Bijdrage Wassenberg AO Water 16-06-2016


16 juni 2016

Voorzitter. Het Nederlandse duinlandschap is een van de gaafste en meest uitgestrekte duinlandschappen van Noordwest-Europa, en dat moet zo blijven. Maar de bebouwing aan de kust neemt explosief toe; niemand wil het, ook de minister niet, maar toch gebeurt het. In de komende drie jaar zullen ruim 6.000 nieuwe woningen aan de kust worden gebouwd. Dat is raar, want eigenlijk vindt niemand dat we dat moeten doen. Eigenlijk vindt iedereen dat we niet op grote schaal moeten bouwen aan de kust. Dat vinden ook de wethouders van de kustgemeenten. Dat vinden ook projectontwikkelaars. Alleen wijst iedereen hierbij naar de buren. Men zegt: nee, ónze plannen met strandhuisjes passen prima in het landschap, maar ga eens kijken naar wat er bij de buren allemaal gebeurt. De minister hoopt met het kustpact de kustbebouwing in toom te houden, maar dat kustpact blijft toch vooral een intentieverklaring, een vrijblijvende samenwerking tussen partijen. Hier moeten belangrijke waarden als stilte en weidsheid opboksen tegen economische kortetermijnbelangen. Dat is geen gelijke strijd.

Tijdens een werkbezoek met de commissie voor Economische Zaken, vorige week, zagen we hoe het er in de praktijk aan toegaat. Het begint met een aantal strandhuisjes. Dan komt er een houten pad langs te liggen. Dat houten pad wordt vervangen door een betonnen pad. Daar komt eventueel wat verlichting langs te staan, want 's avonds is het er misschien toch wel een beetje onveilig en ongemakkelijk. Voor je het weet, is een grote strook duingebied op die manier onherstelbaar verminkt. De minister staat intussen machteloos. Ze heeft de bescherming van de kust namelijk deels uitbesteed aan provincies en gemeenten. Daarmee heeft de minister het instrumentarium van de ruimtelijke ordening uit handen gegeven. De Nederlandse kust is van nationaal belang. De minister zou de regie hierbij terug moeten nemen. De bescherming van een aantrekkelijke en grotendeels ongerepte kust moet terugkomen in de handen van de rijksoverheid. Kan en gaat de minister zich daarvoor inzetten?

Tot het zover is, moet het kustpact de kust zo goed mogelijk beschermen tegen bebouwing. Kan de minister toezeggen dat de gehele Nederlandse kust in dat kustpact wordt opgenomen en dat er geen gebieden worden uitgezonderd, zoals de kustlandschappen van de de Zuidwestelijke Delta? Met name die kusten worden namelijk bedreigd door grote bouwplannen. Kan de minister toezeggen dat voor de kusten van de Zuidwestelijke Delta dezelfde beschermingsafspraken gaan gelden als voor de Noorzeekust?

De Noordzee verkeert in nood. De visserij heeft de bodem ernstig beschadigd en grote vissen als haaien en roggen zijn een zeldzaamheid geworden in de zee. De Noordzee heeft direct bescherming nodig. De minister heeft in haar brief van 10 juni mooie ambities beschreven. Zij schrijft over een samenhangend netwerk van beschermde zeegebieden dat 10% van de Nederlandse Noordzee beslaat. De Partij voor de Dieren pleit al langer voor zo'n natuurnetwerk waarin niet gevist zou mogen worden. Helaas blijft bescherming in de praktijk echter uit. In de gebieden die worden aangewezen als beschermde gebieden kan straks nog steeds worden gevist. In maart vroegen we de staatssecretaris van Economische Zaken om gehoor te geven aan de oproep van 21 wetenschappers om het Friese Front en de Centrale Oestergronden te beschermen. Deze ochtend herhaalde en onderstreepte hoogleraar mariene ecologie Lindeboom dat pleidooi in de Volkskrant. Het Friese Front en de Centrale Oestergronden functioneren als kraamkamers en bieden een leefgebied voor unieke dieren. De wetenschappers zijn duidelijk: voor herstel van het zeeleven is het noodzakelijk dat beide gebieden als geheel worden beschermd. De minister heeft deze oproep echter naast zich neergelegd en heeft besloten om minder dan de helft van deze gebieden te beschermen. Mevrouw Ko?er Kaya wees daar ook al op. Het Wereld Natuur Fonds en Greenpeace hebben zich daarom tegen dit besluit gekeerd. Als we deze voorstellen van de minister optellen bij de overige plannen voor bescherming, komen we nog steeds op slechts 5% van de Nederlandse Noordzee die wordt beschermd. Hoe gaat de minister samen met haar collega, de staatssecretaris van EZ, de beloofde bescherming realiseren? Kunnen zij een tijdlijn opstellen en daarin concrete stappen opnemen?

