Bijdrage Van Esch over inzet van een noti­fi­ca­tie­ap­pli­catie bij de bestrijding van COVID-19


2 september 2020

Voorzitter,

Toen deze minister met het plan op de proppen kwam om corona-apps in te zetten vroeg mijn fractie aandacht voor drie dingen. Eén, als dit echt nodig zou zijn, regel dan heel strikt alle privacy voorwaarden. Ten tweede, heb aandacht voor de brede maatschappelijke impact, kijk goed hoe zo’n app het menselijk en maatschappelijk contact beïnvloedt. En ten derde; zet ook, of zelfs liever geheel, in op minder ingrijpende alternatieven, zoals het opschalen van het bron- en contactonderzoek.

De minister zei vervolgens over de inzet van zijn app. En ik citeer: “Dit is dus eigenlijk een conditie, een voorwaarde, om daadwerkelijk over te kunnen gaan naar een volgende fase.” En later stelde hij zelfs: “Dus als het niet lukt (…) dan lukt het gewoon niet. Dat is heel jammer. Dus het moet wél lukken.”

Het is belangrijke achtergrondinformatie bij deze wet want het hele proces ademt ‘dit móet lukken’. Aan ons als Kamer vandaag de taak om, juist los van de ambitie en prestige van deze minister, te beoordelen of deze app helpt en proportioneel is.

Voordat ik daarover begin wil ik wel twee opmerkingen gemaakt hebben.
De ene is dat ik bewondering heb voor de hoeveelheid werk die verzet is door de ambtenaren.
De ander is dat deze gang van zaken verre van bevredigend is. Alles moet in sneltreinvaart, want de app moet gelanceerd. En dan wordt het een haastklus, met fouten in de beantwoording en geen antwoorden op vragen in onze schriftelijke inbreng.

De ambtenaren kunnen er niets doen dat ze een veel te strikte deadline opgelegd krijgen, maar dit voelt als weer een prestigeproject van de minister dat even snel door de Kamer moet. Dat wringt bij de voorbereiding voor dit debat, gezien we met een onderwerp te maken hebben dat complex is en we juist nauwkeurig moeten behandelen. Ook de coalitie mag zich dat aanrekenen.

Dan over naar de inhoud.
De minister wil een corona-app introduceren en deze wet moet de grondslag bieden en de waarborgen vastleggen. En de introductie van zo’n app, dat is niet zomaar iets. Met deze app zetten we een stap naar een maatschappij waarin we continue in de gaten houden hoever iemand anders van ons verwijderd is. Dat heeft invloed op hoe wij ons voelen, hoe we andere benaderen en hoe we gewend raken aan technologie die altijd weet waar we zijn. Dat zijn ingrijpende zaken.

Als je zoiets ingrijpends voor het hele land wilt introduceren dan moet er wel echt heel veel winst te behalen zijn en dan moet je ook zeker weten dat er geen alternatieven zijn. Dus daarom zal mijn verdere bijdrage daar grotendeels op gericht zijn.
Wat levert deze app ons op in de bestrijding van het corona virus, wat zouden we daarvoor moeten inleveren en zijn er geen alternatieven?

De app zou moeten helpen met het opsporen van hoog-risico contacten. Om te zien of dat ook echt gebeurde liet de minister Defensie allerlei situaties nabootsen om te kijken hoe nauwkeurig deze app is. De militairen gingen op hun oefenterrein situaties uit het dagelijks leven
nadoen met telefoon op zak. Zitten in de trein, lopen over straat en scenario’s zoals de bioscoop en een schoolopstelling. Op die manier kon mooi vergeleken worden wat nou het verschil was tussen de echte fysieke situatie en de situatie die de telefoons waarnamen.

Wat bleek… Van alle situaties waarin je in ieder geval een melding zou verwachten, ‘dit zijn gevallen waarbij mensen dus een kwartier lang binnen 1.5m van elkaar staan’, kregen mensen in 27% van de tijd geen melding. Meer dan een kwart van de risico gevallen wordt dus gemist door deze app.
Maar niet alleen werden risicogevallen gemist. Van alle mensen die wel een melding ontvingen waren slechts 41% van die mensen daadwerkelijk 15 minuten binnen de 1.5m geweest. Meer dan de helft van de meldingen, 59% was dus vals.

En dan zegt de minister in antwoord op onze vragen dat dit wel zo kan zijn maar dat we wel de zekerheid hebben dat mensen die een melding ontvingen zeker binnen 10 meter zijn geweest.
De minister noemt dat nabijheid.

Voorzitter, mijn fractie vind 10 meter geen nabijheid. Niet in relatie tot de verspreiding van het virus in ieder geval. Dit zegt heel veel over de betrouwbaarheid van deze app.

