Bijdrage Wassenberg AO Energie


5 september 2018

Voorzitter,

de overstap naar écht duurzame energiebronnen, zoals wind en zon, moet zo snel mogelijk worden gerealiseerd. Er lijkt nu eindelijk ruimte gegeven te worden aan wind- en zonne-energie. Dat is goed nieuws, maar we moeten oppassen dat dat niet ten koste gaat van de natuur.

Ik leg dat uit. Voor de productie van windmolens en zonnecellen zijn zeldzame grondstoffen nodig, zoals nikkel en kobalt. Die worden verkregen via ongecontroleerde mijnbouw, waarbij de winning gepaard gaat met ernstige milieuschade en verwoesting van natuur en biodiversiteit. We mogen ons niet blindstaren op de reductie van CO2-uitstoot, als onze energietransitie aan de andere kant van de wereld voor grote schade zorgt. Voorzitter, het lijkt mij niet meer dan logisch dat de minister eisen stelt aan de vergunningverlening van windmolenparken om de schade zo veel mogelijk te beperken. En ja, grondstoffenwinning zonder grootschalige natuurvernietiging is duurder dan de winning waarbij hele streken worden ontbost en rivieren worden vergiftigd. Maar we kunnen natuurvernietiging niet toestaan als onderdeel van de energietransitie. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter, ook dichter bij huis moeten we bij de aanleg van windmolenparken rekening houden met de natuur en dieren. Kijk naar de Noordzee, waar honderden windmolens gebouwd worden. Kwetsbare soorten zoals de kleine mantelmeeuw worden bedreigd door windmolens op zee. Investeringen in duurzame energie zijn hard nodig, maar we moeten de weinige natuur en biodiversiteit die we in Nederland over hebben in stand houden – het PBL stelt dat Nederland al 85% van zijn oorspronkelijke biodiversiteit kwijt is. Als we het aandeel duurzame energie willen vergroten, en dat delen we met de minister, dan moet dat op een verantwoorde manier. Daarover heb ik een aantal vragen. Wordt er genoeg ecologisch onderzoek gedaan naar de impact van windmolens en naar maatregelen hoe soorten beschermd kunnen worden? Is er een goed beschermingsplan voor kwetsbare soorten in voorbereiding? Kunnen we er vanuit gaan dat ecologische waarden van de Noordzee leidend zijn en blijven bij het aanwijzen van locaties? Blijft de Bruine Bank ook in de toekomst vrij van windmolens? Graag een reactie.

Gelukkig kunnen windmolenparken ook een versterkend effect hebben op de natuur. Er wordt nu al onderzocht hoe windmolens kunnen fungeren als kraamkamer voor vissen. Heel mooi. Maar hoe zorgen we ervoor dat dit standaard wordt? De huidige tendercriteria gaan vooralsnog niet verder dan een inspanningsverplichting om iets te doen voor de natuur. Die criteria zouden veel scherper geformuleerd kunnen worden. Graag een reactie.

Een laatste punt, wat betreft windmolenparken op zee is het onderwatergeluid. De gigantische poten van de windmolens moeten wel 20 meter diep in de bodem van de zee geslagen worden, hoorde ik deze week tijdens een werkbezoek aan TNO. Het geluid van het heien dringt honderden kilometers ver en kan zeer schadelijk, zelfs dodelijk zijn voor zeezoogdieren zoals bruinvissen. Gelukkig heeft de minister daar aandacht voor. Maar heeft hij ook voldoende aandacht voor het onderwatergeluid dat veroorzaakt wordt door het ruimen van explosieven? De Noordzee ligt nog vol met mijnen uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Dit kan de aanleg van windparken gevaarlijk maken en daarom vinden zo’n 140 keer per jaar ruimingen plaats, waarbij elke keer kans is op een enorme explosie. Ik maak mij zorgen of er bij die ruimingen wel genoeg rekening gehouden wordt met bruinvissen. Worden alle mogelijke maatregelen ingezet om geluid en schade te beperken? Ik begrijp dat er al wel een protocol is, maar dat dit erg basaal is. Graag een reactie.

