Bijdrage Wassenberg AO leef­om­geving  14-12-17 (Lucht­kwa­liteit & Mili­eu­cri­mi­na­liteit)


21 december 2017

Dank u wel, voorzitter. Het zal u niet verbazen, of misschien ook wel, dat ik het ook even wil hebben over Beerput Nederland. Ik heb gehoord van de beperkingen voor de leden Kröger en Von Martels. Misschien dat die ook voor mij gelden; dat zou zomaar kunnen.

De voorzitter:
Dat heeft u helemaal goed.

De heer Wassenberg (PvdD):
Daar was ik al bang voor. Ik ben nog relatief nieuw in deze commissie. Ik zit nog in mijn wittebroodsweken, dus ik zal niet meteen in het begin al de hele agenda overhoop halen. Ik begin gewoon keurig met de luchtkwaliteit.

Deze week riepen 169 longartsen op om echt iets te doen tegen ziekmakende lucht. De leden Kröger en Van Eijs spraken er ook al over. Ik citeer uit hun brief. "We zien bijvoorbeeld een bepaald type longkanker opkomen, dat er twintig tot dertig jaar geleden niet was." Luchtvervuiling is volgens deze longartsen zeer ernstig, soms zelfs dodelijk, en wordt bovendien ernstig onderschat. Mijn vraag is: hoe gaat de overheid om met dodelijke luchtvervuiling? De overheid maakt een plan met twee doelen. Enerzijds faciliteert zij extra bedrijfsactiviteiten en maakt zij dus meer ruimte voor vervuiling. Anderzijds probeert zij tegelijkertijd te voldoen aan de norm. Dat extra vervuilen is best goed gelukt, maar we voldoen eigenlijk al twaalf jaar niet aan de luchtkwaliteitsnormen. Dat heeft tot een veroordeling in de rechtbank geleid. Dat was in september. Nu zit er een nieuwe staatssecretaris op de post, dus je zou zeggen: tijd om actie te ondernemen. Maar wij zijn bang dat ze doorgaat op het ingeslagen pad, in strijd met de gerechtelijke uitspraak. Dat is iets waaraan de Partij voor de Dieren haar ook al herinnerde bij het begrotingsdebat. Ik zal dat toelichten.

Het NSL dient een lijst te bevatten met alle knelpunten. Per knelpunt moeten er specifieke oplossingen aangegeven worden en een concreet tijdpad geschetst worden. Maar drie maanden na het vonnis is die lijst er nog altijd niet. Dat brengt me op het tweede punt van het vonnis dat de staatssecretaris nog altijd negeert. Zij moet namelijk op de kortst mogelijke termijn voldoen aan de grenswaarden voor fijnstof en stikstofoxiden. De regering heeft twaalf jaar de tijd gehad en nu komt het ineens allemaal te snel. Het voorstel is om met een plan te komen in de zomer van 2018. De uitwerking van dat plan komt dan eind 2018. In 2019 hebben we dan hopelijk eindelijk schone lucht. Maar het vonnis eist schone lucht op de kortst mogelijke termijn. Van september 2017 — dat was het moment van het vonnis — tot ergens in 2019 kunnen wij toch onmogelijk "de kortst mogelijke termijn" noemen?

Er is al gesproken over knelpunten bij veehouderijen. Volgens de Partij voor de Dieren zijn die oplosbaar. Het kabinet moet ervoor zorgen dat de dieraantallen omlaaggaan, want alle andere oplossingen als luchtwassers en noem maar op, zijn uitgeprobeerd en hebben gefaald.

Voorzitter. Het is een ongeschreven regel dat de rechtbank de overheid geen dwangsom oplegt omdat de overheid het vonnis altijd gegarandeerd uitvoert. Ik hoop echt dat de staatssecretaris het vonnis zal uitvoeren, liefst snel. Graag een reactie daarop.

