Bijdrage Vestering aan begroting Landbouw, Natuur en Voed­sel­kwa­liteit


6 december 2022

Voorzitter. Wordt het niet eens tijd dat de twintig jaar oude belofte van het kabinet dat dieren mogen leven naar hun aard, werkelijkheid wordt? Wordt het niet eens tijd dat we koeien koeien laten zijn, dat we moedervarkens niet meer 20 uur of 24 uur per dag klemzetten tussen metalen stangen en dat kippen een stofbadje kunnen nemen, dus dat we eindelijk eens onze omgang met dieren gaan herzien? Want hoe we nu omgaan met de jaarlijks 600 miljoen dieren die in ons land worden gebruikt, gefokt en gedood, is niet van deze tijd. Het is december 2022, het einde van het jaar waarin het perspectief van dieren centraal zou staan in de veehouderij. Telkens weer, door de jaren heen, onderstreepten de verantwoordelijke ministers dat dieren uiterlijk in 2022 hun natuurlijke gedrag zouden moeten kunnen vertonen, dat ze niet over lange afstanden getransporteerd zouden worden, dat het afgelopen zou zijn met ingrepen zoals onverdoofd castreren, het wegbranden van snavels en hoorns, het wegknippen van tenen en het dieren verhinderen om hun dorst te lessen. Wordt het niet eens tijd dat al die beloftes worden ingelost?

Ik sta hier niet voor mezelf, voorzitter. Ik sta hier namens honderden miljoenen dieren die op industriële wijze worden gebruikt in de veehouderij, dieren die een dierwaardig bestaan verdienen. Dat is een bestaan waarin ze niet het risico lopen om uit te glijden op te gladde vloeren, omdat die tovervloeren de uitstoot zouden verminderen. En dan te bedenken dat sommige van deze dieren niet eens de kans krijgen om te lopen! Hun leven voltrekt zich tussen stangen of zelfs nog in kooien. Wordt het niet eens tijd dat we hun leefomstandigheden gaan zien met andere ogen en dat we, wanneer we naar een varken kijken, ons heel even verbeelden hoe het voor dat dier is? Wat weten we van hun gevoelsleven af? Steeds meer onderzoeken wijzen uit dat het gevoelsleven van dieren vele malen groter is dan wij denken of willen toegeven. Want zouden we dat toegeven, dan kwam er per direct een einde aan alle uitbuiting van dieren in de vee-industrie.

De schrijfster Bibi Dumon Tak vertelde onlangs tijdens een congres over rechten van dieren het verhaal van Klaartje, ooit de oudste koe van Nederland. Net zoals onze honden en katten een eigen gezicht en een eigen verhaal hebben, zo hebben ook de dieren in stallen hun eigen gezicht en hun eigen verhaal. Wat zou er gebeuren als wij ons open zouden stellen voor die verhalen? Als wij werkelijk zouden luisteren, zouden we dan nog steeds zo met hen omgaan?

Voorzitter. Ik zou graag voor één keer van perspectief willen wisselen en samen met de aanwezigen in deze zaal het waargebeurde verhaal van Klaartje door haar ogen willen zien. Klaartje ontsnapte uit een Fries slachthuis. Ze was drachtig en 3 jaar oud. Ze was geen melkkoe, maar werd gehouden voor haar vlees. Bij het uitladen bij de slachterij moet ze geweten hebben dat de plek waar ze was beland, geen veilige plek was. Ze had geen stem om tegen haar vonnis te protesteren. Daarom nam ze de benen en dat lukte. Haar vlucht eindigde in een etalage, waar een kunstenaar zijn beeldjes had uitgestald. Nadat ze was gevangen, kwam haar verhaal in de krant. Ze werd gekocht door mensen die haar verhaal tot zich lieten doordringen. Ze brachten haar naar een boerderij waar ze mocht blijven leven. Ze werd uiteindelijk de oudste koe van Nederland. In 2018 stierf ze van ouderdom op 25-jarige leeftijd.

Dit is haar verhaal: "Ik ben Klaartje. Ze zeggen dat ik met mijn 25 jaar de oudste koe ter wereld ben, maar die leeftijd zegt mij niets. Wij koeien rekenen in kalfjes. Ieder jaar kun je er één krijgen en dat is dan hoe oud je bent: het aantal kalfjes dat je op de wereld hebt gezet. Ik kreeg er één, een zoon en dat is lang geleden. Het wordt mistig in mijn hoofd als ik zover terug moet denken in de tijd. Maar de dag van zijn geboorte weet ik nog precies. Ik kreeg hem op drie poten in een vreemde wei die vol paardenbloemen stond. Na hem kreeg ik geen kalfjes meer. Ik ben dus één kalfje oud. Ik herinner me dat ik op een dag in een vrachtwagen werd geladen. Er stonden al een paar koeien in die ik niet kende. Ik weet niet of we iets tegen elkaar zeiden. Ik geloof van niet, omdat ze te angstig waren.