De aantallen vissen van soorten die zwaar onder druk staan, zoals kabeljauw, nemen toe bij windmolenparken. Die parken vormen echt kraamkamers voor vissoorten. Ligt er volgens de minister een oplossing in het sluiten van windparken op zee voor visserij?

De ambitie van de minister gaat verder dan bescherming van de bodem. Ik citeer uit haar brief. "De Noordzee is in de toekomst een schone, gezonde en productieve zee. Er zijn ruimte en rust voor diversiteit, en een robuuste en veerkrachtige mariene habitat." Toch is de Noordzee een van de drukste scheepvaartgebieden ter wereld en er vindt ook op grote schaal gas-, olie- en zandwinning plaats. Uit steeds meer onderzoek blijkt dat dit lawaai kan zorgen voor desoriëntatie en communicatieproblemen bij potvissen, dolfijnen en bruinvissen. Mijn partij vindt dat we niet alleen de bodem moeten beschermen, maar ook zeedieren die hinder ondervinden van lawaai. Is de minister bereid om onderwatergeluid standaard mee te nemen in de monitoring van de milieukwaliteit van de Noordzee? Dat is overigens iets wat niet alleen de Partij voor de Dieren bepleit, maar ook een instituut als Ecomare.

Mijn laatste onderwerp is de waterkwaliteit. Alles en iedereen is gebaat bij schoon en veilig water. De natuur, de dieren in de natuur en, last but certainly not least, wijzelf zijn daarbij gebaat. Wijzelf zijn daarbij gebaat vanwege ons drinkwater. De kwaliteit van ons water wordt echter nog altijd bedreigd. Dat komt doordat wij de verkeerde uitgangspunten hanteren bij de bescherming van de kwaliteit van ons water. Dat concludeert de Adviescommissie Water. Het uitgangspunt van de implementatie van de Kaderrichtlijn Water is dat het vooral haalbaar en betaalbaar moet zijn. Dat heeft echter volgens de Adviescommissie Water remmend gewerkt. De maatschappelijke doelen zouden voorop moeten staan. Is de minister dit eens met de adviescommissie? Dat zou namelijk moeten betekenen dat het uitgangspunt dat de landbouw ontzien moet worden, niet langer te rechtvaardigen is. De landbouw wordt door de Adviescommissie Water aangewezen als een van de vervuilers van ons water. De focus zou volgens de commissie meer moeten komen te liggen op nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen. Het advies van de Europese Commissie luidde vorig jaar ook al dat Nederland meer moet doen om de vervuiling van water door de landbouw tegen te gaan. Overbemesting en het veelvuldig gebruik van landbouwgif zijn twee factoren die ook door de Adviescommissie Water worden genoemd en die een negatieve impact hebben op de waterkwaliteit. Zonder die factoren aan te pakken, blijft het dweilen met de kraan open. Het is tijd om ook voor de landbouw een delta-aanpak op te stellen. Ik doel op een delta-aanpak agro-ecologie waarin we de landbouw zo gaan omvormen dat die niet meer strijdt tegen natuur en biodiversiteit, maar die natuur en biodiversiteit juist gebruikt. Met natuurlijke plaagbestrijding en gezonde bodems hoeven uitspoeling van nutriënten en structurele normoverschrijdingen bij landbouwgif niet meer voor te komen. Zo'n deltaplan agro-ecologie is nodig om de Delta-aanpak waterkwaliteit te laten slagen. Zonder hervormingen in de landbouw heeft een Delta-aanpak waterkwaliteit geen kans van slagen. Ik zie de voorzitter verstoord kijken. Mijn allerlaatste zin is een vraag aan de minister. Is zij bereid om met de staatssecretaris van Landbouw zo'n delta-aanpak voor de landbouw op te stellen?

