Bijdrage Wassenberg AO Scheep­vaart (mili­eu­cri­mi­na­liteit)


7 december 2017

Dit is mijn eerste debat met deze minister. Het gaat meteen over een heftig onderwerp als milieucriminaliteit. Zoals dinsdag bij de regeling van werkzaamheden werd geopperd door de coalitie, wil ik daar nu mijn spreektijd aan besteden naar aanleiding van het programma Beerput Nederland, dat afgelopen maandag op tv was. Het programma ging over Nederlandse afvalverwerkers die al decennialang de milieuwet overtreden. Naar aanleiding van de documentaire heb ik een aantal vragen aan de staatssecretaris enw een aantal vragen aan de minister. Met de staatssecretaris zullen we er later nog in een dertigledendebat over spreken, dus ik beperk me nu even tot de vragen aan de minister.

Voorzitter. We zagen hoe bedrijven nadat zij soms tientallen veroordelingen voor milieucriminaliteit hadden gehad, doorgingen onder andere namen. Ze werden als het ware omgekat. De naam veranderde, maar de activiteiten bleven dubieus en vaak zelfs frauduleus. Milieuschandalen door chemischafvalverwerkers zijn nog steeds actueel. Zo zouden ook vandaag de dag nog schadelijke stoffen illegaal worden verwerkt bij de productie van stookolie. Volgens de brief die de minister gisteren heeft gestuurd, herkent het Havenbedrijf Rotterdam zich hier niet in. Desondanks vind ik dat de signalen serieus genomen moeten worden. Ik vraag de minister of met de ontkenning van het Havenbedrijf Rotterdam voor haar de kous af is of dat zij nader onderzoek laat doen. Daar zou de Partij voor de Dieren sterk voor pleiten.

Voorzitter. De minister schrijft in haar brief ook over de beperkte capaciteit van de ILT. Dat lijkt mij de achilleshiel van de handhaving. Volgens de documentaire is er namelijk te weinig capaciteit en te weinig expertise om effectief te controleren en in te grijpen als het nodig is. Hoe gaat de minister garanderen dat ernstige milieucriminaliteit wordt opgespoord en bestraft?

Voorzitter, omdat de meeste van mijn vragen naar aanleiding van de documentaire gericht zijn aan de staatssecretaris, wil ik mij hier eventjes toe beperken. Dank u wel.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Van Tongeren vroeg hoeveel fte's er beschikbaar zijn voor de controle van dat mengen. Daar komt een antwoord op. Daar ben ik heel erg benieuwd naar, maar ik wil daar nog iets dieper op ingaan. De minister schrijft in haar brief dat het Havenbedrijf onlangs een samenwerkingsverband is aangegaan met vier organisaties die betrokken zijn bij het opslaan en het mengen van brandstoffen. Dat zijn een aantal organisaties die dat zelf doen of die het opslaan. Is dat eigenlijk niet veel te beperkt? Zouden er bij die samenwerking ook geen artsen, milieudeskundigen en toxicologen betrokken moeten zijn? Die bedrijven hebben zelf ook belang bij een lage prijs, dus het lijkt me heel erg belangrijk dat ook deskundigen van buitenaf mee kunnen kijken als je het transparanter wilt maken.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Op dit moment overvraagt u mij even met de details. We hebben al toegezegd dat er een brief naar de Kamer komt ter voorbereiding op het dertigledendebat. Laten we proberen om daar zo veel mogelijk van de vragen die u nu hebt gesteld in te beantwoorden.