En hoe zal dat gaan met mensen thuis in de tuin, of op werk. Als je een bubbel van 10 meter om je heen denkt. Dan maak je contact met de buren, en de buren van de buren.
Is dit misschien waarom de minister aangeeft dat de mensen de app thuis op pauze kunnen zetten? Omdat hij bang is voor teveel valse meldingen?

Voorzitter, u begrijpt. Voor mijn fractie is er nog te veel twijfel of deze app wel nauwkeurig genoeg is om te helpen met het opsporen van de hoog-risico contacten.

Een ander voordeel dat de minister noemde was dat contacten sneller opgespoord konden worden met de app.
Sneller dan met het klassieke bron en contact-onderzoek, maar wat blijkt nu. Dat is alleen het geval wanneer de telefoon met enige regelmaat controleert of er een besmetting is gezien. En de app controleert dat in lang niet alle gevallen automatisch. De telefoon controleert alleen op besmettingen als de app daadwerkelijk geopend wordt.
Er zijn telefoons die 57 uur lang geen codes ophalen. Dus nu geeft de minister het advies om elke dag maar even de app te openen. Mijn fractie verwacht dat als dat niet verandert de mogelijke tijdswinst snel weer teniet zal zijn gedaan. Nu zag ik vanochtend dat er een update is uitgebracht voor de app waarin dit mogelijk verholpen is? Kan de minister dat bevestigen? En vindt de minister het zelf fatsoenlijk dat we hier dus vandaag een app bespreken die al honderdduizenden keren gedownload is terwijl dit soort cruciale stappen nog gerepareerd moeten worden? En gaat die update werken?
We weten het nog niet.. Wat mij betreft laat dit zien hoe de meerderheid van deze Kamer zich laat haasten tot onzorgvuldigheid. En dan wat gaat deze app ons als maatschappij kosten? Naast die maatschappelijke impact, daar zal ik zo nog op komen, gaat het ons ook gewoon testcapaciteit kosten. Testcapaciteit waarvan we nu al onvoldoende beschikbaar hebben.
Kan de minister zeggen hoeveel meldingen hij verwacht dat er zullen zijn de komende tijd? Zijn we op dit moment wel in staat om tienduizenden extra tests af te nemen? Want mensen die zo’n melding krijgen die willen natuurlijk getest worden. Het is nogal wat als je geconfronteerd wordt met een melding dat je mogelijk besmet bent. Zeker als je een kwetsbare gezondheid hebt of iemand in je omgeving dat heeft.

De minister geeft aan dat de melding die mensen krijgen nadat je een risico contact gehad zou hebben afhankelijk gaat zijn van de testregels die we op dat moment voor iedereen hanteren.
Dus als we niemand zonder klachten testen dan gaan we ook mensen met corona-app meldingen niet zonder klachten testen. Maar, mevrouw Kuiken refereerde daar maandag ook al aan, zo werkt dat natuurlijk niet. Iemand die zo’n melding krijgt wil getest worden. Dan wil je uitsluitsel. Houdt de minister er rekening mee dat er op grote schaal mensen zich zullen melden voor een test?
En misschien zelfs wel symptomen gaan faken? Verwacht de minister, net als de Partij voor de Dieren, dat daar rekening mee gehouden moet worden?

Want die eenzijdigheid is ook een nadeel van zo’n app.
Of het geeft je het gevoel dat je groot gevaar loopt.
Of het geeft je het gevoel dat je veilig bent terwijl daar geen aanleiding toe is. Een middenweg bestaat niet.
En de minister zal straks in zijn beantwoording vast wijzen op het feit dat klassiek bron- en contactonderzoek ook niet altijd foutloos is en er dan ook grove inschattingen gemaakt worden.
Maar die inschattingen bevatten nuance en de menselijke maat. Die zullen nooit de buren twee schuttingen verderop nog aanmerken als hoog risico contact.

Dan kom ik bij de maatschappelijke impact. Een onderwerp waar in de vele 100’en pagina’s maar beperkt aandacht aan besteed wordt.
In de ethische analyse die de minister liet doen valt ook maar weinig te lezen over die brede maatschappelijke impact. Hoe gaat dit onze maatschappij veranderen?

Wat er wel te lezen valt is dat de app gepositioneerd moet worden als een middel van digitale solidariteit. Dit om te voorkomen dat mensen huiverig worden voor surveillance en de corona-app een cultuurverandering gaat inluiden. Kortom, om te voorkomen dat er spanning ontstaat tussen mensen die wél de app willen installeren en mensen die dat niet willen moet er een soort emotionele PR-campagne worden gestart? Want eigenlijk zegt de minister dat iemand die de app niet wil gebruiken en een kwetsbaar persoon in de omgeving heeft daarmee kiest om die persoon
niet te beschermen. Die spanning, tussen de vrije keus en de sociale dwang, die zal door de
landelijke introductie in de hele maatschappij gaan spelen, en daar is echt te
weinig aandacht voor geweest.