De voorzitter: Dank u wel. Ik zocht ook naar een punt waarop mevrouw Jacobi u kon interrumperen.

Mevrouw Jacobi (PvdA): De heer Wassenberg heeft zeker een punt. Er moet inderdaad veel intensief overleg met de landbouw komen over de vraag hoe dit moet worden aangepakt. Er is echter al een Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Dat is er al. Deze week sprak ik daar nog met mensen over. Het blijkt dat bij eigenlijk geen enkele provincie de loketten open zijn waar deze mensen terechtkunnen om zaken gefinancierd te krijgen en afspraken te maken. Het gaat hierbij om POP-loketten (Plattelandsontwikkelingsprogramma). Bij de provincies heeft men dus de zaken niet zo voor elkaar dat dat Deltaplan Agrarisch Waterbeheer verder kan worden uitgevoerd. Dat is wel ernstig, want de zaken rond geld dat bij POP ligt, moeten in 2017 geregeld zijn. Wat is de inzet van de heer Wassenberg, dit wetend? Zo'n deltaplan is er dus al.

De heer Wassenberg (PvdD): Mevrouw Jacobi stelt heel veel vragen tegelijk. Ik pleit er alleen maar voor dat er een echt structureel plan moet komen, ook bij EZ, om die bestrijdingsmiddelen en dat gif aan te pakken. Ik begrijp dus niet helemaal wat mevrouw Jacobi wil vragen. Ik zeg alleen maar dat er een structureel plan moet komen om het gebruik van dit gif terug te dringen. Zo'n plan is er gewoon nog niet. Dit gif wordt namelijk nog erg veel gebruikt. In Nederland wordt meer gif gebruikt dan waar ook in Europa. Dat moeten we aanpakken.Mevrouw Jacobi stelt heel veel vragen tegelijk. Ik pleit er alleen maar voor dat er een echt structureel plan moet komen, ook bij EZ, om die bestrijdingsmiddelen en dat gif aan te pakken. Ik begrijp dus niet helemaal wat mevrouw Jacobi wil vragen. Ik zeg alleen maar dat er een structureel plan moet komen om het gebruik van dit gif terug te dringen. Zo'n plan is er gewoon nog niet. Dit gif wordt namelijk nog erg veel gebruikt. In Nederland wordt meer gif gebruikt dan waar ook in Europa. Dat moeten we aanpakken.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Daar ben ik het helemaal mee eens, maar ik probeer bij de heer Wassenberg tussen de oren te krijgen dat er al een Deltaplan Agrarisch Waterbeheer bestaat. Ik probeer te benadrukken dat er daarbij veel knelpunten zijn, die vooral liggen op het niveau van de provincies. Ik zou zeggen: bij het oplossen van die knelpunten moeten we ze helpen.

De heer Wassenberg (PvdD):Dat ben ik met mevrouw Jacobi eens; daarover kan ik heel duidelijk zijn.Voorzitter, ik wil ten slotte zeggen dat ik over tien minuten deze vergadering moet verlaten om aan te kunnen schuiven bij het VAO Energie.

Dat ben ik met mevrouw Jacobi eens; daarover kan ik heel duidelijk zijn.

Voorzitter, ik wil ten slotte zeggen dat ik over tien minuten deze vergadering moet verlaten om aan te kunnen schuiven bij het VAO Energie.

Beantwoording minister


Deltaplan Landbouw


Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De heer Wassenberg vroeg om het opstellen van een deltaplan voor de landbouw. Mevrouw Jacobi heeft het eigenlijk al aangegeven: dat wordt gedaan via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Door diverse partijen wordt intensief gezocht naar oplossingen, met oog voor zowel water als landbouw. De aanpak van gewasbeschermingsmiddelen gebeurt bijvoorbeeld onder leiding van EZ, middels de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst. Deze aanpak wordt in 2018 weer geëvalueerd. Samen met EZ kijken we naar de voortgang en de resultaten van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer in relatie tot gewasbescherming en geven we impulsen waar dat nodig is. Een apart deltaplan voor de landbouw is dus niet nodig, omdat dat eigenlijk al bestaat.

