Inbreng SO Beleids­pro­gramma pande­mische paraat­heid


2 december 2022

Inbreng schriftelijk overleg over het Beleidsprogramma pandemische paraatheid

De leden van de PvdD-fractie hebben met interesse het beleidsprogramma pandemische paraatheid doorgenomen.

De leden zijn blij dat in dit beleidsprogramma ook hetversterken van het zoönosenbeleid is opgenomen. Maar de leden missen hierin nog altijd de inzet op preventie. De minister bevestigde zelf al in het commissiedebat Zoönosen en dierziekten van 13 oktober jongstleden dat het zoönosebeleid erop is gericht om signalen tijdig op te vangen en zo nodig in te grijpen. Uiteraard is dit van groot belang om te voorkomen dat een infectieziekte zich snel verder kan verspreiden. Maar op het moment dat er moet worden ingegrepen heeft er al een infectie plaatsgevonden. Hoewel infectieziekten van alle tijden zijn en het ontstaan van een nieuwe pandemie nooit kan worden voorkomen, is het van groot belang om de kans dat dit gebeurt zo klein mogelijk te maken. En zeker niet de kans hierop onnodig groot te maken, zoals in Nederland nog altijd het geval is. De leden missen bij dit kabinet nog altijd het gevoel van urgentie om de grote risicofactoren aan te pakken.

Eén van de zoönosen die volgens diverse wetenschappers zou kunnen leiden tot een nieuwe pandemie, is het vogelgriepvirus. Er is, niet alleen bij de leden maar ook bij virologen en andere wetenschappers, serieuze twijfel of de waarschuwingssignalen wel voldoende worden gehoord. Het vogelgriepvirus verspreidt zich op dit moment ongekend lang en steeds verder over de wereld, waarbij steeds meer dieren en meer diersoorten besmet raken. Ook zoogdieren, waaronder mensen. Onlangs merkte auteur David Quammen in de New York Times op dat het overspringen van een virus van de ene diersoort naar de andere diersoort waarschuwingssignalen zijn. Hoe vaker dit gebeurt, hoe groter de kans dat één enkeleinfectie leidt tot een ramp. De vraag is of deze waarschuwingssignalen wel worden gehoord én of men bereid is hier op te reageren. Hoe ziet de minister dit?

In Nederland merkte Thijs Kuiken van het Erasmus MC onlangs op dat vogelgriep niet hoog genoeg op de politieke agenda staat. Eerder dit jaar zei ook Marion Koopmans dat hetingewikkeld is om vogelgriep op de agenda te krijgen, terwijl het gaat om een permanente pandemische dreiging, direct in onze achtertuin. Hoe is het mogelijk dat vooraanstaande wetenschappers die onder andere ook het ministerie van VWS adviseren, hier bij herhaling op wijzen? Wat gaat de minister doen om dit te veranderen? De heer Kuiken signaleert tevensdat de Nederlandse overheid vogelgriep nog steeds nietbehandelt als een zoönose. Er wordt nog vooral gevraagd om en gekoerst op de adviezen van de Deskundigengroep Dierziekten, waar hoofdzakelijk veterinair deskundigen in deelnemen. Herkent de minister dit? Vindt de minister dat virologen en artsen op dit moment voldoende worden betrokken in de besluitvorming over de bestrijding van het vogelgriepvirus?

Heeft er sinds begin maart nog een deskundigenberaad zoönosen plaatsgevonden, waar meer artsen en virologen aan deelnemen? Zo ja, wanneer en kan de Kamer hier verslag van ontvangen?

In het deskundigenberaad in maart 2022 werd gewaarschuwd dat het reëel is dat voor de mens gevaarlijkere virusvarianten in de komende seizoenen deze kant op zullen komen. Ook Ron Fouchier wees deze week nog op zo’n variant, vogelgriepvirus H5N6, die in China al heeft gezorgd voor veel besmettingen bij zoogdieren, waaronder tientallen mensen. En daarmee beter aangepast lijkt te zijn aan zoogdieren. Ongeveer de helft van de besmette mensen is overleden.

Kan de minister toelichten op welke manier wordt gemonitord of H5N6 zich verder aan het verspreiden is? Is de informatie-uitwisseling hierover met de verschillende landen op de vogeltrekroutes voldoende op orde?

Tijdens het commissiedebat Zoönosen en dierziekten in oktober werd aangekondigd dat wordt onderzocht hoe nieuwvestiging en uitbreiding van pluimveebedrijven in risicogebieden kan worden voorkomen. Dat is een belangrijke aanbeveling van onder andere de commissie Bekedam, maar dit is ook door andere wetenschappers al diverse keren benoemd in de afgelopen twintig jaar. Bij deze verkenning zou worden gekeken naar mogelijkheden op het gebied van ruimtelijke ordening en naar een mogelijke wijziging van de Wet dieren. De leden vragen de minister wat de stand van zaken is met betrekking tot deze verkenning.

Deelt de minister de mening dat het creëren van een juridisch instrumentarium niet alleen nodig is om te kunnen sturen opde aanwezigheid van pluimveebedrijven in risicogebieden, maar ook om invloed te kunnen hebben op vestiging en uitbreiding van bedrijven in andere sectoren waarvan bekend is dat deze risico’s opleveren voor de volksgezondheid, zoals bedrijven met geiten nabij woonwijken en bedrijven met varkens en pluimvee die op korte afstand van elkaar zijn gehuisvest?

Gaat deze minister zich inspannen om er voor te zorgen dat er een breder juridisch instrumentarium voor zal worden ontwikkeld, zodat niet alleen de dreiging van het vogelgriepvirus wordt aangepakt?

Tevens vragen de leden naar de uitvoering van de aangenomen motie van het lid Van Esch die de regering opriep om de aanbevelingen van de commissie-Bekedam en

van het RIVM die zien op veedichtheid en afstandsnormen als kaders mee te geven in de startpakketten aan de provincies, aangezien deze significante ruimtelijke consequenties hebben.Wordt dit in samenhang opgepakt met de voorgenoemde verkenning?

Tot slot vragen de leden naar de stand van zaken met betrekking tot de monitoring van varkeninfluenzavirusssen (aangenomen motie Ouwehand/De Groot). Wordt hierbij ook gekeken naar de aanwezigheid van vogelgriepvirussen in varkensstallen? Wat gaat de minister doen met de 143 bedrijven die op dit moment nog zowel varkens als kippen houden, nog los van de vele varkens- en pluimveebedrijven die dicht bij elkaar staan -te dicht volgens de adviezen hierover van het RIVM? Met de huidige verspreiding van het vogelgriepvirus lijkt een adequaat systeem van monitoring van groot belang. Deelt de minister die mening? Komt er een verzwaard programma voor de monitoring van virussen bij gemengde bedrijven?