Bijdrage Van Raan debat over de belas­ting­voor­delen en subsidies voor de fossiele industrie


16 januari 2018


Voorzitter,

Deze bijdrage heeft als titel het geweldige succes van overheidsbeleid, oftewel we doen het duurzaam of we doen het niet!
Voorzitter, de verstrengeling van de fossiele industrie en de overheid is groot. En die verstrengeling is in de periode na de Tweede Wereldoorlog zeer effectief gebleken. Denk bijvoorbeeld aan de snelle omschakeling van steenkool naar aardgas en de opbouw van de (zware) industrie. Dat bewijst dat sterk overheidsbeleid zeer effectief kan zijn. Het instrument, dat is het beleid, kan dus succesvol zijn, het resultaat toen ook. Maar het resultaat nu - een economie die grotendeels gebaseerd is op fossiele energie - is dat niet meer, vanwege de invloed op het klimaat.

Het koolstofbudget is immers niet onbeperkt gebleken. De IPCC middenschatting van het '1,5 graden-koolstofbudget' is wereldwijd 600 miljard ton CO2, hetgeen overeenkomt met ongeveer 15 keer de huidige jaarlijkse emissies. Wat is het 1,5 graden koolstofbudget voor Nederland eigenlijk, is de eerste vraag aan de minister.

De subsidies aan de fossiele industrie zijn zo nauw verweven in ons huidige economische en fiscale systeem dat we het 9 van de 10 keren niet eens zelf zien. Van subsidies aan Shell voor onderwijs (Generation Discover) tot exportkrediet verzekeringen van Atradius, waarvan volgens het ministerie van Financiën de fossiele sector een bijzonder groot aandeel in de verzekerde portefeuille inneemt (antwoorden kamervragen, 2017[1]).

Van vrijstellingen van luchtvaart- en scheepvaartbrandstof tot degressieve belastingtarieven, waarbij hoe meer je verbruikt hoe goedkoper per gebruikseenheid het wordt. Subsidies ter hoogte van 6 tot 7,6 miljard euro per jaar afhankelijk van wie je het vraagt.

Het zo snel mogelijk inzetten van de energietransitie is vanuit economisch, en daarmee financieel, oogpunt de meest rendabele route volgens een rapport van het Sustainable Finance Lab uit juni 2016[2].

Omdat de schade door klimaatverandering en de gezondheidsschade door gebruik van olie en steenkool steeds groter wordt, is de snelste manier op de langere termijn dus ook de allergoedkoopste. Zonder subsidie op fossiele brandstoffen daalt de CO2-emissie met 20% bleek uit onderzoek van het IMF in 2015.

Voorzitter, afrondend: wat eerst een geweldig voordeel was, de verstrengeling van fossiele industrie en overheid, blijkt nu een hindermacht te wezen; want de subsidies en voordelen die de fossiele industrie verworven heeft wil ze graag behouden. Dat is heel begrijpelijk, maar onhoudbaar. Snel en hard ingrijpen is gewenst. De minister hoeft zijn bijdrage aan de oplossing gelukkig helemaal niet zo ver te zoeken.

Dat begint met het transparant maken van die verstrengeling en eindigt met een nieuw adagium: we doen het duurzaam, of we doen het niet. Het zo effectief gebleken instrument overheidsbeleid moet 100% worden ingezet voor duurzame industrie, want elke euro die we nog steken in fossiel gaat niet naar de benodigde transitie.

Voelt de minister derhalve voor de volgende maatregelen? Het in G20-verband zichtbaar maken van steun die de fossiele industrie krijgt? Een afbouwplan van de fossiele steun, een herziening van de energiebelasting? En een jaarlijkse rapportage over het voor Nederland nog beschikbare koolstofbudget?


Dank u wel

[1] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/10/04/antwoorden-op-kamervragen-over-steunen-van-fossiele-sector-middels-exportkredietverzekeringen

[2] http://sustainablefinancelab.nl/wp-content/uploads/sites/232/2016/06/Financiering-energietransitie-SFL.pdf