Zeebescherming


Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik ga door naar de Kaderrichtlijn Mariene Strategie, die gaat over de Noordzee, het Friese Front en de Centrale Oestergronden. De kabinetsdoelstelling in de Mariene Strategie, deel 1, is dat in 2020 10 tot 15% van de bodem van het Nederlandse deel van de Noordzee niet noemenswaardig beroerd wordt. Het treffen van bodembeschermende maatregelen op het Friese Front en bij de Centrale Oestergronden is aangekondigd in de Mariene Strategie en ook opgenomen in het programma van maatregelen. Het is ook onderdeel van het NWP 2016-2021. De beoogde bodembescherming in de mariene Natura 2000-gebieden telt op tot ongeveer 8%. Dat betekent dat er nog 2% tot 7% extra beschermd moet worden om tot die 10-15% te komen. Dat is 1.200 tot 4.200 km2 in het zoekgebied Friese Front en Centrale Oestergronden. De visserij en natuurorganisaties zijn intensief betrokken om te komen tot een invulling die voor beide partijen acceptabel is. De een wil minder en de ander meer. Ik heb ervoor gekozen om te beginnen met extra bescherming van 2.400 km2. Ik heb dat onderbouwd in het voorstel dat ik aan de Kamer heb gestuurd. Zeker in de toekomst kunnen we verder met elkaar spreken over de vraag wat er meer nodig is in het gebied, maar — ik noemde dat punt net al even toen we spraken over de landbouw en de waterkwaliteit — ook hierbij moeten we het proces veel intensiever met elkaar doorlopen, waarbij we niet zozeer twee verschillende belangen proberen te vertegenwoordigen door er allebei zo hard mogelijk op te hameren. We moeten juist de visserij en natuurorganisaties intensiever bij elkaar brengen om te bekijken hoe er meerwaarde voor elkaar kan worden gecreëerd. Je kunt je voorstellen dat het voor de visserij interessant kan zijn om een broedkamer te hebben, waardoor er weer vis komt. Dat kan wel soms weer wat langer duren. Tegelijk denk ik dat natuurorganisaties er veel aan kunnen hebben als ze met de visserij tot goede afspraken kunnen komen waarbij ze elkaars doelen kunnen delen. Vooralsnog heb ik gekozen voor 2.400 km2. Daarmee bereiken we onze doelen, want er komt nog een percentage bij waardoor we boven de 10% komen te zitten. Ik zeg niet dat dit per se het einddoel is en dat er nooit meer wat kan gebeuren, maar als we wat gaan doen, moeten we echt intensiever aan de slag. Ook dat is verdeeld over ministeries. Ik ben bereid om, als de staatssecretaris dat ook interessant vindt, dat te gaan begeleiden en eraan te trekken of om het samen op te pakken, afhankelijk van hoe hij dat ziet. Dat is een eerste stap in deze richting.

De woordvoerder van de Partij van de Dieren zei dat een oplossing is om windmolenparken te sluiten en vroeg of ik dat wil. In de NWP is aangegeven dat er een pilot zou worden gestart. Met mijn collega van EZ ga ik na wat de effecten van doorvaart en medegebruik zijn. We sluiten visserij niet op voorhand uit, maar we kijken ernaar.

(…)

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Er is gevraagd hoe ik het tijdpad voor ogen zie. Het voorstel van de ngo's en de wetenschappers gaat uit van volledige sluiting. In het beleid gaan we uit van verantwoord en duurzaam gebruik van de Noordzee, wat inhoudt dat nog steeds bepaalde vormen van visserij kunnen worden toegestaan in een beschermd gebied, mits er geen schade wordt toegebracht aan de natuurwaarden. In de Mariene Strategie heb ik al aangegeven dat de kabinetsambitie om 10% tot 15% niet noemenswaardig te beroeren, inhoudt dat we overgaan op de 2.400 km2. Dat is een wezenlijke stap, waarbij tegelijk rekening wordt gehouden met ander gebruik. Het is belangrijk dat er een toekomst voor familiebedrijven is om hun boterham te verdienen in de visserij. Ik ga voor eventuele verdere stappen voor de langetermijnstrategie graag in discussie. Dat moet een bredere discussie zijn over de grote maatschappelijke opgave voor de Noordzee na 2020. Die kan onder andere gevoerd worden bij de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Onderwatergeluid


Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Er is gevraagd of onderwatergeluid kan worden meegenomen in de monitoring. Dat is een van de KRM-indicatoren. Onderwatergeluid zal dus worden meegenomen, maar naar de precieze invulling van de indicator loopt nog een Europees onderzoek. Als dat is afgerond, kunnen we zien hoe het wordt meegenomen.