Na een korte rit kwam de vrachtwagen tot stilstand. Alle koeien werden uitgeladen, ik ook. Het winterlicht deed pijn aan mijn ogen. Ik snoof de lucht diep op en ik wist dat de plek waar ik was aangekomen geen goede plek was. Ik hoorde mensen schreeuwen. Ze waren ongeduldig. Ik kreeg een klap met een stok. Die klap bracht een vreemde koe in mij naar boven. Terwijl de andere koeien gehoorzaamden, zette ik het op een lopen. Een koe gaat nooit in haar eentje op pad; dat is de eerste les die je in het leven leert. Maar ik deed het toch. Ik draafde weg van alle drukte. Er kwamen mensen achter mij aan, dus ik begon te galopperen. En ik zweer het, zo hard had ik nog nooit gelopen. Ik denk dat mijn hoeven de grond niet eens raakten.

Ik kende alleen de stal en de wei, maar die dag leerde ik een nieuwe wereld kennen. Ik kon voor het eerst alle kanten op, maar mijn hoofd zei: rechtdoor, almaar rechtdoor, zo ver mogelijk van de plek vandaan die naar verwoesting rook. De grond waarover ik rende, was eerst zwart, maar even later sprong ik bijna in een sloot, vanwege de witte strepen die plotseling onder mijn hoeven vandaan flitsten. Het bliksemde op de grond en het bliksemde in mijn kop.

Na een tijdje kwamen er huizen in zicht, en mensen. Iedereen schreeuwde. Iedereen leek net zo bang als ik. En daarom stopte ik niet voor een auto die ik op me af zag komen. De botsing die volgde, deed geen pijn, maar mijn linkerachterpoot werkte daarna niet meer mee. Ik hoorde gejank uit auto's komen, die mij hinderlijk bleven achtervolgen, zoals vliegen in de zomer doen. Ik voelde hoe er naalden in mijn rug werden geschoten en iets trok me naar beneden, naar de grond, een kracht die groter was dan ik. Maar een nog grotere kracht zorgde ervoor dat ik verderging. Op dat moment voelde ik voor het eerst mijn kalf.

Ik liep in een straat met muren aan beide kanten. Aan het eind van die straat stond nog een muur en in het midden van die muur zag ik wolken, en tussen die wolken een koe. Ik zag een koe die op mij afkwam. Ik zweer het, ze was net zo groot als ik en net zo bang, en net zo op de vlucht. Ze kwam uit de tegenovergestelde richting, maar ik ging echt niet voor haar opzij. Ik denk dat die andere koe er net zo over dacht, want ook zij ging niet opzij. Ik sprong uiteindelijk dwars door haar heen. Ik hoorde gerinkel van brekend glas en daarna was de ander weg.

Ik ben daar niet eeuwig blijven liggen. Ze hebben me teruggebracht naar de plek waar de geur van verwoesting hing. Ik stond op drie poten, want op mijn vierde kon ik niet meer staan. Een paar dagen later ben ik opnieuw in een vrachtwagen geladen en kwam ik terecht in een stal waar nog een paar andere koeien stonden. Ik kan me de kalmte herinneren van de andere dieren, alsof er geen kwaad op de wereld bestond. Ik kon alweer wat lopen tegen de tijd dat mijn kalf geboren werd. Die dag was de gelukkigste uit mijn leven. Vijftien zomers lang liep mijn zoon naast me, en ik naast hem.

Ze zeggen weleens: wie een leven redt, redt een hele wereld. Ik denk dat dat waar is. Ik heb mijn zoon een wereld gegeven. Het is niet moeilijk om hem weer voor me te zien tussen alle mistflarden in mijn kop, want nu hij niet meer naast me staat, zit hij weer in mij, net zoals toen, op de dag van mijn vlucht. Ik ben niet één kalfje oud, ik ben een hele wereld oud.''

