Bijdrage Wassenberg AO Gewas­be­scher­mings­mid­delen (Land­bouwgif) 18 feb 2016


18 februari 2016

De heer Wassenberg (PvdD): Voorzitter. Nederland staat wereldwijd op de derde plek als het gaat om het gebruik van landbouwgif. Misschien nog wel hoger, want Greenpeace onthulde deze week dat de verkoopcijfers minstens twee keer zo hoog liggen als de cijfers van het CBS. Voor glyfosaat ligt het zelfs vijf keer zo hoog. Al jarenlang vraagt de Partij voor de Dieren om cijfers over de verkoop van landbouwgif, maar het ministerie houdt deze angstvallig geheim en stelt daarmee de belangen van producenten en gebruikers van dat gif boven de belangen van de volksgezondheid en een gezond milieu. Waarom houdt de staatssecretaris deze cijfers geheim? Gaat hij dat veranderen?

Het hoge gifgebruik in ons land heeft namelijk desastreuze gevolgen. Allereerst voor de insecten die van de bloemen eten, waarna het gif hun centrale zenuwstelsel aantast, maar ook voor vogels die door de insectensterfte onvoldoende voedsel vinden, of die door het gif aangetaste insecten eten en daardoor zelf sterven. Ook waterorganismen verdwijnen. Er zijn ook gevolgen voor het drinkwater. Het kost drinkwaterbedrijven namelijk steeds meer moeite om veilig drinkwater te garanderen. En last but not least is het desastreus voor mensen die om de akkers waar gif wordt gebruikt heen wonen, en voor hun kinderen die daarlangs naar school moeten fietsen. Ziekten als alzheimer en parkinson worden in verband gebracht met het hoge gebruik van landbouwgif.

Dat moet anders en dat kan ook anders. Biologische en agro-ecologische boeren over de hele wereld laten zien dat een landbouwsysteem zonder kunstmest en zonder landbouwgif robuust en vitaal kan zijn, met hoge opbrengsten door slim gebruik te maken van de natuur in plaats van de natuur dood te spuiten.

De staatssecretaris wil dat het gebruik van imidacloprid in de glastuinbouw wordt verboden. Dank daarvoor. Graag ook zo snel mogelijk dan. Zo'n verbod blijkt echter lastiger dan we zouden willen. Bovendien moeten we voorkomen dat het ene gif vervangen wordt door het andere gif. Hoe gaat de staatssecretaris daarvoor zorgen? Het moet gemakkelijker worden om op nationaal niveau landbouwgif en middelen voor particulieren te beperken of te verbieden. Het is te gek voor woorden dat zelfs het gebruiksverbod voor particulieren van glyfosaat nu later in werking zal treden, terwijl de Kamer nota bene een algeheel verbod op het gebruik van dit schadelijke gif door particulieren wil. Landen moeten zelf beslissen over de gifsoorten die ze wel of niet toelaten. Te vaak horen we nu, als de Kamer zich uitspreekt om metam-natrium, neonicotinoïden, schimmelbestrijdingsmiddelen of glyfosaat te verbieden, dat dit niet mag van Brussel. Is de staatssecretaris het met de Partij voor de Dieren eens dat het gemakkelijker moet worden om op nationaal niveau maatregelen te treffen? Is hij bereid om dit punt aan te kaarten bij de Europese Commissie en daarvoor steun te verwerven bij andere lidstaten?

Het beleid is zo dat er pas gespoten mag worden met landbouwgif als de inzet van preventieve maatregelen en milieuvriendelijke middelen onvoldoende helpt. Voor zover wij na kunnen gaan, wordt daar niet of nauwelijks op gehandhaafd en is de gangbare landbouwpraktijk voor een groot deel nog steeds gericht op het gebruik van gif, ook voordat er sprake is van ziekte of schade. Hoe intensief wordt er gehandhaafd op het gebruik van gif zonder noodzaak? Hoeveel procent van de zaden en bollen wordt er behandeld zodat de hele plant giftig wordt voor insecten? Als de staatssecretaris achter zijn eigen beleid staat, moet hij ook voor handhaving zorgen. Dan moet er dus een verbod komen op de preventieve toepassing van landbouwgif en handhaving van geïntegreerde gewasbescherming. Graag krijg ik hierop van hem een reactie.

