Bijdrage Wassenberg AO Duur­zaamheid en Milieu 28 januari 2016


17 februari 2016

Duurzaamheid in het onderwijs

Voorzitter. Een duurzame samenleving begint op school. Ruim 40 jongerenorganisaties tekenden eind 2014 het verdrag Duurzaamheid in het onderwijs. Dankzij een aangenomen motie van de PvdD is de regering met een voorstel gekomen hoe duurzaamheid een integraal onderdeel kan worden van het lespakket. Dat leverde allereerst een rapport op dat een overkoepelend beeld geeft van de stand van zaken van duurzaamheid in alle geledingen van het onderwijs. Bij dezen bedank ik de staatssecretaris daarvoor. In het rapport lees ik positieve ontwikkelingen, maar vooral ook dat er nog flinke slagen gemaakt moeten worden alvorens duurzaamheid een integraal onderdeel van het onderwijs zal vormen. Of, zoals de staatssecretaris het zelf samenvat: "Uit het onderzoek blijkt dat scholen en instellingen weliswaar vaak aandacht besteden aan aspecten van natuur, milieu en duurzaamheid, maar dat dit ad hoc gebeurt en dat er een versnipperde ondersteuning plaatsvindt vanuit bestaande en nieuwe netwerken, waardoor de structurele implementatie geen gelijke ontwikkelingen laat zien. Slechts een klein gedeelte van de scholen en instellingen is systematisch met duurzaamheid bezig." Ik haal een van de conclusies van de onderzoekers aan: "Er is in Nederland te weinig aansluiting tussen onderwijs en de uitdagingen van morgen."

Mijn fractie vindt het belangrijk dat het kabinet in zijn beleidsreactie duurzaamheid in het onderwijs een belangrijke beleidsopgave zegt te vinden en duurzaamheidseducatie op verschillende manieren ondersteunt. De staatssecretaris verwijst naar een opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan het Platform Onderwijs2032 om onder leiding van Paul Schnabel met een visie te komen over hoe we het onderwijs toekomstbestendig maken. Voor onderwijs en duurzaamheid is vooral kritisch en onafhankelijk denken cruciaal, maar juist op dat onderdeel stelt het eindadvies van de commissie-Schnabel teleur. Duurzaamheid wordt slechts marginaal genoemd in het eindadvies en de voorzichtige aanpak van curriculumhervormingen doet geen recht aan de onvermijdelijke transitie naar een duurzamere samenleving. Kritisch en onafhankelijk denken wordt niet aangemoedigd, terwijl dit juist zo cruciaal is. Arjen Wals, hoogleraar Sociaal Leren & Duurzame Ontwikkeling aan de Universiteit van Wageningen, doet onderzoek naar de vraag hoe je het thema duurzaamheid implementeert in het onderwijs. Hij stelde eerder: "Vanuit het middelbaar onderwijs kan een grote slag geslagen worden ten behoeve van een groenere wereld. We zijn immers allemaal verantwoordelijk voor de toekomst die we zelf maken. Dat wil zeggen dat duurzaamheid in de toekomst geen onderwerp zal zijn of een blijvend lesprogramma, maar een mindset zal moeten worden die in elk vak een rol zal spelen." Daartegen steekt het eindadvies van Schnabel toch wat bleek af. Uit de kabinetsreactie blijkt daarnaast dat ministeries veel urgentie en ambitie aan de dag leggen voor een adequate kennisinfrastructuur die scholen kan ondersteunen om werk te maken van duurzaam onderwijs. Er staan wel degelijk vele niet-gouvernementele organisaties (ngo's), kennisinstellingen en bedrijven klaar om duurzaamheidseducatie actueel, interessant en relevant te maken en om scholen te steunen en te ontlasten. Het enige overheidsprogramma dat echt structureel aanjaagt op het terrein van duurzaamheid in het onderwijs en daarvoor de nodige kennisinfrastructuur ontwikkelt, is DuurzaamDoor, maar dat loopt slechts tot 2016. Er lijkt nog geen perspectief te zijn op enige vorm van een vervolg.

Is het kabinet bereid om duurzaamheid in de verdere uitwerking van Onderwijs2032 nadrukkelijker als kerninhoud te formuleren? Is de Kamer bereid om de benodigde inzet voor het onderwijs te stimuleren met een programmatische aanpak à la Techniekpact? Is de staatssecretaris met ons van mening dat de huidige versnipperde aandacht en het gebrek aan urgentie contraproductief zijn? Is de staatssecretaris bereid om de duurzaamheidseducatie van Natuur- en Milieueducatie (NME) onderdeel te laten zijn van de diverse duurzaamheidsprogramma's van de overheid?

(Link naar het rondetafelgesprek georganiseerd door de PvdD over Duurzaamheid in het onderwijs: https://www.partijvoordedieren.nl/news/onderwijsexperts-duurzaamheid-verbeteren-door-verbinding)

Duurzaam hout

Al jaren komen er negatieve signalen van lokale organisaties over hout. Duurzaam hout moet onderdeel zijn van het rijksinkoopbeleid, waarbij het aan alle negen eisen van de toetsingscommissie moet voldoen. Of beter gezegd: dat was in het verleden zo, want toen bleek dat MTCS-hout slechts aan zeven van de negen punten voldeed, heeft de staatssecretaris ervoor gekozen om het rijksinkoopbeleid tijdelijk te wijzigen zodat die zeven voldoende waren. Ik hoop niet dat we meer van dat soort beleidswijzigingen mogen verwachten. Dankzij een breed gedragen motie wordt de regeling per 1 juli 2016 teruggedraaid. Het Timber Procurement Assessment Committee (TPAC) heeft echter aangegeven dat er nog veldonderzoek gedaan moet worden naar de MTCS-criteria. Tot die tijd kan niet met zekerheid worden vastgesteld of het hout wel aan alle negen punten voldoet.

