door de gaswinning werd veroorzaakt. De bewijslast zou in het vervolg bij de NAM komen te liggen. Niet meer dan logisch, aangezien de NAM, die de schade veroorzaakt, deze mensen al jaren in de kou had laten staan. Dit zijn mensen die er toch al niet om hadden gevraagd dat hun huis — hun veilige plek waar zij trots op zijn en waar zij tijd, energie en geld in hebben gestoken om het prettig te maken — wordt beschadigd. De Kamer dringt er al heel erg lang, al sinds de behandeling van de oorspronkelijke mijnbouwwet in 2001, op aan om die mensen te hulp te schieten, om hen te ontzorgen. De regering heeft dit echter steeds geweigerd, en ook nu heeft deze minister de wens van een brede meerderheid van de Kamer naast zich neergelegd.

Dat leg ik uit. Met een novelle heeft hij het aangenomen amendement, waarmee de bewijslast bij mijnbouwschade bij de veroorzaker ervan werd gelegd, vergaand uitgekleed. Natuurlijk, voorzitter, heb ik ook het advies van de Raad van State gelezen. Er is echter geen sluitend juridisch kader dat stelt dat alleen bij veel meldingen sprake zou zijn van een bewijsvermoeden. Het is aan de wetgever om de strekking van de wet te bepalen, kan de minister dat bevestigen? Hij stelt nu voor om, in plaats van heel Nederland, alleen het effectgebied van de gaswinning in Groningen in aanmerking te laten komen voor het omkeren van de bewijslast. Wat is dat effectgebied dan precies, vraag ik de minister? En waarom wil hij deze per ministeriële regeling aanwijzen, waardoor de Kamer buitenspel komt te staan? Klopt de inschatting van de Technische Commissie Bodembeweging dat dit gebied, als het inderdaad wordt gebaseerd op reeds erkende schadeklachten, zeer klein zal zijn en tot grote rechtsongelijkheid zal gaan leiden? Dat mensen aan de ene kant van de straat er bij wijze van spreken wél een beroep op kunnen doen, en hun overburen niet? En als dat vermoeden klopt, waarom heeft de minister dan voor deze ernstige inperking van het amendement gekozen?

De oplossing van de minister laat veel te veel mensen in de kou staan. Samen met de collega’s van andere fracties zijn we op zoek gegaan naar mogelijkheden om zo veel mogelijk mensen alsnog onder de omgekeerde bewijslast te krijgen. Want alle mensen die opgezadeld worden met mijnbouwschade hebben er recht op om geholpen te worden. De strijd van de Groningers tegen de machtige NAM is een ongelijke strijd.

Het is de strijd van David tegen GoliNAM. Voorzitter. Laten wij dan David proberen te helpen om de reus GoliNAM op de knieën te dwingen.

De beperkingen die de minister stelt aan de omkering van de bewijslast gaan echt veel te ver om dat doel te bereiken. Vandaag stellen we een nieuwe regeling voor, waarbij we de omkering van de bewijslast koppelen aan de gaswinning in het Groningerveld.

Na de geschiedenis van dit amendement te hebben gelezen voorzitter, moet het me wel van het hart dat ik hoop op een ruimhartige opstelling van de minister. Ruimhartig naar de mensen die worden opgescheept met schade aan hun huis. Laten we tot een zo goed mogelijke regeling voor hèn komen, voorzitter.

Alleen zo kunnen we ook uitvoering geven aan de aanbeveling van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid om de geschonden relatie met de Groningse bevolking te herstellen, is de minister dat niet met me eens?

Voorzitter, de minister heeft gezegd alle aanbevelingen van de OVV te omarmen en over te nemen. De wijziging van de mijnbouwwet die we vandaag bespreken komt daar ook uit voort. Maar ook hier heeft de Kamer het voortouw moeten nemen, omdat de minister simpelweg niet genoeg vaart maakte. En ook hier, bij het verankeren van het veiligheidsbelang, het beter betrekken van decentrale overheden en het uitbreiden van weigeringsgronden voor vergunningen, zwakt de minister alles ook weer af. Waarom? Ik dank de collega’s voor alle amendementen die er op deze punten zijn ingediend, om de belangen van volksgezondheid, gemeenten, waterschappen en provincies, ons drinkwater en natuurlijk de bevolking beter te borgen in de wet. Ik laat het graag aan hen dit nader toe te lichten, maar zeg hierbij dat ik deze amendementen met volle overtuiging heb mede ondertekend en dat ik hoop op een coöperatieve houding van de minister. Hij is ook minister van de Groningers.

