Bijdrage Wassenberg wetge­vings­overleg imple­men­tatie ILUC-richtlijn (biobrand­stoffen, zoals palmolie)


4 december 2017

Dank u wel, voorzitter. Ooit, in een ver verleden, werden biobrandstoffen gezien als duurzaam alternatief voor fossiele brandstoffen. Maar toen berekend werd hoeveel landbouwgrond moest worden opgeofferd aan de teelt van die biobrandstoffen en hoeveel regenwouden er worden gekapt en in brand gestoken om ruimte te maken voor palmolieplantages, verdween het enthousiasme snel. Alleen sommige politici in Brussel lijken nog te geloven in biobrandstoffen.

Milieuorganisaties en wetenschappers waarschuwen al lang voor de nadelen van het gebruik van voedsel als brandstof. De staatssecretaris ontving enkele dagen geleden een brief die getekend was door 174, inmiddels 177, hoogleraren op het gebied van ecologie, klimaatstudies, milieu en biodiversiteit. In die brief waarschuwen zij dat bijmenging van biobrandstoffen in de tank leidt tot een aanzienlijke verhoging van CO2-emissies in plaats van een verlaging. Doordat natuurgebieden als regenwouden, savannes en natuurlijke graslanden moeten plaatsmaken voor de productie van biobrandstoffen, komt er veel meer CO2 vrij dan het oplevert. Biodiesel uit voedsel stuit al met al gemiddeld twee keer zo veel CO2 uit als fossiele diesel, en biodiesel uit palmolie zelfs drie keer zo veel.

De heer Von Martels (CDA):
Heeft u het nou alleen over palm- of sojaolie of over alle voedselgewassen, dus ook over mais, suikerbieten en noem maar op?

De heer Wassenberg (PvdD):
Ja, ik heb het ook over mais en suikerbieten om de doodeenvoudige reden dat het gebruik daarvan ook de biodiversiteit heel erg aantast. Het platbranden van regenwouden is specifiek verbonden met soja- en palmolie, maar we moeten ook voorkomen dat we dadelijk gigantische velden krijgen met monocultures van mais, want dan heb je dezelfde problemen. Wij als Partij voor de Dieren vinden dat we geen voedsel in de tank moeten stoppen.

De heer Von Martels (CDA):
Maar weet u dan niet dat er bijvoorbeeld in Italië heel goede proeven gaande zijn, waarbij vanggewassen worden gebruikt na de mais, zodat je zelfs die producten nog kunt gebruiken? Dan hoeft er helemaal geen sprake te zijn van monoculturen. Dan kun je gewoon twee gewassen per jaar telen, en mais is er daar een van. We zien in de huidige praktijk bijvoorbeeld ook dat het gebruik van bio-ethanol, waarvoor mais een belangrijke grondstof is, met 68% is toegenomen terwijl dat op de prijs geen enkele invloed heeft. Integendeel, de kostprijs van mais is zelfs met 20% gedaald, maar u zoekt het dus vooral in de biodiversiteit. Als u maar aangeeft welke alternatieven u heeft voor biobrandstoffen, vind ik dat prima.

De heer Wassenberg (PvdD):
Om met het antwoord op die laatste vraag te beginnen: daar kom ik later in mijn verhaal op terug. Als er dadelijk resultaten zijn van de experimenten waarover u het heeft, zal ik het zien. Voorlopig is ook mais negatief voor de biodiversiteit en wijzen we het gebruik dus af. Mochten de experimenten dadelijk tot heel andere conclusies leiden, dan kunnen we het er altijd nog over hebben, maar voorlopig willen we ook geen mais als biobrandstof. Voorzitter. Zelfs voorstanders van biobrandstoffen vinden het geen goed idee om palmolie als brandstof te gebruiken. Zij hopen op de ontwikkeling van derdegeneratiebiobrandstoffen. En toch verbiedt het wetsvoorstel dat vandaag op tafel ligt het gebruik van voedselbrandstoffen als palmolie, als maïs, als soja, niet. De negatieve gevolgen van voedselbrandstoffen zijn helaas allang bekend. Begin 2008 kopte NRC Handelsblad op basis van een Amerikaans onderzoek dat biobrandstoffen het broeikaseffect versterken. Begin 2013 vroeg de krant zich af: "De klemmende vraag is, moet er worden doorgegaan op een weg die uiteindelijk zeker zal worden verlaten?" Nu, anno 2017, is die weg nog steeds niet verlaten. Sterker nog, voorzitter, we razen met biobrandstoffen nog steeds voort op deze doodlopende weg. Met het wetsvoorstel dat vandaag ter bespreking voorligt, wordt de deur namelijk opengezet naar een bijna verdrievoudiging van voedselbrandstoffen in de tank ten opzichte van de huidige situatie: van 1,8% naar maximaal 5%. Dat is bijna drie keer zo veel. En waarom? De reden is het halen van de doelstelling op het gebied van duurzame energie, die we treurig genoeg niet op een andere manier hebben weten te halen. Nederland heeft een hernieuwbaar energiedoel van 14% in 2020, waarvan biobrandstoffen 36 petajoules dienen te leveren.