Ik heb al aangekondigd dat ik iets wil zeggen over de documentaire Beerput Nederland. De staatssecretaris is in het verleden twee of misschien zelfs drie keer uitgeroepen tot groenste politicus van het jaar. Ik zou het heel fijn vinden als zij die titel een vierde keer krijgt. Dat kan als zij hier echt actie op gaat ondernemen. De uitzending zal zij gezien hebben en die zal haar zeker niet onberoerd hebben gelaten. Ik heb hier met heel veel mensen over gesproken en veel mensen hebben ons hierover gemaild. Wat daaruit sprak was echt heel grote verbazing, verontwaardiging en zelfs echte woede over wat er allemaal gebeurd is, en vooral over de duur van de periode, namelijk tientallen jaren. Ik hoor heel graag hoe de staatssecretaris een einde gaat maken aan die langdurige illegale praktijken. Hoe gaat zij de onderste steen boven krijgen? Vooral hoor ik graag, net als mevrouw Kröger, hoe in de toekomst voorkomen gaat worden dat veroordeelde bedrijven of personen ook maar de geringste invloed hebben op ook maar een punt of een komma in een nieuwe wettekst.

Ten slotte hoor ik graag van de staatssecretaris wat zij gaat doen met het advies van de commissie over geur bij veehouderijen, omdat opnieuw duidelijk wordt dat de schadelijke gezondheidseffecten van de vee-industrie enorm groot zijn.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Ik zie de heer Von Martels naar de microfoon gaan, dus ik denk dat hij een interruptie heeft.

De heer Von Martels (CDA):
U moet zelf maar aangeven of dit bij een andere commissie thuis hoort, voorzitter, want mijn vraag gaat over de input die ik net hoorde over dieraantallen. Volgens mij gaat dat ook over LNV. Ik vind het jammer als je daarover begint, want het slaat de discussie dood. Dat moet dan de uitkomst van de discussie zijn, terwijl er heel veel mogelijkheden zijn om op andere goede manieren en met inventieve maatregelen tot een uitkomst te komen. Is dit een pleidooi voor een quotum van eendagsvliegen of wat bedoelt u met het aantal dieren dat op hetzelfde niveau moet blijven? Laten we de discussie die in de toekomst nog heel vaak gaat plaatsvinden niet doodslaan met z'n allen. Er zijn volgens mij meer mogelijkheden.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik hoorde eigenlijk maar één vraag: op welke dieren heeft dit betrekking? Ik zou zeggen op kippen, koeien en varkens; om te beginnen. De heer Von Martels vindt het jammer dat we over dieraantallen gaan praten. Hij zei dat er heel veel inventieve manieren zijn. Misschien wijst hij op de luchtwassers, maar die zijn fraudegevoelig, kosten heel veel energie en helpen eigenlijk ook niet. Bovendien kunnen ze bij stalbranden, waarover we de laatste maanden helaas ook iets te veel hebben gesproken, de effecten heel snel versterken, omdat zo'n brand door de luchtwassers veel sneller om zich heen kan slaan. In mijn betoog heb ik gezegd dat er al heel veel is geprobeerd, maar dat het niet heeft geholpen. Misschien moeten we toch een keer kijken naar het aantal dieren dat gehouden kan worden. We hebben het over geurhinder en luchtkwaliteit. Als alle maatregelen niet helpen, dan zullen we moeten kijken naar de dieraantallen. Geen eendagsvliegen, maar kippen, koeien en varkens.

Beantwoording bewindspersoon

Dan kom ik meteen bij het concrete punt over de rechtszaak en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Uiteraard voeren wij dat vonnis uit. Er wordt echt gewerkt aan het aanpakken van die knelpunten en dat doen we, meneer Wassenberg, zo snel mogelijk. Als je bij mensen in de straat de hele verkeerssituatie gaat wijzigen omdat er via een rotonde of tunnel minder uitstoot is dan bijvoorbeeld via een stoplicht, zitten daar ook ruimtelijkeordeningsvraagstukken aan, waar normale infraprocedures voor gelden. Ik zou heel graag willen dat we snel kunnen zijn, maar we moeten het ook zorgvuldig doen. De rechter heeft ons niet gevraagd om zo snel te zijn, dat we onzorgvuldig worden. Daar wil ik me dus wel aan houden. De aanpassing van het NSL komt ook nog naar de Tweede Kamer. Ik spoor u graag aan om het dan heel snel op de agenda te zetten. Laten we met elkaar proberen — dat is mijn pleidooi; dat wil ik de heer Wassenberg vragen — om het zo snel mogelijk te doen, binnen alle reële termijnen van zorgvuldigheid die we daarvoor hanteren. Dat is zeker mijn inzet.