Kustbebouwing

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De discussie over de kust is ontstaan omdat het Rijk het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) wilde veranderen. Het Barro gaat over het kustfundament, een gebied waar we onze bescherming organiseren en dat bestaat uit het strand en het eerste deel van de duinen. Wij wilden daar wat verruiming toestaan, niet om ruimte te creëren voor flats zoals die in België — wat wel veelal als voorbeeld werd gegeven — maar voor bijvoorbeeld parkeergarages zoals die in Katwijk, of voor een beperkt aantal duurzame strandhuisjes, die je daar permanent zou kunnen neerzetten in plaats van dat je ze elk halfjaar moet afbreken. Dat waren onze gedachten, maar die stuitten op ontzettend veel maatschappelijke weerstand. Ik heb daarom in deze commissie de verandering van het Barro bij voorbaat teruggetrokken en gezegd dat ik het niet zal doen.

Ik denk dat de discussie niet eens zozeer ging over het strand. Er zijn immers niet eens heel veel mogelijkheden voor de duinen en het strand, omdat die nog steeds een belangrijke werking hebben in het kader van de waterveiligheid. De discussie is waarschijnlijk vooral tot stand gekomen, omdat gemeenten en provincies allerlei mogelijkheden zagen voor het achterliggende gebied, en dat schaart men in die brede discussie ook onder de kust. Het Barro gaat dus over iets anders dan waar de kustdiscussie nu steeds over gaat. Naar aanleiding van die discussie heb ik aangegeven dat ik gemeenten en provincies zal uitnodigen om samen om de tafel te zitten en te praten over het kustpact. Als de emotie groot is, kan ik wel zeggen dat ik niets meer ga doen en dat iedereen het maar uit moet zoeken, maar daarmee zijn de plannen van de gemeenten en provincies natuurlijk niet ineens van tafel.

(..)

Kan ik toezeggen dat de Zuidwestelijke Delta even goed beschermd zal worden als de Noordzeekust? In Nederland is er al veel geregeld om de natuur te beschermen. Er ligt ook vast wie er over welk deel van de ruimtelijke ordening gaat. Ik gaf net al aan dat we er bij het kustpact voor moeten zorgen dat we niet heel Nederland hetzelfde malletje opleggen. We moeten goed bekijken welke gebieden we willen behouden en in welke gebieden we juist wel willen dat er economische ontwikkeling plaatsvindt, bijvoorbeeld in de vorm van vakantiehuisjes. De Zuidwestelijke Delta maakt deel uit van de plannen in het kustpact, en zal daarin dus ook worden meegenomen.

Wijst iedereen naar de buren? Er werd een werkbezoek van EZ genoemd. Er werd ook gezegd: laat de minister weer centraal staan. Zoals ik al eerder heb gezegd zijn het ruimtelijk beleid en het natuurbeleid gedecentraliseerd. Ik ben ook niet van plan om dat weer terug te halen vanwege deze casus, want het ruimtelijk beleid en het natuurbeleid gaan over veel meer. Ik heb echter wel de regierol genomen door het kustpact voor te stellen. Dat zal ook naar de Kamer komen en uiteindelijk een plek krijgen in de omgevingsvisie. In dat kader neem ik wel de regie. Ik kan mij ook niet voorstellen dat de partijen die met mij aan tafel zitten dat vervolgens niet gaan uitvoeren. Zij hebben daar gewoon een rol in. We zullen dat ook vastleggen in provinciale en gemeentelijke plannen. De provincie Zeeland zegt ook dat zij dat zelf al voor een deel gedaan heeft en dat ook voor de toekomst van belang vindt.