De overheid heeft een voorbeeldfunctie. Daarom wil ik van de staatssecretaris over een halfjaar een voortgangsrapportage naar de Kamer hebben, waarin duidelijk uiteengezet wordt welke stappen gezet zijn en tot welke concrete resultaten deze geleid hebben om het rijksinkoopbeleid voor honderd procent duurzaam te maken.

Beantwoording staatssecretaris Duurzaam hout

Staatssecretaris Dijksma: De heer Wassenberg vroeg of er na een halfjaar een voortgangsrapportage komt. De jaarrapportage bedrijfsvoering komt in mei naar de Kamer via minister Blok.

Beantwoording staatssecretaris Duurzaamheid in het onderwijs

Staatssecretaris Dijksma: Duurzaamheid is al jarenlang verankerd in het curriculum, dus daar zit op zichzelf niet zozeer het probleem. Van de 90 kerndoelen gaan er minimaal 5 over duurzaamheid. Het heeft veel meer met mindset te maken, waar de heer Wassenberg al aan refereerde. Hoe pakken we dat aan met een generatie jonge mensen, die in een leeftijd zitten waarin ze ontvankelijk zijn en nog heel veel idealisme hebben? Je ziet dat ook als je veel met basisschoolkinderen spreekt. Het spat ervan af. Hoe houden we niet alleen het enthousiasme vast, maar laten we ze zien dat er in een economie die veranderend is, die circulair wordt, kansen zijn? Hoe leer je kinderen daarin verbindingen te leggen? Dat willen we bereiken. Het is belangrijk dat de buitenboordmotoren van buiten het onderwijs de ruimte krijgen binnen het onderwijs om daar die energie in te stoppen. Er werd net gerefereerd aan het programma DuurzaamDoor. Dat is een van de betere middelen die we hebben om het voor elkaar te krijgen. Het programma ligt voor een deel bij mijn collega van EZ, maar ik zeg toe dat we voor de komende periode bekijken hoe we daar eventueel duurzaam mee verder kunnen. Als de Kamer in het debat met mij een beetje buiten de curriculumdiscussies wil blijven, zie ik dat perspectief wel als de beste route. Dat zou mijn voorstel zijn. Uiteraard heeft staatssecretaris Dekker regelmatig een gesprek met de Kamer over zijn 2032-plan. Ik wil niet nu het onderwijsdebat voeren, want dat moet u met hem doen. Maar op deze wijze kunnen wij daar wel een bijdrage aan leveren. Dat kan de Kamer vermoedelijk toetsen bij de begrotingsbehandelingen dit najaar. Daarin moet het besluit over DuurzaamDoor verder vormgegeven worden.

De heer Wassenberg (PvdD): Het is belangrijk dat DuurzaamDoor ook na 2016 doorgaat, of dat de staatssecretaris dat in elk geval van plan is. Dat betekent dat er een financiële onderbouwing komt dat het in elk geval financieel gegarandeerd is. Dat is heel belangrijk. De staatssecretaris zegt dat er op het terrein van duurzaamheid veel initiatieven in het onderwijs zijn. Dat is ook heel belangrijk. Maar de integrale aanpak en de coördinerende, regisserende rol van de overheid, die nu nog een beetje ontbreekt, zijn misschien nog belangrijker. Daarover wil ik later een motie indienen in een VAO.

Staatssecretaris Dijksma: Ik zou het jammer vinden als de heer Wassenberg een VAO aanvraagt. Ik weet niet zeker of zo'n motie verstandig is en ik zal uitleggen waarom. Ik denk dat de scholen veel meer eigenaar zijn en moeten blijven van hun curriculum en dat de overheid niet moet bepalen hoe en op welke wijze je jonge mensen op dit onderwerp iets meegeeft. En al helemaal niet als je weet dat er al zo veel initiatieven zijn. Het stimuleren van het uitwisselen van ideeën, van het aanjagen van elkaar, van het inspireren van elkaar, daar ben ik absoluut voor, daar mag de Kamer mij elk moment van de dag voor wakker maken. Of naar de Kamer halen; dat is dan meer de logische gang. Maar het idee dat wij hier met elkaar bepalen dat het dus voortaan zo gaat, is een illusie. Zo werkt het ook niet in het onderwijs. Sterker nog, meestal zorg je er dan voor dat er onnodig weerstand ontstaat. Het zou dus een onverstandige strategie zijn.

De heer Wassenberg (PvdD): Het is misschien de meest voor de hand liggende vervolgstap dat wij hierover experts kunnen horen. We kunnen een bijzondere procedure organiseren. Maar volgens mij moet ik dat bij het eerstvolgende procedurevergadering doen.

(…)

Dank aan de staatssecretaris voor de antwoorden. De PvdD vindt het heel goed om te horen dat de staatssecretaris doordrongen is van de noodzaak van duurzaamheid in het onderwijs en dan in alle onderdelen van het curriculum. Maar toch is er voor mij nog wel behoefte aan een VAO, met uw permissie.