Bijdrage Van Kooten-Arissen dertigle­den­debat over het grond­recht op vrije demon­straties


30 mei 2018

Voorzitter,

In een land waar er onlangs nog door een kleine meerderheid in deze Kamer is ingestemd een belangrijk democratisch instrument af te schaffen, moeten we oppassen dat een van die andere belangrijke instrumenten, het recht op demonstratie, niet uitgehold gaat worden. Wanneer een groep inwoners zich niet gehoord voelt op het werk, door de overheid, wanneer zij onjuist bejegend worden, wanneer zij onrecht ervaren, vanuit het heden, het verleden, dan mogen zij de straat op. Demonstranten hebben dit recht volgens artikel 9 van onze Grondwet.

Een debat voeren over iets wat zo duidelijk in de grondwet staat zou eigenlijk overbodig moeten zijn.

Een grondrecht moet een, boven alle discussie verheven, recht zijn en deze zou gerespecteerd moeten worden door alle overheden die hierover gaan. De Nationale Ombudsman meldt in zijn rapport dat de overheid neigt naar risicomijdend gedrag. Het is namelijk makkelijker om een demonstratie tegen te houden dan deze te faciliteren zoals bedoeld is in de wet. Angst regeert blijkbaar.

Onder het mom dat een kleine minderheid de demonstratie organiseert, hebben overheden blijkbaar het gevoel dat de meerderheid de overheid steunt in het verbieden van zo’n demonstratie. Dit is een ondermijning waar onze democratie voor staat. In een goed functionerende democratie zorgen we ervoor dat juist de minderheid zijn geluid kan laten horen. Ook als hierdoor een mogelijk een gevaar op de loer ligt voor de openbare veiligheid. Wanneer er demonstraties worden tegengehouden met het argument dat de openbare veiligheid wellicht in het geding is, scheppen we een precedent waardoor het ondermijnen van het gezag, het bedreigen van demonstranten, met slechts het aankondigen van geweld of iets simpels als het blokkeren van een snelweg, zin heeft.

Wanneer bij een overheid de aanvraag binnenkomt voor een demonstratie moet niet de vraag worden gesteld OF dit mogelijk is, maar hoe.

Met alleen “juiste intenties” vanuit de overheid komen we er niet. Vanuit de regering roepen dat we maar “met zijn allen een beetje normaal moeten doen” helpt ook niet. De Partij voor de Dieren wil dan ook graag van beide ministers weten: hoe kunnen we vanuit Den Haag de plaatselijke overheden ondersteunen bij deze vraagstukken? Wil de minister, om het gebruik van dit grondrecht te promoten en aan te jagen, kijken naar de mogelijkheid om de aanmeldingsplicht voor kleine demonstraties af te schaffen? De aanmeldtermijn van ten minste vier dagen en het daarop volgende overleg met de politie wordt soms ook als onnodig belastend ervaren, zo meldt de Ombudsman. Zeker als het gaat om een actuele gebeurtenis is meer snelheid gewenst. Zou de minister hier met een voorstel kunnen komen?

Voorzitter, ik wil graag afsluiten met een citaat van William Faulkner, een van mijn favoriete schrijvers, over de angst voor demonstraties;

‘Wees niet bang om je stem te laten horen over gerechtigheid, waarheid, compassie, tegen liegen en hebzucht. Als mensen over de hele wereld, dit zouden doen, zou de wereld veranderen.’

Voorzitter, dank u wel.