Bijdrage Wassenberg AO Natuur


22 juni 2020

Ik reed vanochtend met de trein vanuit Limburg naar Den Haag. De treinreis duurt ruim 2,5 uur. Je ziet dus veel. Maar op het platteland zie je vooral veel van hetzelfde: veel saaie groene vlaktes, zonder afwisseling, grote velden met Engels raaigras, waar niets anders groeit, laat staan bloeit.

Vlaktes die gestimuleerd worden door zogenaamde vergroeningssubsidies. 90% van de boeren krijgt subsidies voor vergroeningsmaatregelen, las ik vorige maand in Trouw. Maar dat geld gaat niet naar struiken, bomen, bloemen, maar naar die monotone vlakten met Engels raaigras of mais, vlakten die de biodiversiteit VERMINDEREN, omdat er niets anders groeit. Een groene woestijn. Voorzitter, dan kun je de weilanden bij wijze van spreken net zo goed asfalteren en groen schilderen om in aanmerking te komen voor een vergroeningssubsidie. Dat zou absurd zijn, net zo absurd om geld voor vergroening te steken in graslanden die de biodiversiteit verder verminderen.

Voorzitter, is de minister het met mee eens dat dit toch geen vergroening kan heten? En dat vergroeningssubsidies de biodiversiteit niet verder zouden mogen schaden?

Want voorzitter, het gaat al lang slecht met de natuur. Dat weten we al vele jaren. En al jaren wordt dit verergerd door opeenvolgend kabinetsbeleid.

Ik wil dat illustreren. Ik kies als beginmoment 2011, Rutte I: de Ecologische Hoofdstructuur werd geschrapt en vervangen door een uitgeklede versie. En het natuurbeleid werd over de schutting gegooid bij de provincies.

Weg was de landelijke aansturing. Weg waren alle doelstellingen om een robuuste natuur te creëren. Voortaan zou Nederland alleen nog doen waaraan zij wettelijk gehouden was. Geen millimeter méér.

Over die bezuinigingen, die later het Natuurakkoord zouden gaan heten, schreef het PBL: “De voorgenomen bezuinigingen van het Rijk op het natuur- en landschapsbeleid zullen leiden tot een verdere verslechtering van de natuurkwaliteit en de leefomstandigheden voor planten- en diersoorten. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen verplichten Nederland om die achteruitgang te stoppen.”

Voorzitter, hierin staan twee belangrijke zaken 1) de natuurkwaliteit zal door het beleid verder verslechteren en 2) dat is in strijd met juridische verplichtingen die Nederland is aangegaan.

Al die jaren ZAG het kabinet hoe de natuur verder afbrokkelde, verschenen er rapporten, adviezen, studies over de wegkwijnende natuur, over bijen en hommels die verdwenen, hoe bramen en brandnetels alles overwoekerden.

Al die jaren WIST het kabinet ook dat zij juridisch gehouden was aan het beschermen van de natuur, aan het stoppen van de achteruitgang, maar al die jaren haalde het kabinet daar de schouders over op.

Tot 29 mei vorig jaar. De PAS-uitspraak. Het kabinet liet zich verrassen, alsof het niet WIST dat de Vogel- en Habitatrichtlijn spielerei was, vrijblijvend.

Je zou verwachten dat dat een dure les was geweest. Maar nog STEEDS zoekt het kabinet de grenzen op. Neemt het minimale stapjes met zichtbare tegenzin, alleen omdat het van de rechter moet.

Bovendien schrijft de minister dat zij heeft besloten om ALLE Natura 2000 aanwijzingsbesluiten na te lopen om te kijken of daar misschien doelen in staan die niet direct voortvloeien uit de Vogel- en Habitatrichtlijn, met als doel om deze ‘op te schonen’. Dus alleen beschermen waar we juridisch niet onderuit kunnen. En Natura 2000-gebieden die we kunnen schrappen, zonder dat we de rechter in onze nek krijgen, die schrappen we gewoon.