En, als duveltje uit een doosje ontvingen we eind vorige week ook nog een nota van wijziging op de wet, waarmee de opslag van CO2 in in gebruik zijnde gasvelden mogelijk wordt, en waarmee de minister bovendien de leveringszekerheid wil vastleggen in de wet.

Voorzitter, deze minister wil duidelijk geen afscheid nemen van de fossiele economie. CO2-opslag is geen oplossing voor klimaatverandering. CO2 opslag is een excuus voor kolencentrales en andere fossiele industrieën om maar door te gaan met het uitstoten van broeikasgassen. Het legitimeert hun bestaan, en hun voortbestaan. Dat is je kop in het zand steken, en in de vorige eeuw blijven leven, voorzitter.

Elke euro die we in CCS investeren, is een euro minder geïnvesteerd in de nieuwe duurzame energie. De minister wil nu koste wat kost het demonstratieproject ROAD van de grond krijgen, en wijzigt zelfs de wet nu om een nog niet bewezen techniek, waar de veiligheids- en milieurisico’s niet bekend van zijn, door te drukken. Op kosten van de belastingbetaler.

De bedrijven Engie en Uniper hebben voor 3 miljard euro aan nieuwe kolencentrales gebouwd, maar betalen maar 100 miljoen euro aan ROAD, minder dan 20% van de totale kosten, klopt dat, vraag ik de minister? En klopt het dat hij zelf 150 miljoen inlegt, en de Europese Commissie zelfs 180 miljoen? De belastingkortingen voor bedrijven die voor onze kust naar gas willen boren zijn kennelijk nog niet genoeg als financiële injectie voor de fossiele industrie. Deze wetswijziging zorgt ervoor dat de belastingbetaler zowel via Brussel als Den Haag mee betaalt aan het opslaan van CO2 van kolencentrales nota bene[3]. Daarmee is er ook sprake van directe staatssteun voor de productie van fossiele brandstoffen, voorzitter. Hoe verhoudt zich dat tot het principe dat de vervuiler zou moeten betalen, een principe dat ook door dit kabinet omarmd wordt? Ik stel voor dat we ophouden de rekeningen van de vervuiler te betalen, door belastingkortingen of financiering van demonstratieprojecten of wat dan ook. Graag een reactie, ik overweeg een motie op dit punt.

Kan de minister ook bevestigen dat de CO2 zal worden gebruikt om de druk in het veld te verhogen om zo meer gas te kunnen winnen, waarmee het klimaateffect van CO2-opslag deels weer teniet wordt gedaan?[4] Is dat nou echt een zinvolle klimaatmaatregel? Wat de Partij voor de Dieren betreft niet. Ik heb een amendement in voorbereiding om de wijziging van de minister op het gebied van CO2 opslag weer terug te draaien.

CO2 opslag is geen nuttig instrument in de strijd tegen klimaatverandering, en dat is schaliegas ook niet. De minister is schoorvoetend akkoord gegaan met een moratorium op schaliegaswinning tot 2020. Tegelijkertijd zet hij de deur open voor winningen daarna door wel nu al vast voor te sorteren op het doen van proefboringen voor wetenschappelijke doeleinden. De wet geeft de minister de mogelijkheid om delfstoffen uit te sluiten van winning, per amvb[5]. Ik vraag de minister dan ook om de toezegging aan de Kamer om geen schaliegasboringen toe te staan tot in ieder geval 2020 in een dergelijke AMvB neer te leggen. Graag een reactie.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren wijst al jaren op de grote uitstoot van broeikasgassen die gepaard gaat met de productie van ons voedsel. Ontbossing en kunstmestgebruik voor de productie van veevoer, het gesleep met dieren en veevoer en vlees over de hele wereld maar ook vooral de uitstoot van broeikasgassen door vee, waaronder methaan, draagt meer bij aan de opwarming van de aarde dan al het verkeer in de hele wereld samen. Methaan is een bijzonder sterk broeikasgas, dat in korte tijd haar vernietigende werk doet. Als het ons lukt om op korte termijn de uitstoot van methaan terug te dringen, maken we een grote klapper voor het klimaat. Methaan is niet alleen een bijproduct van de vleesindustrie. Aardgas bestaat vooral uit methaan. En het is een extreem krachtig broeikasgas. Tientallen keren krachtiger dan CO2, dus met veel meer invloed op de klimaatverandering.