Voedselbrandstoffen zouden daar niet bij moeten horen. Die voedselbrandstoffen zijn een deel van het probleem en geen deel van de oplossing. De Partij voor de Dieren wil geen sojaolie of palmolie in onze tank; voedsel zou geen onderdeel van brandstof moeten zijn. Het aandeel voedselbrandstof terugbrengen naar 0% is toegestaan volgens de Europese richtlijn. Ja, we moeten ons transport verduurzamen, maar we willen dat dit gebeurt door werkelijk schoon verkeer te stimuleren. Dat betekent meer en beter openbaar vervoer, vervuilend autoverkeer beperken en fietsers en voetgangers ruim baan geven. Ik zie u naar de microfoon grijpen, voorzitter, maar ik heb nog één regel, nog één zin. De uitdaging van ons is om minder brandstof te gebruiken en schone energie op te wekken, niet om voedsel als brandstof te gebruiken en per saldo meer CO2 uit te stoten en het klimaat verder te ontwrichten.

Interrupties bij andere partijen

De heer Wassenberg (PvdD):
Deze vraag sluit een beetje aan op de vraag die mevrouw Kröger heeft gesteld. Gaan bij D66 de papieren werkelijkheid en de echte werkelijkheid niet een heel klein beetje door elkaar heen lopen? Voor conventionele biobrandstoffen wordt 1,4%, 1,6% en 1,8% genoemd. Als je het drie keer zo hoog gaat zetten, zet je de sluizen open voor toekomstige ontwikkelingen die we geen van allen willen. Is het niet beter om het op 0% te zetten? Dat mag namelijk ook van Europa. Europa zegt: we zetten het op 7%. Nederland heeft het nu op 5% gezet, maar we hebben dat nu niet opgevuld. Kunnen we de cap niet beter verlagen, misschien zelfs naar 0%? Nu dreigen de echte werkelijkheid en de papieren werkelijkheid toch een beetje door elkaar heen te lopen.

Mevrouw Van Eijs (D66):
Ik denk dat je juist een papieren werkelijkheid creëert als je onrealistische eisen — dat zijn dit in mijn ogen — gaat stellen zoals een 0%-cap, want daardoor neemt de kans op fraude ook toe. Als je naar 0% gaat, creëer je volgens mij juist een papieren werkelijkheid omdat dat een onrealistisch doel is.

De voorzitter:
Afrondend, meneer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):
We hebben het nu over de eerstegeneratiebiobrandstoffen, maar er zijn natuurlijk ook nog tweedegeneratiebiobrandstoffen, en in de toekomst zijn er misschien nog wel derdegeneratiebiobrandstoffen, zoals algen. Daar wordt aan gewerkt. Is het niet heel fout als we nu die cap op 5% zetten? Zetten we dan niet te veel in op die eerstegeneratiebiobrandstoffen, waarvan eigenlijk iedereen af wil, tenminste als het over palmolie en soja gaat? Een heleboel fracties willen daar ook vanaf als het gaat om mais. Is het niet beter om even van die cap af te komen om te voorkomen dat we dadelijk alles gaan opvullen met eerstegeneratiebiobrandstoffen?

Mevrouw Van Eijs (D66):
Ik denk dat het belangrijk is om niet te vergeten dat die 5% niet alles is wat we moeten halen. Er staat een veel hoger percentage in het voorstel dat überhaupt moet worden gehaald. Uit mijn hoofd gezegd gaat het om 16,4%. Dat betekent dat je alles boven die 5% al zult moeten invullen met die tweede- en derdegeneratiebiobrandstoffen, die we voor een groot deel nog moeten ontwikkelen. Dat is heel goed, want dat betekent dat we die echt gaan ontwikkelen, maar ik denk dat het onrealistisch is om te eisen dat er helemaal geen conventionele biobrandstoffen meer zijn. Dat wil niet zeggen dat we daar niet kritisch naar kunnen kijken. We kunnen best kijken naar de vraag "goh, wat valt daar nou onder?", want we zien verschillen van 16% CO2-reductie tot 70% en dat maakt nogal wat uit. Daar zou ik dus wel naar willen kijken, maar ik denk dat die 5% realistisch is.