De voorzitter:
Gezien de tijd sta ik drie interrupties per fractie toe. De heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren geef ik graag het woord.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik ben het met de staatssecretaris eens. Ik geloof ook wel dat er iets gebeurt, maar die uitspraak was er begin september — 7 september, als ik het goed heb — en de concrete plannen zijn er eigenlijk pas twee jaar later. Dan kan de staatssecretaris toch ook niet anders zeggen dan dat dat best wel lang duurt? De kortst mogelijke termijn is toch wel iets sneller dan twee jaar?

Staatssecretaris Van Veldhoven:
Laten we met de heer Wassenberg de ambitie uitspreken dat we het zo snel mogelijk doen, want dat is dan ook de kortst mogelijke termijn. Als u ergens ruimte ziet om het een tandje sneller te laten verlopen, dan hoor ik dat graag en als ik ergens ruimte zie om het snel te behandelen met u — nogmaals: het komt terug in de Tweede Kamer — dan ben ik daar ook graag toe bereid. We moeten wel zorgvuldig zijn, maar ik deel de urgentie van de heer Wassenberg. Laten we proberen die knelpunten zo snel als de zorgvuldigheid ons toestaat, weg te halen. Ik ben graag bereid tot alles wat we aan versnelling kunnen realiseren met elkaar.

(…)

Staatssecretaris Van Veldhoven:
We moeten wel middel en doel goed blijven scheiden. Het doel van de rechter is dat de norm gehaald wordt; dat is ook voor de gezondheid van belang. Het gaat niet specifiek om het middel waarmee we dat doel halen. Wij gaan ervoor zorgen dat we de luchtkwaliteitsproblemen in de binnensteden oplossen. Daarvoor gaan we doelmatige maatregelen treffen. Natuurlijk gaan we goed kijken waardoor die knelpunten ontstaan. Maar het lijkt alsof mevrouw Kröger zegt: vooropstaat dat de snelheid een factor is waarvoor aan de knop gedraaid moet worden. Voor de gezondheid gaat het er meer om — ik ben blij dat we dat met elkaar eens zijn — dát de norm gehaald wordt in plaats van hoe die gehaald wordt. Als ik het plan in het voorjaar ter consultatie aanbied — tegen de heer Wassenberg zeg ik dus dat dat plan er in het voorjaar ligt — kijkt u daar dan goed naar, kijkt u goed naar de analyses die gemaakt worden. We hebben specifiek een heel traject met de Kamer om over al dit soort punten nog meer in detail te spreken wanneer de plannen er liggen. Dat is misschien het moment om er meer in detail op in te gaan.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik begreep dat de staatssecretaris klaar is met het blokje "luchtkwaliteit". Daar heb ik nog een vraag over. Ik heb nog een vraag over de relatie tussen de luchtkwaliteit en de veehouderij. Het artikel in De Groene Amsterdammer is al een paar keer genoemd. Daar staat in dat de uitstoot van fijnstof in 25 jaar met 30% is toegenomen in de landbouw, maar dat die in de pluimveesector meer dan verdubbeld is. Volgens het Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid wonen 1 miljoen Nederlanders binnen een kilometer van een pluimveebedrijf. Dit is dus echt een groot probleem voor de luchtkwaliteit. Ik weet dat we niet met de minister van Landbouw praten, maar met de staatssecretaris van IenW, maar ik heb toch een vraag. Er is een groot gezondheidsprobleem. Dat monster van de intensieve veehouderij proberen we al 25 jaar te temmen en dat lukt maar niet. Sterker nog, het probleem wordt dus groter als je kijkt naar de luchtkwaliteit. Alles is geprobeerd, behalve reductie van de veestapel. Nogmaals, ik weet dat we niet met de minister van Landbouw praten, maar is dat een no go? Is dat een taboe, of zegt het kabinet dat alles bespreekbaar is en dat als we het monster niet op een andere manier kunnen temmen, we dat dan gaan doen door aantallen dieren terug te dringen?