Methaan is dus het hoofdproduct van gaswinning[6]. Het kan niet anders dan dat er veel methaan ontsnapt en in de atmosfeer terecht komt bij de winning van dat zelfde methaan. Voorzitter, hoeveel methaan ontsnapt er jaarlijks bij de winning van gas in Nederland? Weet de minister dat? En zo nee, kan hij dat laten uitzoeken?

President Barack Obama lanceerde eerder plannen om de methaanemissies in de olie- en gassector de komende tien jaar met 45% te reduceren. En in augustus vorig jaar ondertekende minister Koenders van Buitenlandse Zaken in Alaska in het bijzijn van Obama een verklaring waarin hij olie- en gasbedrijven oproept lid te worden van het olie- en gas methaansamenwerkingsverband van de Clean Air Coalition (CCAC). Dat is een initiatief van de Verenigde Naties, overheden, bedrijven en ngo's om methaanemissies vast te stellen en te reduceren. Wie ontbreekt er nog steeds als lid, ondanks herhaalde oproepen van de minister van Buitenlandse Zaken? Shell, de NAM, en Gasunie. De veroorzakers van de problemen dus! Hoe kan dat, vraag ik de minister? En, wat gaat hij eraan doen? Is hij bereid een reductiedoelstelling voor de uitstoot van methaan te verbinden aan zijn instemming met het winningsplan voor Groningen, en aan eventuele andere vergunningen voor gaswinning in Nederland?

Natuur
Voorzitter. Boven Groningen en Friesland ligt een prachtig en uniek natuurgebied, de Wadden. En ook dit jaar wordt dit gebied van uitzonderlijke schoonheid en waarde bedreigd door gaswinningsplannen.

Vorig jaar bij Terschelling. Dit jaar bij Schiermonnikoog.

Voorzitter. Ons Waddengebied is werelderfgoed. Iedereen die er wel eens geweest is, weet in zijn hart dat we dat prachtige gebied met rust moeten laten. Er is plaats voor een zeilboot, voor wadlopers, maar niet voor een boortoren. Werelderfgoed-gebieden hebben culturele en natuurlijke waarden die uniek en onvervangbaar zijn. Deze gebieden worden beschouwd waardevol voor de hele wereld en het wordt van groot belang geacht om deze gebieden te behouden. Niet voor niets wijst zelfs Shell er op dat sommige natuurgebieden ‘te kwetsbaar zijn’ om delfstoffen te winnen. Het Waddengebied en Werelderfgoed Waddenzee worden beschermd en gewaardeerd juist vanwege die kwetsbare natuur. Gevolgen van bodemdaling door mijnbouw ter plekke en van zeepiegelstijging als gevolg van klimaatverandering kunnen in dit kwetsbare gebied grote gevolgen hebben.

Mijnbouwactiviteiten horen wat de Partij voor de Dieren betreft gewoon niet thuis in, maar ook niet onder kwetsbare, unieke en onmisbare natuurgebieden.

We moeten er dan ook voor zorgen dat die boorinstallaties ook niet net buiten de grens van het beschermde natuurgebied worden neergezet. Net bij Terschelling, bijvoorbeeld, of bij Schier. Dat is namelijk net buiten het beschermingsregime. En toch zijn de risico’s voor de natuurgebieden zo groot dat mijn fractie zegt: dat moeten we niet doen.

Ik stel dan ook voor om ook boringen onder Natura2000 en werelderfgoedgebieden uit te sluiten[7]. Zo’n verbod sluit goed aan bij bestaand beleid van energiebedrijven die nadrukkelijk aangeven niet op zoek te gaan naar olie en gasreserves in Werelderfgoederen en deze voorraden niet te ontwikkelen[8].

Op deze manier kunnen we ook daadwerkelijk tegemoet komen aan het brede protest op Terschelling tegen de winning van aardgas door Tulip Oil en op Schiermonnikoog tegen de winning van aardgas door het Franse bedrijf Engie.

Voorzitter. ik sluit af. Fossiele brandstoffen, zoals ook ons Groninger gas, dat moeten we gewoon zo veel mogelijk in de grond laten zitten. Dat is essentieel om gevaarlijke opwarming van de aarde te stoppen. En als we ons gas in de grond laten zitten, hoeven we ook niet alle problemen op te blijven lossen – als we daar al toe in staat blijken. We zullen de gaswinning terug moeten schroeven. Daarover zullen we nog veel met elkaar spreken. Werk maken van energiebesparing, van de economie van de toekomst, dat moet echt absolute prioriteit hebben. Ik hoor ook graag hierover van de minister vandaag hoe hij dat een nieuwe impuls wil gaan geven.

Dank u wel.