En wat voor effect gaat het hebben op de bereidheid van mensen om zich te laten testen als straks blijkt dat het merendeel van de meldingen vals waren? Wat gaat het doen met het vertrouwen in de overheid? Met de steun voor de bredere corona maatregelen? Het is een gehaaste en een grote gok.

En het is ook tekenend dat de minister de wet alleen maar wil beëindigen als de app niet voldoende effectief zou blijken te zijn. Voor mijn fractie is duidelijk dat als je die maatschappelijke impact serieus neemt we de app ook stop moeten zetten als we teveel onwenselijke bijwerkingen zien. Hoe effectief die ook is! Kan de minister aangeven waarom hij weigert om de mogelijkheid om de app te beëindigen breder te formuleren?

En is er dan geen alternatief?
Jazeker wel.
Het gewone klassieke bron- en contactonderzoek. Iets waartoe mijn fractie de minister begin april al opriep. Maar daar wou de minister toen niet aan. Uiteindelijk is dat opschalen wel gebeurd en kunnen we nu constateren dat als we dat straks zouden organiseren dat prima kan werken.

U zult begrijpen voorzitter, voor mijn fractie is de noodzaak voor deze app niet overtuigend.
De app is vooral te onnauwkeurig, te gehaast tot stand gebracht en niet proportioneel.

Dan zijn er daarnaast nog een paar punten die ik wil aanstippen.

Een vraag over de studies die de minister aanhaalt om te bewijzen dat ook bij beperkt gebruik van de app deze al een toegevoegde waarde heeft. Klopt het dat deze studies helemaal geen modellering doen van een app maar veel meer kijken naar de theoretische winst mocht je vervroegd besmettingen kunnen waarnemen? En klopt het dat een onzekerheid, bijvoorbeeld zoals die van deze CoronaMelder, daarin helemaal is weggelaten? Wat zeggen die studies dan eigenlijk nog?

En waarom heeft de minister niet besloten de geboden in de wetstekst scherper te stellen? Uit de beantwoording bij de technische briefing begreep ik dat dit was gebeurd omdat het een nettere wetstekst zou opleveren. Maar dit is een tijdelijke wet in coronatijd. Wij hebben op dit moment liever expliciete en overdreven duidelijk wetsteksten dan gave wetsteksten die toch ruimte voor interpretatie laten die we niet willen hebben.

En klopt het dat de schriftelijke afspraken die gemaakt zijn met Google en Apple eigenlijk gewoon het ondertekenen van hun gebruiksvoorwaarde is? En dat die afspraken alleen maar gaan over persoonsgegevens? Mogen Apple en Google bijvoorbeeld, het gegeven of een gebruiker de app wel of niet geïnstalleerd heeft, gebruiken voor hun ‘profielopbouw’? En waarom wil de minister geen bepaling opnemen om bij wet te regelen dat geen andere bedrijven of organisaties gebruik gaan maken van de api? Nu niet en in de toekomst niet.
En welke garantie heeft de minister dat de inlichtingendiensten geen gebruik kunnen maken van de api? Dus niet zozeer dat ze inzetten op het opvangen van persoonsgegevens maar meer op het gebruik maken van de geboden infrastructuur.

En dan voorzitter, de evaluatie.
Deze minister zegt ik ga gewoon het protocol volgen voor de evaluatie. Maar die evaluatie conform dat protocol is vooral gericht op effectiviteit. Wij willen een veel bredere afweging en stevigere evaluatie. Daarom wil mijn fractie een evaluatiebepaling in de wet hebben.
Daarin moet zijn vastgelegd dat de resultaten en onderliggende gegevens van de evaluaties rond de effectiviteit en de maatschappelijke impact van de app openbaar moeten worden gemaakt.
En dan moet de evaluatie tegelijkertijd met een eventueel verlengingsbesluit aan de Kamer worden gestuurd. Dat zou ons beter in staat stellen om de consequenties voor de samenleving te
beoordelen.

Waarom is de minister niet bereid om zo een evaluatiebepaling in de wet op te nemen?

Tot slot wil onze fractie van de minister weten waarom het zo belangrijk is dat hij met de werkingstermijn van deze wet aansluit bij de Tijdelijke wet maatregelen. Ook na 3 maanden is er toch al uitsluitsel te geven over de effectiviteit en de impact van deze app? Als de minister zo'n ongekend middel wil inzetten, dat moet het toch ook mogelijk zijn om de werkingstermijn aan te passen op deze uitzonderlijke situatie en de Kamer niet pas over 6 maanden weer hier naar laten te kijken?

Dat was hem voorzitter