Staatssecretaris Van Veldhoven:
LNV en IenW zijn in overleg met de sector over het maatregelenpakket met als uitgangspunt de Kamerbrief van 1 juni. Maar er is ook opdracht gegeven voor een onderzoek dat nodig is voor een aanscherping van de emissie-eisen. Dus we gaan in kaart brengen wat maatregelen zijn die je kunt nemen. Ook hier is het onderscheid met wat het effect is dat je wilt bereiken, want als we zeggen dat we gaan sturen op gezondheid, moeten we eerlijk durven kijken naar alle bronnen. Ook bij de intensieve veehouderij is bekend dat daar knelpunten zitten. Naar de vraag hoe je het gaat oplossen ga ik samen met de minister van LNV natuurlijk heel zorgvuldig kijken, want je wilt ook dat de mensen die in deze sector hun brood verdienen en die daar hard werken, daar ook op een goede manier mee omgaan. Dus we zullen dat samen op een zorgvuldige manier moeten doen.

Daarbij komt ook kijken — ik weet dat de heer Wassenberg dan nog een heel andere oplossing heeft — dat er soms spanning zit tussen wat je graag zou willen vanuit dierenwelzijnsoogpunt en wat je graag zou willen vanuit het milieu-effectoogpunt. Dat is ook een spanning die in het kiezen van de oplossingen in dit hele dossier dus wel moet worden meegenomen.

Binnen al deze kaders zullen we dus een oplossing moeten vinden. Dat doe ik natuurlijk graag samen met de collega van Landbouw, want dit is echt iets wat noch zij, noch ik alleen kan doen.

De voorzitter:
Een vervolgvraag van de heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):
Twee opmerkingen en een vraag. De staatssecretaris zegt dat milieu en dierenwelzijn niet altijd goed samengaan, daar zit een spanning tussen. Dat is maar zeer de vraag. Want die spanning bestaat alleen omdat dit soort gigantische aantallen dieren worden gefokt, grootgebracht en vetgemest in Nederland. Op het moment dat we de dierenaantallen terugbrengen, zul je zien dat dierenwelzijn wel heel goed samengaat met milieu. Dus ik wil vragen of dat ook wordt onderzocht.

Verder zegt de staatssecretaris dat we nieuw onderzoek laten doen, maar over dat monster van de vee-industrie, dat maar niet te temmen is, zijn in de afgelopen decennia zo veel rapporten verschenen dat je daarmee de hele Tweede Kamer kunt behangen. Dus ik weet niet of we op zich op nieuw onderzoek zitten te wachten, maar ik noem het toch. Dit monster moet echt getemd worden en met een nieuw rapport tem je het volgens mij niet. Dus mijn vraag aan de staatssecretaris is: is een reductie van de veestapel een van de opties die worden besproken? Uiteindelijk ga je natuurlijk ook kijken hoe dat in de sector landt. Ik denk dat een reductie van de veestapel onontkoombaar is.

Staatssecretaris Van Veldhoven:
Ik constateer allereerst dat monsters populair zijn in dit najaar: het filemonster, nu het veehouderijmonster en misschien het luchtkwaliteitsmonster. We kunnen nog van alles bedenken. Maar de kern van de vraag hier is natuurlijk: is het kabinet bereid om gewoon goed te kijken naar wat er nodig is om het doel, namelijk verbetering van de luchtkwaliteit, aan te pakken? In de breedte is het antwoord daarop ja.

En is er een dogma? Nee, er is geen dogma, want dit kabinet heeft in het regeerakkoord zelfs geld uitgetrokken, bijvoorbeeld om te kijken of in de varkenshouderij op de een of andere manier ook een uitkoopregeling onderdeel zou kunnen uitmaken van een maatregelenpakket. Daarmee is het dus geen dogma. Ik wil ook niet zeggen dat dit de eerste oplossing is waar wij nou voor moeten kiezen. Want het zijn ook ondernemers en gezinnen die daar hun brood mee verdienen en die er hun leven in hebben. Het gaat er dus niet om welk middel je kiest, maar wat het effect is dat je bereikt. Maar het is bekend dat er knelpunten zijn in de veehouderij en dat we daarvoor ook serieus met elkaar naar een oplossing moeten zoeken is heel helder.