Voorzitter. Het liefst zou ik na dit verhaal willen stoppen met praten, omdat alles gezegd is wanneer je deze beelden echt op je laat inwerken. Het verhaal van Klaartje is uitzonderlijk, want in bijna 100% van de gevallen loopt het anders af. Over het algemeen luisteren wij niet naar de stemmen van dieren in de vee-industrie. De praktijk leert dat dagelijks gemiddeld 1,6 miljoen dieren de weg afleggen naar het slachthuis, 600.000 miljoen dieren per jaar. Soms is die weg kort, maar vaak langer. En 30 miljoen dieren halen jaarlijks het slachthuis niet eens, omdat ze voor die tijd vanwege hun slechte leefomstandigheden al zijn gesneuveld. Dat betekent dat de veehouder iedere dag een rondje moet doen om de dode dieren op te ruimen, dieren die het niet hebben gered, omdat de ammoniakdampen in hun stal de pan uitrijzen, omdat er brand uitbreekt of omdat er vogelgriep heerst. Jonge dieren raken onderkoeld omdat ze niet bij hun moeder kunnen schuilen. Moederdieren staan zwaar onder druk omdat ze hun jongen moeten missen. Wordt het niet eens tijd dat we gaan luisteren naar wat deze dieren ons te zeggen hebben, zoals Klaartje, die het geluk had dat haar verhaal in de krant kwam, waardoor ze uit de slachterij kon worden weggekocht? Klaartje kreeg een gezicht en een verhaal. Ineens wilde iedereen dat Klaartje bleef leven. Zo gaat dat wanneer individuen boven de massa worden opgetild.

Maar zoals Klaartje zijn er nog miljoenen dieren die ook een verhaal hebben. Neem de twee koeien, Zus en Hermien, die precies vijf jaar geleden samen vluchtten voor de slacht. Het was december 2017 en heel Nederland leefde mee met de twee koeien die renden voor hun leven. Zus werd al snel gevangen, maar Hermien leefde twee maanden tussen de wilde dieren in de bossen van Lettele. Heel Nederland haalde opgelucht adem toen bekend werd dat beide koeien mochten blijven leven. En leven doen ze. Al vijf jaar zijn ze onafscheidelijk. Hoe kan het dat we Klaartje, Zus en Hermien het zo gunnen, of het onze eigen huisdieren gunnen, maar bij de rest van de dieren wegkijken?

Voorzitter. Ik weet wel waarom: omdat we koeien, varkens, kippen, schapen en geiten niet als dieren zien, maar als een stuk vlees, of als een fabriek voor melk en voor eieren. Ze hebben een gezicht maar veel mensen weigeren om dat gezicht te zien. Wordt het niet eens tijd dat we die stukken vlees weer als dieren gaan zien, dieren die rechten hebben, die een stem hebben en die wensen hebben, net als u en ik? Dat vraag ik alleen al om het simpele feit dat dieren niet veel van mensen verschillen als het gaat om het ervaren van pijn en plezier, geluk en ellende. Waarom kijken we systematisch weg? Hoe zouden we anders kunnen verklaren dat er jaarlijks 700.000 kalfjes uit het buitenland worden geïmporteerd om hier te worden vetgemest? Die kalfjes komen hier op een manier waarvoor we ons zouden moeten schamen, opeengepakt in te warme of te koude ruimtes, zonder voer, met alleen wat water uit drinknippels die ze vaak niet snappen omdat ze een leeftijd hebben waarop ze nog bij hun moeder zouden moeten drinken.

Wordt het niet eens tijd dat we gaan luisteren naar de behoeften van dieren zonder te zeggen dat het ondernemersrecht of eigendomsrecht in het geding is? Er is namelijk een heel ander recht in het geding, het recht op de toegang tot vers drinkwater, het recht om te rusten, het recht om zonder gebroken poten of vleugels te worden vervoerd, het recht om intact te blijven, het recht om met respect en goede zorg te worden behandeld, het recht om niet zo veel te hoeven produceren — eieren, melk, biggetjes — dat je er voortijdig aan bezwijkt. Ik ben een geduldig mens, maar niet wanneer het gaat om het extreme leed dat de dieren in de vee-industrie wordt aangedaan. Het wordt niet eens tijd: het is al heel lang tijd om onze omgang met dieren te veranderen.