In AGRAFACTS lezen we dat er op 7 maart gestemd gaat worden in het ambtelijk Standing Committee over de hernieuwde toelatingsaanvraag voor glyfosaat. Dit gevaarlijke bestrijdingsmiddel dat hormoonverstorend en volgens de Wereldgezondheidsorganisatie waarschijnlijk kankerverwekkend is, mag onder geen beding weer opnieuw tien jaar op de Europese markt worden toegelaten. Zullen de Nederlandse ambtenaren tegen deze toelating stemmen? Ik overweeg een motie op dit punt bij het aangekondigde VAO.

Mevrouw Lodders (VVD): De heer Van Wassenberg pleit voor een nationale bevoegdheid om van alles maar toe te staan. Is hij het met de VVD eens dat regels juridisch getoetst moeten worden om enige zekerheid te bieden aan ondernemers, consumenten en andere organisaties? Of laat de Partij voor de Dieren de juridische haalbaarheid achterwege?

De heer Wassenberg (PvdD): Als de hele of een groot deel van de Kamer zich uitspreekt tegen die landbouwgiffen, kan het niet zo zijn dat we het niet doen omdat het niet mag van Brussel. Een land moet ook een eigen bevoegdheid hebben. Ik vraag de staatssecretaris daarom draagvlak te vinden in Europa om ervoor te zorgen dat Nederland niet weerhouden wordt door Brussel in het verbieden van gevaarlijke landbouwgiffen.

Mevrouw Lodders (VVD): Volgens mij maakt Nederland nog steeds deel uit van Europa en dat is een groot goed. Er is een heel aantal afspraken. Ik vind dat de heer Van Wassenberg heel gemakkelijk voorbijgaat aan de juridische houdbaarheid. Als wij een voorgenomen besluit nemen, is het misschien wel heel verstandig om het besluit voor te leggen aan de landsadvocaat om dat soort zaken te toetsen. Is de heer Van Wassenberg dat met mij eens? Die vraag zou ik tegelijkertijd ook aan de staatssecretaris willen stellen. Dit gaat over het imidaclopriddossier.

De voorzitter: Mevrouw Lodders, het is Wassenberg, niet Van Wassenberg. Hij behoort niet tot de adelijke, maar tot de arme tak.

Mevrouw Lodders (VVD): Helaas. Excuses.

De heer Wassenberg (PvdD): Dank voor deze correctie. Dat van die arme tak had u niet hoeven zeggen, maar het is wel correct. Nu ben ik wel even van mijn à propos. We zitten inderdaad in de Europese Unie. Nu kun je daar als land nog niet van afwijken. Daarom heb ik aan de staatssecretaris gevraagd of dit niet raar is en of hij draagvlak kan zoeken in Europa om als land de nationale bevoegdheid te hebben en te houden om bepaalde stoffen of gevaarlijke giffen, die de Tweede Kamer niet in Nederland wil, te verbieden. Dat was alles wat ik vroeg.

De voorzitter: Er is nog een interruptie van professor Dijkgraaf.

De heer Dijkgraaf (SGP): Dank, voorzitter Grausch met "ch". De heer Wassenberg zei aan het begin van zijn betoog dat er geen afzetcijfers van landbouwbestrijdingsmiddelen zijn en dat de staatssecretaris ze al jaren geheimhoudt. Is de heer Wassenberg bekend met compendiumvoordeleefomgeving.nl, waar deze cijfers al jarenlang gewoon te downloaden zijn?

De heer Wassenberg (PvdD): Dat zijn niet de verbruikscijfers van wat in Nederland gewoon verkocht wordt. Greenpeace heeft die achterhaald. Dat is met veel moeite gepaard gegaan. Wij willen de totale verkoopcijfers in Nederland. Die zijn niet te vinden.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik raad de heer Wassenberg aan eens op die site te kijken. Daar staan de afzetcijfers op, voor zover ik begrepen heb. Laat ik de vraag anders stellen. De staatssecretaris heeft zojuist een brief gestuurd met de statistische uitleg over de verschillen. Er wordt niets onder het tapijt geveegd. Die cijfers zijn gewoon bekend. De verschillen die er zijn, zijn statistisch te verklaren. Kan de heer Wassenberg het inhoudelijke probleem duiden in plaats van statistische wonderen ten tonele te voeren?