De technologie ontwikkelt zich ook steeds verder en daarom is onderzoek toch elke keer weer nuttig om te kijken of dat weer tot nieuwe inzichten leidt. Dat doe ik nu samen met de collega van LNV en we komen daar dus bij u op terug.

(…)

Beerput Nederland

De heer Wassenberg (PvdD):
De staatssecretaris zegt dat bij de consultatie honderd procent van de bedrijven is uitgenodigd en dat daar ook bedrijven bij waren, ook de veroordeelde bedrijven, die wel kennis hebben over hoe je afval kunt gebruiken en hoe je daar iets van kunt maken. Maar ik ben bang dat die veroordeelde bedrijven er zelfs in slagen om van afgewerkte stookolie drinkwater te maken. Dat is het probleem. Ik vraag me af of dat kennis is waar we op zitten te wachten. Dus ik denk toch dat de overheid wat terughoudender moet zijn in het uitnodigingsbeleid. We hebben het ook niet over bedrijven die één keer zijn veroordeeld, maar volgens het programma gaat het om tientallen, in sommige gevallen zelfs honderden overtredingen. Dus het zijn echt recidivisten. Het grootste probleem dat ik ook heb begrepen uit die uitzending was dat het allemaal achter gesloten deuren plaatsvond en dat de programmamakers er met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur achter zijn gekomen. Dus misschien kan de staatssecretaris er nog in de brief op ingaan waarom dit allemaal achter gesloten deuren plaatsvindt en of dat niet gewoon in het vervolg in de grootste transparantie moet plaatsvinden. Dit is dus eigenlijk meer een opmerking om te verwerken en later op terug te komen.

De voorzitter:
Deze opmerking kan de staatssecretaris natuurlijk meenemen. Ik geef haar nu het woord voor het vervolg, dan kan zij verder gaan.

Staatssecretaris Van Veldhoven:
Ik neem deze punten inderdaad graag mee in de brief waar ik mee kom. Dan kunnen wij daar inderdaad integraal verder over spreken met alle woordvoerders die daar allemaal opmerkingen over wilden maken. De enige opmerking die ik nu heb gemaakt was om even heel duidelijk het punt te markeren dat wij hier met elkaar gaan over de wetgeving. En dus stellen wij uiteindelijk ook vast: vinden we dit beter of niet beter voor het milieu? We maken daarin hier onze afwegingen. Daarnaast is alle zorgvuldigheid in de voorbereiding van belang. Daarover gaan we nog verder met elkaar spreken, ook of we waarborgen daarin voldoende vinden en hoe we die waarborgen voor de toekomst eventueel willen versterken. Dat gesprek gaan we met elkaar voeren, maar wij maken hier de wet. Daarover mag helemaal geen misverstand zijn.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik kijk ook uit naar de brief over Beerput Nederland. Ik heb daar zelf in mijn bijdrage niet zo heel veel over gezegd omdat ik nog aan het wachten ben op meer duidelijkheid daarover. Ik ben wel blij dat de staatssecretaris het dilemma zelf schetst. Ik ben benieuwd wat er voor advies gaat komen van haar collega van JenV. De documentaire benadrukt voor mij in ieder geval de noodzaak tot echt circulair werken. Wat dat betreft ben ik het niet helemaal eens met de heer Wassenberg, die vroeg: waarom praten zij mee, we kunnen toch niet overal drinkwater van maken? Nee, dat kan wellicht niet, maar ik denk toch dat ons uiteindelijke doel moet zijn dat we dingen niet meer lozen of opstoken maar hergebruiken. Ik hoop dat dit er ook uitkomt als uiteindelijk doel.

Tweede termijn

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. Allereerst vraag ik alvast een VAO aan. Ik heb net heel kort contact gehad met collega Kröger. Ik wil dat niet vergeten, dus ik heb dat nu gedaan.

Ik heb eigenlijk nog maar één vraag aan de staatssecretaris, maar ik neem heel even een aanloopje, als u mij dat permitteert.