Dat vindt ook minister Adema als het gaat om de kalverindustrie. Hij zei onlangs tijdens een bijeenkomst met boeren dat kalveren een lek vormen in onze kringlooplandbouw. Het was al lang tijd dat er een einde kwam aan het exorbitante aantal jonge dieren dat in Nederland wordt geïmporteerd en daarna versneden het land weer verlaat. Meer dan 90% van die in totaal 1,5 miljoen dieren is voor de buitenlandse markt, omdat wij in Nederland niet zo van kalfsvlees houden. Waarom houden we dat lek in stand? Wat er uit dat lek druipt, is de mest die hier achterblijft, grote sommen geld voor de grote kalvergigant van ons land, de VanDrie Groep, en heel veel dierenleed. En wanneer de kalfjes na een tocht van soms 50 uur in ons land aankomen, wacht hun een betonnen vloer en een benauwde ruimte, waarin ze longproblemen, bloedarmoede, diarree, stress en verveling ontwikkelen. De Kamer riep dan ook op tot de import van kalfjes tot een minimum te beperken. Maar wat deed de sector? De import van kalfjes uit Ierland nam dit jaar weer toe. De minister was onaangenaam verrast, maar deed niets. Voor Duitsland was het wel tijd om op te treden. Daar is een einde gemaakt aan het transport van kalfjes jonger dan 28 dagen. Wanneer wordt het tijd dat wij in Nederland inzien dat de kalfjesindustrie zoals die nu is ingericht, onterend is en torenhoog leed veroorzaakt? Wanneer gaat deze minister een streep trekken?

Dan heb ik het nog niet eens over geiten gehad, een vergeten groep dieren die alleen wordt gezien als het om Q-koorts of de volksgezondheidsrisico's gaat. Maar achter de schermen voltrekt zich een drama. Jaarlijks worden duizenden piepjonge lammetjes naar een slachthuis vervoerd om vernietigd te worden. En waarom? Omdat ze overbodig zijn, een restproduct. Want om geitenmelk te maken, moet de moeder jongen krijgen om de melkproductie op gang te houden of op gang te krijgen. Maar wat doen de mensen? Die drinken de melk op die bestemd is voor het geitje en sturen de pasgeboren geitjes naar de slacht. Maar dat is niet om ze op te eten, want — om een veehouder in De Groene Amsterdammer te citeren — "ze zijn zo klein; je moet een pincet hebben om daar nog iets van af te halen". De dieren zijn dan slechts enkele dagen oud. Ze zijn geboren om vernietigd te worden.

Voorzitter, ik las even een korte pauze in. Dan kan de minister misschien ook aandachtig luisteren, want ik zie dat hij heel druk is.

Voorzitter. De Kamer nam een motie van de Partij voor de Dieren aan die de minister opriep om met een plan te komen voor de geitenhouderij. Maar wat deed de minister? Die liet het over aan de sector. Die kwam met een plan met het doel om in 2025 lammetjes verplicht groot te brengen voordat ze naar de slacht gaan. Onder "grootbrengen" verstaat de sector een leeftijd van veertien dagen, zodat ze niet naar de destructie worden afgevoerd maar beschikbaar komen voor menselijke consumptie. Veertien dagen is weliswaar een verdubbeling in leeftijd voor het lammetje in kwestie, maar is dit werkelijk de dierwaardige veehouderij waar de minister voor staat? Graag een reactie van de minister.

Het is allang tijd dat we stoppen met het verslepen van levende dieren over lange afstanden. We weten toch allang dat die transporten naar Polen, Roemenië of Italië gepaard gaan met onnoemelijk leed? Om nog maar te zwijgen over de dagen- en soms zelfs maandenlange transporten over zee. Opnieuw heeft Duitsland het voortouw genomen. Per 1 juli 2023 is daar de export van levende runderen, schapen en fokgeiten naar landen buiten Europa niet meer toegestaan. Waar wacht de minister nog op? We kunnen in navolging van onze buren deze stap toch zelf ook wel zetten? De minister zegt hier ook van af te willen, maar intussen voert de varkenssector zelfs meer langeafstandstransporten uit dan eerder.

Voorzitter. Wie een leven redt, redt een hele wereld. Dat geldt voor alle dieren. Het is ook allang tijd om een einde te maken aan het jaarlijks vergassen van 40 miljoen hanenkuikens, omdat ze net als de geitenlammetjes economisch gezien waardeloos zijn. Opnieuw is het Duitsland dat vanaf dit jaar een verbod heeft ingesteld op het vergassen van haantjes. En wat doet Nederland? De sector staat klaar om het vergassen van kuikens over te nemen van Duitsland. Deze minister gaat eerst nog wat onderzoekjes doen, rekken, uitstellen en vertragen. En dan nog durven zeggen dat Nederland koploper is binnen Europa! Telt voor deze minister het gelijke speelveld alleen maar zolang de vee-industrie hier geld aan verdient? Dieren wachten al twintig jaar tot de regering haar belofte nakomt. De Eerste en Tweede Kamer hebben de wet al aangepast. Voer dit uit. Kom niet met allerlei politieke trucjes om alles bij het oude te laten en het recht van de Kamers te negeren.