(…..)

De heer Wassenberg (PvdD):
Dat het CDA ook tegen soja- en palmolie in de benzinetank is, is winst, maar ik heb het idee dat de heer Von Martels toch die brief van 177 wetenschappers, want zo veel zijn het er, niet goed heeft gelezen. Die gaat namelijk echt over biobrandstoffen en niet over soja- en palmolie. Ik heb de brief hier voor mij. Zij maken zich zorgen over de groeiende vraag naar biobrandstoffen uit voedselgewassen en daarmee ook een groeiende vraag naar nieuwe landbouwgrond voor deze gewassen. Je krijgt een verdringing. Op landbouwgronden worden nu die biobrandstoffen gekweekt waardoor de voedselgewassen op andere gronden worden gekweekt. Het regenwoud wordt daar ook voor gekapt. De wetenschappers waarschuwen ook voor het feit dat er monocultures ontstaan, dat is slecht voor de biodiversiteit. Er wordt gif gebruikt; dat schrijven zij niet, maar dat zeg ik erbij. Zij waarschuwen dus voor veel meer dan alleen soja- en palmolie. Kan de heer Von Martels daar even op reageren?

De heer Von Martels (CDA):
Er is momenteel nog geen sprake van concurrentie. U spreekt over verdringing en daar zou de markt op moeten reageren. Daar is geen sprake van. De grondstof voor bio-ethanol bijvoorbeeld is maïs en de prijs daarvan is de afgelopen jaren met 20% gedaald terwijl de productie met 68% is toegenomen. In die zin is er nog geen sprake van verdringing en zodanig ook nog geen concurrentie. Maar er zitten wel grenzen aan, dat ben ik met u eens. Ik ben natuurlijk fel tegen het feit dat het hele buitengebied met maïs moet worden omgeven, zeker als dat de Nederlandse situatie wordt. Nu praten wij over een situatie waarin de grondstoffen vaak uit andere delen van Europa worden gehaald. Dat is de huidige situatie. Ik heb die brief wel degelijk gelezen, maar het gaat ook om de interpretatie. Daar vroeg u naar en dit is mijn antwoord.

De voorzitter:
Voordat ik de heer Wassenberg het woord geef voor zijn afrondende vraag: wil de heer Von Martels zijn microfoon uitzetten? Anders blijft u in beeld en dan denkt iedereen dat u de heer Wassenberg bent, want hij gaat u namelijk nu een vraag stellen.

De heer Wassenberg (PvdD):
Laten we inderdaad onze personen niet verwisselen. Dat is volgens mij voor niemand prettig. Wat wetenschappers schrijven, is dat ook voor die biobrandstoffen landbouwgrond wordt gebruikt. Die landbouwgrond wordt dan niet meer gebruikt voor voedsel. Op waar ze voor waarschuwen, heb ik de heer Von Martels ook niet horen antwoorden: je krijgt een grote teruggang in de biodiversiteit, ook bij die geweldige vlaktes met mais waarover hij het heeft.

De heer Von Martels (CDA):
Er moet wel een oplossing komen voor dat laatste. Bij het eerste punt wilde ik ergens aan refereren, maar ik weet nu al niet meer wat. Wel is het zo dat die productie van mais tot nu toe niet heeft geleid tot een verdringing. Dat zei ik net ook al. Kunt u nog even het eerste deel van uw vraag herhalen?

De voorzitter:
Via de voorzitter. Dus: wilt u de voorzitter toestemming geven?
Heel kort.

De heer Von Martels (CDA):
Sorry voorzitter, excuses.

De voorzitter:
De heer Van Aalst wil op dit punt namelijk ook nog een vraag stellen, dus wilt u kort zijn?

De heer Wassenberg (PvdD):
Mijn eerste punt was dat op die landbouwgronden waar biobrandstoffen worden verbouwd geen voedsel meer wordt verbouwd, dus dat dat wel een vorm van verdringing is. Ik vroeg inderdaad naar de biodiversiteit, daar heeft de heer Von Martels op geantwoord.

De voorzitter:
Dus alleen het eerste punt.