Ook zonne-energie heeft een impact op natuur en de biodiversiteit. SOVON, het RIVM en het Louis Bolk Instituut waarschuwen dat de bouw van grote zonneparken de nekslag kan zijn voor kwetsbare natuur en bodemleven. Er is met spoed onderzoek nodig naar het effect van zonneparken op de biodiversiteit. Is de minister daartoe bereid? En is het mogelijk om met subsidies zo te sturen dat het plaatsten van zonnepanelen op daken, bedrijfsterreinen, oude vuilstortplekken en plekken naast snelwegen en vliegvelden aantrekkelijker wordt dan plaatsen in de groene ruimte? Is de minister bereid om de mogelijkheden daartoe te onderzoeken? Graag een reactie.

Voorzitter, dan ga ik verder met biomassa, zoals houtstook. Het klimaatakkoord staat er vol mee, maar het is schijnduurzaamheid. Het enige verschil tussen het stoken van kolen en het stoken van hout is tijd. Kolen zijn de bomen van 200 miljoen jaar geleden. Met als verschil dat steenkool geen CO2 uit de lucht vastlegt in biomassa en bomen wel. In werkelijkheid is het gebruik van biomassa voor energie of brandstof een bedreiging voor de voedselproductie en de biodiversiteit. Hoe gaat de minister voorkomen dat in de verschillende sectoren onbedoelde stimulansen ontstaan voor biomassa-inzet die niet aan duurzaamheidscriteria voldoet? Graag een reactie. Ik wil specifiek stilstaan bij houtstook. RIVM en CBS waarschuwen voor fijnstof en andere ongezonde stoffen die vrijkomen bij de stook, náást CO2. Maar dat is niet het enige probleem. In een onderzoeksrapport van Tauw, op de agenda van het AO Circulaire Economie morgen, staat dat de subsidie voor hout als energiebron de recycling van hout in de weg zit. Dat werkt dus contraproductief. Dat kan en dat mag niet. De subsidie op houtstook moet worden geschrapt. Graag een reactie.

Ik wil eindigen met energiebesparing. Tijdens werkbezoeken afgelopen reces kwam steeds naar voren: er liggen nog heel veel kansen voor besparing, zowel in de industrie als in woningen. Maar in het klimaatakkoord lezen we wel over duurzame energie, maar nauwelijks over energiebesparing. Zolang we niet drastisch gaan besparen is het vergroten van het aandeel groene energie dweilen met de kraan open. Er zijn écht veel meer prikkels nodig. Graag een reactie van de minister.

En dan wil collega Van Raan de laatste anderhalve minuut van onze spreektijd graag gebruiken om nog enkele vragen te stellen over het klimaatakkoord.

Van Raan
Dan voorzitter, nog enkele vragen over het klimaatakkoord.
Het poldermodel vormde de blauwdruk voor de manier waarop het klimaatakkoord tot stand moet komen. Maar met de intensieve veehouderij, de luchtvaartsector en de fossiele industrie hebben we sectoren te pakken die er juist alles aan doen om onder pijnlijke maatregelen uit te komen. Die pijnlijke maatregelen gaan ze zichzelf niet opleggen.
Het poldermodel heeft hen hier vooralsnog de ideale uitweg geboden, want meer dan een “boterzacht compromis” lijkt er niet in te zitten.

Drie vragen heb ik daarover:
Vraag 1: deelt de minister de mening dat het aan andere sectoren, zoals de energiesector, niet valt uit te leggen dat de landbouw en de luchtvaart in de toekomst alle ruimte voor CO2-uitstoot zal opsouperen?

Vraag 2: Deelt de minister de mening dat het ontbreken van een fatsoenlijk klimaatplan voor de luchtvaart en scheepvaart afbreuk doet aan de kans dat we de opwarming van de aarde onder de 1,5°C houden en het draagvlak voor klimaatafspraken in andere sectoren?

En tot slot:
Vraag 3: is de minister bereid om de onderhandelaars van het klimaatakkoord nadrukkelijk te vragen het 55% reductiescenario volwaardig uit te werken om zodoende aan te sturen op een 1,5°C-scenario?

Graag een reactie.