De voorzitter:
Ik wil even op dat VAO ingaan. Als dat gaat over de onderwerpen die op de agenda staan, dan lijkt mij dat goed. Maar als het over de Beerputaffaire gaat, dan wil ik opmerken dat daarover al een dertigledendebat is gepland. De brief komt voor dat debat, zodat we die daarin kunnen behandelen, anders is het wat lastig voor de collega's die hier vandaag niet aanwezig zijn. Ik geef het woord aan de heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
We behandelen vanmiddag de begroting, waar we eventueel ook een motie kunnen indienen over Beerput Nederland. Het betreft een VAO over de onderwerpen die vandaag op de agenda stonden, behalve Beerput Nederland.

De staatssecretaris van IenW gaat om tafel zitten met de minister van LNV om onder andere te spreken over de relatie tussen luchtkwaliteit en landbouw. Dat is heel belangrijk, want het gaat om de volksgezondheid. Mijn vraag is: wordt de minister van VWS daarbij betrokken? Ik zei net dat er 1 miljoen mensen op 1 kilometer afstand wonen van een pluimveebedrijf. De Groene Amsterdammer schrijft dat er 5.000 mensen voortijdig sterven door de uitstoot van fijnstof, uiteraard niet alleen door de vee-industrie maar door alles. Het lijkt mij heel erg belangrijk dat ook de minister van VWS daarbij zit. Het is zo belangrijk dat ook het monster van de vee-industrie wordt getemd. Als daar een tripartiet overleg voor nodig is, dan moet dat maar, lijkt mij. Ik wil daar graag een antwoord op.

De brief over Beerput Nederland komt eraan. Ter geruststelling van de heer Wassenberg wil ik nog iets kort opmerken. Hij zei dat oliebedrijven drinkwater maken van een afvalproduct, maar het RIVM zat daar ook aan tafel, net als TNO en de ILT. Het risico dat hij schetste, willen we natuurlijk niet. Dat wil niemand. We komen hier nog verder over te spreken, maar die geruststellende gedachte wil ik hem toch alvast meegeven.

De heer Wassenberg (PvdD):
Het was eigenlijk vooral bedoeld om te melden dat er bedrijven zijn met bepaalde kennis waar we misschien niet op zitten te wachten.

Staatssecretaris Van Veldhoven:
Ik stel voor dat we het verdere inhoudelijke debat voeren op basis van de brief.

Meneer Von Martels zei dat we de verduurzaming van de veehouderij moeten baseren op wetenschappelijk objectiveerbare criteria. Dat moet natuurlijk altijd de basis zijn voor ons beleid. Dat geldt voor zowel geur als fijnstof en alle andere aspecten. We moeten goed kijken wat de basis is, wat de oplossingen zijn en of die al dan niet werken. Ik ben blij dat hij de aanpak op het gebied van de luchtkwaliteit steunt. Ik zeg misschien een klein beetje ondeugend tegen de heer Von Martels dat dit ook voor elektromagnetische straling geldt. Er kan sprake zijn van onrust, maar ook daarbij moeten we ons natuurlijk baseren op wetenschappelijke rapporten. Ik beloof hem dat dit ook voor mij het uitgangspunt is. Daarom wacht ik ook op het advies van de Gezondheidsraad over de luchtkwaliteit. We moeten de basis goed op orde hebben om effectief en verstandig beleid te kunnen voeren, maar we mogen tegelijkertijd onze ogen niet sluiten. Vandaar dat er een langlopend onderzoek plaatsvindt naar elektromagnetische straling.

Meneer Wassenberg vroeg of VWS ook wordt betrokken bij de gesprekken over de landbouw. Uiteraard wordt VWS daarbij betrokken.

Voorzitter, ik denk dat ik daarmee alle vragen heb beantwoord.

De voorzitter:
Daarmee komen we aan het einde van dit algemeen overleg. Er is een VAO aangevraagd met als eerste spreker de heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren. Er zijn een aantal toezeggingen gedaan door de staatssecretaris die zij in briefvorm naar de Kamer zal sturen. Er zijn meer toezeggingen gedaan, maar die staan misschien niet specifiek in een brief en komen bijvoorbeeld te zijner tijd. Die noem ik hier niet op; dat u dat eventjes weet.

In 2019 zal de staatssecretaris het herijkte Beleidskader infrastructuur voor alternatieve brandstoffen aan de Kamer sturen. Indien mogelijk zal zij dit eerder doen.