De heer Von Martels (CDA):
Het eerste punt is dat we er met name naar moeten streven dat er veel minder verspilling gaat plaatsvinden. Als we nu al constateren dat van alle voedselproductie die nu wereldwijd plaatsvindt slechts 50% op het bord komt, is er heel veel verlies. Laten we ons daar met name op concentreren. Dan hebben we ook een punt te pakken als gezamenlijk streven om dat te verbeteren.

Tweede termijn

De heer Wassenberg (PvdD):
Het zijn slechts drie moties.

Voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. De intentie van de regering om geen sojaolie en palmolie te gebruiken is heel goed, maar dat is nog geen garantie en daarom de eerste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om te garanderen dat ook de komende jaren geen palmolie en sojaolie gebruikt zullen worden voor biobrandstoffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (34717).

Mijnheer Wassenberg, gaat u door. Als de moties zo kort blijven, blijft u prima binnen de tijd.

De heer Wassenberg (PvdD):
De volgende zijn iets langer.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het bijmengen van voedselbrandstoffen niet leidt tot vergroening van transport, maar tot opoffering van landbouwgrond en natuurgebieden zoals regenwouden, savannen en natuurlijke graslanden;

constaterende dat voedselbrandstoffen in de tank leiden tot een aanzienlijke verhoging van CO2-emissies in plaats van een verlaging;

overwegende dat voedselbrandstoffen geen oplossing bieden voor het klimaatprobleem, maar juist een deel van het probleem zijn;

verzoekt de regering het aandeel voedselbrandstoffen in de tank te verlagen naar 0%,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11 (34717).

De heer Wassenberg (PvdD):
En de laatste.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat als de luchtvaart door mag groeien zoals hij nu doet, de luchtvaart in zijn eentje rond 2070 meer CO2 uitstoot dan de rest van de wereld;

constaterende dat de overstap naar biobrandstoffen zou betekenen dat een kwart van de oppervlakte van Europa gebruikt zou moeten worden voor de productie van biobrandstoffen alleen al voor de luchtvaart;

spreekt uit dat biobrandstoffen geen oplossing bieden voor verduurzaming van de luchtvaart, maar dat minder vliegen de enige optie is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 12 (34717).

Beantwoording staatssecretaris

Staatssecretaris Van Veldhoven:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst de motie van de Partij voor de Dieren op stuk nr. 10, waarin wordt gevraagd of ik wil garanderen dat de komende jaren geen palmolie wordt bijgemengd in Nederland. Ik begrijp heel erg goed waar de heer Wassenberg op doelt, maar een garantie kan niet. Ik heb zojuist aangegeven dat de huidige regelgeving dat nog niet toelaat. We zitten gelukkig wel in de situatie dat er geen palmolie en soja wordt bijgemengd en dat er nieuwe regelgeving over gaat om dat echt te kunnen garanderen. Daarover wordt nog onderhandeld. Ik kan dus niet lopende die onderhandelingen de garantie al geven, maar mijn inzet garandeer ik wel.

De voorzitter:
Dat betekent dat u …

Staatssecretaris Van Veldhoven:
… de motie ontraadt.

De voorzitter:
De motie wordt ontraden.

Staatssecretaris Van Veldhoven:
De PvdD vraagt in de motie op stuk nr. 11 mij om het aandeel voedselbrandstoffen te verlagen naar 0%. Ook deze motie moet ik helaas ontraden. De Kamer heeft mij immers via motie gevraagd om een 5%-doelstelling voor conventionele brandstoffen in te vullen. Dat doe ik en dus moet ik deze motie ook ontraden.

De heer Wassenberg heeft geen geluk met mij vandaag. Ook de derde motie, op stuk nr. 12, moet ik helaas ontraden. Hij snijdt daarin wel een heel terecht punt aan, want ook de luchtvaart zal een bijdrage moeten leveren aan het verlagen van de impact op het klimaat. Alleen zegt hij dat de enige optie minder vliegen is, terwijl ook biobrandstoffen net als in het wegtransport al wel een bijdrage kunnen leveren aan de verlaging van de impact van het luchtverkeer. De heer Wassenberg heeft wellicht ook in de pers gelezen — het is zelfs op de televisie geweest — dat allerlei bedrijven sterk inzetten op innovatie en bijvoorbeeld bezig zijn om vliegtuigen deels en straks misschien volledig elektrisch te maken. Dat zouden we allemaal stilleggen als we zeggen dat minder vliegen de enige optie is. Om die reden moet ik deze motie helaas ook ontraden.