En afgelopen donderdag, in het debat over stikstof, zagen we een staaltje grootgrutters-politiek over hoe Nederland toch zo veel mogelijk kon blijven uitstoten. Desnoods door de tijdelijke verlaging van de uitstoot die door de coronacrisis is ontstaan meteen te gebruiken voor nieuwe uitstoot, ook als dat de natuur verder schaadt.

Onvoorstelbaar. Tientallen jaren heeft Nederland te veel stikstof uitgestoten, met ontwrichtende gevolgen voor de natuur. De rechter dwingt het kabinet nu tot maatregelen. Tot afrekenbare reductie.

Maar als er nu tijdelijk iets minder stikstof wordt uitgestoten door omstandigheden – corona – laat het kabinet zijn ware gezicht zien: het is niet de bedoeling dat de natuur hiermee weer een beetje lucht krijgt, nee, er moet direct gekeken worden of die tijdelijke daling weer ingezet kan worden voor economische ontwikkelingen. Ik kan de minister uit de droom helpen: de uitstootdaling van de afgelopen maanden was een autonome ontwikkeling en kan volgens de Habitatrichtlijn niet ingezet worden voor nieuwe vergunningen. Althans, niet zolang onze natuurgebieden overbelast zijn.

Voorzitter, ik heb een vraag aan de minister: erkent zij dat zij ze met deze kansloze zoektocht naar mogelijk te schrappen natuurdoelen en de belofte te kijken naar het uitgeven van stikstofruimte door de coronacrisis valse verachtingen schept? Wanneer gaat de minister echt staan voor de intrinsieke waarde van de natuur? En vertelt zij Nederland duidelijk dat ‘niet alles kan’ en dat we de natuurbescherming waaraan we ons gecommitteerd hebben nu echt gaan realiseren?

Dan voorzitter: de overheveling van het natuurbeleid van het Rijk naar de provincies in 2011. Nog steeds worden doelen niet gehaald. Ook als het gaat om de verwerving van nieuwe natuur, loopt alles in het honderd. Vrijdag ontvingen we een brief van het IPO, waarin zij schrijft: We gaan de doelstellingen niet halen. We lopen achter, het laaghangend fruit is geplukt, het moeilijkste moet nog komen. 2027 gaat zeker niet lukken.

Opnieuw voorzitter: het Rijk is wel verantwoordelijk voor het voldoen aan de harde verplichtingen in de Vogel- en Habitatrichtlijn en ik vraag haar dus: moet zij de bescherming van planten, dieren en habitats niet gewoon weer onderbrengen bij het Rijk? Om zo meer controle te houden over het halen van de doelen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn? En om natuurgebieden te kunnen verbinden?

Om Natura 2000 gebieden te beschermen is het onvoldoende om ALLEEN naar die afzonderlijke gebieden te kijken. Geïsoleerde natuur leidt tot versneld uitsterven van soorten. Dus je moet natuur verbinden. En kijken naar de milieucondities in de omgeving. En bijvoorbeeld naar het hydrologisch beleid. Ik hoop dat de minister dat met mij eens is. Graag een reactie.

Als laatste voorzitter een punt van zorg: eind vorig jaar heb ik samen met collega Graus een motie ingediend die unaniem werd gesteund, waarin de Kamer de regering verzocht om met gemeenten, provincies en stakeholders een uniforme landelijke richtlijn te ontwikkelen voor vergoedingen aan wildopvangcentra.

Ik begrijp dat de minister daarmee al een tijd aan de slag is. En ik meen dat er ook een brief over komt. Maar corona heeft de boel op scherp gezet. Er worden meer dieren naar de opvang gebracht, er worden meer dieren gewond gevonden, en opnieuw dreigt de wildopvang en ook de dierenopvang en de asielen in de grote problemen te komen. Kan de minister schetsen of zij de signalen ook heeft opgevangen en hoe kan zij helpen?