De heer Wassenberg (PvdD): De cijfers van het CBS zijn niet te vergelijken met de verkoopcijfers. Die worden voor een belangrijk deel gebaseerd op enquêtes. Het gaat om het verbruik. Het gaat alleen om bedrijven, niet om de overheid of om particulieren. Wij zijn geïnteresseerd in het gebruik van die giffen in Nederland, niet alleen in wat er met enquêtes van het CBS achterhaald kan worden bij bedrijven.

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken

Staatssecretaris Van Dam: (…) De heer Wassenberg vroeg of wij bij de stemming over de toelating van glyfosaat, op 7 maart, gaan tegenstemmen. Wij baseren ons stemgedrag in het Standing Committee op het advies van de EFSA, die stoffen beoordeelt, en de risicobeoordeling van het Ctgb. Als deze autoriteiten tot de conclusie komen dat goedkeuring en toelating mogelijk is na beoordeling op grond van het recentste toetsingskader en de wetenschappelijke stand van zaken, dan volgen wij dat advies.

(…)

Staatssecretaris Van Dam: De heer Wassenberg vroeg hoe intensief er wordt gehandhaafd in het geval van gewasbescherming. Hoeveel zaad wordt er bijvoorbeeld behandeld? Handhaving vindt plaats op basis van risico, zoals we eigenlijk op alle terreinen doen. We hebben in het kader van het verbeterplan voor de NVWA herhaaldelijk gesproken over risicogericht toezicht.

Geïntegreerde gewasbescherming is een van de pijlers van het gewasbeschermingsbeleid. Daarbij kunnen ook middelen worden ingezet die toegelaten zijn. Het kan zijn dat de totale milieulast van kleine hoeveelheden gewasbeschermingsmiddelen in een vroeg stadium, bij zaadbehandeling bijvoorbeeld, minder schadelijk is bezien over de hele teeltcyclus dan wanneer er later gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. De heer Wassenberg vroeg om een verbod op de preventieve toepassing van dergelijke gewasbeschermingsmiddelen. Maar het zou juist voor het milieu weleens heel goed kunnen zijn dat dergelijke middelen juist preventief worden gebruikt, omdat er daardoor effectief minder van worden gebruikt.

(…)

De heer Wassenberg (PvdD): Dank voor het antwoord. De staatssecretaris zegt dat er handhaving plaatsvindt op basis van de risicobeoordeling, maar mijn vraag is niet op basis waarvan wordt gehandhaafd, maar of er in de praktijk überhaupt wordt gehandhaafd? Hoe is de praktijk?

Staatssecretaris Van Dam: Vanzelfsprekend wordt er in de praktijk gehandhaafd. Is dat wat u bedoelt? Wordt er gehandhaafd? Ja, er wordt gehandhaafd.

De heer Wassenberg (PvdD): Hoeveel overtredingen worden er dan geconstateerd? Daar gaat het om.

Staatssecretaris Van Dam: In het algemeen, bedoelt u? Als ik het goed begrijp, wilt u een rapportage over hoeveel overtredingen er worden geconstateerd bij gewasbeschermingsmiddelen. Ik zal een totaaloverzicht daarvan toesturen. Ik zou u zelfs ter plekke door al die cijfers heen kunnen nemen, maar ik denk niet dat u dat graag wilt.

De voorzitter: Nee, dat kan schriftelijk. Wanneer gaat u die ongeveer toesturen? Dan kunnen we daar rekening mee houden.

Staatssecretaris Van Dam: Wij zullen dat overzicht aan de Kamer toezenden zodra we dat hebben. Dat zal op niet al te lange termijn zijn.

Staatssecretaris Van Dam: Ik neem aan dat de heer Wassenberg graag de meest actuele gegevens wil. Ik denk dat het voor de zomer kan.