Ik denk dan aan het trucje van de minister laatst, waarmee hij de wetswijziging van beide Kamers ongedaan wil maken door deze te laten vervallen nog voordat deze in werking is getreden. Vervolgens komt hij met een slap alternatief, een lege verwijzing in de wet naar een AMvB, een soort onderwet, waarover de minister zelf gaat in plaats van de Kamers. Die laat hij schrijven door de sector zelf. Minister Adema probeert hiermee het vriendje van de landbouwlobby te blijven, terwijl minister Van der Wal de hete kolen uit het vuur moet halen. Zo werkt dat niet. Minister Adema is verantwoordelijk voor de dieren, voor hun wereld. Is de minister het met mij eens dat we af moeten van het strijden voor een paar centimeters leefruimte erbij of voor een paar dagen leven erbij of voor een Beter Leven-sterretje extra of voor wat meer drinkwater per dag? Hoeveel stalbranden moeten er nog woeden? Hoeveel misstanden moeten er nog aan het licht komen van varkens, kalfjes en kippen die levend worden gevild, gekookt of verdrinken? Wat moet er nog meer bekend worden voordat de minister van LNV overgaat tot actie? Heeft de minister het koninklijk besluit van deze wetswijziging en de twee andere niet-ondertekende wetswijzigingen nu eindelijk ondertekend? Ik noem bijvoorbeeld de wijziging inzake het extra stellen van brandveiligheidseisen tegen stalbranden.

Hoe gaat deze minister het welzijn van dieren in de veehouderij borgen wanneer hij hiervoor 1 miljoen euro heeft begroot? Dat is voor 600 miljoen dieren. Dat is €0,0016 per dier. Voor iedere misstand komt de minister met een sectorplan. Dat is steeds maar weer een klein stapje erbij, terwijl je weet dat dit niet genoeg is. Ik wil graag een reactie van de minister. Hoe kijkt hij naar zijn verantwoordelijkheid voor het leed van de dieren in de intensieve veehouderij?

Een groot deel van de oplossing voor een eind aan deze ellende en aan de gerelateerde milieuproblemen ligt zó voor de hand dat veel partijen eroverheen kijken. Als we wél durven te sturen op veel minder dieren in de veehouderij, creëren we niet alleen een uitweg voor de dieren maar lossen we ook de stikstofcrisis en de klimaatcrisis op en verminderen we de watervervuiling, de stank, het zoönoserisico en de ontbossing voor het veevoer. Maar daar kiest dit kabinet niet voor. We hebben het minister Adema letterlijk horen zeggen: het verminderen van het aantal dieren kan nooit een doel op zich zijn. Ik vraag hem oprecht: waarom niet? Ik wil dat hij dat uitlegt. Want als we 75% minder dieren gaan fokken en doden, creëren we ten eerste veel meer ruimte voor de dieren die nog wel gehouden worden. Maar we creëren ook de broodnodige stikstofruimte en fysieke ruimte voor de natuur en voor cruciale ontwikkelingen, zoals de woningbouw en de energietransitie. Ik roep de minister daarom op om nu over te gaan tot het intrekken van natuurvergunningen, daar waar dat nodig is om de natuur niet verder achteruit te laten gaan en te herstellen, in plaats van nog een paar jaar te wachten tot veehouders zich vrijwillig inschrijven voor goudomrande bonusopkoopregelingen.

Het is nu al mogelijk om van de grootste vervuilers de vergunning — uiteraard tegen een eerlijke vergoeding — in te trekken. Waarom kiest het kabinet hier niet voor? En waarom zet dit kabinet geen stop op de uitbreiding of nieuwe vestiging van veehouderijen? Hoe gaan de ministers voorkomen dat veehouders hun stallen snel nog even extra vol zetten, omdat ze bang zijn dat de latente ruimte uit de natuurvergunningen genomen gaat worden? Hoe kan het dat er nog altijd vergunningen worden afgegeven voor sectoren waar we vanaf willen, beter gezegd: vanaf moeten? Ik noem bijvoorbeeld vergunningen voor de uitbreiding van stallen met kalfjes die worden vetgemest om als stukjes blank kalfsvlees te worden geëxporteerd. Wat vindt de minister daarvan? We gaan toch niet 25 miljard euro uitgeven aan de stikstofcrisis terwijl we tegelijkertijd de kraan open laten staan door veehouderijen nog te laten uitbreiden? Ik krijg hierover graag een uitleg.

Voorzitter. Het blijkt dat de belangen van de agro-industrie niet alleen zwaarder wegen dan die van de dieren, ze wegen ook zwaarder dan die van de omwonenden. Ik noem bijvoorbeeld de omwonenden van de industriële landbouw. Aan die omwonenden zijn namelijk ook beloftes gedaan die keer op keer niet worden nagekomen. Ooit was het kabinetsdoel om in 2010 geen stankoverlast meer te hebben rond varkens- en kippenstallen. Het is nu twaalf jaar later en de problemen in onder andere Noord-Brabant zijn erger dan ooit. Bij de omwonenden van bollenvelden werd in 2019 landbouwgif teruggevonden in hun urine, tot in de luiers van hun baby's aan toe. De minister beloofde dat het radicaal anders zou worden met dat landbouwgif, maar de verkoop van gif is sindsdien alleen maar toegenomen, met alle gezondheidsrisico's van dien.

Ook op het landbouwgifdossier heeft mijn fractie een mooi amendement ingediend dat is aangenomen. Daarin staat dat het gebruik van de meest schadelijke landbouwgiffen voor 2030 moet zijn teruggeschroefd naar bijna nul. Maar sinds dat amendement vlak voor het afgelopen zomerreces is aangenomen, heeft de Kamer niets meer over de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden gehoord. Dat vind ik toch opmerkelijk. Ik vraag de minister wanneer de Kamer hierover kan stemmen.

Voor boeren ligt het perspectief in de duurzame plantaardige eiwittransitie. Ook stikstofbemiddelaar Remkes heeft dit benoemd. Hoe gaat de minister van LNV ervoor zorgen dat het aantrekkelijk wordt voor boeren om over te stappen van de veehouderij of de teelt van veevoer op de teelt van eiwitten voor menselijke consumptie?

Dan wil ik het ook nog hebben over natuur. Het verbaast me dat de minister wel het inzicht heeft dat wij niet zonder de natuur kunnen, maar dat hij ondertussen maatregelen die de natuur kunnen versterken afwijst, zoals recentelijk bij de Europese natuurherstelwet. Kan de minister aangeven of zij de urgentie van de natuurcrisis en de biodiversiteitscrisis erkent? Wordt het niet eens tijd dat we inzien dat Nederland in Europa geen uitzonderingspositie inneemt als het gaat om natuurbescherming? Onze natuur staat op instorten. Volgens het PBL hebben we ten minste 100.000 tot 150.000 hectare nodig om de natuurdoelen te halen. Erkent de minister dat, omdat het haar door Europa wordt opgelegd en omdat ze zelf ook vindt dat we moeten werken aan natuurherstel? Doen we volgens de minister voldoende om de natuur te herstellen?

Tot slot wil ik het hebben over de jacht, op de vijf soorten die door jagers met een vergunning mogen worden geschoten voor het plezier. Ook deze soorten hebben net als iedereen recht op een prettig leven of, om met Klaartje, Hermien en Zus te spreken: recht op een wereld. De meeste Nederlanders zijn dan ook tegen de plezierjacht, de jacht die alleen bedoeld is voor de lol. In Nederland mogen hazen, konijnen, fazanten, houtduiven en wilde eenden zonder nut of noodzaak worden geschoten, mits de soorten in een goede staat van instandhouding zijn. Anders verbiedt de wet de plezierjacht. Laat dat nu juist het geval zijn. De populatie van deze vijf soorten krimpt, omdat hun leefgebied krimpt en verandert als gevolg van de landbouw. Waarom mogen deze soorten dan toch geschoten worden? Met welk doel? Kan de minister daar een antwoord op geven? Ik roep de minister op om een einde te maken aan de plezierjacht op al deze vijf soorten, niet alleen in drie provincies, zoals bij de haas, maar in alle twaalf de provincies die ons land telt, voor meer dan één jachtseizoen.

Als we dan eindelijk op het punt zijn gekomen dat we door de juiste maatregelen miljoenen werelden ten goede hebben veranderd, kom je vanzelf uit bij het redden van dé wereld, namelijk de onze. Een wereld waarvan we er maar één hebben, die we delen met andere dieren en die we te leen hebben van de toekomstige generaties.

Voorzitter, dank u wel.